home | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Mag ik je kaartje? punt.nl

 

Logpauze
Muziek | Persoonlijk | 28 Januari 2012 | 09:27:41
Logpauze
 
In verband met een verhuizing zal deze website
enkele dagen niet worden bijgewerkt.
 
Fenton Robinson - Somebody Loan Me A Dime
Uw reactie | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 5

Mag ik je kaartje?

Lead Belly (1888-1949)
Muziek | Biografieën | 26 Januari 2012 | 07:17:11
Lead Belly (1888 - 1949)
 
Met iemand, die zich heeft voorgenomen zich er nooit onder te laten krijgen en daar altijd voor heeft gevochten, kan het de goede kant op gaan en hij kan grote successen vieren. Maar het is evenzo goed mogelijk dat hij alles verliest en zijn ondergang tegemoet gaat. Bij Lead Belly is beide gebeurd. In zijn geval alleen in de omgekeerde volgorde. Zijn vechtlust bracht hem tot twee keer toe in de gevangenis, maar diezelfde vechtlust haalde hem er ook weer uit en bracht hem uiteindelijk zelfs naar de podia in Europa.
Hij is algemeen bekend als Leadbelly, hoewel hij zijn naam zelf als 'Lead Belly' schreef. En zo staat het ook op zijn grafzerk vermeld. De Lead Belly Foundation, die zijn nalatenschap beheert, heeft in 1994 de Encyclopedia of Popular Music gevraagd de naam Leadbelly te wijzigen in Lead Belly in de hoop dat anderen het voortaan zullen overnemen. Dat is ook de reden dat ik hem bij de juiste naam zal noemen.
 
Ten tijde van zijn geboorte zag het er niet naar uit, dat hij grote internationale successen zou vieren. Huddie William Ledbetter wordt op 20 januari 1888 geboren op de Jeter Plantation in de buurt van Mooringsport, Louisiana. Hij heeft een oudere zus, genaamd Australia. Zijn ouders, Wesley Ledbetter en Sallie Brown, trouwen op 26 februari 1888 nadat zij enkele jaren samen hebben gewoond. Over Huddies geboortedatum is wat verwarring. Op zijn graf staat namelijk 23 januari 1889 vermeld, terwijl de volkstellingen van 1900, 1910 en 1930 zijn geboortedatum als 20 januari 1888 opvoeren. Zelf geeft hij in 1942 op zijn registratieformulier voor militaire dienst de datum 23 januari 1889 op. Maar we houden hier maar de datum aan, die in de volkstellingen wordt genoemd.
Als Huddie vijf jaar oud is verhuist hij met zijn familie naar Bowie Country, Texas. Van zijn oom Terrell krijgt hij dan zijn instrument, een accordeon. Als vijftienjarige begint hij met het bespelen van de gitaar en al snel heeft hij een behoorlijke reputatie opgebouwd. Hij treedt dan op in St. Paul's Bottoms, de hoerenbuurt van Shreveport. Dan begint hij een eigen stijl te ontwikkelen, die is samengesteld uit de muzikale invloeden die hij daar opdoet. Tussen 1906 en 1908 reist hij door Louisiana en ziet o.m. Jelly Roll Morton in New Orleans optreden. In 1908 wordt hij zwaar ziek en keert terug naar het huis van zijn ouders.
Huddie speelt zowel de 6- als 12-snarige gitaar, piano, mandoline, harmonica, viool en accordeon. Tijdens de volkstelling van 1910 woont Huddie met zijn eerste vrouw, de 17-jarige Aletha Henderson naast zijn ouders. Nadat zij twee kinderen hebben gekregen verlaat hij het huis en begint te zwerven om als gitarist, en soms als arbeider, aan de kost te komen.
Naar aanleiding van het zinken van de Titanic in april 1912 schrijft Lead Belly datzelfde jaar zijn eerste lied “The Titanic”. Het is het eerste nummer waar hij zichzelf met de twaalfsnarige gitaar op begeleid. Dit instrument leert hij spelen als hij met Blind Lemon Jefferson samenspeelt.
 
Zijn temperament brengt hem regelmatig in problemen en in 1915 krijgt hij problemen met de politie als hij wordt opgepakt voor het dragen van een pistool. Hij wordt veroordeeld en in Harrison County gevangen gezet. Hier wordt hij in een zgn. ‘chain gang’ aan het werk gezet. Hij weet te ontsnappen en vindt onder de naam Walter Boyd werk in het nabijgelegen Bowie County.
In januari 1918 wordt hij voor de tweede keer gevangen gezet voor de moord op Will Stafford, een van zijn familieleden, als hij met hem ruzie krijgt over een vrouw. Hij zit zeven jaar in de Imperial Farm in Sugar Land, ten westen van Houston. In 1925 krijgt hij gratie en wordt vrijgelaten. Dit bewerkstelligt Ledbetter door een lied speciaal voor gouverneur Pat Morris Neff te schrijven en voor te dragen. Dit, samen met zijn goede gedrag en de entertainment die hij voor zijn medegevangen verzorgt, was reden voor Neff hem gratie te verlenen. Een hele prestatie en bewijs van Ledbetters overtuigingskracht, want Neff had eerder de verkiezingen gewonnen door te beloven geen enkele gratie te verlenen.
Na zijn vrijlating hoort hij de platen van Bessie Smith, Big Bill Broonzy en vele anderen. Hij neemt ook hun songs op in zijn enorme repertoire en wordt zo in feite een menselijke jukebox. Maar in 1930 zit Ledbetter weer vast. Nu in Louisiana en in verband met een poging tot doodslag nadat hij een blanke heeft neergestoken. In deze gevangenis, Angola Prison Farm, wordt hij in 1933 ontdekt door de folkloristen John Lomax en diens 18-jarige zoon Alan. Zij maken opnemen van hem voor de Library of Congress en in juli van het volgende jaar zijn zij weer terug met nieuw en beter opnamemateriaal. In augustus 1934 wordt hij vrijgelaten. Vader en zoon Lomax hebben een goed woordje voor hem gedaan bij gouverneur Oscar K. Allen. Dat zal ongetwijfeld geholpen hebben, maar Lead Belly was waarschijnlijk door zijn goede gedrag toch wel vrijgekomen.
 
Tijdens zijn verblijf in de gevangenis neemt hij de naam Lead Belly aan. Hoewel ook wordt beweerd dat hij deze naam al in 1912 gebruikte. Er zijn verschillende verklaringen voor deze bijnaam. Er wordt beweerd dat het een verbastering is van zijn achternaam en te maken heeft met zijn stevige lichamelijke gesteldheid. Anderen beweren dat hij wel eens een schot hagel in zijn maag heeft gehad, terwijl ook wordt beweerd dat het komt omdat hij ‘moonshine’, zelfgestookte whisky, zo goed kon verdragen. Hoe dan ook, hij heeft de naam Lead Belly aangenomen en is sinds die tijd als zodanig bekend.
Als Lead Belly vrijkomt, is het de tijd van de Grote Depressie en banen zijn moeilijk te vinden. Hij wordt door John Lomax aangenomen als chauffeur en in de herfst van 1934 begeleid hij Lomax drie maanden lang bij diens jacht op folksongs in het zuiden van de VS.
In december doet Lead Belly mee aan een groepszang na een lezing van Lomax in Pennsylvania. Deze heeft de pers ingelicht over de gevangene die zich uit de gevangenis heeft gezongen. De pers springt erop en zelfs Time Magazine schrijft een stuk over hem. Bovendien filmen zij hem voor het bioscoopnieuws. Lead Belly is inmiddels in New York gearriveerd. In januari 1935 maakt hij opnamen voor ARC, een sublabel van Columbia Records. Maar er is maar weinig commercieel succes, waardoor Lead Belly er financieel niet van profiteert.
In 1935 trouwt hij met zijn vriendin Martha Promise, die hiervoor speciaal van Louisiana naar New York verhuist. Dezelfde maand maakt hij weer opnamen en hij begeleid John Lomax weer op een reis van twee weken langs scholen en universiteiten.
 
Na deze reis besluit Lomax dat hij niet verder wil werken met hem en hij geeft Martha geld zodat zij beiden met de bus kunnen terugkeren naar Louisiana. Maar in plaats van het hele bedrag dat hem toestond geeft hij het in delen met de verklaring dat Lead Belly het anders toch maar zou opdrinken. Lead Belly sleept hem voor de rechter en hij wordt in zijn recht gesteld. Hij krijgt het hele bedrag in een keer en is tegelijkertijd van zijn contract met Lomax af. Deze strijd is vrij bitter, maar toch vraagt hij Lomax of hij weer
met hem mag samenwerken. Dit zal echter niet gebeuren.
In januari 1936 keert Lead Belly terug naar New York om te proberen op eigen houtje een comeback te maken. Hij treedt er twee maal per dag op in het Apollo Theatre. Een jaar later verschijnt in Life Magazine een artikel over hem met de titel “Lead Belly – Bad Nigger Makes Good Minstrel”.
In plaats van succes bij het plaatselijke publiek wordt hij wel populair onder linkse folkfans van die tijd. Hij treedt vaak op en ontwikkelt een eigen stijl en tijdens zijn optredens vertelt hij over de zuidelijke zwarte cultuur.
In 1939 gaat het weer mis als Lead Belly wordt gearresteerd en veroordeelt nadat hij een man in Manhattan heeft neergestoken. De 24-jarige Alan Lomax neemt hem onder zijn hoede en helpt hem met het bijeenkrijgen van geld voor de juridische kosten. Nadat hij in 1941 weer wordt vrijgelaten verschijnt hij regelmatig in het radioprogramma “Back Where I Come From” van Alan Lomax en Nicholas Ray. Dit programma wordt over het hele land uitgezonden.
Hij treedt samen met Josh White op in nachtclubs en raakt bevriend met Woody Guthrie, Brownie McGhee, Sonny Terry en de jonge Pete Seeger. Lead Belly maakt opnamen voor RCA, de Library of Congress en Moe Asch, die later Folkways Records zou oprichten. In 1944 reist hij naar Californië waar hij opnamen maakt voor Capitol Records.
 
In 1949 heeft Lead Belly regelmatig optredens voor het radioprogramma van Henrietta Yurchenko op WNYC New York, dat over het hele land wordt uitgezonden. Later dat jaar begint hij met zijn eerste tournee door Europa. Hij is hiermee de eerste bluesman die Europa bezoekt.
Maar voordat de tour is afgelopen wordt deze onderbroken omdat bij Lead Belly ALS (Amyotrofische Laterale Sclerose) wordt vastgesteld. Het is een aandoening die leidt tot het onvoldoende of niet functioneren van de spieren. Alle spieren, en uiteindelijk ook de hartspier, worden aangetast, wat tot de dood leidt.
Zijn laatste concert geeft hij in de University of Texas als eerbetoon aan zijn ontdekker John Lomax, die een jaar eerder is overleden. Ook Martha treedt dan op en wordt door haar man begeleid bij het zingen van een aantal spirituals.
 
Op 6 december 1949 overlijdt Lead Belly aan de gevolgen van ALS in zijn woonplaats New York. Hij wordt begraven op het Shiloh Baptist Church Cemetery in Mooringsport, Louisiana.
 
Pick A Bale Of Cotton (1944)
Uw reactie 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 23


Vegabonds - Southern Sons
Muziek | CD's | 24 Januari 2012 | 07:05:49
Vegabonds – Southern Sons
 
Nog maar recent recenseerde ik al de eerste cd van de uit Alabama afkomstige Vegabonds en nu al ligt hun tweede, “Southern Sons”, in de winkel. Nog even ter herinnering, de Vegabonds bestaan uit Alex Cannon (gitaar, zang), Daniel Allen (zang), Bryan Harris (drums, percussie), Paul Bruens (bas), Richard Forehand (gitaar, slidegitaar, zang) en Jamie Hallen (piano, orgel, keyboards, zang). En ook hier wordt de ingezette lijn van met blues doorspekte southern rock voortgezet.
Toch begint de cd met sferische klanken. Een duister stemgeluid en dito akkoorden pakken deze draad op, maar na een minuut volgt een break en dan gaan we weer de echte rockkant op. Toch blijft “Carnival Man” een verrassend en afwisselend nummer door contrapuntische intermezzo's, haast engelachtige achtergrondzang en tussendoor dubbele gitaarsolo's a la Allman Brothers. Met “Georgia Fire” horen we weer de Vegabonds die kennen. Gewone eerlijke southern rock dus. “American Eyes” bouwt op een haast militair tromgeroffel, wordt enkele keren wat steviger en valt er steeds weer op terug. Het tempo gaat wat omhoog in “Alongside Mr. Hyde”. De slidegitaar en harmonieuze samenzang hebben hier iets weg van de Eagles.
Een nummer dat rustig als ballad begint en in een climax eindigt is “City With A Passion”, waarin in de laatste minuut het tempo flink omhoog gaat. “Since You've Been Free” is een droevige ballad met hartverscheurende zang en het gitaartandem met Alex Cannon en Richard Forehand, die er beiden tegelijk lustig op los fietsen. “Rooftop Surfin'” is een vlotte pop/rocksong, terwijl “Conscious Fog” het poppige aflegt en een regelrecht rocknummer is. “The Heist (Get Yourself In Line)” is wat melodieuzer, maar daarom niet minder rockend. Verrassende tempowisselingen zetten je af en toe wel op de verkeerde voet. Deze lijn zet zich in “Resolution” voort. De uitsmijter “The Joy We Have Found” is een rustig, traag aanvoelend, soms haast gospelachtig nummer. Een fraai staaltje van samenspel en samenzang.
 
Conclusie
Wat samenspel en samenzang betreft zit het met de Vegabonds wel goed. Toen ik de cd voor het eerst hoorde was ik een beetje teleurgesteld. Ten opzicht van de meer dan uitstekende eersteling “Dear Revolution” kon ik niet meteen een ontwikkeling ontdekken. Maar naarmate ik er meer naar begon te luisteren begonnen de songs te groeien. Het is nog steeds niet revolutionair en nieuw wat ze brengen, maar voor liefhebbers van goedgemaakte southern rock is ook dit album zeker een aanrader.
 
Carnival Man
Uw reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 16


R.I.P. Johnny Otis
Muziek | Nieuws | 21 Januari 2012 | 09:14:13
R.I.P. Johnny Otis
 
Op 17 januari jl. is de bluespionier Johnny Otis op 90-jarige leeftijd overleden.
 
Otis, zoon van Griekse immigranten, groeide in een overwegend zwarte omgeving in Californië op. Hij had niet alleen een eigen carrière in de muziek met zijn grootste hit "Willie And The Hand Jive"in 1958, maar was ook de ontdekker van grote sterren als Etta James en Little Richard. In 1955 zorgde hij met "The Wallflower" voor de eerste grote hit van James. Andere bekende nummers van zijn hand zijn "So Fine" en "All Nite Long".
 
Meer over Johnny Otis leest u hier

Uw reactie 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 29


R.I.P. Etta James
Muziek | Nieuws | 21 Januari 2012 | 09:04:45
R.I.P. Etta James
 
Op 20 januari is de legendarische blueszangeres Etta James overleden. Zij stierf in het Riverside Community Hospital aan de gevolgen van leukemie.

James leed sinds vorig jaar aan de ziekte en was hiervoor nog onder behandeling. Daarnaast was James sterk dementerend en had ze problemen met haar nieren. In december vorig jaar bleek dat de leukemie terminaal was. Zij overleed in het bijzijn van haar twee zoons en echtgenoot Artis Mills. Etta James zou op 25 januari 74 jaar worden.
 
Meer over Etta James kunt u hier lezen
 

Uw reactie 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 32


Israel Nash Gripka – Barn Doors And Concrete Floors
Muziek | CD's | 20 Januari 2012 | 07:12:09
Israel Nash Gripka – Barn Doors And Concrete Floors
 
En dan zijn er plotseling van die artiesten, die plotseling min of meer uit het niets opduiken en een grote indruk weten achter te laten. Vaak gebeurt dat niet, maar bij bij deze artiest had ik ineens weer hetzelfde gevoel dat ik ooit had toen ik de eerste keer Howlin' Wolf, Son House of Bruce Springsteen hoorde.  
Israel Nash Gripka is geboren in Missouri en woont tegenwoordig in New York. Al bij zijn eerste album “New York Town” in 2009 wist hij een enorme indruk achter te
laten en met zijn nieuwste “Barn Doors And Concrete Floors” bevestigt hij zijn kwaliteiten als zanger en songwriter. De naam van het album slaat op de studio waarin deze cd met een stel vrienden van hem is opgenomen, namelijk een oude schuur in de Catskills Mountains, ten noorden van de stad New York.
 
Het eerste nummer “Fool's Gold” sleept je meteen mee en heeft een melodie dat je de hele dag in je hoofd houdt. En laat ik je vertellen dat dat absoluut geen straf is. Het tweede nummer “Drown” is van hetzelfde laken een pak en door het jagende karakter ervan doet het zelfs aan de al eerder genoemde Bruce Springsteen denken. Met “Sunset, Regret” volgt een prachtige ballade en “Goodbye Ghost” geeft door het wat rommelige karakter de indruk helemaal live te zijn opgenomen. De zang is hartverscheurend mooi en zodanig dat het je diep in de ziel raakt. “Four Winds” is dan weer een vrolijk deuntje. Typische vrolijke countryklanken compleet met steelguitar.
In het prachtige “Louisiana” hoor je duidelijk de invloed van de Rolling Stones uit hun best periode (“Exile On Main Street”) terug. Dit wordt gevolgd door het meeslepende “Baltimore”, dat ook zo maar door The Band op de plaat gezet had kunnen worden. Ook “Red Dress” en “Black And Blue” gaan in hetzelfde stramien voort. “Bellwether Ballad” is een prachtige, gevoelvol gezongen ballade met een ingetogen begeleiding. De uitsmijter “Antebellum” doet mij denken aan Neil Young in zijn tijd met Crazy Horse.
 
Conclusie
Een geweldig album dat zelfs het grandioze debuutalbum heeft overtroffen. En dat is voor een artiest altijd maar weer een zware opgave. Ik maak hierboven een aantal keren een vergelijking met andere artiesten. Maar denk niet dat Gripka een kloon van hen is; hij beschikt over meer dan voldoende eigen inbreng, kwaliteit en eigenzinnigheid om hen naar de kroon te steken.
Gripka is geen onbekende meer in Nederland, want hij is hier vorig jaar al enkele keren op bezoek geweest. Bij een volgende gelegenheid is het zeker waard hem te bezoeken, maar voordat het zover is: koop dit album!
 
Antebellum
Uw reactie | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 14


Lincoln Durham - The Shovel vs The Howling Bones
Muziek | CD's | 16 Januari 2012 | 07:05:34
Lincoln Durham – The Shovel vs. The Howling Bones
 
De combinatie gitaar en drums is niet nieuw en dit is zeker in de laatste jaren door mensen als Seasick Steve en Jack White opnieuw populair gemaakt. Lincoln Durham past goed bij beide eerdergenoemde namen. Niet alleen vanwege de combinatie gitaar/drums, maar zeker ook omdat hij graag zelfgebouwde of -verbouwde instrumenten inzet. Een oude Gibson, viool, mandoline, zelfgebouwde of vintage speakers en microfoons van oude blikken, het wordt hier allemaal ingezet.
Rick Richard houdt op drums de zaak strak in de hand, daarnaast wordt Durham op diverse nummers bijgestaan door o.m. Jeff Plankenhorn op mandoline, Derek O'Brien, Ray Wylie Hubbard (gitaar) en George Reiff (gitaar), waarbij de laatste twee ook voor de productie tekenen.
 
Met de opener “Drifting Wood” weten we meteen welke kant het opgaat. Rauwe, eerlijke folkblues met de prominente drumbeat, de drijvende gitaar en Lincolns rauwe stemgeluid. Dat het ook melodieuzer kan bewijst hij in het lieflijke “Clementine”. “Mud Puddles” is weer een eerlijke blues, waarin Lincolns stem een typische soulgevoel meegeeft. “How Does A Crow Fly” en “Love Letters”zijn door hun rauwe eerlijkheid mijn favorieten van dit album.
Buiten het muzikale aspect is het vooral interessant naar de teksten te luisteren. “People Of The Land” en “Living This Hard” geven je het gevoel of je een roman van John Steinbeck aan het lezen bent.  
 
Conclusie:
Een verrassend album van deze talentvolle muzikant. Het is moeilijk om hem in een vakje te plaatsen. En dat is iets wat ik sowieso niet graag doe. Maar hoe doe je dat met iemand die de intensiteit heeft van Son House, de muzikaliteit van Mississippi Fred McDowell en de songschrijversvaardigheden van Tom Waits.
In al het recente geweld van de elektrische blues is Lincoln Durham met zijn intensiteit en rauwheid een verademing en het bewijs dat minder ook meer is.
 
Living This Hard
Uw reactie 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 35


House Of The Rising Sun - Leadbelly
Muziek/Clips | Clips | 14 Januari 2012 | 11:50:01
Leadbelly - House Of The Rising Sun
 
Bij hun grootste hit "The House Of The Rising Sun" uit 1964 waren de Animals gelukkig wel zo eerlijk om er traditional achter te zetten inj plaats van hun eigen naam. De oorsprong van het lied gaat dan ook tot ergens in de 19e eeuw terug. Hier een oude versie van Leadbelly uit de dertiger jaren
 
 
Uw reactie 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 30


Martha Berner and the Significant Others – Fool's Fantasy
Muziek | CD's | 13 Januari 2012 | 07:11:55
Martha Berner and the Significant Others – Fool's Fantasy
 
Zes jaar na haar uiterst succesvolle debuutalbum “This Side Of Yesterday” verschijnt dan eindelijk haar tweede cd “Fool's Paradise”. Een indie folkrockalbum die...... “Wacht, even, folkrock”, zullen jullie zeggen “en dus geen blues?” Nee, dat klopt, maar er zijn genoeg raakvlakken met de blues om dit album toch op een bluessite te bespreken.
De uit Chicago afkomstige Martha Berner zingt en speelt daarnaast gitaar, harmonica en cornet en heeft alle nummers zelf geschreven.
Zij wordt begeleid door haar vaste band, the Significant Others, die bestaat uit gitarist Scott Fritz, drummer Tyson Ellert en Will Sprawls op keyboards. Als producer werd Gavin Lurssen, bekend van zijn werk met Robert Plant & Alison Krauss, Tom Waits en Leonard Cohen, aangetrokken. Ook niet de eerste de beste dus.
 
Het eerste nummer, de titelsong “Fool's Fantasy” begint verrassend met een cello en de eenzame loepzuivere stem van Berner. Als de rest van de band invalt wordt het een aangenaamklinkende popsong. “Brave” is met hetzelfde sop overgoten en de opwinding neemt toe zodra de gitaar zich ermee gaat bemoeien en zo voor een aangename spanning zorgt. Vanaf het derde nummer “Cry” wordt het album steeds beter. Hier swingt de band de pan uit. Vooral gitarist Fritz verricht hier hoogstandjes. Waard om verder nog te noemen zijn “Adore Me II”, waarin het gitaarwerk toch wel wat aan de Kinks doet denken, en het rustige “Wolves”, waar Martha haar stem volledig tot ontplooiing brengt. De vlammende gitaarsolo zorgt desondanks voor een flink stuk opwinding.
Persoonlijk vind ik “Some Stay A While” en “Never Talked To Oz” wat minder. Niet omdat ze niet goed geschreven of geproduceerd zijn; het is gewoon niet helemaal mijn smaak.
 
Conclusie
Martha Berner en haar mannen hebben een leuke plaat afgeleverd. Er zijn wat minder sterke stukken, maar dat wordt meer dan goedgemaakt door de rest. Mooie folkrock, die door invloeden van classic rock, americana en Staxsoul alleen nog maar wordt verdiept.
 
Cry
Uw reactie 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 33


Boogie Woogie
Muziek | Geschiedenis | 10 Januari 2012 | 06:42:35
Boogie Woogie
 
Net als de Blues heeft de Boogie Woogie zijn oorsprong in Afrika. En net als de Blues ontstaat deze stijl aan het eind van de negentiende eeuw. Boogie woogie is een speelstijl voor de piano, waarbij de linkerhand een zeer strak ritme aanhoudt en de rechterhand vrij is om bluesloopjes in diverse ritmes te spelen. Dit is wat in de muziek 'syncopating' wordt genoemd; iets wat je ook terugziet in
de ragtime en vroege jazz. Een exacte geboortedatum is van deze muziekstijl is niet te geven. Je kunt er van uitgaan dat deze, net als de blues, ergens tussen 1870 en 1890 is geëvolueerd uit de muziek die er destijds werd gemaakt. Een vergelijking met de Westafrikaanse Madinka-muziek valt meteen op. Ook hier wordt gebruikt gemaakt van zich repeterende bassen, shuffle-ritme en breaks. Net als in de boogie woogie.  
Muziek werd destijds naast het gewone werk gemaakt. Slechts een enkeling maakte er destijds zijn beroep van. Hetzij noodgedwongen omdat zij door een handicap geen gewoon werk konden doen of uit eigen vrije wil, omdat zij als muzikant meer konden verdienen. Deze muzikanten reisden rond, speelden op barbecues en in barrelhouses en juke joints en waren erg populair, omdat zij naast het maken van muziek ook verhalen vertelden en nieuwtjes doorgaven. De muzikanten waren ongeschoold, dat wil zeggen dat zij nooit een opleiding hebben gehad in de Europese harmonieleer en uitsluitend gebruik maakten van de eigen muziektraditie, die rechtstreeks uit Afrika stamt. Buiten het feit dat het op een Europees instrument werd gespeeld bevat de pure boogie woogie dan ook helemaal geen blanke elementen.
 
Zoals ik al schreef is een geboortedatum niet vast te stellen. Nadat deze stijl zich in verschillende vormen heeft gemanifesteerd kreeg zij pas in de twintiger jaren de naam 'boogie woogie' mee. Piano's hadden als voordeel dat zij een groter volume konden voortbrengen als gitaren. Hierdoor konden zij beter de muziek verzorgen in de grotere dansgelegenheden. Naast boogie woogie en blues beheersten de pianisten ook andere stijlen. Op verzoek konden zij de toenmalige populaire deuntjes, ballades en zelf walsjes spelen. In de negentiende eeuw wilden ragtimespelers als Scott Joplin en William Turk gezien worden als serieuze componisten. Op hun beurt beïnvloeden deze pianisten stride-pianisten als Eubie Blake, Fats Waller en Jelly Roll Morton. In 1899 schreef de genoemde Eubie Blake “Charleston Rag” waarin boogiebassen waren verwerkt. Deze had hij eerder al gehoord van ragtime-pianist William Turk.
Er wordt wel beweerd dat de boogie woogie is ontstaan in Chicago, maar dat is pertinent niet waar. Wel is het zo dat veel zwarten in die tijd op zoek naar werk naar het noorden trokken en de muziek dan ook meeverhuisde. Met het uitbrengen van de “Pinetop's Blues” / “Pinetop's Boogie Woogie” door Pinetop Smith werd deze naam voor altijd aan dit genre verbonden. De oorsprong van de naam is onduidelijk. Er wordt wel beweerd dat dit te maken heeft met de 'bogye man', iemand waar kinderen mee bang worden gemaakt, maar het is ook mogelijk dat de oorsprong van het woord in West-Afrika ligt, waar in het Hausa “Boog” en het Mandingo het woord “Booga,” het slaan op een trommel betekent.
 
En met de benaming 'boogie woogie' voor deze muzieksoort was in 1928 ook meteen raak. Veel blues- en boogiepianisten kregen de gelegenheid opnamen te maken. Pinetop Smith werd al begin 1929 doodgeschoten en heeft van zijn succes niet kunnen profiteren. Hij had in januari nog “Jump Steady Blues” opgenomen, wat tevens zijn laatste sessie zou zijn. De eerste imitatie van “Pinetop's Boogie Woogie” werd in 1929 als “Boot That Thing” op de plaat gezet door Roosevelt Sykes. Hij was de eerste van een serie pianisten, die ook dat jaar de studio ingingen.
Pinetop Smith
Namen hiervan zijn o.a. Montana Taylor, Charles Avery, Romeo Nelson, Charlie Spand, Speckled Red, James Stump Johnson en Cow Cow Davenport. Voor de meest invloedrijke zou dat vreemd genoeg nog enkele jaren duren. Ik doel hierbij o.m. op Jimmy Yancey, Meade Lux Lewis en Cripple Clarence Lofton.
Ondanks het feit dat de muziekindustrie door de Grote Depressie in 1930 in het sloop raakte werd nog steeds muziek opgenomen. Meade Lux Lewis, die in 1927 al een hitje had met “Honky Tonk Train Blues” kreeg in 1935 de vraag van John Hammond of hij van deze oude hit een nieuwe versie wilde maken. Naast deze nam hij er nog een aantal op, zoals “Mr. Freddie Blues” en “Yancey Special”, zijn ode aan Jimmy Yancey. In dezelfde tijd nam Albert Ammons “Boogie Woogie Stomp” op. Toen deze beide pianisten samen met Pete Johnson voor het 'From Spirituals To Swing'-concert in december 1938 aan elkaar werden gekoppeld was helemaal het hek van de dam. De Boogie Woogie Boys, zoals ze werden genoemd, bleven in de jaren erna populair en veelgevraagd maar moesten ook met de tijd meegaan. Zo heeft Meade Lux Lewis ook met pop-boogie geflirt en Pete Johnson deed hetzelfde met rhythm & blues. Nog steeds worden De Grote Drie als voorbeeld genomen.
 
Pas in de tweede helft van de jaren dertig werden ook Jimmy Yancey en Cripple Clarence Lofton op de plaat gezet. Yancey nam o.a. “Yancey Special" op, het stuk dat Meade Lux Lewis als eerbetoon aan Jimmy had opgenomen. Cripple Clarence Lofton was een invloedrijke figuur als voorbeeld voor aspirant boogie-pianisten, die de 'School Of Boogie Woogie' oprichtte. Zijn bekendste werkjes nam hij reeds op in 1936 ("Streamline Train"/"I Don't Know"), heropnamen en nog veel meer titels werden net als bij Jimmy Yancey rond 1940 gemaakt. Zo nam hij drie versies op van 'The Fives' onder de titels “The Fives”, “Sixes & Sevens” en “Clarence's Blues”, zo ook een uitvoering van “Pinetop's Boogie Woogie”.
De vercommercialisering, die in feite door de Boogie Woogie Boys in gang was gezet, betekende ook bijna het einde van de boogie woogie. Het was in feite een soort popmuziek geworden toen de rock 'n roll en rhythm & blues zijn kop opstak. Rhythm & blues-artiesten als Amos Milburn, Little Willie Littlefield, Champion Jack Dupree en Professor Longhair gebruikten de boogie woogie als basis voor hun eigen stijl. Iemand als Professor Longhair beïnvloedde op zijn beurt weer Fats Domino en Dr. John. En zo blijft boogie woogie toch levend, hetzij voortlevend en een nieuwe stijl of gewoon om dat er nog genoeg pianisten zijn, die deze gecompliceerde speelwijze beheersen.
 
Ook in Nederland is deze populair. De bekendste artiest uit dit genre is wel Rob Hoeke, die in de jaren zestig en begin jaren zeventig furore maakte met zijn Rhythm & Blues Group. Ondanks een ongeluk in 1974, die hem twee vingers kostte, blijft hij tot zijn dood in 1999 een virtuoos pianist.
Andere namen die van belang zijn Jaap Dekker, Martijn Schok en Mr. Boogie Woogie (Erik-Jan Overbeek), die de mzuiek levend houden.
 
Jimmy Yancey - Yancey Special
Uw reactie 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 31


Home   weblog sinds: 2010-05-22

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.