barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Laatste artikelen

Het is de laatste jaren snel gegaan met AJ Plug. Na de debuut-cd “Let Go Or Be Dragged” (2014) en het twee jaar geleden verschenen en goed ontvangen “Chew Chew Chew”, radio- en televisie-optredens en deelname aan de ‘Keeping the blues alive’-tour van Johan Derksen is Sandra een zangeres waar men in Nederland niet meer omheen kan. Over het algemeen kent men de muziek van AJ Plug als stevig rockende blues. Maar samen met haar levenspartner Klaas werden ook akoestische sessies gegeven, waarbij we een heel andere kant van deze zangeres leerden kennen.

Zo werd het kennelijk tijd om deze kant ook eens digitaal vast te leggen en op cd uit te brengen. Voor de opnames werd afgereisd naar een oude boerderij in het Drentse Grolloo, de plaats waar ook de boerderij staat, waar Harry Muskee heeft gewoond. Door tussenkomst van Johan Derksen is deze boerderij aan Sandra en Klaas verhuurd. Op de cd zijn zeven zelfgeschreven nummers terechtgekomen, waarvan er slechts een al in een andere versie te horen was op “Chew Chew Chew”. AJ Plug wordt begeleid door de al genoemde Klaas Kuijt op gitaar en verder Guy Smeets (gitaar), Johnny D (bas) en Roel Spanjers (piano, accordeon), die ook voor de productie heeft gezorgd. De sfeer op de is rustig, mag best relaxed worden genoemd. Ook de stem van Sandra, die anders de planken van het podium krom weet te brullen, blijkt prima geschikt voor deze stijl. Een prima plaat. Zeker een aanrader.

Website: www.ajplug.nl

Reacties (1)

Met een carrière van zo’n 35 jaar en vijftien albums op zijn naam heeft Billy Hector een behoorlijke staat van dienst opgebouwd. Ooit, in de zeventiger jaren, speelde hij bij de Shots, een band die de rol als huisband overnam van Southside Johnny & the Ashbury Jukes in de beroemde club Stone Pony. Vanaf 1993 werkt hij onder eigen naam. Hector is sterk beïnvloed door gitaristen als T-Bone Walker, Freddie King, Jimi Hendrix en Roy Buchanan. Hij heeft zijn eigen stijl ontwikkeld, maar deze invloeden zijn duidelijk nog aanwezig.

De nieuwste cd heet “Someday Baby” en bevat elf eigen nummers en twee covers. Hector, die zang en gitaar verzorgd, wordt begeleid door een hele serie muzikanten en we horen naast bas en drums ook de nodige blazers en toetsen. Het aanbod is behoorlijk gevarieerd. Er staan nummers op met een invloed uit Mississippi, New Orleans en ook swingende en funky soul en southern rock. Het zijn stuk voor stuk prima nummers, waarmee Hector bewijst dat hij ook nog eens een begenadigd liedjesschrijver is. Bijzondere vermelding verdienen wat mij betreft het titelnummer “Someday Baby”, met fraaie slidegitaar, de slowblues “Hit The Road” en het opwindende “Creeper”, waar John Ginty achter de toetsen kruipt. Een uitstekende cd.

Website: www.billyhector.com

Reacties (2)

Damon Fowler heeft, na een tijdje met zijn maatjes JP Soars en Victor Wainwright als Southern Hospitality getoerd te hebben, onlangs zijn zevende solo-cd uitgebracht met de titel “The Whiskey Bayou Session”. Fowler is geboren in Damon, Florida. Op zijn twaalfde begint hij met gitaar spelen en in de loop van de jaren kwam daar de lapsteel en dobro bij. Zijn debuut verscheen in 1999 en inmiddels zijn we alweer zes eigen albums en een met Southern Hospitality verder.

“The Whiskey Bayou Session” is de eerste cd die verschenen is op het Whiskey Bayou label van Tab Benoit. Naast Fowler (zang, gitaar, lapsteel) horen we Todd Edmunds (bas), Justin Headley (drums) en Tab Benoit, die op enkele nummers gitaar speelt. Van de elf nummers zijn er acht door Fowler geschreven waarvan twee samen met Ed Wright en zes met Benoit. Muzikaal zitten we duidelijk in het gebied van de soulvolle blues. De soul komt niet in de laatste plaats van de wat hese stem van Fowler. Het resultaat is een prima album, dat van begin tot eind weet te boeien. Bijzondere vermelding verdienen naar mijn mening het eerste nummer, het soulvolle “It Came Out Of Nowhere” met een fantastische gitaarsolo, het swingende “Running Out Of Time” en het country-achtige “Candy”. Een mooi album.

Website: www.damonfowler.com

Reacties (2)

Dat de blues dood zou zijn wordt al sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw gezegd. Niets is minder waar. Blues is, net als alles, onderhevig aan ontwikkeling en evolutie. Dat is wel duidelijk door de jonge muzikanten die dit genre in hun hart hebben gesloten en er mee aan de slag gaan. Een van hen is de uit het Australische Perth afkomstige Matty T Wall. Na zijn debuutalbum “Blue Skies” in 2016, waarop hij duidelijk nog zoekend was, lijkt hij nu zijn stijl gevonden te hebben.

Op “Sidewinder” staan twaalf nummers, waarvan acht van eigen hand. Wall wordt begeleid door Stephen Walker (bas) en Ric Whittle (drums). Daarnaast horen we nog blazers, keyboard en strijkwerk. Wat stijl betreft bevindt Wall zich ergens tussen rock en blues, waarbij ook invloeden uit boogie, soul en hardrock te horen zijn. Naast een uitstekend en smaakvol gitarist is hij een prima zanger. Hoewel ik wel een puntje van kritiek heb in een nummer als “Change Is Gonna Come”. Hierin hoor je duidelijk dat hij zijn stem moet forceren om er voldoende soul in te leggen. Verder past het allemaal prima. Bij een nummer als “Something Beautiful” pas de stem weer prima. Schoenmaker blijf bij je leest. Andere nummers die het vermelden waar zijn, zijn de stevige uitvoering van Freddie Kings “Going Down”, het zelfgeschreven “Can’t Stop Thinkin’” en “Mississippi KKKrossroads”, een soort hardrock/hiphop dat duidelijk is geïnspireerd door Nina Simones “Mississippi Goddamn”. Prima cd.

Website: www.mattytwall.com

Reacties (2)

De in de Peel geboren Theo Sieben vertrok na zijn studie aan het conservatorium via België naar Amsterdam. Daar werkte hij als sessiegitarist, componeerde muziek voor zowel film als dans en theater. Hij werkte samen met o.m. Henny Vrienten, met wie hij rondtoerde, Ellen ten Damme en Frederique Spigt en maakte hij deel uit van de band van Douwe Bob.

In de zomer van 2017 speelde hij op straat en de terrassen in Zeeland om nieuwe nummers uit te proberen. Dit resulteerde in het album “Market Meat”, waar twaalf van deze nummers op terecht zijn gekomen. De meeste nummers zijn gespeeld op National Resonator gitaren en enkele op een oude Oostblokgitaar, die na de opnamen is gekocht door Ry Cooder. Als rode draad loopt de klassieke blues door de cd met bewerkingen van nummers van o.m. Skip James, Robert Johnson, Mississippi Fred McDowell. Theo Sieben begrenst zich echter niet tot deze stijl en kijkt over de grens naar wat tegenwoordig rootsmuziek of americana wordt genoemd. We horen ook een nummer van Bob Dylan, een bewerking van een de oude folksong “Pretty Saro”,  en hij maakt rootsmuziek van het aloude “The Humpback Whale” van de Engelse bandleider/componist Harry Robertson.  Blij verrast was ik zelf met “Life Is Fine” van de veel te vroeg overleden Rainer Ptacek.

Theo Sieben heeft “Market Meat” duidelijk met veel liefde voor de echte handgemaakte muziek gemaakt. Het zijn twaalf nummers van hoge kwaliteit en zouden door iedere fan van echte muziek gehoord moeten worden. De cd is alleen digitaal verkrijgbaar. Kijk hiervoor op de website www.theosieben.com .

Reacties (1)

The Little Red Rooster Blues Band viert dit jaar het 30-jarig bestaan en doen dat in stijl met een nieuw album met vijftien eigen nummers. Nu is dit voor deze band niet zo vreemd, want op hun vorige zes cd’s staat ook uitsluitend eigen materiaal. De band bestaat uit Kevin McCann (zang, gitaar), Dave Holtzman (harmonica, zang), Jeff Michael (bas) en Bob Holden (drums) en speelt een mix van Chicago en Westcoast blues.

Op “Lock Up The Liquor” krijgen de heren assistentie van Anthony Geraci (piano) en Steve Guyger, die op een van de nummers harmonica speelt. De vijftien bluesnummers zijn liggen goed in het gehoor en het is duidelijk dat de band tijdens optredens de voetjes van de vloer krijgt. Meteen bij de opener “Pitchin’ Woo” zit de vaart er goed in. Af en toe worden uitstapjes genomen naar  bv country “Rather Be Lonesome” en r&b in “Lock Up The Liquor”. Ook met humoristische teksten kunnen de heren uit de voeten, zoals zij laten horen in “Thrift Shop Rubbers”. Bijzonder mooi is het aan James Cotton gewijde “Cotton Mouth”. Een goed album met origineel werk.

Website: www.littleredrooster.com 

Reacties (2)

Vorig jaar kwam de Andreas Diehlmann Band uit met hun zelfgetitelde debuut-cd. Hiermee maakte hij zowel in zijn thuisland Duitsland als internationaal grote indruk. Niet in de laatste plaats bij mij. Het powertrio rond zanger/gitarist Diehlmann - met bassist Volker Zeller en drummer Tom Bonn – toert alweer enkele jaren door Duitsland en de rest van Europa. De band is afkomstig uit Kassel en bandleider Diehlmann is ruim twintig jaar werkzaam als gitaarleraar, arrangeur, componist en zijn gitaarwerk is op talrijke studioproducties te horen. Van 2012 tot en met 2016 heeft hij Sydney Ellis begeleid tijdens haar Europese tournees.

Op de nieuwe cd “Your Blues Ain’t Mine” staan vijf door Diehlmann geschreven nummers naast vier covers. Degene die de eerste cd kent weet wat te verwachten is, namelijk stevige bluesrock. Niet alleen maar rampetampwerk, maar melodieus. Vergelijk het met het werk van een Walter Trout en onze eigen Julian Sas. Fans hiervan zullen zeker het werk van de Andreas Diehlmann Band kunnen waarderen. De covers zijn eigen en geslaagde bewerkingen van klassiekers als “Come On In My Kitchen” (Robert Johnson), “Little Wing” (Jimi Hendrix) en “Soulshine” (Warren Haynes). Een beetje vreemde eend in de bijt vind ik “F#cking Happy Blues” van een O. Hehemann, waarmee de cd wordt afgesloten. Het begint als een stevige shuffle en gaat halverwege over in een eigen versie van “Amazing Grace”. Speciale vermelding verdienen de zelfgeschreven boogie “Your Blues Ain’t Mine” en het funky “I Don’t Know”.

Met dit tweede album bewijst de Andreas Diehlmann Band opnieuw voor een flink stuk vuurwerk te kunnen zorgen. Een prima cd.

Website: www.andreasdiehlmann.de 

Reacties (1)

Big Harp George, die in het ware leven rondgaat onder de naam George Bisharat, is afkomstig uit de San Francisco Bay Area. Hij was advocaat, professor aan het UC Hastings College of the Law en expert op het gebied van rechten en politiek van het Midden Oosten. Nu wijdt hij zich fulltime aan de muziek. Hij is schrijver, zanger en bespeelt de chromatische harmonica. Hij rekent zelf George "Harmonica" Smith, William Clarke en Paul deLay als zijn grote invloeden.

Hij bracht al eerder twee cd’s en nu ligt zijn derde “Uptown Cool” in de winkels. Op deze cd staan twaalf door George zelfgeschreven nummers. Hij wordt begeleid door een uitstekende band, bestaande uit Chris Burns (toetsen), Alexander Pettersen (drums), Joe Kyle (bas), Kid Andersen (gitaar, bas), Little Charlie Baty (gitaar), Michael Peloquin (sax), Mike Rinta (trombone, tuba), Derrick “D’Mar” Martin (percussie) en Loralee Christensen en Derick Hughes (backing vocals).  Mede door het gebruik van blazers krijgt zijn blues een stevig soulvolle lading. Naast deze prettig in het gehoor loggende soulvolle blues weet hij ook in zijn teksten nog een boodschap mee te geven. De huidige Amerikaanse politiek, internet daten, het soms gestoorde gebruik van moderne technologieën, maar ook op een meer persoonlijk, zoals het beëindigen van een relatie. Niets wordt gespaard. Soms vilein, dan weer met humor. Mijn persoonlijke favorieten zijn “Nobody’s Listening” en het gospelachtige humoristische “Lord make Me Chaste”. “Uptown Cool” is voor mij een zeer prettige kennismaking met de muziek van Big Harp George.

Website: www.bigharpgeorge.com

Reacties (3)

De uit Philadelphia afkomstige Vanessa Collier werkt met succes aan haar nog jonge carrière. In 2013 studeerde zij af aan het Berklee College of Music. Zij heeft de wereld rondgetoerd, met diverse bekende en minder muzikanten op het podium gestaan (Buddy Guy is helemaal weg van haar), een aantal BMA-nominaties op haar naam staan en inmiddels drie solo-cd’s uitgebracht. Vanessa Collier is het meest bekend van haar saxofoonspel. En daarnaast speelt zij ook gitaar, zingt en schrijft haar eigen nummers.

Haar recente cd “Honey Up” is door middel van crowdfunding gefinancierd. Hierop wordt zij begeleid door haar vaste band, bestaande uit Nick Stevens (drums), Nick Trautmann (bas), Sparky Parker (gitaar) en William Gorman (toetsen), aangevuld met gitariste Laura Chavez, trombonist Quinn Carson en trompettist Doug Woolverton. Van de tien nummers zijn er negen door Vanessa geschreven. Wat muziekstijl betreft is zij niet in een hokje onder te brengen. Op “Honey Up” horen we stijlen, die uiteenlopen van blues en jazz tot funk en rock. De swingende opener “Sweatin’ Like A Pig, Swingin’ Like An Angel” zet meteen de toon, die niet meer wordt losgelaten. Wat volgt is een interessante en aantrekkelijke mix van stijlen, als soul in “Icarus” met Collier zowel op sax als akoestische gitaar, de blues in “Bless Your Heart”, waar ze de resonatorgitaar oppakt, het swingende “You Get What You Get”, en het rockende “Love Me Like A Man”, de enige cover op het album. Een prima cd.

Website: www.vanessacollier.com


Reacties (3)

Bruce Katz kan terugkijken op een indrukwekkende carrière. Op zijn vijfde begon hij met pianospelen. Hij speelt piano, orgel en basgitaar, studeerde aan het Berklee College of Music, waar hij van 1996 tot 2010 verbonden was als docent. Hij heeft onder meer Big Mama Thornton, Ronnie Earl, Gregg Allman, Delbert McClinton, Duke Robillard begeleid. Daarnaast is hij ook met een eigen band actief. Zijn tiende album “Get Your Groove!” is onlangs verschenen op het American Showplace Music label.

Op dit album wordt Katz begeleid door Chris Vitarello (gitaar, zang) en Ray Hangen (drums) en zijn ABB-er Jaimoe (drums) en Matt Raymond (bas) op een aantal nummers te horen. Van de elf nummers zijn er negen originals te horen. Wat stijl betreft voert de blues de boventoon, waarbij uitstapjes naar jazz en soul zeker niet worden geschuwd. Het is niet verwonderlijk dat de cd wordt gedomineerd door orgel en piano, maar het voert te ver om te beweren dat dit uitsluitend pianoblues is. Daarvoor wordt voldoende ruimte gecreëerd voor het gehele palet. Muzikaal zit het allemaal prima in elkaar. Het zijn goede nummers gespeeld door goede muzikanten, die er meer dan genoeg hun ziel hebben gelegd. Een van de nummer die wat mij betreft een bijzondere vermelding verdienen is de aan de overleden drummer Butch Truck opgedragen “Freight Train”. Hij was samen met Duane en Greg Allman en de hier aanwezige Jaimoe een van de oprichters van de Allman Brothers Band. Ook het door Vitarello gezongen en meegeschreven “Wasn’t My Time” maakt indruk. Een prima album.

Website: www.brucekatzband.com 

Reacties (2)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl