barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Laatste artikelen

Dat Douglas Greer uitmunt in een hoge productie kan niet bepaald worden gezegd. Tien jaar na zijn goed ontvangen debuutalbum “Just A Man” komt hij pas eens met de opvolger op de proppen. Het is niet zo dat de goede man heeft stilgezeten. Zijn optredens voerden door de VS en Europa. Ook Nederland heeft hij diverse keren bezocht. Multi-instrumentalist Mark Hallman (drums, bas, zang en alle andere instrumenten), die ook voor de productie en techniek zorgde, haalde David Grissom (gitaar), Bradley Kopp (gitaar), Michael Ramos (piano) naar de studio.

Op “Baja Louisiana” staan elf door Greer zelfgeschreven nummers. En wat voor nummers. Zoals het een beetje singer-songwriter betaamt zijn het elf kleine verhaaltjes verpakt in een muzikaal jasje. En het gaat ook nog ergens over. Denk bijvoorbeeld aan “Take My Name Off Your Facebook Page”, waar de titel aan aanduidt waarover het gaat. Muzikaal zitten we ergens tussen de betere country en countryrock, zoals een Steve Earl die nummers van Townes van Zandt speelt. Een prima cd met voor mij als beste nummer het rockende “Christmas In Travis County Jail”

Website: www.douglasgreermusic.com

Reacties

Na negen jaar ondergedoken te hebben gezeten is eindelijk weer eens een cd verschenen van de Imperial Crowns. Het bluesrocktrio, dat in 2000 met een klap landde, bracht tot 2007 vier succesvolle albums uit. Van onderduiken was natuurlijk geen sprake; het drietal was met diverse projecten bezig en deelde de podia met een flink aantal collega’s. En nu vonden de gitarist J.J. Holiday, zanger/harmonicaspeler Jimmy Wood en drummer Billy Sullivan het kennelijk weer tijd voor een nieuwe eigen schijf.

Deze bevat twaalf zelfgeschreven nummers en hiermee wordt de draad weer opgepakt die zij in 2007 hebben neergelegd. Gewoon weer ouderwets rockende blues. Beukende drums, gierende gitaren en daarbij de onmiskenbare bluesharp van Woods. Naast de genoemde instrumenten beheersen de heren er nog wat meer. Zo bespeelt Holiday ook de cümbüs (een soort Turkse luit) en tiple (een kleine gitaar) en Sullivan neemt ook keyboards en djembé voor zijn rekening. Verder zijn op diverse andere instrumenten en voor de achtergrondzang wat gasten ingehuurd. Mijn favoriete nummers zijn “The Calling”, wat mede door het gebruik van de cümbüs een psychedelisch tintje krijgt, en de ballad “Something Of Value”.

Een prima cd. Zeker voor de liefhebbers van pure bluesrock aan aanrader.

Website: www.imperialcrowns.com

Reacties

De uit Los Angeles afkomstige wordt gevormd door een groep ervaren muzikanten, die allen een andere achtergrond hebben. Deze combinatie zorgt voor een veelzijdige band en de cd die zij nu hebben uitgebracht geeft dat prima weer. De band bestaat uit gitarist Richard Lubovitch, Wayne Peet (toetsen), Bill Barrett (harmonica), Lance Lee (drums), Trevor Ware (staande bas) en Tom Lilly (electrische bas). Op een aantal nummers worden zij vergezeld door zangeres Barbara Morrison.

De cd is geproduceerd door Lubovitch, die ook vijf van de tien nummers heeft geschreven. De vijf covers zijn eigen bewerkingen van klassiekers als “Everyday I Have The Blues”, “Ain’t Nobody’s Business” en “Same Old Blues”. Het risico hiervan is dat je de zoveelste uitgekauwde versie krijgt voorgeschoteld, maar deze muzikanten zijn niet in deze valkuil gestapt en weten aantrekkelijke nummers neer te zetten. Zoals hierboven al geschreven is het aanbod veelzijdig. We horen diverse blues, jump blues in “Doc’s Boogie” en jazz in “Variation II”. Mijn persoonlijke favorieten zijn hier de door Lubovitch geschreven instrumental “Boxcar 4468” met een fraaie pedal steel van Marcus Watkins, en de klassieker “Same Old Blues”. Een prima cd.

Website: www.thedogtownbluesband.com

Reacties (1)

Adam Karch is een uit Montreal afkomstige zanger/gitarist, die zich vooral heeft gespecialiseerd in het betere fingerpicking werk. Zijn debuut-cd dateert van 2002 en het in 2014 verschenen “Blueprints” is wereldwijd met de hoogste lof ontvangen. Naast een uitstekende gitarist is Adam ook nog een goede zanger met een heldere, soulvolle stem en bovendien een prima songwriter.

“Moving Forward” is zijn nieuwe cd met twaalf nummers, waarvan hij er acht heeft geschreven. De andere betreffen covers van Bob Seger, Warren Zevon, Keb’ Mo’ en Mississippi John Hurt. Op een aantal nummers is hij alleen te horen, maar op de meeste wordt hij begeleid door de leden van zijn trio, t.w. drummer Bernard Deslauriers en bassist Marc-André Drouin. Extra hulp wordt verleend door Kim Richardson (achtergrondzang), Guy Bélanger (harmonica) en Dimitri Lebel-Alexandre (pedal steel). We horen een mix van blues, folk en country. Het verfijnde gitaarspel weet het niveau van het album naar een bijzonder hoog niveau te tillen. Bijzonder zijn de eigen versies van nummers als “Night Moves” en “Werevolves Of London”, dat we kennen van respectievelijk Bob Seger en Warren Zevon. Mijn favorieten zijn de lyrisch klinkende instrumental “Somewhere In El Paso” en het dreigende “The Contract”.

Website: www.adamkarchmusic.com

Reacties (3)

Dit verslag verscheen eerder op The Blues Alone?

Een vaste waarde in de vaderlandse bluesscene is iets dat je de Haarlemse bluesband Barrelhouse wel kunt noemen. De band bestaat al  ruim veertig jaar – we reken de onderbreking van tien jaar voor het gemak even niet mee – in dezelfde bezetting. In 1974 ontstaan uit de Oscar Benton Blues Band bracht Barrelhouse een jaar later het eerste titelloze album uit. Inmiddels zijn  we 41 jaar verder en zeer veel optredens verder. En daar zaten enkele zeer memorabele bij. Wie herinnert zich niet de samenwerking met Texaanse “Iceman”Albert Collins? Daarnaast heeft de band nog een behoorlijke bibliotheek aan platen uitgebracht. Onlangs is de cd “Almost There” verschenen, die overal goed ontvangen is. Het zestal weet nog steeds te boeien, zowel op de plaat als tijdens liveoptredens.

Op 25 november jl. gaf Barrelhouse een optreden in de Amsterdamse North Sea Jazz Club. Het optreden was uitverkocht, wat iets zegt over de verwachtingen die en van deze band had. Een en ander vond plaats tijdens een zogenaamd dinerconcert. Persoonlijk heb ik een dubbel gevoel bij dergelijke concerten. Voor fans die graag dicht bij het podium staan is er geen plek en die moeten het optreden op afstand beleven. Aan de andere kant verkrijgt de club hiermee wel de middelen om goede acts in huis te halen. Ook daar is iets voor te zeggen. Zoals een bekende Amsterdammer al eens zei: “Elk nadeel heb zijn voordeel”.  

    

Rond tien over negen betrad de band het podium. Nog steeds in de originele bezetting, waarin zij in 1974 zijn begonnen. Zangeres Tineke Schoemaker, bassist Jan Willem Sligting, die ook mondharmonica en accordeon speelt, drummer Bob Dros, pianist Han van Dam en op de gitaren de gebroeders Guus en Johnny LaPorte. Afgetrapt werd met het aloude Sam Cooke nummer “Bring It On Home To Me” om in de volgende 45 minuten zowel ouder werk als nummers van het nieuwe “Almost There” te brengen. We horen onder meer “Sally Go Round The Roses”, “Almost There”, “Shake ‘Em On Down” en “I Live The Life I Love”. Rond een uur of tien is het tijd voor een pauze van 20 minuten.

Hierna betraden eerst alleen Tineke, Jan Willem en Guus het podium om het prachtige door Nick Lowe geschreven “Withered On The Vine” ten gehore te brengen. Tineke op zang en akoestische gitaar, Jan Willen met de accordeon en Guus zorgde voor de tweede stem. Daarop voegde de rest zich erbij en werd de draad weer opgepakt, die voor de pauze even was neergelegd. Namelijk een mix van oud en nieuwe werk, zoals “I Wish I Could Pray”, “Lonely Together”, “Ain’t Coming Home No More” en “Don’t Hold Your Breath”. Prachtige momenten zijn onder meer de gitaarduels van Fender-man Guus en Gibson-speler Johnny LaPorte, die het publiek op het puntje van hun stoelen of de toppen van hun tenen brengen. Dat ligt aan het feit of je deel uitmaakt van het zittende ‘diner’publiek of bij hen hoort die achterin de zaal staan. Uiteraard was er nog een toegift, de band nam niet de moeite om voor de vorm van het podium af te gaan. Zoals het nieuwe en oude werk tijdens de beide sets werden gemixed, zo bestond ook de toegift uit nieuw en oud, namelijk “Goodbye” van het laatste album, en het al wat oudere “Beware” van de gelijknamige plaat uit 1979.

     

Het was een meer dan uitstekend optreden van deze ervaren muzikanten. De leden van de band voelen elkaar duidelijk feilloos aan. Het verloopt allemaal soepel en ondanks het feit dat ze al zo’n tijd bij elkaar is, is het speelplezier nog steeds duidelijk aanwezig. Dat laatste is ook te zien aan de mimiek van de bandleden. Daarnaast weten zij ook het publiek te bespelen en een aantrekkelijke show neer te zetten.


Reacties (2)

Het heeft even geduurd, maar drieënhalf jaar na de debuut-cd “I Kat The Blues” verschijnt dan eindelijk de opvolger van Kat & Co. De band rond zangeres Kathleen Pearson wordt geleid door de in Italie geboren en in Londen woonachtige Francesco Accurso, die de gitaren, bas, piano speelt op een van de nummers, de meeste nummers heeft geschreven en ook heeft getekend voor de arrangementen en de productie. De rest van de band bestaat uit Federico Parodi (piano en andere toetseninstrumenten) en Nicholas Owsianka (drums, percussie). Voor een aantal nummers is nog gebruik gemaakt van de bassisten Marco Marzola en Vincenze Ettore Virgillito.

Op het album, “Blues Is The New Cool”, staan elf nummers, waarvan negen originals. De beide covers  zijn Booker T's “Born Under A Bad Sign” en Roosevelt Sykes'  “Night Time Is The Right Time”. De uit Tennessee afkomstige Kat heeft een stem, die zich uitstekend leent voor soulblues. Ze kan ermee fluisteren, ze kan ermee scheuren. Alles zit erin. En dat alles wordt gesteund door een prima, swingende band. Wat wil je nog meer. Het aanbod aan nummers is behoorlijk gevarieerd. We horen rustige ballads afgewisseld met stevig rockend werk. Twee nummers die bijzondere indruk op mij maakten zijn “Bedroom Floor”, dat gaat over zelfmoord, en het rockende “Whiskey”.

Met hun tweede cd heeft Kat & Co bewezen over een goede consistentie te beschikken en lekkere soulblues van een goede kwaliteit te kunnen blijven maken.

Website: www.katandco.co.uk

Reacties (2)

72 jaar oud is hij inmiddels, deze in Florida geboren Joey Gilmore. In zijn tienerjaren leerde hij zichzelf gitaar spelen. Na wat singles in de zeventiger Jaren bracht hij in 1989 zijn eerste album uit. Er zijn er inmiddels nog zeven gevolgd, waarvan de meeste pas na het jaar 2000. Gilmore valt vooral op door zijn diepe, rauwige stemgeluid en prima gitaarspel.

Onlangs is de achtste cd, “Respect The Blues” verschenen met elf nummers, waarmee hij een eerbetoon brengt aan de artiesten die hem hebben beïnvloed. Op de cd wordt hij begeleid door zijn vaste band, bestaande uit Robert "Hi-Hat" Carter (bas), Paul Hernandez en Maurice Dukes (drums), Sonny Boy Williams (toetsen) en Ivan Chopik (gitaar). Ook horen we Rockin’ Jake (harmonica), Drew Preston (gitaar) en de zang wordt verzorgd door Edlene Hart en Domino Johnson. Wat stijl betreft moet je denken aan de soulblues. Lekker in het gehoor liggend en swingend. Net als een van zijn voorbeelden Little Milton is Gilmore naast een uitstekende gitarist ook een goede zanger. Op enkele nummers wordt de zang overgenomen door een van zijn zangeressen. Mijn favoriete nummers zijn het door Bell en Miller als huiscomponisten van Stax geschreven “Can’t Kill Nothing”, dat Gilmore in 1993 al op een album heeft gezet, en het van Bobby Bland bekende “This Time I’m Gone For Good”, dat door een van de zangeressen wordt gezongen.

Een prima album. Liefhebbers van de ouderwetse Stax-sound moeten hier zeker naar luisteren.

Website: www.joeythebluesman.com

Reacties (1)

Levee Town is een bluestrio uit Kansas City, dat de huisband is in de Knuckleheads Saloon en al veertien jaar door de VS en Canada toert. De band bestaat uit Brandon Hudspeth (zang, gitaar), Jacque Garoutte (bas, zang, slidegitaar en harmonica) en Adam Hagerman (drums). Met “Takin’  & Givin’” is onlangs hun zesde cd verschenen.

Op de cd horen we veertien goed gemaakte nummers, waarvan elf van de hand van Huspeth, twee van Garoutte. De enige cover is “I’m A Damn Good Time” van gitarist Ace Moreland. Extra begeleiding wordt verzorgd door de orgel van Chris Hazelton, de harmonica van Jimmie Meade en de piano van Annie P. Annie Walser. Samen voeren ze ons door een veelvoud aan stijlen. We horen jump, country en rock ’n roll, maar de basis blijft de blues. Gewoon prima muziek. Een leuke cd.

Website: www.leveetown.com

Reacties (1)

Jonathan Howard trad in en rond Austin, Texas op, terwijl hij op zoek was naar een percussionist. Blueflower Skye was al sinds haar jeugd percussioniste. Daarnaast nam zij de mandola op en begon liedjes te schrijven. Ook bekwaamde zij zich op de gitaar. Op een zeker moment ontmoetten beiden elkaar en besloten verder samen muziek te maken. Na veertien maanden van oefenen, schrijven en optreden ligt hun eerste gezamenlijke cd “Milkweed” in de winkels.

Op de cd, die in de eigen Thirsty Hog studio is opgenomen, staan elf eigen nummers. Naast Jonathan en Blueflower horen we de gitaristen David Hoffpair en Jaime Nichols en de harmonicaspeler Jamie Lee. Naast goede muzikanten zijn beiden ook nog zeer goede liedjesschrijver, eigenlijk verhalenvertellers. Ze wisselen elkaar af met de zang. Als een de voorzanger is, dan zorgt de ander voor de stem op de achtergrond. Wat stijl betreft bevinden we ons hier tussen blues en folk. Ieder nummer heeft een eigen stijl en karakter. Soms vrolijk, soms melancholisch. Over het geheel genomen een prima cd met goede nummers. Mijn favoriete nummers zijn “Big Joe” met de harmonica van Jamie Lee, en het uitermate kille “Cold Mornin’  Comin’”.

Website: www.howardandskye.com

Reacties (2)

Echt ouderwetse R&B is wat er uit de speakers schalt als je de cd van Little Steve & the Big Beat opzet. De band maakt al enkele jaren de Belgische en Nederlandse podia onveilig en na het verschijnen van een EP in 2013 en een single in 2014 is nu eindelijk een volwaardige cd uitgebracht onder de titel “Another Man”. De band bestaat uit Steven van der Nat (zang, gitaar), Martijn van Toor (tenorsax), Evert Hoedt (baritonsax), Bird Stevens (bas, tamboerijn) en Jody van Ooijen (drums, Percussie).

Van de elf nummers zijn er negen van de hand van Steven van der Nat. Een is er van Martijn van Toor en de enige cover is Ike Turners “Just One More Time”. Al bij de eerste keer beluisteren is het moeilijk om stil te blijven zitten en dat is goed tekenen. De muziek swingt de pan uit. Lekkere ritmes, fraaie licks en wendingen. Maar het gaat niet allemaal vol gas; er is genoeg variatie en er zijn voldoende rustpunten om de boel leuk te houden. In het bijzonder noem ik mijn favoriete tracks, het door van Toor geschreven “Yes You Can”, waar hij zich lekker uitleeft op de tenorsax, het rockende “Change My Ways” en de titelsong “Another Man”, dat zo’n beetje halverwege voor wat adempauze zorgt.

Een prima band met een goede cd. Swingen en genieten.

Website: www.littlesteveandthebigbeat.com

Reacties (3)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl