barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Laatste artikelen

Hij is pas 26 jaar oud, maar timmert in Bluesland al enkele Jaren flink aan de weg. JL Fulks is geboren in Greenville, South Carolina. Na in diverse bands te hebben gespeeld viel hij op bij Brandon Santini, die hem naar Memphis haalde. Na drie Jaren van veel optreden en intensief toeren besloot hij terug te keren naar zijn geboorteplaats en het solo te gaan proberen. Inmiddels is Fulks verhuisd naar het zuidelijk deel van Florida en is zijn eerste EP onder de naam ”On Down The Road” verschenen.

Op de vijf door Fulks zelf geschreven nummers wordt hij begeleid door Ken Burgner (bas) en Ian Jones (drums). Matt Schofield is op het titelnummer te horen. Fulks is een uitstekende gitarist en goede zanger en zijn nummers kunnen wat stijl betreft worden ondergebracht in ouderwets goede en rockende blues. De nadruk ligt hierbij op blues. Een tikkeltje aan de rauwe kant en gewoon lekker. Verrassend klinkt het slotnummer “Phrygian Dance”, dat door de gebruikte frygische toonladder een wat oosters hypnotiserende uitstraling krijgt. Mijn favoriete nummer is de slowblues “I Believe In Love”.

Als gitarist voor Brandon Santini kende ik Fulks al en met deze EP bewijst hij dat hij solo ook zijn mannetje staat. Ik ben benieuwd naar de eerste volledige cd.

Website  www.jlfulks.com

Reacties

Southern Fried Chicago Blues noemen Lew Jetton & 61 South het zelf. En na het beluisteren van hun recente album “Rain” kun je daar alleen maar mee instemmen. Het is de derde cd van de band en daar hebben de fans wel even zo’n twintig jaar op moeten wachten. De band schijnt wel gewoon te zijn doorgegaan, maar van cd’s opnemen is het er kennelijk niet van gekomen.

Van de tien nummers zijn er acht van de hand van Lew Jetton. De twee covers zijn van John Hyatt en Allen Toussaint. Lew Jetton & 61 South wordt ter zijde gestaan door een aantal muzikale vrienden. Het resultaat is een zeer aangenaam album geworden. De muziek is lekkere blues, de nummers liggen goed in het gehoor en worden prima uitgevoerd. Jetton heeft een goede stem met een vet zuidelijk accent. Het aanbod is gevarieerd. We horen uptempo en slowblues, gospel en af en toe een snufje C&W. Luister voor het laatste maar naar de gitaarsolo van Alonzo Pennington in “Glory Train”. Mijn persoonlijke favorieten zijn het rockend, haast dystopische “Mississippi Rain”, en het swingende “Sandy Lee”.

Een zeer geslaagd album die mij al enkele speelbeurten veel plezier heeft gebracht. Laten we hopen dat we niet nog twintig jaar moeten wachten op de opvolger.

Website: www.61south.com

Reacties (2)

Toen ik de cd de eerste keer beluisterde – ik zat toen in de auto – had ik in het begin iets van “Mja, klinkt lekker”. Maar hoe meer reis en cd vorderde hoe meer ik werd aangestoken door de muziek. En eigenlijk had ik geen zin om die dag uit te stappen en aan het werk te gaan. Een flinke dosis zelfdiscipline was nodig om mijzelf te overwinnen.

Kat Riggins is woonachtig in Miami, maar dat had wat muziek betreft net zo goed in Memphis kunnen zijn. Haar muziek is diepe soulblues, die met volle overtuiging wordt gebracht. Op “Blues Revival” wordt zij begeleid door gitarist, toetsenist Darrell Raines, bassist George Caldwell en drummer Doc Allison. Acht van de tien nummers zijn door Kat geschreven.  Ik noemde al Memphis, maar met het voorbehoud dat het voor de Memphis-sound zo typerende blazersgeluid hier praktisch ontbreekt. Alleen op het eerste nummer “Now I See (Ooh Wee)” is een saxofoon te horen. In dit soulblues nummer laat Kat horen waar zij vocaal toe in staat is; en dat is niet gering. Verder wordt het nummer behoorlijk gedomineerd door de gitaar van Raines. Op het album vinden verder een goede mix van swingende uptempo songs tot gevoelige ballads. Een van de twee covers is het van Sam Cooke en Otis Redding bekende “A Change Is Gonna Come”, een nummer dat alleen gecovered zou mogen worden als dit met respectvolle zorgvuldigheid wordt gedaan. En Kat is daar prima in geslaagd. Naast Kats eigen “Good Girl Blues” is dit mijn favoriete nummer op de cd.

O ja, ’s avonds op de terugweg naar huis had ik het geluk in een file terecht te komen. Zo kon ik de cd in zijn geheel beluisteren. 

Website: www.katriggins.com

Reacties (1)

Voor iemand die pas vier jaar geleden voor het eerst serieus harmonica begon te spelen en een band net een jaar bestaat is Thomas Toussaint al goed bezig een naam voor zich te maken. In die korte tijd heeft hij het podium gedeeld met o.m. Robbert Fossen en Fat Harry van Dorth en heeft hij gejamd met John Primer en Tail Dragger. De band bestaat naast Thomas, die de zang en harmonica voor zijn rekening neemt, uit gitaristLeander Nijland, bassist Dirk Wagensveld en drummer Paolo Stigter.

Met “Groovin’ On Up” heeft de Thomas Toussaint Band zijn eerste cd in de vorm van een zes nummers tellende EP uitgebracht. Het zijn zes covers, maar dat geeft niets, want ze krijgen elk een geheel eigen bewerking. We horen fraai harmonicawerk op “Oh Baby” (Little Walter) en “You Upset My Mind” (Jimmy Reed) en er is een hoofdrol weggelegd voor Leander in “Double Eyed Whammy”, dat we kennen van Freddie King. De EP is een prima debuut en uitstekend visitekaartje voor deze band. Ook de presentatie is goed verzorgd in een fraai hoesje met een foto van Kuno Mooren. De nog jonge muzikanten zijn in staat om een eigen draai te geven aan oude nummers. Een volgende stap is het maken van eigen werk. Het smaakt in ieder geval naar meer en ik ben benieuwd naar een vervolg

Website: www.thomastoussaint.com

Reacties (2)

In de vele jaren, die de Canadese Sunday Wilde al aan de muzikale weg timmert grossiert zij in prijzen en nominaties. Zij komt uit een klein plaatsje in Ontario en heeft het vak geleerd door op te treden waar zij maar de gelegenheid kreeg. Haar eerste cd kwam uit in 2007 en onlangs verscheen haar zesde, getiteld “Blueberries & Grits”.

Op het album staan tien nummers, waarvan vier van de hand van Sunday Wilde. Zij wordt hierop begeleid door uitstekende muzikanten als onder meer haar levenspartner bassist Reno Jack, Billy Earhart (Amazing Rhythm Aces), Watermelon Slim, Sturgis Nikides. De productie was in handen van Gary Vincent en het geheel is opgenomen in Memphis, Tennessee. Bijzonder aan het album is dat er alleen akoestische instrumenten zijn gebruikt met als opvallendste een uit 1857 daterend harmonium.

Geboden wordt een mix van blues, country, folk en jazz. Er valt veel te genieten. Mede door het gebruik van akoestische instrumenten klinkt het puur en eerlijk. Het zijn stuk voor stuk uitstekende nummers, waar voor mij persoonlijk het door Willie Dixon geschreven “John The Conquer Root” en het met Reno Jack gezongen “One Of These Days” er met kop en schouders bovenuit steken.

Website: www.hwy11records.com

Reacties (1)

Hij heeft de smaak te pakken, deze Mick Kolassa. Na ruim vijftig jaar lang de blues te hebben gespeeld bracht hij twee jaar geleden pas zijn eerste album uit. Inmiddels is zijn derde cd “Taylor Made Blues” uitgekomen. De titel is een verwijzing naar Taylor, Mississippi, de woonplaats van Kolassa. Net als op zijn beide eerste cd’s wordt hij ondersteund door het neusje van de zalm van de uit Memphis afkomstige muzikanten. Dat zijn onder meer Jeff Jensen, die de cd ook geproduceerd heeft, en Bill Ruffino van de Jeff Jensen Band, Eric Hughes, Victor Wainwright en Reba Russell.

Negen van de twaalf nummers zijn geschreven door Kolassa. De vier covers zijn goed gekozen en worden uitstekend uitgevoerd, maar de grote kracht van Kolassa ligt bij zijn eigen nummers. Hij is als geen ander in staat om zijn ideeën en gedachten in woorden te vatten en over te brengen op de luisteraar. De ene keer met humor en dan weer droevig. Een speciale vermelding verdienen nummers als “Taylor Made Blues”, een beschrijving van het rustige leven in zijn woonplaats, “With Friends Like Mine”, waarin hij vertelt blij te zijn met zijn vrienden, en “In The Day” gaat over mensen die terugverlangen naar vroeger, terwijl toen ook alles niet zo goed was.

Na de cd een aantal keer te hebben beluisterd kom ik tot de conclusie dat dit weer een prima werk is van Mick Kolassa. Een absolute aanrader.

De opbrengt van het album gaat volledig naar de Blues Foundation en wordt verdeeld over twee projecten, namelijk het HART Fund en Generation Blues.

Website: www.mimsmick.com


Reacties (3)

De Dave Chavez Band is de band met de uit Schiedam afkomstige Dave Slaratubun als spil. Naast zang en gitaar schrijft Dave ook de nummers en is hij het gezicht van de band. De band bestaat verder uit bassist Peter Offerman en drummer Darryl Ciggaar. Met “Loving BattleGround” is onlangs de tweede cd van de band verschenen.

Van de tien nummers zijn er negen door Dave geschreven; de cover is het van Ray Charles bekende “Hard Times”. Het trio wordt op een aantal nummers ondersteund door gasten als de blazers Jan de Ligt (saxofoon), Yavin Groenewegen (trombone) en David Mast (trompet), organist Rowan de Vos en gitarist Dusty Ciggaar. Dave heeft een prettige, heldere stem en hij beheerst zowel ballads als up-tempo stukken. Het album is van begin tot eind genieten en heeft de weg naar de cd-speler al diverse keren gevonden. Mijn favoriete nummers zijn het ingetogen “Are We Done”, waarop alleen Dave te horen is met begeleiding van Dusty Ciggaar op pedal steel, en het swingende “So Far Away”, dat mede door de blazers doet denken aan de zonnige Westcoast-stijl uit de vijftiger jaren. Het is naar mijn mening gewoon jammer dat de cd niet langer dan veertig minuten duurt. Hij smaakt in ieder geval naar meer.

Website: www.davechavez.band

Reacties (1)

Met “Relentless” heeft de Canadese Paul DesLauriers Band zijn tweede album uitgebracht. Zowel de band als de afzonderlijke leden, te weten zanger/gitarist/pianist Paul DesLauriers, bassist Greg Morency en drummer Sam Harrisson, hebben sinds hun oprichting diverse prijzen en nominaties in de wacht gesleept en in thuisland Canada is het eerste album prima verkocht.

Het nieuwe album “Relentless” bevat tien zelfgeschreven nummers. De muziek is van de band, teksten van DesLauriers en collega-muzikant Alec McElcheran. De titel “Relentless” (onbarmhartig, ongenadig) dekt de lading. De Paul DesLauriers Band is een typisch powertrio en staat stevig in de traditie die is begonnen door bands als Cream, Jimi Hendrix Experience en Robin Trower. Morency en Harrisson houden als ritmesectie de boel strak, maar weten ook de boel flink op te stuwen. Dit geeft DesLauriers de ruimte voor zijn bijdrage. Wat stijl betreft moet je denken aan stevige rock, die geënt is op blues. Mijn favoriete nummer is de ruim acht minuten lange powerballad “If I Still Had You”.

Website: www.pauldeslauriersband.com

Reacties (2)

Hij is geboren in Florida en groeide op in New York. Lee Delray raakte al jong geïnteresseerd in muziek en speelde in de tachtiger Jaren met zo’n beetje iedere band die hem wilde hebben. En dat betekende rock, pop, country, punk. Totdat hij de blues ontdekte door platen van o.m. Muddy Waters, Albert Collins en de drie Kings. In 2013 verscheen zijn debuut-cd “570-BLUES” op Alligator Records, waarmee hij veel lof oogste. Nu is zijn tweede album op JAC Records verschenen onder de titel “Brand New Man”.

Zanger/gitarist Delray vormt een trio met drummer Ken Conklin en bassist Scott Ward, die op negen van de tien nummers meespelen. Op het tiende nummer wordt hij bijgestaan door Rick Fleming (bas) en Papa John Mole (drums). Wat stijl betreft past hij prima in het bluesrock idioom. Stevig, doch melodieus. Hij is echter niet bang om zich buiten de geplaveide paden te begeven, wat in het bijzonder duidelijk wordt met het funky “First String Man”, waarin rapper Young Chizz te horen is. Lee Delray is een prima gitarist die ook zijn mannetje staat op de slidegitaar. Het is een prima album geworden met de nodige variatie. Niets baanbrekends of revolutionair, maar goed gemaakte bluesrock.

Website : www.leedelray.com

Reacties (1)

Tweeëntachtig jaar oud, een carrière van 65 jaar. Bobby Rush is momenteel de oudste nog levende actieve bluesmuzikant en hij heeft voorlopig nog geen zin om ermee te stoppen. Met zijn opwindende shows met sexy geklede dames en een mix van blues, soul en funk, die hij zelf ‘folk funk’ heeft genoemd, weet hij nog steeds de zalen tot koken te brengen.

                

Op 10 november 1933 wordt hij op een boerderij in de buurt van Homer, Louisiana geboren als Emmit Ellis Jr. Zijn ouders zijn Emmit Sr en Mattie Ellis. Vader Emmit is voorganger in de kerk in zowel Homer als in Pine Bluff, Arkansas. Op de eerste zondag van de maand preekt hij in Homer en op de derde zondag in Pine Bluff. Diens gitaar- en harmonicaspel vormen de eerste muzikale invloed op zoonlief. Als kind experimenteert deze al door met het ijzerdraad van een bezem en een siroopemmer een zogenaamde diddley bow te maken. Verder luistert hij veel naar de radio, voornamelijk stations die Country & Western speelden, zoals Roy Acuff en muziek uit de Grand Ole Opry. Samen met de gospel die hij in de kerk hoorde vormen deze zijn muzikale voorkeuren.

Rond 1946 verhuist hij met zijn familie naar Pine Bluff, Arkansas. Hier wordt hij vrienden met Elmore James, Boyd Gilmore en Moose John Walker met wie hij een band vormt. Hij is nog een tiener en plakt hij vaak een valse snor op om ouder te lijken, zodat hij met de band in de plaatselijke juke joints kan spelen. In Pine Bluff ziet hij voor het eerst optredens van bluesartiesten. De eerste is Big Joe Turner, daarna volgen onder meer Jimmy Reed, Muddy Waters en Howlin’ Wolf.  In 1953 verhuist de familie weer, nu naar Chicago. Hij woont naast Muddy Waters, met wie hij bevriend raakt. Rond deze tijd gaat hij zichzelf Bobby Rush noemen. Hij vond dat hij een naam nodig had, die snel en flitsend klonk. En omdat hij altijd haast had bleek ‘Bobby Rush’ een goede naam te zijn. Hij geeft er nu nog steeds de voorkeur aan dat mensen hem als zodanig aanspreken, niet Mr. Rush of Bobby, maar ‘Bobby Rush’. Hij werkt in de clubs in Chicago en omstreken samen met zijn vriend Muddy en met Jimmy Reed, Earl Hooker en anderen en verdient daarmee net genoeg om er niet in een fabriek bij te hoeven werken.

Rond 1960 treden hij, Earl Hooker en Ike & Tina Turner regelmatig op in de Bagerbar in Rock Island, Illinois. Bobby Rush raakt hij bevriend met de eigenaar van de club, die hem vraagt de huisband te worden en er ieder weekend op te treden. Clubs maken in die tijd vaak gebruik van een ceremoniemeester of komiek om het publiek te vermaken als de band pauze heeft. Als de gecontracteerde komiek het een keer laat afweten neemt Bobby Rush deze taak op zich. Hij verkleedt zich in een overall die hij voor weinig geld bij een tweedehandswinkel heeft gekocht, zet een pruik en snor op en vermaakt als ‘The Tramp’ de toeschouwers  tijdens zijn eigen pauze. Zowel publiek als clubeigenaar heeft niets door en op deze manier weet hij op deze avonden een dubbel inkomen te verdienen. Het duurt vijf maanden voordat de eigenaar hier achter komt, maar omdat het extra publiek trekt laat hij hem voorlopig zijn gang gaan.

                             

Begin zestiger jaren treden in zijn bands nog jonge mensen op als Luther Allison, Bobby King, Luther Johnson en Freddie King. Langzamerhand liet hij de pure Chicagoblues achter zich om zich te gaan richten op het chitlin circuit, waar het publiek meer open stond voor zijn uitdagende shows met sexy danseressen. Zijn muziek verandert ook en Bobby Rush richt zich meer op soul en funk met de blues nog steeds als basis. Zijn shows zijn uitdagend en opwindend en grijpen terug op de vaudevilleshows van de jaren twintig en dertig. Het geheel is opgebouwd rond de danseressen en staat bol van humor, die tegen het vulgaire aan zit, en opzwepende muziek. Begin zeventiger jaren staat hij met het door hem geschreven “Chicken Heads” in de Billboard R&B-lijst. Dit wordt zijn eerste gouden plaat. Dertig jaar later duikt het als gevolg van de film ‘Black Snake Moan’ opnieuw in de hitlijsten op.

In al die jaren heeft hij voor een aantal platenlabels, zoals Checker, ABC, Salem en Jewel, een flinke serie singles uitgebracht. In 1979 verschijnt zijn eerste volwaardige album, “Rush Hour”, dat wordt uitgebracht op het Philadelphia International label. Deze is geproduceerd door Kenny Gamble en Leon Huff. Aan het begin van de tachtiger jaren verhuist Bobby naar Jackson, Mississippi. Daar ligt nog een stuk familiegeschiedenis. Zijn overgrootmoeder aan moeders kant is er als slaaf geboren. Door haar blanke halfbroer is zij met haar broers en zusters stiekem van haar vader/plantage-eigenaar weggevoerd naar Eudora, Arkansas, waar zij in vrijheid konden leven.  De moeder van Bobby Rush liet hem beloven nooit naar deze plaats terug te gaan. Maar blijkbaar is bloed dikker dan water. In Jackson maakt hij opnamen voor het LaJam label. De stijl keert zich nog verder af van de echte blues en draait meer naar de funk. Met het eerste album dat hierop verschijnt, “Sue” in 1981, verdient hij een gouden plaat. Tot en met 1990 brengt Bobby Rush regelmatig albums en singles uit. In 1991 wisselt hij naar het Urgent label, waar hij datzelfde jaar met “I Ain’t Studdin’ You” opnieuw een gouden plaat binnenhaalt. Halverwege de negentiger jaren tekent Rush bij Waldoxy. Rond deze tijd keert hij weer wat meer terug naar de blues.

Samen met Greg Preston begint hij in 2003 zijn eigen label, Deep Rush. Naast zijn eigen albums verschijnen hier ook albums op van anderen, waaronder die van Dexter Allen. Met “FolkFunk” keert Bobby Rush in 2004 terug naar de ouderwetse blues. Op dit label zullen met enige regelmaat albums van Bobby Rush verschijnen.

In de ruim 65 jaar die zijn muziekcarrière nu al beslaat heeft Bobby Rush overal op de wereld opgetreden. Zo is hij in 2007 de eerste bluesartiest die in China optreedt, wat hem de titel ‘International Dean of the Blues’ oplevert. Hij wordt benoemd als Friendship Ambassador of the Great Wall wanneer hij daar het grootste concert ooit houdt. Zijn prijzenkast puilt uit met nominaties en prijzen, waaronder die als Best Male Soul Blues Artist, Best Acoustic Artist en Best Acoustic Album (voor de cd “Raw”) en een Grammy nominatie. In 2006 wordt hij opgenomen in de Blues Hall of Fame.

 

Zoals ik dit artikel begon, hij is 82 jaar oud en heeft een carrière van 65 jaar om op terug te kijken. Nog heeft Bobby Rush geen zin om achter de geraniums te gaan zitten. Hij treedt nog steeds op. Het zijn weliswaar niet meer de jaarlijkse 200+ optredens die hij enkele jaren geleden nog wist op te brengen, maar met regelmaat brengt hij nog steeds dezelfde opwindende shows. Ook het maken van opnamen gaat nog steeds door. In september 2016 zal het nieuwe album “Porcupine Meat” verschijnen. Met een citaat uit een interview, dat ik op 1 juni 2016 met hem had toont Bobby Rush zijn drijfveren: “Ik ben weliswaar 82 jaar oud, maar ik ben nog steeds aan het leren en studeren. Ik ben nog steeds enthousiast, wil mensen ontmoeten, anderen stimuleren. Met mijn 82 jaar ben ik, geloof ik, de oudste nog levende actieve bluesartiest. Samen met mijn goede vriend Buddy Guy, die net een paar jaar jonger is, laat ik zien dat je op onze leeftijd nog steeds actief kunt zijn en jezelf kunt ontwikkelen.”

Website: www.bobbyrushbluesman.com

Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl