barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Laatste artikelen

Cherry White is een bluesrockformatie uit Londen die in en rond hun woonplaats al een behoorlijke faam hebben vergaard. Dit hebben zij bereikt door gewoon hard te werken en veel op te treden; zij hebben bv. al hun tweehonderdste optreden in de legendarische 100 Club mogen vieren. De band is in 2009 opgericht en bestaat uit de in Litouwen geboren zangeres Donata Sounds , gitarist Russell Jones, bassist Ralph Beeby en drummer Felipe Drago. Anderhalf jaar geleden verscheen een eerste EP met zes nummers.

Onlangs kwam de single “Say My Name” op de markt. Het is een duet, gegoten in een prima bluesrockjasje. Het nummer begint rustig en bouwt naar het einde steeds meer op naar een climax. Opvallend is de goede stem van Donata, die geschikt is voor zowel ballads als rauwe rock. In het nummer wordt een stem gegeven aan mensen die zich, om welke reden dan ook, buitengesloten voelen. Iets wat in de huidige tijd een actueel onderwerp is. Donata en haar mannen trotseren deze negatieve stroom. Een prima single.

Het nummer kan via de website worden gedownload.

Website: www.cherrywhitemusic.com

Reacties

De in Zweden woonachtige Amerikaanse troubadour Eric Bibb is een van de beste hedendaagse vertolkers van de akoestische blues en folk. Met zijn donkere, heldere stemgeluid, zijn virtuositeit op gitaar en de vertolking van zowel eigen nummers als die van de anderen weet hij al decennia lang zijn publiek te bekoren. Ongeveer tegelijk met het verschijnen van zijn cd “Migration Blues” bracht Eric Bibb een kort bezoek aan ons land, waar hij in Rotterdam, Zaandam en Heerlen optrad. Hier volgt het verslag van zijn optreden op 23 maart jl. in Jazzcafé BIRD in Rotterdam. Een fraaie locatie in het centrum van Rotterdam. Een niet al te grote zaal, wat optredens als deze intiemer maken. Jammer alleen dat een behoorlijk deel van de zaal werd bezet door een praatgraag publiek. Storend voor de echte muziekfans.

Als voorprogramma trad de jonge Engelse zanger/gitarist Rob Green op. Green, die afkomstig is uit Nottingham, Engeland is een veelbelovende singer-songwriter, die, nadat hij door Gregory Porter was ontdekt, inmiddels zijn eerste EP op de markt heeft gebracht. Het was, zo vertelde hij, zijn eerste optreden buiten Engeland. Singer-songwriter is overigens een wat beperkte aanduiding, want Green is overduidelijk een getalenteerde entertainer. Naast een goed muzikant en zanger weet hij als geen ander het publiek te bespelen. Zijn set bestaat volledig uit zelfgeschreven nummers. Tussendoor vertelde hij er wat over, maakte grappen en hij wist de aandacht van begin tot eind vast te houden. Een talent waar we zeker nog meer van zullen horen.

Na een korte pauze was het tijd voor Eric Bibb, die ons in de komende anderhalf uur meenam op een reis door zijn uitgebreide catalogus van eigen werk en covers. Hij begon met het welbekende “Going Down Slow”, een nummer dat wordt toegeschreven aan St. Louis Jimmy Oden. Hierna betrad de Finse Olli Haavisto het podium, die Eric de rest van de avond zou begeleiden op gitaar, slidegitaar en steelguitar. Het tweede nummer was het eigen werk “Silver Spoon”, waarin Eric vertelde over gelukkige en rijke jeugd. Dit werd gevolgd door drie nummers van Lead Belly (“Bring A Little Water, Sylvie”, “Stewball” en “Bourgeois Blues”). Na “Down The Road Feeling Bad” van John Cephus en “With My Maker I Feel One” was het tijd voor het enige nummer van de nieuwe cd. “With A Dolla' In My Pocket” gaat over de reis die veel Afrikaans-Amerikanen in de eerste helft van de twintigste eeuw ondernomen om te ontsnappen aan de armoe en terreur van de zuidelijk staten en zich gingen vestigen in het rijkere noorden van de VS. Migratie is de rode draad die door de nieuwe cd “Migration Blues” loopt en het onderwerp van dit nummer is daar een goed voorbeeld van. Hierna volgden nog de bekende nummers “Connected”, het Rev. Gary Davis nummer “I Heard The Angels Singing” en de Lightnin' Hopkins cover “Needed Time”.

         

Het was een optreden van een Eric Bibb, zoals we hem kennen. Rustig, vriendelijk en soeverein. Tussen de nummers door vertelt hij er iets over. Zijn gitaarspel en zang zijn heerlijk om naar te luisteren en de bijdrage van Olli Haavisto met slide en lapsteel maakt het net wat kruidiger. Zelf had ik wat meer nummers van de nieuwe cd verwacht, maar het ontbreken hiervan heeft het optreden zeker niet minder mooi gemaakt.

Reacties (2)

Op 31 maart verschijnt de nieuwe cd van Eric Bibb, “Migration Blues”. Op deze cd zingt hij over mensen die noodgedwongen hun land moeten verlaten, hetzij door oorlog, honger of uit economische redenen. Vooruitlopend op het uitkomen hiervan maakt hij een korte tournee door ons land. Op 23 maart trad hij op in Jazzcafé Bird in Rotterdam, waar ik de gelegenheid kreeg hem te interviewen. Eric Bibb blijkt een prettige en vriendelijke gesprekspartner te zijn, die zijn antwoorden weloverwogen kiest en alle tijd neemt voor het gesprek.

Eric, hartelijk dank voor dit interview. Volgende week komt jouw cd “Migration Blues”uit. Deze gaat over migratie, mensen die hun land ontvluchten vanwege oorlog of honger. Hoe ben je op dit onderwerp gekomen?

Het idee kwam van Philippe Langlois van Dixiefrog Records. Hij zei: “Eric, jij hebt altijd een mening over maatschappelijke gebeurtenissen en misschien is het concept van vluchtelingen iets dat jou kan inspireren”. Zo kwam ik op het idee dat wij allemaal immigranten zijn. We hebben allemaal wel iemand in onze familie die ooit van de ene plaats naar de andere zijn verhuisd. Daar is niets nieuw aan. Ik begrijp de hysterie niet. Mensen die aan oorlogen proberen te ontkomen. Ook dat is niets nieuws. Ontsnappen aan oorlog en terreur of weggaan om economische redenen. Anders laat je jouw eigen huis en haard niet achter. Ik begon te denken aan de immigratie uit mijn eigen familie. Met mijn Afrikaans-Amerikaanse achtergrond was dat al een heftige gedwongen migratie. Ik denk ook aan hen die het landelijke zuiden van de VS verlieten en naar het noorden gingen. Niet alleen vanwege de betere banen, maar ook om te ontsnappen aan angst en lynchpartijen. Het onderwerp is mij dus heel na en het is een verhaal dat door de blues kan worden verteld. Ik zag daarbij overeenkomsten met wat er nu gebeurt en wat er in de jaren 20 gebeurde toen mensen van het zuiden naar het noorden trokken. En zo kreeg ik voldoende ideeën voor nieuwe nummers, die dit verhaal kunnen vertellen. Ik ben blij dat Philippe met het idee kwam en dat ik het zo kon uitwerken. We moeten ons realiseren dat het niet nieuw is, maar van alle tijden.

Denk je dat deze cd helpt dat mensen zich bewust worden van het probleem?

Ik hoop van wel. Het lijkt erop dat deze cd verder reikt dan alleen de muziekpers. Er komt ook aandacht van andere media. En het zou kunnen zijn dat de boodschap van de cd verder komt. Ik ben blij dat ik dat heb kunnen doen.

Denk je dat er een overeenkomst is tussen hen die vluchten vanwege economische redenen en zij die dat door oorlog en honger?

Dit gaat vaak samen. In Iran bijvoorbeeld is door het weer al jarenlange droogte. Er is geen oogst, er zijn geen banen. De ellende die hierdoor ontstaat gaan vaak hand in hand met nieuwe machthebbers, oorlog e.d. Zoals ik al zei, je verlaat niet jouw ouderlijk huis en vlucht naar een andere plaats zonder te weten wat jou daar wacht, wat jou onderweg kan gebeuren als je niet ander kan. Deze mensen hebben vaak geen keus. Deze mensen willen overleven, ze willen dat hun kinderen overleven. “Four Years, No Rain” op de cd is een beschrijving hiervan.

Op “Migration Blues”heb je twee covers opgenomen. Bob Dylans “Masters of War” en Woody Guthries “This Land Is Your Land”. Terwijl jouw eigen nummers gaan over de reis of vlucht, is Dylans nummer een aanklacht. Waarom deze keuze?

“Masters Of War” leek mij een logische keuze. Als je ziet wat er nu gebeurt. Mensen verlaten vaak hun thuis vanwege een gewapend conflict. En je hebt geen gewapende conflicten als er niemand is, die wapens produceert voor financieel gewin. Het zou er heel anders uitzien als er nog steeds met pijl en boog zou worden gevochten. Want, eerlijk, er zijn criminelen, die iedereen kent en de hoogste posities in de maatschappij bekleden, die geld verdienen aan de vernietiging van mensen. En dat moet duidelijk worden gemaakt. Dit kunnen we stoppen als we dat zouden willen. We kunnen best kritischer zijn over hen die wapens produceren. Ook regeringen kunnen ervoor zorgen dat dit wordt ingeperkt. Het is toch te gek als je je realiseert dat er niet voldoende voedsel is voor iedereen, maar er zijn wel voldoende wapens zijn om iedereen te doden. Er zijn plaatsen waar ze niet eens kinderen te eten kunnen geven, maar ze hebben daar wel het beste wapentuig.

Op de cd werk je samen met Michael Jerome Browne en Jean-Jacques Milteau. Waarom heb je hen gekozen?

Michael Jerome Browne komt uit Quebec in Canada. Hij is een fantastische muzikant waar ik al veel jaren mee samenwerk. Ik wilde vertellen over migratie, dat dit iets is dat al vele jaren aan de gang is. Het moest iets organisch worden en ik besloot dat een akoestisch album hier het meest geschikt voor zou zijn. Ik had het gevoel dat een grote studioproductie de boodschap zou verzwakken. Als het direct en minimalistisch zou zijn zouden mijn woorden beter overkomen. En Michael was mijn eerste keuze omdat hij een specialist is op diverse akoestisch instrumenten. En Jean-Jacques Milteau is een geweldige harmonicaspeler met wie ik het Lead Belly album heb gemaakt. Ik stelde aan Philippe van Dixiefrog voor om samen te werken met Michael. En hij kwam met het idee om Jean-Jacques er ook bij te betrekken. En dat vond ik een geweldig idee. Er is iets met het treurige geluid van de harmonica dat hier prima past.

Je hebt zelf op diverse plaatsen gewoond. Geboren in New York en verhuisd naar Europa waar je in Frankrijk, Finland en Zweden hebt gewoond.

Dat klopt. Ik ben ik New York geboren en opgegroeid. Al vrij jong ben ik naar Europa verhuisd. Eerst heb ik in Parijs gewoond. Later in Zweden, Engeland en Finland en nu weer in Zweden. Ik ben een hedendaagse hobo.

Is er ondanks al die verhuizingen en reizen een vaste waarde die je overal mee naartoe neemt?

Ja zeker, de muziek. Muziek is de vaste waarde. Muziek bracht me naar Europa en het heeft me geholpen mij met mensen te binden. Mensen die zich door dezelfde rootsmuziek met elkaar verbonden voelen. Dat hielp ook tegen de heimwee. Zo bleef ik verbonden met mijn achtergrond en maakte met muziek ook weer nieuwe vrienden. Mijn migratie is een eigen keuze geweest. Hierdoor kon ik dingen ervaren die er heel anders uit hadden gezien wanneer ik alleen mijn Amerikaanse ervaringen zou hebben gehad. Ik heb natuurlijk een veel gemakkelijkere migratiegeschiedenis dan veel van mijn broeders en zusters uit het Midden-Oosten en Afrika. Ik kwam voor het eerst in Europa toen ik 13 jaar oud was. Mijn 13e verjaardag vierde ik in Kiev. Mijn vader, Leon Bibb, toerde toen door de Sovjet Unie. Ik kwam toen ook in Stockholm en dat beviel me daar toen al. Misschien is dat de reden dat ik daar later nog eens zou komen te wonen.

Heeft het vele reizen en verhuizen invloed gehad op jouw zienswijzen en ideeën?

Absoluut. Weet je, het is een geschenk om andere culturen te ontdekken. Om andere talen te leren. Om te leren hoe men denkt door hun taal te leren spreken. Zoiets is heel mooi. Het leert je om toleranter te zijn , om meer open te staan voor andere culturen, hoe dingen worden gedaan, hoe men kookt, zich kleed. Het is goed geweest om een andere cultuur te leren kennen op een leeftijd dat ik nog gevormd moest worden. Dat heeft mijn kijk op de wereld zeker veranderd. Bijvoorbeeld, toen ik voor het eerst in Parijs kwam werden mijn ervaringen met de mensen uit Afrika veel groter dan wanneer ik in New York zou zijn gebleven. Frankrijk is meer kosmopolitisch, gevarieerder. Ik kom van een intellectuele familie in New York en we kregen veel vrienden over de vloer, ook uit andere landen. Maar het was niet te vergelijken met wat ik in Frankrijk n Europa heb geleerd. En ook later toen ik naar Zweden verhuisde. Er waren daar veel migranten uit Zuid-Amerika en Afrika. Veel muzikanten ook, die ik daar heb leren kennen. Als ik in New York was gebleven had ik zeker een rijk muzikaal leven gehad, maar het zou niet zo verrijkt zijn geweest met smaken van over de hele wereld.

Wat zijn jouw ideeën als een in Europa wonende Amerikaan over de politiek in de VS?

Ik ben verbaasd, angstig verbaasd, dat het zo ver is gekomen dat iemand als hij is gekozen tot leider van de zogenaamde vrije wereld. Ik kan het niet verklaren en het heeft mij geschokt. Ik ben benieuwd waar dit toe zal leiden, want het ziet er niet naar uit dat het een stabiele toestand is. Iedereen houdt de adem in. Het is typisch voor deze tijd. Ik bedoel, als het in een land als de VS, die de wereldpolitiek zo lang hebben gedomineerd, zo onrustig is. Ook in Europa verschijnen scheuren in de ondergrond. We weten niet wat er straks in Frankrijk gebeurt. Mensen worden bang gemaakt. Het zoeken van een zondebok doet mij denken aan wat er in de dertiger jaren in Duitsland gebeurde. Heel angstig. Gelukkig gaf Nederland onlangs het signaal af door niet op de verkeerde kandidaat te stemmen. Maar, net als in Zweden, zijn er nog te veel die niet de juiste keuze hebben gemaakt.

Vanavond treed je op in dit Jazzcafé. Wat kunnen we verwachten?

Ik ben al heel lang niet in Rotterdam geweest, dus heb ik gekozen voor nummers die het publiek zullen aanspreken. Nummers die uit mijn hele repertoire komen en ook wat van de nieuwe cd. Daar vertel ik dan iets over. Ik wil mensen duidelijk maken dat muziek de nieuwe heelmeester is, dat men zich realiseert dat we allemaal een familie zijn en met elkaar verbonden zijn. Dit is het mooie van muziek en world music in het algemeen. Als je muzikanten uit andere delen van de wereld hoort dan begrijp je dat. Muzikanten zijn de voorhoede, die mensen kunnen verbinden. Lang voordat politici daar aan toe komen. En ik ben blij daar een deel van te mogen zijn. Er zullen altijd mensen blijven die bang zijn voor verandering, maar hopelijk zijn er ook die vinden dat het tijd is voor verandering en dit ook zullen omarmen.

Reacties (1)

Dat Eric Bibb maatschappelijk, cultureel en sociaal bewogen is blijkt wel uit de vele nummers die hij heeft uitgebracht op zijn catalogus, die inmiddels ruim veertig albums groot is. Voor zijn recente album “Migration Blues” haalt hij het probleem aan van de vluchtelingen. Hij beschrijft de nood vluchtelingen uit het heden (Syrië) als het verleden (van Mississippi naar Chicago). Ook hij is de halve wereld rondgereisd van zijn geboorteplaats New York via onder meer Frankrijk en Finland naar Zweden, waar hij nu woont. Hoewel dat uit eigen keus is weet hij wat het is om van alles achter te laten en elders opnieuw te beginnen.

Op “Migration Blues” wordt Eric Bibb begeleid door Michael Jerome Browne (gitaar, zang, banjo, mandoline, triangle) en JJ Milteau (harmonica). Het album bevat vijftien nummers, waarvan acht zijn geschreven door Bibb. Daarnaast horen we onder meer covers als “This Land Is Your Land” (Woody Guthrie) en “Masters Of War” (Bob Dylan). Het eerste nummer, “Refugee Moan”, laat de luisteraar nadenken over hoe het is om alles achter te moeten laten zonder te weten wat de toekomst brengt. In “Delta Getaway” en “With A Dolla’ In My Pocket” wordt de trek beschreven van de armoe in Mississippi naar de welvarende noordelijke steden, en in “Diego’s Blues” horen we over de Mexicanen die in het begin van de 20e eeuw naar Mississippi trokken om daar hun bestaan op te bouwen. “Prayin’ For Shore” beschrijft de reis van de huidige vluchtelingen uit de oorlogsgebieden en hun reis naar Europa. “Four Years, No Rain” is de vlucht uit de Iran vanwege droogte en slechte oogst. En de laatste reis – de laatste vlucht – die een mens onderneemt horen we in “Mornin’ Train”. Er klinkt hoop in “Brotherly Love” (I still believe we can find a way. To live in peace – I do, how ‘bout you?)

Een prachtige cd. Goed geschreven, goed gemusiceerd en als een ware bluesman heeft Eric Bibb een actueel thema weten beschreven en in een grote context weten te plaatsen. Grote klasse.

Website: www.ericbibb.com

Reacties (2)

Chris Antonik is een Canadese zanger en gitarist, die in zijn thuisland tijdens zijn relatief korte carrière al behoorlijk indruk heeft weten te maken. In 2011 werd hij genomineerd voor de Maple Leaf Blues Award, zijn tweede album werd het beste Canadese rockalbum van 2013 genoemd, van zijn gitaarspel wordt gezegd dat het een kruising tussen dat van B.B. King en Eric Clapton is. Niet gering allemaal. Antoniks debuutalbum, simpelweg “Chris Antonik” getiteld, verscheen in 2010, drie jaar later gevolgd door “Better For You”. Met “Monarch” ligt nu zijn derde cd in de winkel.

Twaalf nummers zijn eigen werk, geschreven door Chris Antonik en zijn bandleden en anderen die aan de cd hebben meegewerkt. De enige cover is het Bloomfield/Gravenites nummer “You’re Killing My Love”. De bandleden zijn drummer Chuck Keeping, bassist Guenter Kapelle, toetsenspeler Jesse O’Brien en de achtergrondzang wordt gedaan door Samantha Martin en Delta Sugar. De door Antonik (mede)geschreven nummers verhalen voor een groot deel over loslaten en vergeving. Waarschijnlijk geïnspireerd door persoonlijke gebeurtenissen. Deze ervaring zijn verpakt in een zeer fraai bluesjasje. Het zijn stuk voor stuk prima uitgevoerde nummers. De muzikanten en technici zijn dan ook niet de eerste de besten, wat een blik hun cv’s in internet al verraadt. Maar goede begeleiders om je heen verzamelen is niet voldoende. Om goede muziek te maken moet er ook een goede ‘klik’ zijn, en die is hoorbaar aanwezig. Daarnaast is Chris Antonik ook een goed zanger en uitstekende gitarist. Het is een cd om van begin tot eind van te genieten. Mijn persoonlijke favoriete nummers zijn de slowblues “The Monarch And The Wrecking Ball” en het soulvol gezongen “The Art Of Letting Go”.

Website: www.chrisantonik.com

Reacties (3)

Thornetta Davis is een zangeres met een enorme staat van dienst. Als voorbeelden noem ik de meer dan dertig Detroit Blues Awards in de kast, samenwerking met onder meer Bob Seger en Kid Rock, een eigen soloalbum, wereldwijde tournees en muziek die te horen was in films, commercials en tv-series. Haar “Cry” uit 1996 was bijvoorbeeld te horen in The Sopranos. In 1996 verscheen haar eerste cd, “Sunday Morning Music”. Een tweede album heeft ruim twintig jaar geduurd; een periode waarin Thornetta zeker niet heeft stilgezeten, gezien haar staat van dienst.

“Honest Woman” is de naam van de betreffende tweede solo-cd, waarop dertien nummers te vinden zijn, waarvan twaalf van de hand van Thornetta zelf. Zij wordt begeleid door topmuzikanten, waarvan Kim Wilson en de broers Larry en Steve McCray de bekendste zijn. De cd begint met het enige nummer dat niet door haar zelf is geschreven. Het is een gedicht van haar zus Felicia, “When My Sister Sings The Blues”, waarop deze slechts wordt begeleid door gitarist Brian Roscoe. Op de rest van cd is het podium voor Thorrnetta. Het is een mix van stijlen en tempo’s, variërend van gospel en Memphis soul tot rauwe Detroit blues. Davis heeft een stem die zowel kan fluisteren als brullen. Mijn persoonlijke favorieten zijn de funky gospel “Set Me Free”, de ballad  “(Am I Just A) Shadow” en het rockende  “I Believe (Everything Gonna Be Alright)” met vlammende slidegitaar van Brett Lucas.

“Honest Woman” is een cd die mij van begin tot eind blijft fascineren. Opwindend en ontroerend. Ik hoop niet dat het weer twintig jaar duurt voor we weer iets nieuws van haar te horen krijgen.

Website: www.thornettadavis.com

Reacties (2)

De in 1976 in Sheffield geboren Sean Webster heeft met “Leave Your Heart At The Door” zijn zesde cd uitgebracht. Als 14-jarige begon hij met gitaar spelen, hij maakte deel uit van de bluesrockformaties The Journeymen en Stateside. De laatste doopte hij om in de Sean Webster Band. Na een verblijf met zijn gezin in Australië vestigde hij zich in 2013 uiteindelijk met zijn Nederlandse vrouw in Giethoorn. De Sean Webster Band heeft in zijn bestaan al flink wat personeelswisselingen gezien. Iets wat kennelijk nog steeds gaande is, want een deel van de muzikanten die op de cd te horen zijn doen niet mee aan Websters recente tournee.

Op “Leave Your Heart At The Door” horen we naast zanger en gitarist Webster nog Greg Smith (basgitaar), Joel Purkess (drums) en Bob Fridzema (toetsen). Opvallend is dat er geen tweede gitarist meer in zijn band zit. Van tien nummers zijn de tekst en muziek van de hand van Webster. De enige cover is “’Til Summer Comes Around”, dat we kennen van de Australiër Keith Urban. Na het album eerst volledig te hebben beluisterd valt het mij op dat Sean Webster wat minder ruig voor de dag komt dan op zijn eerdere werk. Er is meer ruimte voor ballads, wat rustmomenten, die het geheel gevarieerder en interessanter maken. Niet dat het een softe plaat geworden is, integendeel, gas geven kan hij nog steeds. Dat is meteen al duidelijk bij het eerste nummer “Give Me The Truth” en een nummer als “You Got To Know”. Mooie ballads als “Wait Another Day” en - met de Arnhemse zangeres PennyLeen Krebbers - “I Don't Wanna Talk About It”  en een slowblues als “Silence In My Heart” zorgen voor de nodige variatie. Een prima album.

Website: www.seanwebsterband.com

Reacties (3)

De uit Noorwegen afkomstige Billy T Band is gevormd rond de in New York geboren William R. Troiani. Hij speelde vele jaren in de begeleidingbands van o.m. Eddie Kirkland en Tom Russell en begeleidde daarnaast nog een hele lijst aan artiesten. In 1997 verhuisde hij naar Noorwegen, waar hij de huisband leidde in de legendarische Muddy Waters Blues Club in Oslo. Met zijn Billy T Band zorgde hij voor de backing van Amerikaanse artiesten, die Noorwegen bezochten. Naast de al genoemde William Troiani (zang, bas) bestaat de band verder uit Haakon Hoeye (gitaar, orgel, percussie), Ian F. Johannessen (gitaar) en Robert Alexander Pettersen (drums).

“Reckoning” is de vierde cd die door de Billy T Band is uitgebracht. Negen van de nummers zijn eigen werk van de band. Naast de genoemde bandleden horen we op het album nog een klein legertje aan andere muzikanten met blazers, strijkers, percussie en zang, waarbij vooral de stem van Elvy Elisabeth Vefall indruk maakt. Het resultaat is een overvloed aan blues, r&b en Stax-soul. Maar het is smaakvol ingezet en het wordt niet te weelderig. Muzikaal staat het als een huis. Bas en drums leggen een stevig fundament. Troiani beschikt over een stevig soulvol stemgeluid. Mijn favoriete nummers zijn het funky “It Ain’t Right” met een maatschappijkritische tekst, en de soulballad “I’ve Been A Fool”, dat af en toe doet denken aan iemand als Percy Sledge.

Een prima plaat, deze “Reckoning” van deze goede Noorse band. 

Website: www.billytband.com

Reacties (2)

Johnny Mastro & Mama’s Boys is zeker geen onbekende in deze contreien. Regelmatig hebben zij onze lage landen bezocht en zijn zij altijd een welkome gast geweest. De cd die onlangs op mijn deurmat belandde, “Never Trust The Living”, is eigenlijk al in 2015 uitgebracht en is toen al bij hun concerten te koop geweest. Maar nu wordt deze ook officieel uitgebracht en is ook via de gebruikelijk verkoopkanalen te verkrijgen. De band is oorspronkelijk afkomstig uit Los Angeles, maar woont inmiddels al weer enkele jaren in New Orleans. Naast voorman Johnny Mastro (zang, mondharmonica) bestaat deze uit gitarist Smokehouse Brown, bassist Dean Zucchero en drummer Rob Lee. Mastro en Brown zorgen voor de eigen nummers.

Het album begint met een vals lachje van Mastro als intro van “Snake Doctor”, de eerste van de elf nummers op het album. Acht ervan zijn eigen composities van Mastro al dan niet in samenwerking met Brown. Elf nummers met diepe blues, goede gevarieerd van vlotte riedels tot bedachtzame ballads. Het gitaarwerk is ruig, het fundament van drums en bas staat als een huis, en de harmonica is deels sprankelend, deels rauw. Mijn favoriete nummers zijn de bedachtzame ballad “Don’t Believe” en de geheel eigen versie van Freddie Kings “The Sad Night Owl”.

Met “Never Trust The Living” hebben Johnny Mastro & Mama’s Boys weer een mooi album afgeleverd. Bij mij ligt hij al met regelmaat in de cd-speler en ik denk dat dit nog wel even zal aanhouden.

Website: www.johnnymastro.com

Reacties (2)

Hoewel Lee Palmer zijn hele leven in de muziek heeft gezeten verscheen zijn debuutalbum pas toen hij al zestig jaar oud was. Kennelijk heeft hij de smaak te pakken, want nu, vier jaar later, ligt zijn vierde album in de winkels. Palmer wordt in 1953 geboren in het plaatsje Hartwick, ergens aan de Canadese oostkust. Hij is daar lid van diverse bands en begin jaren 80 verlaat hij zijn woonplaats en verhuist hij naar Toronto. Hij woont nu in Etobicoke, een voorstad van Toronto.

Wat stijl betreft zou je de muziek van Lee Palmer een mix kunnen noemen van blues en americana. Hij komt nog het dichtst bij de zogenaamde Tulsa sound. Niet geheel toevallig staan er een paar odes aan J.J. Cale op de cd. Op “Bridge” heeft hij zich weten te omringen door een groep uitstekende sessiemuzikanten uit Toronto, aldaar bekend onder de naam ‘The One Take Players’. De tien nummers op de cd zijn allemaal van de hand van Palmer zelf. Het eerste nummer is “That’s No Way To Go”, waarin hij zingt over Glen Campbell, die aan Alzheimer lijdt. In “Tulsa Sound” en “My Old Man” brengt hij een twee odes aan zijn held J.J. Cale. Laatstgenoemde nummer en het rockende “Our Love Bears Repeating” zijn mijn twee favorieten van dit album.

Palmers vorige album “Like Elway” gooide internationaal hoge ogen. Het zou mij niets verbazen dat deze laatbloeier dit met “Bridge” ook gaat doen.

Website: www.leepalmer.ca

Reacties (2)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl