barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Laatste artikelen

Dat de blues dood zou zijn wordt al sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw gezegd. Niets is minder waar. Blues is, net als alles, onderhevig aan ontwikkeling en evolutie. Dat is wel duidelijk door de jonge muzikanten die dit genre in hun hart hebben gesloten en er mee aan de slag gaan. Een van hen is de uit het Australische Perth afkomstige Matty T Wall. Na zijn debuutalbum “Blue Skies” in 2016, waarop hij duidelijk nog zoekend was, lijkt hij nu zijn stijl gevonden te hebben.

Op “Sidewinder” staan twaalf nummers, waarvan acht van eigen hand. Wall wordt begeleid door Stephen Walker (bas) en Ric Whittle (drums). Daarnaast horen we nog blazers, keyboard en strijkwerk. Wat stijl betreft bevindt Wall zich ergens tussen rock en blues, waarbij ook invloeden uit boogie, soul en hardrock te horen zijn. Naast een uitstekend en smaakvol gitarist is hij een prima zanger. Hoewel ik wel een puntje van kritiek heb in een nummer als “Change Is Gonna Come”. Hierin hoor je duidelijk dat hij zijn stem moet forceren om er voldoende soul in te leggen. Verder past het allemaal prima. Bij een nummer als “Something Beautiful” pas de stem weer prima. Schoenmaker blijf bij je leest. Andere nummers die het vermelden waar zijn, zijn de stevige uitvoering van Freddie Kings “Going Down”, het zelfgeschreven “Can’t Stop Thinkin’” en “Mississippi KKKrossroads”, een soort hardrock/hiphop dat duidelijk is geïnspireerd door Nina Simones “Mississippi Goddamn”. Prima cd.

Website: www.mattytwall.com

Reacties (2)

De in de Peel geboren Theo Sieben vertrok na zijn studie aan het conservatorium via België naar Amsterdam. Daar werkte hij als sessiegitarist, componeerde muziek voor zowel film als dans en theater. Hij werkte samen met o.m. Henny Vrienten, met wie hij rondtoerde, Ellen ten Damme en Frederique Spigt en maakte hij deel uit van de band van Douwe Bob.

In de zomer van 2017 speelde hij op straat en de terrassen in Zeeland om nieuwe nummers uit te proberen. Dit resulteerde in het album “Market Meat”, waar twaalf van deze nummers op terecht zijn gekomen. De meeste nummers zijn gespeeld op National Resonator gitaren en enkele op een oude Oostblokgitaar, die na de opnamen is gekocht door Ry Cooder. Als rode draad loopt de klassieke blues door de cd met bewerkingen van nummers van o.m. Skip James, Robert Johnson, Mississippi Fred McDowell. Theo Sieben begrenst zich echter niet tot deze stijl en kijkt over de grens naar wat tegenwoordig rootsmuziek of americana wordt genoemd. We horen ook een nummer van Bob Dylan, een bewerking van een de oude folksong “Pretty Saro”,  en hij maakt rootsmuziek van het aloude “The Humpback Whale” van de Engelse bandleider/componist Harry Robertson.  Blij verrast was ik zelf met “Life Is Fine” van de veel te vroeg overleden Rainer Ptacek.

Theo Sieben heeft “Market Meat” duidelijk met veel liefde voor de echte handgemaakte muziek gemaakt. Het zijn twaalf nummers van hoge kwaliteit en zouden door iedere fan van echte muziek gehoord moeten worden. De cd is alleen digitaal verkrijgbaar. Kijk hiervoor op de website www.theosieben.com .

Reacties (1)

The Little Red Rooster Blues Band viert dit jaar het 30-jarig bestaan en doen dat in stijl met een nieuw album met vijftien eigen nummers. Nu is dit voor deze band niet zo vreemd, want op hun vorige zes cd’s staat ook uitsluitend eigen materiaal. De band bestaat uit Kevin McCann (zang, gitaar), Dave Holtzman (harmonica, zang), Jeff Michael (bas) en Bob Holden (drums) en speelt een mix van Chicago en Westcoast blues.

Op “Lock Up The Liquor” krijgen de heren assistentie van Anthony Geraci (piano) en Steve Guyger, die op een van de nummers harmonica speelt. De vijftien bluesnummers zijn liggen goed in het gehoor en het is duidelijk dat de band tijdens optredens de voetjes van de vloer krijgt. Meteen bij de opener “Pitchin’ Woo” zit de vaart er goed in. Af en toe worden uitstapjes genomen naar  bv country “Rather Be Lonesome” en r&b in “Lock Up The Liquor”. Ook met humoristische teksten kunnen de heren uit de voeten, zoals zij laten horen in “Thrift Shop Rubbers”. Bijzonder mooi is het aan James Cotton gewijde “Cotton Mouth”. Een goed album met origineel werk.

Website: www.littleredrooster.com 

Reacties (2)

Vorig jaar kwam de Andreas Diehlmann Band uit met hun zelfgetitelde debuut-cd. Hiermee maakte hij zowel in zijn thuisland Duitsland als internationaal grote indruk. Niet in de laatste plaats bij mij. Het powertrio rond zanger/gitarist Diehlmann - met bassist Volker Zeller en drummer Tom Bonn – toert alweer enkele jaren door Duitsland en de rest van Europa. De band is afkomstig uit Kassel en bandleider Diehlmann is ruim twintig jaar werkzaam als gitaarleraar, arrangeur, componist en zijn gitaarwerk is op talrijke studioproducties te horen. Van 2012 tot en met 2016 heeft hij Sydney Ellis begeleid tijdens haar Europese tournees.

Op de nieuwe cd “Your Blues Ain’t Mine” staan vijf door Diehlmann geschreven nummers naast vier covers. Degene die de eerste cd kent weet wat te verwachten is, namelijk stevige bluesrock. Niet alleen maar rampetampwerk, maar melodieus. Vergelijk het met het werk van een Walter Trout en onze eigen Julian Sas. Fans hiervan zullen zeker het werk van de Andreas Diehlmann Band kunnen waarderen. De covers zijn eigen en geslaagde bewerkingen van klassiekers als “Come On In My Kitchen” (Robert Johnson), “Little Wing” (Jimi Hendrix) en “Soulshine” (Warren Haynes). Een beetje vreemde eend in de bijt vind ik “F#cking Happy Blues” van een O. Hehemann, waarmee de cd wordt afgesloten. Het begint als een stevige shuffle en gaat halverwege over in een eigen versie van “Amazing Grace”. Speciale vermelding verdienen de zelfgeschreven boogie “Your Blues Ain’t Mine” en het funky “I Don’t Know”.

Met dit tweede album bewijst de Andreas Diehlmann Band opnieuw voor een flink stuk vuurwerk te kunnen zorgen. Een prima cd.

Website: www.andreasdiehlmann.de 

Reacties (1)

Big Harp George, die in het ware leven rondgaat onder de naam George Bisharat, is afkomstig uit de San Francisco Bay Area. Hij was advocaat, professor aan het UC Hastings College of the Law en expert op het gebied van rechten en politiek van het Midden Oosten. Nu wijdt hij zich fulltime aan de muziek. Hij is schrijver, zanger en bespeelt de chromatische harmonica. Hij rekent zelf George "Harmonica" Smith, William Clarke en Paul deLay als zijn grote invloeden.

Hij bracht al eerder twee cd’s en nu ligt zijn derde “Uptown Cool” in de winkels. Op deze cd staan twaalf door George zelfgeschreven nummers. Hij wordt begeleid door een uitstekende band, bestaande uit Chris Burns (toetsen), Alexander Pettersen (drums), Joe Kyle (bas), Kid Andersen (gitaar, bas), Little Charlie Baty (gitaar), Michael Peloquin (sax), Mike Rinta (trombone, tuba), Derrick “D’Mar” Martin (percussie) en Loralee Christensen en Derick Hughes (backing vocals).  Mede door het gebruik van blazers krijgt zijn blues een stevig soulvolle lading. Naast deze prettig in het gehoor loggende soulvolle blues weet hij ook in zijn teksten nog een boodschap mee te geven. De huidige Amerikaanse politiek, internet daten, het soms gestoorde gebruik van moderne technologieën, maar ook op een meer persoonlijk, zoals het beëindigen van een relatie. Niets wordt gespaard. Soms vilein, dan weer met humor. Mijn persoonlijke favorieten zijn “Nobody’s Listening” en het gospelachtige humoristische “Lord make Me Chaste”. “Uptown Cool” is voor mij een zeer prettige kennismaking met de muziek van Big Harp George.

Website: www.bigharpgeorge.com

Reacties (3)

De uit Philadelphia afkomstige Vanessa Collier werkt met succes aan haar nog jonge carrière. In 2013 studeerde zij af aan het Berklee College of Music. Zij heeft de wereld rondgetoerd, met diverse bekende en minder muzikanten op het podium gestaan (Buddy Guy is helemaal weg van haar), een aantal BMA-nominaties op haar naam staan en inmiddels drie solo-cd’s uitgebracht. Vanessa Collier is het meest bekend van haar saxofoonspel. En daarnaast speelt zij ook gitaar, zingt en schrijft haar eigen nummers.

Haar recente cd “Honey Up” is door middel van crowdfunding gefinancierd. Hierop wordt zij begeleid door haar vaste band, bestaande uit Nick Stevens (drums), Nick Trautmann (bas), Sparky Parker (gitaar) en William Gorman (toetsen), aangevuld met gitariste Laura Chavez, trombonist Quinn Carson en trompettist Doug Woolverton. Van de tien nummers zijn er negen door Vanessa geschreven. Wat muziekstijl betreft is zij niet in een hokje onder te brengen. Op “Honey Up” horen we stijlen, die uiteenlopen van blues en jazz tot funk en rock. De swingende opener “Sweatin’ Like A Pig, Swingin’ Like An Angel” zet meteen de toon, die niet meer wordt losgelaten. Wat volgt is een interessante en aantrekkelijke mix van stijlen, als soul in “Icarus” met Collier zowel op sax als akoestische gitaar, de blues in “Bless Your Heart”, waar ze de resonatorgitaar oppakt, het swingende “You Get What You Get”, en het rockende “Love Me Like A Man”, de enige cover op het album. Een prima cd.

Website: www.vanessacollier.com


Reacties (3)

Bruce Katz kan terugkijken op een indrukwekkende carrière. Op zijn vijfde begon hij met pianospelen. Hij speelt piano, orgel en basgitaar, studeerde aan het Berklee College of Music, waar hij van 1996 tot 2010 verbonden was als docent. Hij heeft onder meer Big Mama Thornton, Ronnie Earl, Gregg Allman, Delbert McClinton, Duke Robillard begeleid. Daarnaast is hij ook met een eigen band actief. Zijn tiende album “Get Your Groove!” is onlangs verschenen op het American Showplace Music label.

Op dit album wordt Katz begeleid door Chris Vitarello (gitaar, zang) en Ray Hangen (drums) en zijn ABB-er Jaimoe (drums) en Matt Raymond (bas) op een aantal nummers te horen. Van de elf nummers zijn er negen originals te horen. Wat stijl betreft voert de blues de boventoon, waarbij uitstapjes naar jazz en soul zeker niet worden geschuwd. Het is niet verwonderlijk dat de cd wordt gedomineerd door orgel en piano, maar het voert te ver om te beweren dat dit uitsluitend pianoblues is. Daarvoor wordt voldoende ruimte gecreëerd voor het gehele palet. Muzikaal zit het allemaal prima in elkaar. Het zijn goede nummers gespeeld door goede muzikanten, die er meer dan genoeg hun ziel hebben gelegd. Een van de nummer die wat mij betreft een bijzondere vermelding verdienen is de aan de overleden drummer Butch Truck opgedragen “Freight Train”. Hij was samen met Duane en Greg Allman en de hier aanwezige Jaimoe een van de oprichters van de Allman Brothers Band. Ook het door Vitarello gezongen en meegeschreven “Wasn’t My Time” maakt indruk. Een prima album.

Website: www.brucekatzband.com 

Reacties (2)

De gebroeders Bennett zijn geboren en opgegroeid in Bay Bridge Brooklyn, een wijk van New York. Na jaren van muziek maken, waarbij zij het podium deelden met onder meer B.B. King, Rick Danko, Bo Diddley werden gitarist Jimmy Bennett en bassist Peter Bennett door Levon Helm onder de hoede genomen. Resultaat was dat zij als The Midnight Rambles het voorprogramma mochten verzorgen in diens club en zij op talloze opnamen meespeelden  van artiesten die in de studio van Helm kwamen opnemen.

En nu is onder de titel “Not Made For Hire” een eerste cd verschenen van de broers. Hierop vinden we elf door Jimmy Bennett zelfgeschreven nummers. Begeleiding wordt geleverd door drummer Lee Falco (bekend van Donald Fagan) en de bekende toetsenman John Ginty. Linda Pino neemt op een van de nummers de zang voor haar rekening. Wat stijl betreft zit de band midden in de stevig rockende blues. Niets wereldschokkends of revolutionairs, maar gewoon prima uitgevoerd. Mijn persoonlijke favorieten zijn “Rocking Chair” en “Walk With The Devil”. Een prima plaat.

Website: www.thebennettbrothersband.com

Reacties (2)

Degene die de naam Kat Riggins nog niets zegt heeft het afgelopen jaar echt onder een steen geleefd. Kat heeft getoerd met Fat Harry & the Fuzzy Licks, maakte deel uit van de theatershow ‘Johan Derksen keeps the blues alive’ en was ook op de Nederlandse tv te zien. Katriva Riggins is in 1970 geboren in Miami, Florida en raakte door de uitgebreide muziekverzameling van haar ouders steeds meer geïnteresseerd in muziek, zong in de kerk en later in clubs. Zij maakte twee eerdere, goed ontvangen cd’s en momenteel ligt haar derde album, getiteld “In The Boys’ Club” in de winkels of is anderszins verkrijgbaar.

Op de cd wordt Kat Riggins begeleid door Darrell Raines (gitaar, toetsen), George Caldwell (bas) en Johnnie Hicks (drums). Als gasten zijn nog de gitaristen Josh Rowand en Albert Castiglia, en harmonicaman Clay Goldstein te horen. Alle twaalf nummers zijn door Kat zelf geschreven. Muzikaal gezien bevindt haar muziekstijl zich binnen de soulvolle blues. Daarbij is zij niet bang om ook countryblues (“Troubles Away”) en stevige rockend werk (“Kitty Won’t Scratch”, “Johnny Walker”) te vertolken. De band staat als een huis, waarbij bas en drums voor het vaste fundament zorgen, waar de andere muzikanten op kunnen bouwen. Zoals half Nederland inmiddels heeft kunnen horen beschikt zij over een prima soulvolle en soepele stem. En ook dat wordt op dit album duidelijk gemaakt. Bijzondere vermelding verdienen naar mijn mening de mooie slowblues “Hear Me” en de blues “Cheat Or Lose”. Een zeer geslaagd album.

Website: www.katriggins.com 

Reacties (4)

Iemand die alweer enkele jaren flink aan de weg timmert is JP Soars. Geboren in 1969 in Californië groeide hij op in Arkansas en woont nu in Florida. Hij heeft gespeeld in metalbands en liet zich beïnvloeden door Wes Montgomery en Django Reinhardt. Deze uitersten zijn terug te horen in zijn gitaarspel. Een van zijn specialiteiten is het bouwen en bespelen van 2-snarige sigaardoos gitaren.

Met “Southbound I-95” is onlangs de vierde cd van JP Soars verschenen met daarop vijftien nummers, waarvan dertien door hemzelf geschreven zijn. Hij wordt begeleid door een keur aan muzikanten, achttien in totaal, waaronder Chris Peet (drums, percussie, bas), Travis Colby (toetsen) en de gitaristen Jimmy Thackery, Albert Castiglia en Paul DesLauriers om er maar een paar te noemen. Als rode draad lopen zijn verhuizingen van Californië via Arkansas naar Florida over het album heen. Dit in nummers als “Ain’t No Dania Beach”, “Southbound I-95”, “Born In California” en “Deep Down In Florida”. Muzikaal en tekstueel zit het wel goed met Soars. Hij is een goed muzikant, die de aandacht van de luisteraar weet vast te houden. Wat stijl betreft staat hij tot aan zijn enkels in de blues. Mijn favoriete nummers zijn het instrumentale “Across The Desert”, waarin Soars een Portugese folkgitaar bespeelt, de Muddy Waters cover “Deep Down In Florida” met Albert Castiglia, en het autobiografische “Born In California”. Een prima cd.

Website: www.jpsoars.com

Reacties (3)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl