barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Laatste artikelen

Micke Bjorklof & Blue Strip is een Finse bluesband, die sinds hun oprichting in 1991 zowel in eigen land als internationaal terecht steeds grote waardering krijgt. In 2014 vertegenwoordigden zij hun land tijdens de IBC in Memphis en hun in 2015 verschenen vijfde album “Ain’t Bad Yet” werd overal goed ontvangen. De band bestaat uit Micke Bjorklof (zang, harmonica, gitaar), Lefty Leppänen (gitaren, zang), Teemu Vuorela (drums), Seppo Nuolikoski (bas) en Timo Roiko-Jokela (percussie, MalletKAT).

Tijdens hun optreden op Blues Baltica in het Noordduitse Eutin werd het 25-jarig bestaan van de band gevierd. Het gehele optreden werd opgenomen en het resultaat ervan is nu verschenen op de dubbel-cd met de passende naam “Twentyfive Live At Blues Baltica”. Over 21 nummers wordt een bloemlezing gegeven van het werk van de band uit de eerste 25 jaar van hun bestaan. Het is een combinatie van eigen werk en covers. En het is duidelijk dat de band ook live hun mannetje staat. Van begin tot eind is het swingend en spetterend optreden. Een strakke ritmesectie zorgt voor een stevig fundament en geeft Bjorklof en Leppänen de ruimte om te keer te gaan. De band is veelzijdig en schakelt heel makkelijk van Chicagoblues langs die van Memphis naar New Orleans en terug. Fraai vind ik het harmonicaspel in “Tell Me”, de slowblues “After The Flood”, het funky “Gumbo Mama” en het aan Son House opgedragen “Ramblified”.  Een prima liveplaat, die de klasse toont van deze Finse band. Aanrader!

Website: http://www.bluestrip.net/en/

Reacties (3)

Hoewel de naam Jack Wargo niet iedereen meteen iets zegt, behoort deze gitarist al een aantal decennia tot het kringetje veelgevraagde muzikanten. Hij heeft onder meer gespeeld met Screamin’ Jay Hawkins, met wie hij al eens Nederland bezocht, en met Hank Ballard, Billy Preston and Solomon Burke. Hij was onderdeel van de huisband in BB King’s Blues Club, speelde voor John Fogerty en heeft een aantal soloalbums uitbracht.

Zijn vierde cd, getiteld “Keepin’ It Real” is onlangs uitgebracht en bevat twaalf nummers, waarvan elf eigen composities. Jack wordt begeleid door Edoardo Tancredi (drums), Arlan Oscar Shierbaum (toetsen), AD Beal (zang) en Matt Bragg (bas) plus een hele lijst gastmuzikanten en gastzangers. Wat stijl betreft kun je hem ergens tussen de klassieke blues en soulblues scharen. De nummers liggen prettig in het gehoor. De begeleiders houden de zaak strak en swingend, de B3 zorgt voor een smeuïg soulvol geluid. Wargo is een goed zanger met een soulvol geluid en een uitstekende gitarist. Mijn persoonlijke favoriete nummers zijn de ballad “Only-est One” en de enige cover, de traditional “Goin’ Down The Road Feeling Bad” met Jack op slidegitaar en zijn broer Ed Wargo op fluit. Een prima plaat.

Website: www.guitarjackwargo.com/

Reacties (2)

Dana Fuchs is een graag geziene gast in ons kleine landje. Altijd weet zij haar publiek met haar persoonlijkheid en haar rauwe stemgeluid te fascineren. Sinds haar debuut in 2003 is zij een artieste om rekening mee te houden, die zowel op het podium als in de studio het allerbeste uit zichzelf naar boven haalt.

Zo ook met haar nieuwste cd “Loves Lives On”, haar negende, dat onlangs is verschenen. Het is haar tweede sinds haar contract met het Duitse RUF Records afliep en dat is te merken. Het vaak te ‘cleane’ geluid is ingewisseld voor een rauwere en soulvolle aanpak. De opnamen zijn gemaakt in Memphis en dat is te horen ook. Het soulvolle geluid, zoals we dat kennen van bv. Stax, is duidelijk aanwezig. Van dertien nummers zijn er elf door mevrouw Fuchs geschreven of meegeschreven. Het Memphis-geluid wordt meteen duidelijk bij de eerste track “Backstreet Baby”. Dat is de rode draad van het album, waarbij uitstapjes naar funk (“Sittin’ On”) en rock (“Ready To Rise”, “Same Sunrise”) niet worden geschuwd. Een van de covers is een gehele eigen versie van het Johnny Cash nummer “Ring Of Fire”, waarmee de cd wordt afgesloten. Persoonlijke favorieten zijn het door Otis Redding geschreven “Nobody’s Fault But Mine” en het Motown-achtige “Callin’ Angels”. Een prima cd, aanrader.

Website:  www.danafuchs.com

Reacties (2)

Reverend Freakchild gebruikt zoveel verschillende namen, dat het haast niet meer mogelijk is wat zijn echte naam is. Naast de al genoemde naam komen we ook Sal Paradise, Bhoomisparsha, Fordham, Billy en Floyd Graves tegen. Zijn moeder speelde klassiek piano en zijn vader was een groot bluesfan. Hij haalde graden in filosofie en theologie. In diverse bands speelde hij rock, rootsrock en blues. Zelf noemt hij de muziek die hij als Reverend Freakchild maakt een combinatie van blues, punk en psychedelische rock.

Op zijn recente cd “Dial It In” staan elf nummers, waarvan acht door hem zijn geschreven, al dan niet alleen of met hulp van iemand anders. Wat stijl betreft leunt hij weer sterk tegen de blues aan, hoewel het de Reverend niet schuwt wat zijpaden te bewandelen. Er doen wat gastmuzikanten mee, maar over het algemeen is hij zelf zeer prominent aanwezig. Een bijzondere keus is “Personal Jesus (On The Mainline)” van Depeche Mode, dat hier een fraaie bluesuitvoering krijgt. Mijn persoonlijke favorieten zijn de psychedelische blues “Hippie Bluesman Blues” en de swingende uitvoering van Bob Dylans “It’s Alright Ma (I’m Only Bleeding)”.

Voor bluesfans, die ook van iets anders houden, is de muziek van Reverend Freakchild zeker een aanrader en is deze cd een ‘must have’.

Website: www.www-reverendfreakchild.org

Reacties (1)

De afgelopen dertig jaar zag je de naam van Kid Ramos regelmatig opduiken. Of het nu was als lid van een band, als soloartiest, sessiemuzikant of producer. Een druk baasje dus. De als David Ramos in 1959 in Californië geboren zanger en gitarist maakte deel uit van de James Harman Band, de Fabulous Thunderbirds en Los Fabulocus. Daarnaast werkte hij met de Mannish Boys, Roomful of Blues en Rod Piazza, om er maar een paar te noemen. In 2012 werd bij hem kanker geconstateerd, waarvoor hij chemotherapie kreeg. Mondharmonicaspeler Bob Corritore bracht de “Phoenix Blues Sessions” uit, waarvan de opbrengst werd gedoneerd om de medische behandelingen te betalen. Tussen 1995 en 2001 verschenen vier solo-cd’s.

Nu, 17 jaar later, ligt de vijfde solo-cd van Kid Ramos, getiteld “Old School”, in de winkels. Hierop staan dertien nummers, waarvan er vijf door Ramos zijn (mee)geschreven. Hij wordt begeleid door Bob Welsh (toetsen), Kendar Roy (bas), Marty Dodson (drums) en Danny Michal (gitaar). Als gasten horen we Kids zoon Johnny Ramos, Johnny Tucker, die aan drie nummers meeschreef, Kim Wilson en Big Jon Atkinson. Laatstgenoemde zorgde met Ramos voor de productie. Wat geboden wordt is lekker vlot rockende blues en boogie. De band speelt strak en het gitaarwerk va Ramos is puntig en vurig. Wat dat betreft dekt de titel ‘old school’ volledig de lading. Mijn favoriete nummers zijn het door Tucker gezongen “You Never Call My Name” en de T-Bone Walker klassieker “High Society”, waar Kim Wilson de zang voor zijn rekening neemt.

Website: www.ripcatrecords.com


Reacties (2)

Grant Peeples is in 1957 geboren in Tallahassee, Florida. Als tiener al schrijft hij zijn eigen liedjes. Volgens hem waren die niet zo best, maar dat gaf niets, alleen hij hoorde ze. Maar met alles wat je vaker doet, je wordt er beter in. Ook bezat hij enkele jaren een club, waar artiesten, uiteenlopend van B.B. King en Jerry Lee Lewis tot de Judds en de Temptations optraden. In al die jaren gaat het schrijven hem toch beter af; een magazine noemt hem ‘unusually literate’.

Met “Settling Scores Vol. II” heeft hij met zijn band, de Peeples Republik, onlangs zijn tiende album uitgebracht. Wat stijl betreft leunt hij erg tegen die van bv. Steve Earle aan. Niet vreemd dat ook een van diens nummers (“Goodbye”) wordt vertolkt. Over de huidige politiek heeft Peeples ook iets te zeggen in nummers als “Pitchforks and Torches” en “More for Us, Less for Them”. Mijn persoonlijke favoriete nummers zijn de ballad “Liliane” en “The New Brownsville Girl”, een geheel eigen bewerking van het oude Bob Dylan nummer.

Website: www.grantpeeples.com

Reacties (1)

Een nieuwe richting behoeft een nieuwe naam, zal Roberto Morbioli gedacht hebben. Hoewel, nieuw? In de VS gebruikt hij deze naam al langer. Uiteraard kennen we Morbioli als voorman van de Italiaanse bluesrockformatie Morblus. Ook is hij begeleider van diverse Amerikaanse bluesartiesten wanneer zij Europa bezoeken. Twee jaar geleden verscheen van hem en akoestisch album. Als Rob Mo heeft hij nu “From Scratch” uitgebracht, waarbij hij wat meer de richting van de ‘echte’ blues opzoekt. (Wie weet wat echte blues is mag nu zijn vinger opsteken)

Op “From Scratch” laat Morbioli zich begeleiden door bassist Stefano Dallaporta en drummer Nik Taccori. Daarbij horen we Paolo Legramandi (achtergrondzang), Tommy Schneller (saxofoon) en Gary Winters (trompet). Van de elf nummers zijn er tien door Morbioli geschreven, waarvan Carolin Wobben de teksten heeft bijgedragen. En dat heeft ze uitstekend gedaan. De nieuwe richting die Roberto hier heeft ingeslagen is duidelijk wat meer weg van de bluesrock, die hij met Morblus speelde. Hoewel de band er in de opener “Hey People” nog steeds stevig aan trekt. De trend is over het algemeen meer naar de klassiekere blues, waarbij uitstapjes naar funk en soulblues niet worden gemeden. Ook humor wordt niet geschuwd, luister maar eens naar de lowdown blues “Me And My Old Car”. Gaat dit echt over een oude auto, of….? Mijn persoonlijke favorieten zijn het treurige “Crying Shame”, de shuffle “Black Cat Bone”, die de enige cover is, en de soulvolle instrumental “Joyful Joy”. Een uitstekende plaat.

Website: www.robmo.eu

Reacties (2)

De tweede cd van Tommy DarDar is een postuum album geworden. DarDar is op 18 juli 2017 op 66-jarige leeftijd overleden en de enige cd, die hij heeft uitgebracht, “Fool For Love” dateert uit 1999. In 2001 zijn opnamen gemaakt, die de opvolger hadden moeten worden, maar dit is er niet meer van gekomen. De band bestond destijds naast zanger, harmonicaspeler Tommy Dardar uit drummer Tony Braunagel, bassist Hutch Hutchinson, pianist John Cleary en gitarist John Lee Schell. Braunagel, die ook verantwoordelijk was voor de productie, herinnerde zich deze opnamen nog en met de hulp van Hammond-organisten Mike Finnigan en Barry Seelen, saxofonist Joe Sublett, percussionist  Jimmy Rose en de stemmen van Teresa James, Tommie Lee Bradley, Terry Wilson en Larry Fulcher is het geheel afgemaakt.

Het resultaat mag er zijn. “Big Daddy Gumbo”, de titel verwijst naar de bijnaam van DarDar, is een leuke plaat geworden met negen nummers, waarvan er twee van de hand van de man zelf. De overige zeven nummers zijn geschreven door bandleden Cleary, Schell en Wilson. Meteen aan het begin knalt de zaak los met het rockende “It’s Good To Be The King” en eindigt het met het funky “Big Daddy Gumbo”. Daartussen wordt de luisteraar weinig rust gegund. Het knalt, het swingt en je kunt niet stil blijven zitten. Mijn persoonlijke favorieten zijn de swampy bluesballad “Let’s Both Go Back To New Orleans” en de New Orleans blues “C’mon Second Line”. Een leuke cd.

Website: www.tonybraunagel.com

Reacties (2)

De uit Omaha, Nebraska afkomstige band heeft jarenlang door de VS getoerd en overal hun boodschap van liefde en blijdschap verkondigd. De band bestaat uit Kris Lager (zang, gitaar, piano), John Fairchild a.k.a. Scooby Sha Bo Bo (drums), Aaron Underwood (bas), Jeremiah Weir (piano, orgel, accordeon) en Lefever (sax). Met “”Love Songs & Life Lines” is onlangs hun vijfde album verschenen.

Op het album staan dertien door Lager zelfgeschreven nummers, waarvan een in samenwerking met Mark Ryan. Wat stijl betreft bevindt de band zich ergens tussen blues, rock, soul en country. Muzikaal gezien zit het wel snor: het is een goed gemaakt en uitgevoerd, ligt prettig in het gehoor. De nadruk ligt overigens op de teksten van Kris Lager. Het zijn goed geschreven nummers, kleine verhaaltjes in een muzikaal jasje. Ik geef een paar voorbeelden. Een nummer als “Sweet Magnolia” gaat over het overlijden van zijn vader aan kanker. In “San Francisco Bound” schrijft hij over een reis die hij met zijn toenmalige vriendin maakte. Het emotioneel gezongen “Picking Up The Pieces” over het opkrabbelen na een dieptepunt. Het emotionele “Guiding Light” gaat over iemand die hem de weg toont. Een uitstekend album. Klasse.

Website: www.krislagerband.com

Reacties (2)

De Canadese singer-songwriter Hugh Christopher Brown maakte in de tachtiger en negentiger jaren deel uit van de rockformatie Bourbon Tabernacle Choir. Nadat deze zich hadden opgeheven ging hij verder als duo met oud-Bourbon collega Kate Fenner. Daarnaast werkte hij veel samen met allerlei artiesten en bands, zoals de Barenaked Ladies. Zijn eerste soloalbum verscheen in 2003. Onlangs verscheen zijn derde solo-cd met de titel “Pacem”.

Brown, die naast zang ook orgel, piano, gitaar en trombone speelt, heeft de elf nummers zelf geschreven. Hij wordt begeleid door Kate Fenner (zang), Gregor Beresford (drums), Tony Scherr (bas, gitaren), Jane Scarpentoni (cello), Burke Carroll (pedal steel) en een diverse anderen. “Pacem” (Latijns voor Vrede) is een van die albums waarbij je, door vaker te beluisteren, steeds meer gaat ontdekken. Het begint met het Gregoriaans aandoende “Paryer Of St. Ignatius” en eindigt met het treurige “Broken”. En daartussen prachtige nummers, mooie poëtische verhalen. Teksten als Solitary path wrought from right and wrong, What you cannot love, you surely will become (uit “Moved By Hands To Shelter”) en At your feet, the broken shackles of regret and from your lips the sound of hope and daring (uit “Broken”). Prachtig zijn ook het duet “To The Lighthouse” en het door David Corley gezongen “Moved By Hands To Shelter”

“Pacem” is een bevrijdend en kwetsbaar werk; muziek dat uitnodigt tot zelfbezinning. Meesterlijk.

Website: www.chrisbrownmusic.com

Reacties (3)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl