barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
De Engelse gitarist Tim Ainslie is geen nieuw gezicht aan het bluesfirmament, maar voor het grote publiek nog onbekend. Al sinds 1997 is hij professioneel muzikant, heeft in diverse bands gespeeld en al vijf albums uitgebracht. Zijn drukke tourschema van meer dan 250 optredens per jaar bracht hem door heel Europa en gaandeweg maakte hij naam. Hij werd de gitarist waar gitaristen naar kwamen kijken.
Sinds enige tijd is hij met zijn eigen band, Ainslie's Vibes, begonnen en na een zeer goed ontvangen ep “The People Have Spoken” ligt nu de eerste volwaardige cd in de winkels. De band bestaat naast Tim nog uit bassist Roy Little en drummer Alex Best. Op dit album “Standing Ten Feet Tall (And Raging Like A Bull)” staan uitsluitend zelfgeschreven nummers en geen covers.
 
Het album bestaat uit tien vooral vlotte nummers, die het midden houden tussen blues en rock 'n roll met zo hier en daar een snufje jazz. Al vanaf de eerste tonen van de opener “The Might Of The Mighty” is duidelijk dat de tweemansritmesectie de zaak zeer strak houdt en Tim de gelegenheid geeft zijn kunsten te vertonen.
Elk nummer is gewoon goed te noemen, maar een enkeling springt daar nog bovenuit. Ik noem onder meer het rauwe “Long Long Way From Home”, het jumpbluesachtige “Tim's Crones” met een stuwende walking bass, het ingetogen “Blue Eyes” en “Divine Intervention” met opwindend gitaarwerk. Ook tekstueel staat Tim zijn mannetje. Luister maar eens naar het zielig aandoende “Mid-Life Crisis Blues”. Je zou zo medelijden met hem krijgen.
 
BarnOwlBlues vindt:
Een uitstekend album van drie prima muzikanten. Het is duidelijk dat ze elkaar al lang kennen en goed op elkaar zijn ingespeeld. Ondanks het feit dat alle songs uptempo zijn is het voldoende gevarieerd, zodat je tussendoor niet verlangd naar een ballad of slowblues om even op adem te komen.
 
Lees meer...   (3 reacties)

Twee jaar geleden debuteerde het kwartet uit het Engelse Bedford al met het indrukwekkende "South Of The City". Met hun nieuweling "Not Over Yet" bevestigen dat zij geen eendagsvliegen zijn en heel wat in hun mars hebben. Het kwartet met de naam Albany Down bestaat uit zanger Paul Muir, gitarist Paul Turley, drummer Damien Campbell en bassist Billy Dedman.

Hun muziekstijl is eenvoudig te omschrijven: bluesrock. Gewoon doodeerlijke bluesrock, energiek, dan weer rockend en vervolgens heel mooi. Het is duidelijk dat zij zijn beïnvloed door Led Zeppelin, Cream en Hendrix. Let wel, zij zijn geen kopie en hebben een duidelijk eigen geluid. Van Muirs stemgeluid kon worden gezegd dat het wat weg had van dat van Paul Rodgers, maar net als de rest van de band heeft hij ook een meer eigen geluid ontwikkeld. De band heeft een eigentijdse kijk op de blues, wat duidelijk naar voren komt in nummers als "Back Again" en "Take The Town", dat mij eerst doet denken aan Zeppelins "Kashmir", maar dan al snel helemaal los komt. Een song als "Man Like Me" geeft de mandoline van Turley het een folkachtige impressie mee. Muir laat horen wat hij met zijn stem allemaal kan in "You'd Better Run", van lieflijk tot rauw, het zit er allemaal in.

Albany Down is er in geslaagd de bluesrock een frisse injectie te geven. Absoluut een band om in te gaten te houden.

Reacties (1)

Armadillo Blues is een Zweeds trio, bestaande uit Jesper Hedegaard (bas, zang), Stefan Bergstrand (gitaar) en Kenth Johansson (drums, achtergrondzang). In eigen land hebben zij op hun eigen label al drie cd's uitgebracht. Als voorbereiding op hun vierde album, die naar alle waarschijnlijkheid in augustus verschijnt, is alvast een EP uitgebracht.

Het eerste nummer "Sunshine" geeft al meteen een prettig visitekaartje af. Een strakke boogie met wat lijzige zang en gitaarspel dat wat achter het ritme aan komt zetten. Iets dat een mooie spanning oproept.  "Another Man" is een lichtrockend bluesnummer met een fijne melodieuze gitaarsolo. Dit wordt gevolgd door het zwaarmoedige "Death" met een trieste tekst en meeslepende gitaarsolo. Met "Righteous Man" gaat de band  pas echt rocken en ook dit gaat ze prima af.

Deze EP is mijn eerste kennismaking met deze Zweedse bluesband en het is goed bevallen. Liefhebbers van blues weten inmiddels dat er behoorlijk wat bluestalent uit Scandinavië komt. Armadillo Blues kan zich er met een gerust hart tussen scharen. Ik ben benieuwd naar hun andere werk en zou ze best ook live willen zien.

Reacties
Het is niet de gewoonte om singles te recenseren, maar toen mij met klem werd gevraagd deze toch maar goed te beluisteren besloot ik nadat de cd-speler begon te roken er toch maar iets van te vinden.
Arthur Adams komt uit Tennessee, is in 1943 geboren en al sinds halverwege de vijftiger jaren werkzaam in de muziek. Hij begeleidde o.m. Chuck Berry en Lightnin' Hopkins en werkte als studiomuzikant voor Quincy Jones. Ook produceerde hij albums van Bonnie Raitt, speelde met Nina Simone en schreef voor Albert King
en B.B. King. Zijn album "Stomp On The Floor" uit 2011 kreeg een nominatie als beste album van het jaar.
En nu, in 2012, verschijnt de door Keb' Mo' geproduceerde single "Feet Back In The Door" / "Like Only She Can Do". De a-kant is een lekkere soulblues, gebouwd op een funky ritme en ondersteund door een blazerssectie. Adams heeft een lekker in het gehoor liggende soepele stem met net even die rauwheid, dat braampje, dat we zo graag horen. De b-kant "Like Only She Can Do" is een vlot soulachtig dansnummer, dat alle componenten bezit om een soulachtig dansnummer te zijn: een vlot ritme, achtergrondzang en een swing waarop het moeilijk is stil te blijven zitten.
 
In het begeleidende briefje staat niet vermeld dat deze single een voorbode is van een nieuw album, maar ik hoop van wel, want hier wil ik wel meer van horen.
 
 
Arthur Adams in Utrecht - 2000
(ergens in de zaal zit ik zelf)
Lees meer...   (3 reacties)

Nog maar enkele maanden geleden opgericht en nu al een EP op de markt en een tournee door Europa. Dat is wat je opschieten zou kunnen noemen. De Atomic Road Kings bestaat uit een viertal muzikanten die al ruimschoots hun sporen hebben verdiend. De band bestaande uit harmonicaman Eric von Herzen, bassist Brent Harding, zanger/gitarist Kille Jester en drummer Tom Essa hebben een achtergrond uit onder meer de Mississippi Mudsharks, Candye Kane en vele anderen. Aan ervaring dus geen gebrek.

Op de eerste song "Voodoo Woman" krijgt de band extra ondersteuning door gitarist Kid Ramos. Het is een uptempo rock 'n rollsong, waarin von Herzen laat horen op welke verschillende manieren harmonica kan worden gespeeld: vlot en ruig of ingetogen en lyrisch. Ook in "Automatic" voert de harmonica de boventoon, maar valt ook de uitstekende zang van Jester op. In "Broke And Lonely" gaat het er wat langzamer aan toe. Het is een lekkere bluesshuffle met mooie soli door harmonica en gitaar. Gedaan met de rust is het in het swingende "Straighten Up", een mix van blues, rock en rock 'n roll, en het laatste nummer "Easy Baby".

Met deze EP hebben de Atomic Road Kings alvast een prima visitekaartje afgegeven. Er volgt nog meer, want het is de bedoeling dat zij na hun Europese tournee meteen de studio induiken voor het eerste album. Laat maar komen.

Meer informatie op www.atomicroadkings.com


Reacties (4)
Hoewel misschien (nog) niet bekend bij het grote publiek heeft Ben Arnold al een behoorlijke staat van dienst opgebouwd. Deze in Philadelphia woonachtige muzikant is ruim vijftien jaar werkzaam in de muziek en heeft o.m. deel uitgemaakt van de band 4 Way Street. Ook heeft hij het podium gedeeld met artiesten als Ryan Adams, David Gray, Ben Folds, Lucinda Williams, Ron Sexsmith, Townes Van Zandt en 'voorbeeld' Randy Newman.
Met “Simplify” heeft hij onlangs zijn zevende album uitgebracht. Arnold brengt een vorm van rootsrock, dat bestaat uit blues, soul en country. Hij heeft een stemgeluid dat het midden houdt tussen John Hiatt en Randy Newman. “Simplify” bestaat uit 11 nummers, waarvan er tien zelf zijn geschreven en één een eigen uitvoering is van John Lennons “Watching The Wheels”. Naast Arnold, die zang, gitaar en piano speelt wordt hij bijgestaan door producer Barry Maguire, die ook de gitaarpartijen speelt, en drummer Matt Muir.
 
Ik schreef al dat hij rootsrock speelt, maar dat bedoel ik dan in de breedste zin van het woord. Hij beperkt zich niet tot de drie hierboven genoemde stijlen, maar maakt heel makkelijk uitstapjes naar aanverwante stijlen. Dat is meteen duidelijk bij het openingsnummer, de shuffle “Depend On Love”, gevolgd door de funky titeltrack “Simplify”. “Slow Learner” leunt sterk op de New Orleans-stijl en “Baby, Let The Tears Roll Down” heeft een aanstekelijke melodie. “Love Don't Lie” geeft dan een 'swampy' indruk weer. De ballad “Fishin'” is mijn favoriet; een lome pianoballad met een heerlijke slidegitaar.
“Oh, Holy Ghost” borduurt in deze stijl nog even voort. Met “Breakfast For Dinner” gaat het tempo wat omhoog en mede door de trompet komt het een en ander jazzy over. De eerste gitaartonen van het bluesy “Woman's Intuition” geven het nummer al een sinister intro en dat wordt later alleen maar erger. Een schitterende gitaarsolo maakt het alleen nog maar af. De countryrock wordt ook nog even gedaan met het uptempo “Upstate New York Whiteout”. Als laatste nummer worden wij getrakteerd op de enige cover op dit album, het John Lennon-nummer “Watching The Wheels”. Een prachtige ingetogen gezongen en op piano begeleidde ballade. Heel mooi.
 
Ben Arnold heeft de gave lekker swingende muziek te maken en in zijn songs op een goede singer/songwriterwijze steeds een klein verhaaltje te vertellen. Alleen al wat dat betreft mag hij zich meten aan John Hiatt en Randy Newman. En zingen kan hij met zijn ietwat hese, maar soulvolle stem als de beste. Hij hoeft zich niet te bewijzen met uithalen, maar zingt makkelijk en dat rauwe randje aan zijn stem geeft het geheel gewoon wat meer cachet.
Al met al is “Simplify” door zijn gevarieerdheid en vakmanschap een zeer geslaagde cd geworden.
 
Lees meer...   (2 reacties)

Chris Antonik is een Canadese zanger en gitarist, die in zijn thuisland tijdens zijn relatief korte carrière al behoorlijk indruk heeft weten te maken. In 2011 werd hij genomineerd voor de Maple Leaf Blues Award, zijn tweede album werd het beste Canadese rockalbum van 2013 genoemd, van zijn gitaarspel wordt gezegd dat het een kruising tussen dat van B.B. King en Eric Clapton is. Niet gering allemaal. Antoniks debuutalbum, simpelweg “Chris Antonik” getiteld, verscheen in 2010, drie jaar later gevolgd door “Better For You”. Met “Monarch” ligt nu zijn derde cd in de winkel.

Twaalf nummers zijn eigen werk, geschreven door Chris Antonik en zijn bandleden en anderen die aan de cd hebben meegewerkt. De enige cover is het Bloomfield/Gravenites nummer “You’re Killing My Love”. De bandleden zijn drummer Chuck Keeping, bassist Guenter Kapelle, toetsenspeler Jesse O’Brien en de achtergrondzang wordt gedaan door Samantha Martin en Delta Sugar. De door Antonik (mede)geschreven nummers verhalen voor een groot deel over loslaten en vergeving. Waarschijnlijk geïnspireerd door persoonlijke gebeurtenissen. Deze ervaring zijn verpakt in een zeer fraai bluesjasje. Het zijn stuk voor stuk prima uitgevoerde nummers. De muzikanten en technici zijn dan ook niet de eerste de besten, wat een blik hun cv’s in internet al verraadt. Maar goede begeleiders om je heen verzamelen is niet voldoende. Om goede muziek te maken moet er ook een goede ‘klik’ zijn, en die is hoorbaar aanwezig. Daarnaast is Chris Antonik ook een goed zanger en uitstekende gitarist. Het is een cd om van begin tot eind van te genieten. Mijn persoonlijke favoriete nummers zijn de slowblues “The Monarch And The Wrecking Ball” en het soulvol gezongen “The Art Of Letting Go”.

Website: www.chrisantonik.com

Reacties (3)

Was Dave Arcari's laatste cd nog een verzameling nieuw opgenomen oude nummers zijn recente album "Whisky In My Blood" is er gewoon weer een met nieuw materiaal. Begeleid door zijn inmiddels min of meer vaste begeleiders, de uit Finland afkomstige Helsinki Hellraisers is dit ook weer een cd vol songs zoals we Dave kennen: rauw, ongepolijst en puur. De Helsinki Hellraisers bestaan uit Juuso Haapasalo (staande en elektrische bas) en Honey Aaltonen (snaredrum, bekkens en wasbord).

Al vanaf de eerste tonen van het eerste lied "Whisky In My Blood" weten we wie we voor ons hebben. Ook op deze cd is de aanpak anders dan zachtaardig en lieflijk, Arcari gaat er meteen voor en knalt, beukt en rost er op los ondersteund door net zo beukende Finse vrienden. Totdat er ineens twee mooie milde nummers te horen zijn, het haast aan een wiegeliedje doen denkende "Still Friends" en het countryachtige "Wherever I Go".  Maar dan is het weer gedaan met de rust in "Still Laughing". Op het laatste nummer "Get Outta My Way" neemt Dave de banjo nog even op. Op de cd staan elf eigen songs en drie covers "Travelling Riverside Blues" (Robert Johnson), "Jitterburg Swing" (Bukka White) en "Preachin' Blues" (Son House), die stuk voor stuk een eigen behandeling krijgen.

Conclusie: of Dave naar mijn commentaar heeft geluisterd bij zijn laatste cd weet ik niet (lees hier), maar ik ben blij dat er nu weer een is uitgekomen met nieuw materiaal. Voor fans van het rauwe en eerlijke blues is ook dit weer een aanrader.

Reacties (1)
De eerste keer dat ik van Dave Arcari hoorde was toen ik enkele maanden geleden zijn cd “Got Me Electric” heb gerecenseerd. Dat was toen een openbaring voor me. De invloeden van trash country, punk, rockabilly zijn hoorbaar, maar de boventoon voert gelukkig de vooroorlogse Deltablues. Zijn nieuwe cd “Devil's Left Hand” borduurt op hetzelfde thema voort. De National Resophonic gitaar en rauwe stem met het overduidelijke Schotse accent brengen twaalf songs van een hoog niveau.
Acht van de twaalf songs zijn van eigen hand. Daarnaast drie covers en een oud Schots gedicht, dat door Arcari op muziek is gezet. Het is niet echt verrassend wat hier wordt gebracht, maar de Deltablues heeft zich ook niet echt verder ontwikkeld. En wat door Arcari op de plaat is gezet is gewoon goed. Punt uit.
De eerste song, “Devil's Left Hand” is een bekend gegeven over het drinken van whiskey en de omgang met de duivel. Een mooi nummer met een melodische slideriff als intro en meteen een van de hoogtepunten van het album. De twee volgende songs, Muddy Waters' “Can't Be Satisfied” en zijn eigen “Devil's Deal”, gaan in hetzelfde stramien verder. Het vierde nummer, het op muziek gezette oude gedicht “MacPherson's Lament” begint wat softer tot hij na een kleine minuut versneld tot het inmiddels bekende tempo. Een nummer met het wat folkachtige 'touch'.
Op het zesde nummer, het bekende “Trouble In Mind”, verrast hij ons door elektrisch te gaan met de Telecaster, maar verder laat hij deze in de hoek staan en belaagt hij ons verder met de National.Op het laatste nummer “Dragonfly” wordt hij begeleid door de drums van Paul Savage en samen produceren ze een enorme bak herrie. Na de rauwe, maar toch subtielere andere elf nummers valt deze erg uit de toon.
 
Naast het feit dat ik de cd erg kort vind, 33 minuten, is dit de enige kritiek die ik kan vinden. Dave Arcari is zonder enige pretentie. Je weet wat je krijgt als je hem ziet. Ruig en nietsontziend, en gewoon goed.
Lees meer...   (2 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl