barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
 Van een van de hardwerkendste bluesmannen, de uit Schotland afkomstige Dave Arcari, is de cd Got Me Electric verschenen. Zijn inmiddels vijfde cd is het inmiddels. Ook deze cd wordt weer gedomineerd door Dave's rauwe stemgeluid en zijn jagende slidegitaar en is een prettige combinatie van zelfgeschreven songs en bewerkte covers. Opvallend detail is dat zijn Schotse accent er duidelijk bovenuit klinkt. Ik vind het niet storend, het heeft wel iets.

Meteen met het eerste nummer Got Me Electric waan je je weer terug in de dertiger jaren. De combinatie van slide en rauwe vocalen laten je het meest doen denken aan Blind Willie Johnson. Het jagende No Easy Way wordt gepeeld op een normale akoestische gitaar en laat wat prachtig fingerpicking werk zien, daarna gaat hij er op de slide weer tegenaan op Close To The Edge. Dit gevolgd door het van Frankie Miller bekende One More Heartbreak.
Bij Soul Of A Man hoor je meteen de duidelijke invloeden van de schrijver Blind Willie Johnson. Homesick & Blue is een ander hoogtepunt van de cd. Een rockabilly-achtig nummer, gespeeld op de Telecaster.
Robert Johnson's Walkin' Blues krijgt ook nog even een Arcari-behandeling. Walkin' Blues, dat wel, maar gespeeld alsof hij de trein nog moet halen.

Een mooie plaat. Ik heb ervan genoten; zeker een aanrader voor fans van ruig slidegitaarwerk.
 



Lees meer...   (2 reacties)
De Schotse zanger/gitarist Dave Arcari is iemand die zich met hart en ziel heeft gestort op de rauwe en ongepolijste vooroorlogse blues. En als ik 'met hart en ziel' bedoel ik ook 'met hart en ziel' en met iedere vezel van zijn lichaam. Denk aan Blind Willie Johnson, Charley Patton en Bukka White en dan kun je ongeveer een beeld maken van deze man.
“Nobody's Fool” is zijn zesde album en het vierde voor het Dixiefrog label. Wat mij meteen al opviel was dat op zijn setlijst een aantal titels voorkwam, die ik ook op eerdere cd's van Arcari heb aangetroffen. In eerste instantie vreesde ik dat dit een soort van makkelijk 'Best of'-album is geworden totdat ik op de begeleidende brief van de platenmaatschappij lees dat een aantal nummers opnieuw zijn ingespeeld. Vooruit dan maar, het voordeel van de twijfel en luisteren eerst luisteren lijkt me het eerlijkst.
Het begint al meteen met “Devil's Left Hand”, de titelsong van zijn vorige album. Maar na beide versies beluisterd te hebben is er wel een verschil te horen, maar toch niet noemenswaardig. Dus toch wat teleurstellend, hoewel het verder een goede song is. Maar met het tweede nummer, Blind Lemon Jeffersons “See That My Grave Is Kept Clean” wordt mijn twijfel weer weggenomen. Het is een mooie ingetogen versie van een van de meest voor de verbeelding sprekende songs uit de rijke bluesgeschiedenis. Een mooi detail is dat Arcari hier zijn resonatorgitaar heeft weggelegd en zich op de banjo begeleid. “MacPherson's Lament” is een door Arcari op muziek gezet gedicht van de achttiende-eeuwse Schotse dichter Robert Burns. Ook dit nummer stond al op zijn vorige cd, maar door de toevoeging van violist Jamie Wilson krijgt dit toch weer een andere dimensie.
 Ook Robert Johnsons “Walkin' Blues” verscheen al eerder, maar met de hulp van de Finnen Juuso Haapasalo (staande bas) enHoney Aaltonen (snaredrum en brushes) meedoen, is het toch weer een heel andere versie. Datzelfde geldt voor “Blue Train”, waar beide Finnen ook weer te horen zijn. De klassieker “Baby, Let Me Follow You Down” krijgt een typische Arcari make-over: met haast relaxte zang krijgt dit nummer toch een bijzondere intensiteit mee. Op “Troubled Mind” krijgt Dave gezelschap van zijn oude maten uit de Radiotones: Jim Harcus (harmonica), Adrian Paterson (bas) enDon Mackinnon (drums). “One Side Blind” is weer een stuk, waarin Arcari solo te horen. Het is een remake van zijn vorige album en een rustpuntje voordat hij weer ouderwets te keer gaat op “Hot Muscle Jazz”. En dat is weer de Dave Arcari, zoals we hem kennen. Rauwe vocalen en een gierende slidegitaar.
 Dat hij trots is op zijn Schotse afkomst is al duidelijk geworden door de reeds beluisterde bewerking van het gedicht van Robert Burns. Met de traditionals “Duncan & Brady” en “Loch Lomond” wordt dit nogmaals bevestigd. Beide nummers krijgen een stevig bluesjasje aangemeten. Op de titelsong “Nobody's Fool” wordt hij weer begeleid door zijn Finse vrienden. Samen maken zij er een soepellopende song van. De afsluiter “Dragonfly” volgt in de 'Seasick Steve'-traditie met een onvervalste diddley-bow. Ruig, rauw, swingend en veel te kort. En helaas ook al te horen op het vorige album.
 
Conclusie:
Al met al heb ik toch een beetje moeite met dit nieuwe album. Niet dat het niet goed klinkt. Integendeel. Ook hier gaat Arcari er weer vol tegenaan. Het is allemaal eerlijk, rauw en ongepolijst. Ik vind het alleen jammer dat hij oude nummers opnieuw heeft ingespeeld in plaats van gewoon een album met nieuwe songs uit te brengen.
Maar dat is dan ook de enige kritiek die ik heb. Net als zijn andere cd's zal deze ook regelmatig in de cd-speler te vinden zijn.
 
Lees meer...   (4 reacties)

Met “Ride Or Die” zet Devon Allman de lijn door die hij heeft ingezet sinds hij met “Turquoise” (2013) en “Ragged And Dirty” (2014) solo is gegaan. Het is duidelijk dat hij is gegroeid als songwriter en muzikant; “Ride Or Die” klinkt weer volwassener en completer.

Het gebodene is de southern rock die wij van hem gewend zijn, een mooie mix van rock, blues en country aangevuld met soul en latin. Het is een album met diverse stijlen geworden, maar wel zodanig gebracht dat de nummers elkaar aanvullen en niet als los zand aan elkaar hangen. Begeleid wordt Allman door bassist Steve Duerst, zanger/gitarist Tyler Stokes en drummer Tom Hambridge, die het album ook meeproduceerde. Verder horen we nog toetsenspeler Kevin McKendree, violist Bobby Yang en saxofonist Ron Holloway. Mijn favoriete nummers zijn het swingende “Shattered Times”, waarin McKendree los gaat op zijn keyboard, en het stevige “Galaxies”.

Van de drie solo-cd’s is “Ride Or Die” de beste. Een aanrader voor de liefhebbers van goede southern rock.

Website: www.devonallmanband.com


Reacties (1)

Goed, een bekende achternaam kan zowel een lust als een last zijn. Daar zijn  in de muziekwereld talloze voorbeelden van. Zo ook als jouw vader Gregg Allman is. Maar meer wil ik er niet over kwijt en wil de prestaties van Devon Allman op zijn eigen merites beoordelen.

Al jarenlang speelt hij in bands als Honeytribe en Royal Southern Brotherhood. De muziek van deze bands en van Devon als soloartiest beweegt zich in het southern rock- en bluesstramien. Allman is een prima gitarist en goed zanger en weet ook leuke songs te schrijven. "Turquoise" is het eerste soloalbum en hij wordt begeleid door drummer Yonrico Scott en bassist Myles Weeks en een aantal gastmusici die verdeeld over de elf songs opduiken. Wat Allman hier brengt is een goede mix van makkelijk toegankelijk songs, kleine verhaaltjes eigenlijk, aanstekelijk en goed in het gehoor liggend. Met enkele knipogen naar andere genres, zoals in het latin ritme in "There's No Time", het tropisch aandoende "Key Lime Pie" en het jazzy "Time Machine" blijft hij lekker in de bluesy southern rock zitten.

Kortom, een prima album  van een ervaren en bekwaam muzikant die na jaren in bands te hebben gespeeld hier zij eigen ei kwijt kan.

Meer informatie op www.devonallmanband.com

Reacties

Als zoon van een beroemde vader blijf je altijd de zoon van die beroemde vader. Je kunt dan een aantal dingen doen. Bijvoorbeeld een andere achternaam nemen of een ander beroep kiezen als je vader. Of je trekt je er gewoon niets van aan en trekt jouw eigen plan. En dat is precies wat Devon Allman al sinds enkele jaren succesvol doet. Na bands als Honeybird en de Royal Southern Brotherhood is hij nu vol aan de gang met zijn solocarrière. Met “Ragged & Dirty” ligt nu zijn tweede cd in de winkel.

Het album is geproduceerd door Tom Hambridge en Allman wordt gesteund door een prima band. In tegenstelling tot zijn eerste cd “Turquoise” vind ik deze wat minder evenwichtig. In de wat stevigere songs gaat hij naar mijn zin wel wat erg te keer. De kracht ligt hier bij de ballads, waar Allman het best tot zijn recht komt. “Leave The City” is hier een goed voorbeeld van. “Can’t Lose ‘Em All” is een fraai eerbetoon aan de Allman Brothers Band, de band van Devons vader. Devon Allman is zonder meer een goed muzikant te noemen; hij heeft een prima stem en is een uitstekende gitarist, die ook nog eens prima songs schrijft.

BarnOwlBlues vindt: Het is jammer dat Allman af en toe wat te veel gas geeft, waardoor het soms wat té ruig wordt. De balans tussen de rustige ballads en het ruigere rockwerk is dan een beetje weg. Verder munt hij uit door vakmanschap en laat hij horen dat hij van zijn pa de goede genen heeft geërfd.

www.devonallman.com


Reacties

De in Nijmegen woonachtige Eva Almagor heeft na het uitbrengen van enkele singles en een EP nu een volledig album uitgebracht met de titel “Against The Grain”. Eva timmert al enkele jaren aan de weg en heeft met en zonder band door het hele land opgetreden. Ze heeft haar sporen inmiddels wel verdiend.

Op “Against The Grain” wordt zij begeleid door Jurrie Spoelstra (gitaar, achtergrondzang), Fabian Kraal (drums), Teun Dillisse (toetsen), Aldo Spadaro (gitaar), Pim Walter (bas), Sybren van Doesum (trompet) en Carlo Banning (saxofoon). De twaalf nummers allemaal zijn door Eva en haar band geschreven. Het is een prettige cd geworden met fijne luisterliedjes. Mooi geschreven en gespeeld. Wat stijl betreft put Eva uit de blues en soul. Zij heeft een heldere en duidelijke stem, waardoor haar teksten goed te beluisteren zijn. Iets waar het bij andere zangers nog wel eens aan ontbreekt. Mijn favoriete nummer is de southern soulsong “Leave You” met fraaie achtergrondzang, bluesgitaar, een smeuïg Hammond-geluid en een blazerssectie in mineur.

Eva Almagor bewijst met dit album een uitstekende aanvulling te zijn op de toch al goede nieuwe generatie singer-songwriters. Met mensen als Eva ziet het wel snor met de toekomst van handgemaakte muziek in Nederland.

Website: www.evaalmagor.nl


Reacties (1)

Van 1984 tot 2009 was Gaye Adegbalola de voorvrouw van Saffire-The Uppity Blues Women, een groep die sowieso opviel om dat ze uit drie vrouwen bestond, maar ook niet in de laatste plaats vanwege de teksten, die soms gewaagd, soms grappig en vaak maatschappij-kritisch waren. Met Tanyah Cotton, Gloria Jackson en Marta Fuentes vormt zij nu het kwartet Gaye Adegbalola & the Wild Rutz (spreekt uit: roots). Ook de teksten van deze groep zijn door Gaye geschreven en net als die van Saffire soms gewaagd, soms grappig en vaak maatschappij-kritisch.

Naast de teksten valt deze groep op vanwege de a-capella zang met hooguit wat lichte ondersteuning van percussie en gitaar. Gaye is een uitstekende songschrijver, die geen onderwerp uit de weg gaat. Ze zingt over ouder worden, homosexualiteit, persoonlijke ontwikkeling. Er zit veel humor in, maar ze kan ook ernstig klinken. De titelsong “Is It Still Good To Ya?” gaat over ouder worden, het ernstige “You Don’t Have To Take It” over huiselijk geweld, maar de dubbelzinnige doo-wop song “Boy In The Boat” brengt de vrolijkheid weer terug.

Vier sterke en mooie vrouwen, die prachtige muziek maken met diepe veelzeggende teksten. Een aanrader.

Website: www.adegbalola.com


Reacties (1)
Na jarenlang aan Hepatitis C te hebben geleden ontving Gregg Allman enkele maanden geleden een nieuwe lever. E.e.a. Was te wijten aan een wat te losse levensstijl met drank en drugs. De goede man staat inmiddels al jarenlang weer droog en na twee jaar op de wachtlijst te hebben gestaan was hij aan de beurt voor een nieuw orgaan. De operatie is goed geslaagd en Allman is alweer druk bezig met een nieuwe tournee, die hem dit jaar ook naar Nederland (Bospop) zal voeren.
De nieuwe cd die ik nu voor me heb liggen is al zo'n zes maanden voor de operatie opgenomen, maar pas nu vond men het tijd deze uit te brengen. Als producent is T-Bone Burnett aangetrokken en begeleid wordt hij door Doyle Bramhall II op gitaar, Jay Bellerose op drums, Demis Crouch op staande bas en Dr. John op piano.
 
De titel van de cd dekt precies de lading: “Low Country Blues”. Op één na bestaat het album uit covers, variërend van Sleepy John Estes en Skip James tot en met Otis Rush en Muddy Waters toe. Een prachtige selectie bluesnummers, die beginnend met Sleepy John Estes' prachtige “Floating Bridge” je meenemen op een prachtige reis door bluesland en je meevoeren langs de oude meesters. Als tweede nummer volgt het van Junior Wells bekende “Little By Little”, waarop Allman nog maar eens laat horen hoe soepel zijn stem op 63-jarige leeftijd nog steeds is. “Devil Got My Woman” van Skip James raakt je diep van binnen en ook Muddy Waters' “I Can't Be Satisfied” krijgt een geheel nieuwe dimensie.
En van de met blazers versierde “Blind Man” van Bobby Bland (en Little Milton) krijg ik gewoon de kriebels. Dan volgt het enige door Allman met ABB-collega Warren Haynes geschreven “Just Another Rider”. Een song dat verhaalt over het reisleven van de muzikant, hotelkamers, kortstondige ontmoetingen en dat van dit album nog het dichtst bij een Allman Brothers Band uitvoering komt. Lekker gitaarwerk van Doyle Bramhall II, die op “Please Accept My Love” (B.B. King) met zijn gitaar het nummer met een lekker Texasblues-sausje overgiet.
Het drijvende ritme van “I Believe I'll Go Back Home” zorgt voor een gospelachtige sfeer, gevolgd door de tranentrekker “Tears Tears Tears” (Amos Milburn). Een slowblues, de rauwe bluesstem verrijkt met blazers en relaxte pianosolo's van Dr. John maken het een v an de beste nummers van dit album. Voor de volgende nummers reizen we in gedachten mee naar de Westside van Chicago. Van Magic Sam's “My Love Is Your Love”, opgebouwd rond de gitaarriff van Bramhall, is een mooie soulvolle versie gemaakt. Op “Checking On My Baby” weet Bramhall de typische 'ringende' toon van Otis Rush te benaderen. Het V&A-spel tussen deze gitaartonen en Allman's gevoelige stem maken hier een fantastische versie van.
De drumslagen van het laatste nummer doen je denken aan de slagen van een bijl in de oude worksongs. Dan zet de vette Hammond van Allman in en de synchroonwerkende stem en slidegitaar geven de traditional “Rollin' Stone” een sinistere sfeer. Een prachtige voetnoot en waardige afsluiter van dit album.
 
Als conclusie kan ik zeggen dat Gregg Allman een prachtig album heeft gemaakt. Begeleid door een topproducer en topmuzikanten zorgen voor een geweldig product. Nergens verliezen de muzikanten zich in overgedreven gedoe. Het blijft ingetogen en erg dicht bij het origineel. Een ware wandeling door de geschiedenis van de blues. Het jaar is pas begonnen, maar ik denk wel dat deze cd een grote kans maakt in mijn top 10 van 2011.
 
Lees meer...   (3 reacties)

Tot mijn grote schande moet ik bekennen dat Gwyn Ashton een beetje aan mijn aandacht is ontsnapt totdat ik zijn meest recente album “Radiogram” op de deurmat aantrof. Het blijkt dat de goede man al een hele serie albums op zijn naam heeft staan. Ashton is geboren in Wales en in Australië opgegroeid. Sinds een jaar of twintig woont hij weer in Europa en heeft inmiddels een flinke naam als bluesrocker van de eerste orde opgebouwd.

Met “Radiogram” heeft hij onlangs zij zesde cd op de markt gebracht. Naast zijn vaste drummer Key Hickman wordt hij hierop begeleid door hooggewaardeerde collega’s als Don Airey, Kim Wilson, Robbie Blunt, Johnny Mastro, Mark Stanway en Mo Birch, die allen hun sporen in de blues en rock ruimschoots hebben verdiend.

De opener “Little Girl” is ook op single uitgebracht. Het begint krakend en ouderwets alsof het op een oude grammofoon wordt gespeeld, alleen Gwyn die met zijn gitaar meezingt, dan valt harmonicaman Kim Wilson bij en al snel vliegen de vonken er af. Ook het volgende nummer “Don’t Wanna Fall” knalt uit de speakers. Het album is gevarieerd en biedt afwisselend stampende rock en meeslepende blues. Mijn favoriete songs zijn de stevige blues “Let Me In” met geweldig harmonicawerk van Johnny Mastro en het meeslepende “Dog Eat Dog”. Met het laatste nummer “Bluz For Roy” had ik in eerste instantie wat problemen. Een tribuut aan Roy Buchanan is mooi, maar het zijn wel erg grote schoenen waar je als gitarist in moet passen. Vooral ook omdat Gwyn iemand is die meer door Rory Gallagher is beïnvloed. Maar, na de track een paar maal beluisterd te hebben, moet ik toegeven dat hij zich op een prima manier van zijn taak kwijt. Helemaal Roy Buchanan wordt het niet - dat heb ik nog nooit iemand horen doen – maar Gwyn brengt het er toch prima van af.

Conclusie: voor fans van het stevigere bluesrockwerk is deze cd absoluut een aanrader. Goed spel, opwindende muziek en veel vuurwerk. Wat wil je toch meer?

Reacties (1)

Hij is geboren in Nebraska en opgegroeid in Missouri. Gitarist Hector Anchondo ontdekt de gitaar op 16-jarige leeftijd en raakt beïnvloed door mensen als Hendrix, Clapton en Vaughan. In 2002 neemt hij met zijn neef George Keel zijn eerste album op, een akoestische rockplaat. Maar het bluesvirus krijgt hem al snel te pakken en er volgen met zijn eigen band in 2012 een EP en twee jaar later een compleet album. In 2016 is hij finalist bij de IBC in Memphis. En nu is zijn nieuwe cd “Roll The Dice” verschenen.

Op “Roll The Dice” staan tien nummers, waarvan er negen door Anchondo zelf zijn geschreven. De enige cover is Peter Greens “Black Magic Woman”. De band bestaat naast zanger, gitarist en naamgever Anchondo uit drummer Khayman Winfield, harmonica speler Justin Shexlton, bassist Josh Lund, percussiespeler Matt Russo en de blazers Eric Stark en Kenny Glover. Als we een stijl moeten benoemen dan is die het best te beschrijven als rauwe, gruizig rockende blues. De cd begint meteen sterk met het rockende “Dig You Baby”, dat opent met de harmonica van Shexlton. De zang wordt hier waargenomen door Amanda Fish (zus van Samantha), die zich hier prima van haar taak kwijt. Ook Anchondo heeft een prima stem, wat hij in de overige nummers laat horen. En hij is een prima gitarist, ook dat is duidelijk. De ritmesectie staat als een huis en bieden de nodige steun voor Anchondo’s zang en gitaar en Shexltons harmonica. De blazers overgieten het geheel met een soulachtige saus. Kortom, een prima cd, waarmee genoeg te genieten valt.

Website: www.hectoranchondo.com

Reacties (2)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl