barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Voor wie het nog niet weet of voor hen die de afgelopen jaren onder een steen hebben geleefd, de Band of Friends is enkele jaren geleden opgericht door ex-Rory Gallagher leden Gerry McAvoy en Ted McKenna, aangevuld met de Nederlandse gitarist en zanger Marcel Scherpenzeel. Zwaartepunt van hun optredens was de muziek van Rory Gallagher levend te houden. Maar Band of Friends is meer dan een coverband. Daar zorgt de klasse van de individuele muzikanten wel voor. Bovendien heeft Marcel een geheel eigen stijl en zorgt zijn inbreng voor een eigen gezicht van de band. In 2013 werd de cd/dvd “Too Much Is Not Enough” uitgebracht met op de cd uitsluitend eigen werk.

Onlangs is de tweede van de band verschenen, waar geen enkel nummer van Rory Gallagher meer op staat. De enige cover is een bewerking van Frankie Millers “A Sense Of Freedom”, de overige tien nummers zijn van de hand van de drie heren zelf. Wat we te horen krijgen is uiteraard stevige bluesrock, wat meer losgeweekt van de Gallagher-stijl, waardoor de cd meer eigen smoel heeft gekregen. Het stevige drumwerk van McKenna en de pompende bas van McAvoy houden de boel strak, terwijl Scherpenzeel voor het vuurwerk zorgt. Mijn favoriete nummers zijn “A Sense Of Freedom” en “Wanna Be Next To You”, beiden met prima gitaarwerk, en de afsluiter, het akoestisch folk-achtige “King Of The Street”. Gewoon een fijne bluesrock-cd.

Website: www.bandoffriends.eu

Reacties (2)

Met een onderbreking van een aantal jaren kan Barrelhouse terugkijken op een carrière van ruim veertig jaar. In 1974 is de band opgericht uit de restanten van de Oscar Benton Blues Band en al snel bouwden zij een reputatie op als uitstekende liveband. En nog steeds weten deze door de wol geverfde muzikanten een opwindende show te geven.

Onlangs verscheen de cd “Almost There” met als subtitel ‘it might be just around the corner what you are looking for’, een thema over hoop, dat in een aantal zelfgeschreven nummers om de hoek komt kijken. Met producer Erik Schurman heeft de band de cd live in de studio opgenomen, wat het spontane karakter van de nummers ten goede is gekomen. Van de twaalf nummers zijn zes eigen composities. Het van Ike Turner bekende “Don’t Hold Your Breath” maakt van de covers het meeste indruk op mij. Buiten dat ze een uitstekende (live)band zijn ligt de kracht van Barrelhouse ook bij de eigen composities. Nummers van Tineke Schoemaker als “I Wish I Could Pray”, dat gaat over het overlijden van een vriend, en “Lonely Together” over de verwerking van haar scheiding geven dit een persoonlijk tintje. Wat stijl betreft biedt de cd een fraaie variatie van uptempo rockende nummers en ingetogen ballads.

Met “Almost There” toont Barrelhouse aan nog steeds bij de beste Nederlandse bluesbands te behoren; één die  ook makkelijk internationaal overeind blijft. Een prima album.

Website: www.barrelhouse.nl


Reacties (1)

Zowel Beth Hart als Joe Bonamassa hebben succesvolle solocarrières, maar na een eerste samenwerking in 2011 beviel dit beiden kennelijk zo goed dat zij elkaar zo af en toe eens opzoeken. Het eerste resultaat van die samenwerking is de cd "Don't Explain", in 2013 gevolgd door "Seesaw". Ook live gaat die samenwerking uitstekend, zoals uit de concertregistratie "Live In Amsterdam" blijkt.

Het dubbelalbum bestaat uit 21 songs die op 29 en 30 april 2013 zijn opgenomen in ons hoofdstedelijke Carré. Zij worden begeleid door een uitstekende band, bestaande uit tweede gitarist Blondie Chaplin , bassist Carmine Rojas, drummer Anton Fig en een blazerssectie met trompettist Lee Thornburg en saxofonist Ron Dziubla. Beth Hart is een uitstekende zangeres, die hier goed op dreef is. Zij kan zowel schreeuwen als Janis Joplin en mooi ingetogen zingen als Billie Holiday. En ook Joe Bonamassa geeft zich helemaal met vurige licks, heldere solo's en smaakvol gitaarwerk.

Af en toe gaat het dak eraf in songs als "Nutbush City Limits" en "I'd Rather Go Blind", maar ze krijgen ook het publiek muisstil met de vertolking van de Billy Holiday-klassieker "Strange Fruit".

BarnOwlBlues vindt dit een fantastisch live-album van twee topartiesten. Een absolute aanrader.

Reacties

Met hun tweede samenwerking brengen gitarist Joe Bonamassa en zangeres Beth Hart een ode aan de oorsprong van de soul. Bonamassa's veelzijdigheid komt wederom tot uiting; of hij zich nu stort op blues, hardrock, bluesrock of, zoals hier, soul, hij kan gewoon alles. En Beth Harts stem met het markante vibrato kan ook op al die muziekstijlen worden losgelaten.

Het duo heeft op "Seesaw" elf klassiekers bewerkt en er een mooie eigen en respectvolle versie van gemaakt. Of het nu Ike & Tina's stampende "Nutbush City Limits" of de zoete ballad "A Sunday Kind Of Love" van Etta James is, het is allemaal prima gedaan. Beth Hart kan heel mooi en ingetogen zingen, maar ook brullen als een leeuw en Bonamassa dans er omheen met zijn gitaar. Persoonlijke heb ik altijd moeite als Billie Holiday's "Strange Fruit" door een blanke vrouw wordt vertolkt, maar deze versie is heel respectvol, al bereikt het niet de beklemmende sfeer van het origineel. Nummers die ik nog apart wil noemen zijn Al Koopers ballad "I Love You More Than You'll Ever Know" en "Miss Lady" met geweldig gitaarwerk van Bonamassa.

Net als op hun eerste samenwerking "Don't Explain" van twee jaar geleden completeren beiden elkaar prima. Een prima formule en ik zou er niet vreemd van opkijken als dit in de toekomst nogmaals wordt opgepakt.

Reacties

De uit 's-Hertogenbosch afkomstige Bo Brocken heeft toegelegd op de akoestische bluesstijl van de dertiger tot vijftiger jaren. Als Big Bo speelt hij eigen nummers in deze stijl en vertolkt hij bluesklassiekers van grote namen als Charley Patton, Skip James, Muddy Waters en Robert Johnson om er maar een paar te noemen.

Op zijn album “Traveling Riverside”, vernoemd naar de reis langs de Mississippi die hij in 2011 maakte, vertolkt Bo vijftien bluesklassiekers van, naast de al eerder genoemde heren, Brownie McGhee/Sonny Terry, Blind Willie McTell, Lead Belly en nog een paar. Bo weet in diverse stijlen te spelen, zodat hij de nummers in hun oorspronkelijk jasje vertolkt. Hij trapt echter niet in de valkuil te veel als de betreffende artiest te willen klinken. De eigen inbreng is wat dat betreft precies goed. Op het album is Bo grotendeels alleen te horen; hij speelt diverse gitaren, hihatt, basdrums en harmonica. Op drie nummers wordt hij ter zijde gestaan door harmonicaman Ruurd van der Vegt.

Het resultaat is een prima album geworden met een mooie diversiteit aan originele bluesstijlen, zoals Deltablues, Rags, Mississippi Hill Blues en Piedmont blues. Kortom, een zeer fraai eerbetoon aan de blueshelden van weleer.

Website: www.bobrocken.nl

Reacties (1)

In 2012 besloten vier rock ‘n roll- en rockabillyfans uit Wetteren (Oost-Vlaanderen) een band op te richten. De Big Time Bossmen was geboren. Langzamerhand snoven de heren ook aan blues, swamprock en soul en in 2016 doken zij samen met Walter Broes de studio in. Het resultaat hiervan ligt nu in de winkels in de vorm van de cd “Working On A Plan”. De band bestaat uit David Bauwens alias Dick Hardy (zang, harmonica), Piet Vercauteren (gitaar), Bruno Dierick (staande bas) en Rien Gees (drums).

Op de cd twaalf staan eigen nummers en een cover (Ruth Browns “5-10-15 Hours”). Als gastmuzikanten doen Pieter Akkermans (Hammond), Dirk Naessens (fiddle) en Dirk Lekenne (slidegitaar) mee. De stijl van de heren is onmiskenbaar rockabilly en rock ’n roll, maar uitstapjes naar rock en blues worden niet geschuwd. Op deze manier is een leuke cd ontstaan met een gevarieerd aanbod.  Rockabilly en rock ’n roll zijn ook de nummers waarmee de cd wordt geopend, “Make My Way” en “Baby What’s Wrong”. En dat blijft de rode draad, zoals in “Wouldn’t That Be Great” en “Take No Prisoners”. De uitstapjes worden gedaan met het stevig rockende “The Last Fuck”, western swing in “Big Time Bossman” en de blues in “Damn You Woman”.

Een erg leuke cd, waarmee de verwachting wordt gecreëerd dat de heren live best een feestje kunnen bouwen.

Website: https://nl-nl.facebook.com/bigtimebossmen/

Reacties (2)

Comebacks komen in de blues wel vaker voor. Legendarisch zijn de oude bluesartiesten als Son House, Mississippi John Hurt, Skip James en vele anderen die in de dertiger jaren platen opnamen en toen in de vergetelheid raakten. Pas nadat ze in de zestiger jaren door veelal blanke bluesfans waren herontdekt en weer gingen opnemen hadden ze nog een fraaie oude dag. Je zou denken dat dit niet meer voorkomt, maar niets is minder waar. Er zijn nog steeds artiesten die in de zeventiger jaren actief waren en nu buiten de belangstelling staan. Een van hen is de bijna 70 jarige Bill Blue. In de zeventiger jaren deelde hij het podium met ZZ Top, Allman Brothers Band, Albert King, Johnny Winter en hij maakte deel uit van de band van Arthur 'Big Boy' Crudup. Na diens dood toerde hij geruime tijd met de Bill Blue Band over de wereld tot hij zich zo'n dertig jaar geleden in de Florida Keys vestigde en er niet meer weg ging.

Lokaal bleef hij nog muzikaal actief, maar daar bleef het op. Tot de Engelse muziekproducent Ian Shaw zich er ook vestigde en hij Bill zag. Hij wist hem over te halen weer de studio in te gaan en het resultaat "Mojolation" is nu uitgekomen. Bill wordt bijgestaan door een aantal vrienden, waaronder drummer Richard Crooks, die heeft gewerkt met Bob Dylan, Paul Simon en Leonard Cohen en de Engelse gitarist Matt Backer, die heeft gespeeld met Steve Winwood, Joe Cocker, Emmylou Harris en ook Julian Lennons bandleider was. Verder doen  nog de gitaristen Michael McAdams (v/h Reba McEntire) en Larry Baeder en als blazers de Funk In The Middle Horns mee.

Het merendeel van de songs is uptempo en rauwe pure r&b. Bill speelt een geweldige partij gitaar en heeft een stem alsof hij iedere dag grint eet in plaats van cornflakes. Dat is meteen bij de openingstrack "It's Gotta Change" duidelijk. Rauwer en puurder komen ze niet. Rauwe stem, rauwe gitaar en een slide die door merg en been gaat. Ook songs als "Guitar Whore" en "Who Let That Stranger In?" hebben eenzelfde overweldigende impact.  Down-to-earth met fantastisch gitaarwerk, wat wil een bluesfan nog meer. Alleen in de klassieker "Poor Boy Blues" en het wat rustigere "I Ain't From Mississippi" wordt wat gas teruggenomen. Denk niet dat het dan zoetsappig en lieflijk wordt. Nee, niets van dit alles, het blijft rauw en puur, maar dan  gewoon wat rustiger. De uitsmijter "On The Road For Big Boy" wordt nog eens gas gegeven en laat Bill grandioos slidewerk horen met opwindend blazersgeweld op de achtergrond.

BarnOwlBlues vindt: van het begin tot het einde een album vol met energieke rauwe en eerlijk blues. Dank aan producer Ian Shaw die dit juweel weer uit de vergetelheid wist te halen.

Reacties (2)

Er vallen bij mij vaak  cd’s op de deurmat. Cd’s die leuk of minder leuk, goed of minder goed zijn. En zo af en toe is er een bij waar je meteen recht overeind van gaat zitten, die de aandacht van begin tot eind vasthoudt. Zo’n cd is “I Can’t Change” van Billy the Kid & the Regulators. Het is een zesmansformatie uit Pittsburgh rond zanger/gitarist Billy Evanochko. De rest van de band wordt gevormd door de gitaristen Jon Vallecorsa en James Dougherty, bassist Arnold Stagger, drummer Brian Edwards en toetsenspeler Ublai Bey. Het een en ander wordt dan nog gecompleteerd door een aantal gastmuzikanten.

Het album “I Can’t Change” bevat tien songs, waarvan zes eigen composities. Wat stijl betreft is de basis blues, maar dan van de soort die zwaar tegen soul en funk aanleunt. De songs zijn van een zeer hoog niveau, het swingt, het grijpt je, het heeft alles wat je van soulblues verwacht. Stuk voor stuk prachtige nummers, waarvan ik als favorieten kies voor “Who”, dat we kennen van Little Walter, en het swingende “I Can’t Change”.

Een meer dan uitstekend album, die het zeker verdiend om gehoord te worden. Topklasse.

Website: www.billythekidband.com

Reacties (1)
Op het moment dat bekend werd dat zanger/bassist Glenn Hughes, gitarist/zanger Joe Bonamassa, drummer Jason Bonham en toetsenist Derek Sherinian lieten weten dat zij een band zouden gaan vormen was er direct sprake van de term “supergroep”. En terecht natuurlijk want de heren hebben allen een enorme staat van dienst opgebouwd in het rockwereldje. Glenn Hughes was zanger van Trapeze en Deep Purple, Joe Bonamassa is hard bezig met een eigen indrukwekkende carrière, Sherinian is afkomstig uit de prog-rockgroep Dream Theater en Jason Bonham is – behalve “zoon van” – ook een succesvolle drummer met een indrukwekkende staat van dienst in eigen bands en als begeleider van o.m. Paul Rodgers, Slash, Ted Nugent en als plaatsvervanger van zijn vader bij reünieconcerten van Led Zeppelin.
Nu het album eindelijk uit is kunnen we ons eens gaan concentreren op de muziek en bepalen of de hooggespannen verwachtingen worden waargemaakt. Het antwoord is eigenlijk heel simpel….ja! Al vanaf het eerste nummer is het duidelijk dat we hier te maken hebben met een ROCKband. Zoals verwacht ligt de muzikale koers van Black Country Communion in de jaren 70. Als je niet beter zou weten denk je te maken te hebben met een album uit 1970. Lang uitgesponnen nummers, gebaseerd op sterke gitaarriffs en prachtige solo’s van Bonamassa.
 
Dat Hughes (bijnaam The Voice of Rock) de meeste nummers zingt lijkt in eerste instantie niet meer dan logisch. Zoals ik al schreef is de opener “Black Country” een onvervalst rocknummer, waarin Hughes de sterren van de hemel brult. Met zij staat van dienst is het logisch dat hij ook het leeuwendeel van de vocalen voor zijn rekening neemt, hoewel Joe Bonamassa ook gezegend is met een formidabele stem zoals is te horen in het prachtige “Song Of Yesterday” en het geweldige “The Revolution In Me”. Misschien wel de twee beste nummers van dit album. Met name de vocale wisselwerking tussen Hughes en Bonamassa in “Song Of Yesterday” is weergaloos en zijn gitaar maakt Bonamassa er een juweeltje van. Ook in het zwaar rockende “Sista Jane” en afsluiter “Too Late For The Sun” zorgen beide heren voor vocaal vuurwerk. “Too Late For The Sun” is met ruim 11 minuten het langste nummer van het album en eveneens een van de hoogtepunten. Wat mij betreft hadden Hughes en Bonamassa alle nummers mogen verdelen qua zang want het klinkt geweldig.
Toch zijn niet alle songs even sterk. “Down Again” en “Beggarman” zijn vullertjes maar gelukkig valt er verder weinig tot niets aan te merken. Andere noemenswaardige nummers zijn het heerlijk groovende “The Great Divide” en een uitstekende uitvoering van de Trapeze klassieker “Medusa”. (Trapeze was ooit de band van Hughes). Ook Bonham en Sherinian mogen niet onvermeld blijven. Jason Bonham heeft natuurlijk altijd moeten opboksen tegen de legende van zijn vader John (Led Zeppelin) maar laat hier maar weer eens horen, dat hij niet alleen hard kan slaan maar ook zeer smaakvol kan drummen met veel nuances en gevoel. Sherinian (o.a. Dream Theater) vult de lege plekken perfect op met mooi toetsenwerk en dat lekkere Hammond soundje waardoor de songs een zeer warme sound krijgen.
 
Black Country Communion is een van de beste rockalbums van het afgelopen jaar. Een hele prestatie gezien het feit dat het album in amper twee weken tijd is gemaakt! 
Lees meer...

Met “Afterglow” brengt de supergroep Black Country Communion al het derde studioalbum binnen drie jaar uit. Met het livealum erbij staat de teller dus nu al op vier stuks. Een ware prestatie voor een band, waarvan de leden ook nog eens solocarrières of andere projecten hebben. En dat is precies de reden dat het misschien ook wel eens het laatste album zou kunnen zijn. Het rommelt een beetje binnen de gelederen; bassist/zanger Glenn Hughes heeft onlangs in een interview zitten mopperen over het feit dat de band in verband met de solocarri1ere van gitarist Joe Bonamassa te weinig tijd heeft om op te treden. Naast de genoemde heren bestaat de band nog uit drummer Jason Bonham en toetsenist Derek Sherinian.

Ondanks het tijdgebrek hebben de heren toch weer een uitstekend album uitgebracht. De songs zijn allemaal van de hand van Hughes, ook hier is de inbreng van Bonamassa minimaal te noemen. Het hele album is ook binnen vijf dagen ingespeeld. Ook met dit album beweegt BCC zich in het bluesrockidioom en, hoewel het niet echt vernieuwend is wat hier wordt gebracht, is dit album gevarieerder dan de voorgaande producties. Er zit meer ruimte in voor rustigere stukken en soms horen we zelfs een akoestische gitaar landskomen; iets dat het luisterplezier alleen maar vergroot. Nummers als het aan Led Zeppelin herinnerende “Afterglow”, de smaakvolle blues “Common Man” en het intrigerende “The Giver” zijn wat mij betreft de uitschieters.

Conslusie: Mocht dit inderdaad het laatste album zijn dan wordt hier nog wel even een visitekaartje afgegeven. Prima werk, goed gemusiceerd en misschien helaas binnenkort voorbij. Laten we er nog maar even van genieten.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl