barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
 






































Reacties
Voor fans van de bijna twintig jaar geleden overleden Albert Collins waren de afgelopen jaren uitstekend te noemen. Er wordt gelukkig weer oud livemateriaal van hoge kwaliteit gevonden en uitgebracht.
Ook dit concert, dat op 28 oktober 1991 in Austin is opgenomen, is van prima kwaliteit en geeft Albert Collins in topvorm weer. Alberts band bestaat uit gitarist Derek O'Brien, bassist Johnny B. Gayden, organist Reece Wynan, drummer Soko Richardson en een blazerssectie met Jon Smith op saxofoon en trompettist Steve Howland.
Dat Collins op dreef is is meteen duidelijk bij de opener, het instrumentale “Mr. Collins, Mr. Collins”, gevolgd door “My Woman Has A Black Cat Bone” en een uitstekende versie van het bekende “Ice Man”, waar beide gitaristen proberen elkaar de loef af te steken. Na al het geweld volgt een paar minuten rust met de slowblues “Lights Are On But Nobody's Home”, met een paar prachtige solo's van sax, orgel en natuurlijk beide gitaren. “Put The Shoe On The Other Foot” is een swingende funkblues, zoals we dat van Collins kenen. Dan volgen Guitar Slims “The Things That I Used To Do”, een prachtige blues met onderkoelde solo's van zowel Collins als O'Brien, en het funky “Head Rag” met opwindend baswerk van Gayden. Via het uptempo “Travelin' South” zijn we bij de uitsmijter, het dertien minuten lange “Frosty” aangeland. Buiten de lang uitgesponnen solo's is het leuk om te zien hoe Collins al gitaar spelend het publiek inloopt met een tientallen meters lang snoer aan zijn gitaar.
 
Conclusie:
Oorspronkelijk was dit optreden opgenomen voor een tv-show. Deze cd/dvd bevat enkele nummers, die nooit eerder zijn uitgezonden. Het is een mooie aanvulling op iedere Albert Collins-collectie. Collins en zijn band waren in topvorm deze avond . Mooi dat dit is vastgelegd.
 
 
Lees meer...   (2 reacties)

Na acht jaar voor het Amerikaanse leger in plaatsen als Kosovo en Irak te hebben gediend blijkt Annika Chambers ook nog andere ambities en kwaliteiten te hebben. De in Texas geboren Chambers leerde het zingen in de kerk, maar zij werd door de blues pas echt gegrepen nadat ze aan een talentenshow in Kosovo had meegedaan. Pas nadat zij de militaire dienst vaarwel had gezegd en weer was teruggekeerd in Texas werd er wat meer aan een muzikale carrière gedacht. En een eerste resultaat van deze carrièreswitch ligt nu in de winkels onder de naam “Making My Mark”.

En een betere naam had er niet gekozen kunnen worden; mevrouw Chambers maakt inderdaad grote indruk. Zij beschikt over een stem waarmee zij zowel kan brullen als verleidelijk kan fluisteren, soulvol kan zingen als rauwe blues aan kan. De Houston All-Stars is een gelegenheidsband, die niet uit zo maar van de straat geplukte muzikantjes bestaat. Elk van hen heeft een gedegen reputatie en sommigen hebben zelfs Grammy nominaties in hun zakken. De band bestaat uit Larry Fulcher (bas), Samantha Banks en Tony Braunagel (drums), Skip Nalia en David Delagarza (toetsen) en Darrell Leonard (trompet). Verdere muzikanten op de cd zijn Barry Seelen en Randy Wall (toetsen), Brad Absher, David Carter en Corey Stoot (gitaar), Anthony Terry (sax) en de achtergrondzang wordt door Nicoya Polar en Sheree Howard verzorgd.

Zeven songs zijn originelen en geschreven door Chambers, Larry Fulcher en diens dochter Dominique. Het begint met het langzame en funky “Move” en we worden in twaalf songs verrast op soul, funk en echte downhome ‘met-je-voeten-in-de klei’ blues. Geheel in de oude bluestraditie is Annika niet bang om dubbelzinnig te werk te gaan, zoals in “Barnyard Blues” en “Lick ‘Er”. Mijn favoriete song is “It Hurts Me To My Heart”, waarin ze laat horen wat ze allemaal met haar stem kan.

BarnOwlBlues vindt “Making My Mark” een geweldige cd van een fantastische zangeres. Iedere song fascineert en houdt de aandacht vast. Onvoorstelbaar dat dit iemands debuut-cd is. Een absolute aanrader.

www.annikachambers.com

Reacties (1)

Na acht jaar voor het Amerikaanse leger in plaatsen als Kosovo en Irak te hebben gediend blijkt Annika Chambers ook nog andere ambities en kwaliteiten te hebben. De in Texas geboren Chambers leerde het zingen in de kerk, maar zij werd door de blues pas echt gegrepen nadat ze aan een talentenshow in Kosovo had meegedaan. Pas nadat zij de militaire dienst vaarwel had gezegd en weer was teruggekeerd in Texas werd er wat meer aan een muzikale carrière gedacht. In 2014 verscheen haar eerste album “Making My Mark”, die overal positief werd ontvangen.

Sinds het album uitkwam is er veel gebeurd voor Annika en niet alleen maar positieve dingen. Ze heeft bijvoorbeeld ook zes maanden in de gevangenis doorgebracht. En nu is onlangs haar tweede cd “Wild & Free” verschenen met twaalf nummers, een mooie mix van originals en covers. Begeleid wordt zij onder meer door Mike Finnegan (piano,  orgel), Larry Fulcher (bas), Tony Braunagel (drums) en de gitaristen Johnny Lee Schell en Josh Sklair. De vier eerstgenoemden vormen ook de Phantom Blues Band. Mevrouw Chambers heeft een stem waarmee zij zowel kan brullen als verleidelijk kan fluisteren, soulvol kan zingen als rauwe blues aan kan. Wat stijl betreft zit zij tussen ‘echte’ blues en soulblues; we horen ballads en rockers. Bijzondere indruk op mij maken het door Annika zelfgeschreven “Reality” en de soulblues “Six Nights And Day”. Haar debuutalbum maakte al indruk en deze tweede is nog eens een stap vooruit.

Website: www.annikachambers.com


Reacties (2)

Dat er nog steeds juweeltjes op de plank liggen bij de platenmaatschappijen bewijst maar weer deze cd van Arthur 'Big Boy' Crudup. Deze opnamesessie is lang verborgen gebleven en nu door Delmark alsnog uitgebracht. Het levensverhaal van Crudup is min of meer bekend. Zijn hit "That's Alright Mama" wordt de eerste single van Elvis Presley, die aan het begin staat van fabelachtige rijkdom. Crudup zelf kan, hoewel hij The Father of Rock n Roll wordt genoemd, maar moeilijk rondkomen en hij overlijdt in 1974 in relatieve armoede. 

In 1969 gaat hij de studio in om met drummer Willie 'Big Eyes' Smith, gitaristen Jimmy Dawkins en Mike Thompson en bassist Mark Thompson een aantal songs op te nemen.

Op het eerste nummer "Sunny Road" wordt Crudup alleen begeleid door de drums van Smith. Een mooie stadse blues met een leuke verwijzing naar "That's Alright Mama" halverwege het nummer. Op "Please Don't Leave Me With The Blues" voegen de gitaar en bas van de heren Thompson zich erbij met als gevolg een lekker swingende, maar veel te korte (2:08) blues. "Trying To Take Me For A Ride" gaat over het feit dat iedereen maar een loopje met hem neemt. Een relaxte song met mooi gitaarwerk. Dawkins voegt zich erbij in "She Gives Me A Thrill" en met zijn lichtvoetige gitaar stuwt hij de song naar een hoger niveau. "Mistake I Made In L.A." en "The One That I Love" zijn twee typische Crudup-songs, waarop hij alleen door Smith wordt begeleid. Op "I Have Called Up China" mag Dawkins weer een bijdrage leveren en hij laat horen waarom zijn bijnaam 'Fast Fingers' is. Crudup gooit zijn ziel eruit in "I'm Leavin' Town" terwijl Smith als een menselijke metronoom de maat blijft bepalen. Dan volgt er wat gebabbel tussen Crudup en Delmarkbaas Bob Koester en wordt het album afgesloten met het ruim zeven minuten lange "All I Got Is Gone". Een hartverscheurend gezongen blues over Crudups harde leven nadat zijn geliefde vrouw is overleden. Begeleid door de immer strak spelende drums en bas en de jazzy tonen van Dawkins' gitaar is Crudup aan het eind een inzinking nabij. Wat een emotie.

Conclusie: Het is jammer dat het meer dan veertig jaar heeft geduurd dat deze opnamen werden uitgebracht. Het is een prima sessie geweest en vooral na zoveel jaar van historisch belang. Vooral de nummer met Dawkins zijn juweeltjes.

Lees hier meer over Arthur 'Big Boy' Crudup

Reacties (1)
Billy Price zette zijn eerste muzikale stappen als zanger in de band van Roy Buchanan, bij wie hij op twee albums (“That's What I'm Here For” en “Live Stock”) meewerkte. Later richtte hij de Keystone Rhythm Band en de Billy Price Band op. Ook de Fransman Fred Chapellier is geen nieuwkomer die inmiddels al behoorlijk zijn sporen heeft verdiend in de blueswereld. Hij wordt beschouwd als de beste bluesgitarist van Frankrijk en heeft al diverse prijzen in de wacht gesleept.
Billy en Fred werkten samen op “A Tribute To Roy Buchanan” en deze samenwerking beviel zo goed dat zij samen het studio-album “Night Work” opnamen. Het album, dat ik nu voor mij heb liggen is een in Frankrijk opgenomen liveregistratie “Live On Stage”, die als CD/DVD is uitgekomen.
 
De opener “Keep It To Yourself” is een lekkere shuffle, die meteen de stemming er inbrengt. “She Left Me With These Blues” is een smeuïge blues, waarbij de blazers een mooie steun vormen. Het volgende nummer “Don't Let My Baby Ride”is een slowblues, waarbij je nu echt de invloed van Roy Buchanan op het spel van Chapellier hoort. “Night Work” is een wat vlottere shuffle. Het klinkt aanstekelijk en swingt. Goede zang, goed gitaarwerk, lekkere blaaspartijen en een vette saxsolo. Wat wil je nog meer. Dan volgt het soulvol gezongen en funky gespeelde “When The Lights Came On”. Een lekker swingend nummer, waarbij de blazers zorgen voor een nachtclubsfeertje. Hier trekt Chapellier even lekker alle registers open met de gitaarsolo. De slowblues “I'll Take Care Of You” zorgt voor een rustig moment op deze cd. Prachtig gezongen door Price en het gedragen geluid van het orgel mengt zich mooi met de rustig spelende en soms weer aan Buchanan herinnerende gitaar. Een fantastische solo.
In het swingende “A Nickel And A Nail” horen we eindelijk het publiek eens tijdens een nummer. En Chapellier geeft ze met een opwindende solo waar voor hun geld. “Under The Influence” begint met een aanstekelijke gitaarlick. Hier hoor je hoe goed en strak de band eigenlijk samenspeelt. Blazers, drums, bas, alles klopt om Price & Chapellier de ruimte te geven om een goede prestatie te leveren. In de rustige shuffle “Last Two Dollars” laar Fred Chapellier horen wat voor een veelzijdig gitarist hij is en welke klanken hij allemaal aan zijn instrument weet te ontlokken. Jammer dat Billy's stem het bij de hoge tonen bijna laat afweten. “Love And Happiness” is een meer funky soulnummer, dat duidelijk goed wordt ontvangen door het publiek. Met “Good Time Charlie” wordt deze cd afgesloten. Een prima uptempo nummer met een flitsende gitaarsolo, dat het publiek nog eens weet op te zwepen.
 
Het gitaarwerk van Fred heeft duidelijk kenmerken van zijn voorbeeld Buchanan en gekoppeld aan de stem van Billy Price levert dit een bijzonder fraaie cd op met daarop aanstekelijke songs. Vooral in de lagere regionen is Price een goede zanger, maar als hij de hoogte ingaat dan wordt de stem afgeknepen. Maar dat is dan ook mijn enige punt van kritiek.
 
Lees meer...   (1 reactie)

Een ware meester van de bluesharmonica kan Bob Corritore wel worden genoemd. Hij kan zich meten met de grootsten uit het genre en mede door zijn samenwerking met artiesten als Tail Dragger, Kid Ramos en John Primer staat hij in de eredivisie van de blues. Het vak heeft Bob geleerd in de clubs aan de west- en zuidzijde van Chicago. Inmiddels woont hij al weer jaren in Phoenix, Arizona, waar hij zijn eigen club heeft, cd's produceert en ook een eigen radioprogramma heeft.

Met "Taboo" is van Bob bij DeltaGroove Records nu een album verschenen met twaalf instrumentale stukken. Op dit album weet hij zich verzekerd van de hulp van mensen als Jimmy Vaughan, Fred Kaplan, Junior Watson, Doug James e.a. Niet de minste dus. Van de twaalf songs zijn er negen door Bob zelf geschreven. Twaalf instrumentale stukken dus. Het ontbreken van zang is absoluut niet storend. De hoofdrol is uiteraard weggelegd voor de mondharmonica van Corritore, maar ook de andere muzikanten krijgen volop de ruimte voor hun bijdrage. Naast de ouderwetse gitaarklanken van Vaughan en Watson hoor je ruimschoots sax, piano en Hammond B3 langskomen. Het aanbod is gevarieerd voor wat betreft de stijlen. Van de jumpblues "Potato Stomp", de slowblues "Ruckus Rhythm", de shuffle "Shuff Stuff" tot aan het jazzy  "Mr. Tate's Advice", van alles is er te horen.

BarnOwlBlues vindt "Taboo" een grandioos album. En niet alleen voor de fans van mondharmonica een "must".

www.bobcorritore.com

 

Reacties (1)

Catfish and the Hound Dogs komt uit Los Angeles en is een viermansformatie die in 2009 hun debuut beleefde. De band bestaat uit Gilbert 'Catfish' Mares (zang, harmonica), Mark St. John-Jones (bas), Anthony Contreras (gitaar) en Evan Caleb Yearsley (drums). Daarnaast wordt er ook meegespeeld door Mike Malone, Nathan James en Smokehouse Brown.

Van de elf songs zijn er negen door Catfish zelf geschreven. De stijl van de band kan worden omschreven als een combinatie van jumpblues en klassieke blues. Dat is meteen als bij de opener "Hound Dog Boogie" duidelijk, een swingend instrumentaaltje, geheel in de stijl van de jumpblues uit de vijftiger jaren. Net zo springerig gaat het verder met de rock 'n roll-klassieker "Rock This House". De rode lijn op dit album is inderdaad jumpblues, zoals we ook te horen krijgen in "She Gotta Problem" en "Fine, Foxy & Full Of Lovin'". Maar er is ook ruimte voor wat rustiger werk, zoals het akoestische "Handsome Devil", waarin Catfish alleen door de slidegitaar van Smokehouse Brown wordt begeleidt, en het bedachtzame "High School Drama". Pianist Mike Malone mag lekker tekeer gaan op de toetsen in de boogie woogie "Wrong Number" en Catfish geeft een lesje mondharmonica in de trainboogie "Fish Years".

Dit debuutalbum is erg leuk geworden. Vrolijk, swingend en gewoon lekkere muziek.

Reacties

In het begeleidende briefje bij de cd staat dat deze band uit het diepe zuiden komt en zo klinken ze inderdaad. Afkomstig uit het diepe zuiden klopt ook, het diepe zuiden van Europa om precies te zijn. Charlie & the Bluescats komt uit Portugal en is gevormd rond gitarist Carlos Pereira, die qua geluid sterk aan de drie Kings doet denken. De band timmert al een flinke tijd aan de weg en is geen onbekende meer op de Europese podia. Ook in Nederland hebben we hen al regelmatig mogen beluisteren.

Naast Pereira maken João Oliveira (gitaar, zang), Miguel Costa (bas, zang) en João Coelho (drums) deel uit van de band. Op hun recente album “Without You” staan acht lekker in het gehoor liggende zelfgeschreven bluesnummers. Lekker rockende blues, goed geschreven en goed gemusiceerd. De band speelt strak en geeft op adequate wijze steun en ruimte aan zang en gitaar van Pereira. Mijn favoriete nummer is “Serves Me Right to Suffer”, een lekker rockend nummer, waarvan het eerste couplet is geleend van John Lee Hookers versie. De cd verschijnt in Nederland op het Blueshine label van Peter Struijk.

Website: www.charliebluescats.com en www.blueshinerecords.com

Reacties (2)

Charlie & The Welfare is een band, die afkomstig is uit Breda en omstreken, gevormd door vier door de wol geverfde muzikanten, Roel Bisschop (drums), Hans Vermeeren (zang, gitaar, harmonica), Laurens Verdurmen (basgitaar) en Frans Vriens (Hammond B3, piano). De band is in 2005 opgericht en in de afgelopen jaren is menige zaal en kroeg platgespeeld.

Met “A Different Time” is onlangs een prima cd uitgebracht met tien door Hans zelfgeschreven songs. De muziek van de band beweegt zich in de bluesachtige rock (of rockende blues, zo je wilt), dat we kennen van CCR, de Black Crowes, John Hiatt. De link met CCR is snel gelegd door het stemgeluid van Hans, dat heel erg aan dat van John Fogerty doet denken. De tien songs liggen lekker in het gehoor en het is duidelijk dat de band ook live voor een prima feestje kan zorgen. Positieve uitschieters zijn voor mij het swingende “Citylights”, de ballad “Rise Again” en de slowblues “Getaway Blues”.

BarnOwlBlues vindt: een prima album met lekker in het gehoor liggende songs, die goed zijn opgebouwd. Gevarieerd en goed verzorgd als digipack.

www.charliewelfare.nl

Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl