barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Veelzijdigheid is een kwaliteit die je bij Dave Fields niet kunt ontkennen. De uit New York afkomstige multi-instrumentalist heeft een veelheid in stijlen in zijn vingers waar anderen alleen maar van kunnen dromen. De vader van Dave, Sammy Fields was een gewaardeerd componist, arrangeur en producer en Dave groeide min of meer in diens studio op, waar hij opnamen meemaakte van mensen als Stevie Wonder en Rupert Holmes. Na zijn studie aan de Berklee College of Music werd Dave zelf een gewaardeerd muzikant, componist, arrangeur en producer. Hij beheerst naast piano (zijn eerste instrument) en gitaar ook bas en drums.

“Unleashed” is zijn zevende album, waarop hij in veertien nummers zijn veelzijdigheid te toon spreid. Blues, bluesrock, jazzfusion en zelfs bluegrass horen we langskomen. Tien ervan zijn van eigen hand. De helft van de nummers zijn bovendien live opgenomen. In de hoestekst staat te lezen dat Dave Fields zelf alle gitaren, zang, bas, drums en toetsen voor zijn rekening neemt “except where noted”. En geloof me, met muzikanten als Van Romaine, Chris Tristram, JT Lauritsen en Vladimir Barsky om er maar een paar te noemen, is dit echt geen armoe. In het jazzy “New York City Nights” speelt hij op de strijkers (door Gary Oleyar) na, alles zelf. De cd begint met “Anticipating You”, jazzfusion van de bovenste plank. De blues komt het best naar boven in “My Mama's Got The Blues”, “The Boy Wants To Play” en “Better Be Good”. In het tweeluik “Jagged Line” horen we hoe Dave de diverse stijlen weet te mengen. “Hey Joe” en “Star Spangled Banner/Hey Joe (Reprise)” zijn een mooi eerbetoon aan Jimi Hendrix. Na twaalf nummers geweld wordt het album afgesloten met de al eerder genoemde ballade “New York City Nights” en de razendsnelle bluegrass fingerpicking Jeff-Beck-meets-Albert-Lee “L.E.S. Hoedown”.

Een uitstekende cd. Goed gemaakt, opwindend, gevarieerd. Voor mensen die ook buiten de reguliere blues en bluesrock paden treden is “Unleashed” absoluut een aanrader.

Website: www.davefields.com

Reacties (2)

De Fankhauser Cassidy Band werd gevormd door de naamgevers Merrell Fankhauser en Ed Cassidy, beide muzikanten met een behoorlijk stuk bagage. Zanger/gitarist Fankhauser heeft zo’n beetje alle soorten muziek gemaakt die je in Californie kunt verwachten. Begonnen met surf heeft hij vervolgens folk, psychedelische rock en blues gespeeld. De eind 2012 overleden drummer Cassidy heeft jarenlang deel uitgemaakt van de legendarische band Spirit.

In de negentiger jaren hebben de heren behoorlijk wat opnamen gemaakt, die  op het dubbelalbum “On The Blue Road” zijn uitgebracht. Daar hebben ze destijds wat bekendheid kunnen verwerven en ze hebben er ook een nominatie voor de Memphis Blues Award mee binnengesleept. Op de songs worden zij begeleid door Merrells zoon Tim Fankhauser (zang, gitaar), Pete Sears (toetsen, ex-Jefferson Starship), John McEuen (mandoline, ex-Nitty Gritty Dirt Band), Larry Willey (bassist, ex-MU) om er maar een paar te noemen.

Het dubbelalbum heeft een veelvoud aan stijlen van blues, jazzy songs tot aan boogie en stampende rock. Erg goed vind ik zowel eigen composities als “Tale Of Misty Mountain” en de krachtige soul van “Who Shout The Lightning” en covers als “Further on Up the Road” of “Possession Over Judgment Day”. Maar songs als “32/20 Blues”, “Bright Lights Big City” en “Walking the Dog” kabbelen maar een beetje voort zonder dat ze ergens toe leiden.

BarnOwlBlues vindt: Geen echt slecht album, waarbij een aantal songs op meer dan uitstekende wijze worden uitgevoerd. Jammer van die paar missers. Als ze die er uit hadden gelaten en zich hadden beperkt tot een enkele cd was mijn waardering ongetwijfeld hoger geëindigd.

Reacties
“Where's The Blues Taking Me” is alweer de zevende cd van de Canadese vijfmans bluesformatie Fathead. Een band, die grossiert in Juno Awards, de Canadese versie van de Grammy. Hun eerste album stamt uit 1995 en sindsdien zijn zij een vast begrip geworden in het Noordamerikaanse bluescircuit. De band bestaat uit zanger John Mays, bandleader/mondharmonicaman/saxofonist Al Lerman, bassist Omar Tunnoch, gitarist Teddy Leonard en drummer Bucky Berger.
Naast hun eigen optredens waren zij ook enkele jaren de vaste begeleidingsband voor Little Mack Simmons, met wie zij twee hooggeprezen cd's opnamen.
Deze cd bestaat uit een flink deel door het tandum Lerman/Tunnoch zelfgeschreven songs. Het album begint met de shuffle “Shame On You” en zet hiermee meteen de toon voor de hele cd neer. Een lekkere vette blues met de ietwat slepende zang van John Mays. En dat is precies wat we in de volgende twee nummers tegenkomen. Bas en drums leveren een goede basis, mondharmonica en gitaar verfraaien het geheel en de zang maakt het plaatje af.
 
Met “Lay It On The Line” wordt de harmonica geruild voor de sax en ontstaat een blues/soulballad van de hoogste categorie. Een prachtige gevoelvolle gitaarsolo, gevolgd door de sax, maken het dan helemaal af. En net zo makkelijk spelen de heer een gospel, “Carry On”, en het funky “(I Like My Sex) Drip Dry”, weer gevolgd door het gospelachtige “Freedom Day”.
Ook de (echte) R&B wordt niet geschuwd, “Easy Going Man” is daar een prachtig voorbeeld van. “Harp Sauce” is precies wat de titel al aangeeft: een instrumental met de vette Chicagoharp van Lerman als hoofdinstrument. “Trouble In The World No More” is een soulnummer met een boodschap.
“Big City Blues” heeft een ska-achtige ritme en zorgt ervoor dat je maar moeilijk kunt blijven stilzitten. Met “Poor Frank” keren we weer terug naar de echte blues. Zoals bij een aantal andere songs valt ook hier op dat de heren goede tekstschrijvers zijn, er wordt nl. binnen enkele minuten een klein verhaaltje verteld. “The Boogieman” is een vlotte R&B-song a la Screaming Jay Hawkins.
Met “Don't Leave Me Tonight” wordt een klein bezoekje aan de easy listening gebracht. En als uitmijter krijgen we nog Jackie Wilson's “Lonely Teardrops” voorgeschoteld.
 
Na het beluisteren van deze cd is Fathead voor mij een echte ontdekking. Zeer gevarieerd - de heren beheersen diverse – muziekstijlen, en goed en professioneel gespeeld. Maar ook weer niet té professioneel, het enkele ruwe randje hier en daar zorgt voor het nodige gevoel. Zoals ik hierboven al schreef beheersen zij ook het vak van liedjesschrijver. Het zijn gewoon kleine verhaaltjes die in een bluesjasje worden gepresenteerd.
Deze band zou ik ook graag eens live zien. Wie haalt ze naar Nederland?
 
Fathead - I Pity The Fool
Lees meer...   (2 reacties)

De uit New Orleans afkomstige Fo’ Reel is ooit door gitarist/producer Mark Domizio begonnen als studioproject. Inmiddels is het een veelgevraagde begeleidingsband geworden met als vaste leden zanger C.P. Love, toetsenman Johnny Neel en bassist David Barrard, hoewel op dit album voor laatstgenoemde de diensten worden ingeroepen van David Hyde. Verder worden drummers en blazers apart ingehuurd.

Omdat de band vaak als begeleiders voor anderen wordt ingehuurd is deze heel veelzijdig. En dat is duidelijk te horen op dit album. De basis is blues, maar met duidelijke uitstapjes naar de soul, latin, funk en jazz. De beste songs zijn naar mijn mening de knipoog naar Clarence ‘Gatemouth’ Brown in de instrumental “Gate”,  de slowbues “Outside Love” en als mijn favoriet, het soulvol gezongen “Breaking Up Somebody’s Home”, bekend van Albert King.

BarnOwlBlues vindt Fo’Reel een absolute topband, die met deze cd een prachtig visitekaartje afgeeft.

www.foreelband.com




Reacties (1)
In 1971 besloten zanger Lonesome Dave Peverett en drummer Roger Earl, toen nog leden van de legendarische Britse bluesformatie Savoy Brown, dat zij wat meer rock in hun muziek wilden opnemen. En met het aantrekken van gitarist Rod Price en Bassist Tony Stevens was Foghat een feit. Diverse personeelswisselingen en 39 jaar later bestaat de band nog steeds, waarbij Roger Earl het enige lid is dat sinds het begin erbij is. Naast hem bestaat Foghat uit gitarist Bryan Bassett (lid sinds 1999) en zanger/gitarist Charlie Huhn, die de plaats van Lonesome Dave innam na diens overlijden in 2000. Zij worden hier bijgestaan door bassist Jeff Howell, omdat Craig MacGregor niet bij de opnamen aanwezig kon zijn.
“Last Train Home” is het 21e album en ook op deze blijft Foghat hun richting trouw: met blues doorspekte rock 'n roll. Deze cd bevat een mix van traditionele bluesnummers afgewisseld met eigen materiaal.
Met het eerste nummer, het energieke “Born For The Road” wordt meteen de toon gezet. Uptempo rock 'n roll, waarbij de blues iedere keer om de hoek komt kijken. “Needle And Spoon” is een nummer dat al in de tijd van Savoy Brown werd gespeeld. Een vlotte shuffle met een venijnige gitaarsolo. Dan een echte blues met het Otis Rush-nummer “So Many Roads, So Many Trains” met fantastisch gitaarspel, dat het hele nummer hiermee draagt. “Last Train Home” begint met fel slidegitaar en bouwt op een Bo Diddley-achtig ritme. Dat is vooral duidelijk in het baswerk van Howell. Een vlot en opwindend nummer. Met de tweede oude bluessong, Elmore James' “Shake Your Moneymaker”, is een prima versie van die Fleetwood Mac heeft gemaakt. Iets ruiger, maar ja, het is Foghat, niet waar? Hier wordt de band op piano begeleid door Rogers broer Colin Earl. n van de ene Elmore James cover naar de volgende. “It Hurts Me Too” is een heerlijke blues met de spannende en scherpe gitaar van Bassett. Wordt al jaren door Foghat gespeeld. Ook “Feels So Bad” staat al jaren op de playlist, maar door de jagende drum van Earl is deze versie sneller als te doen gebruikelijk.
“Louisiana Blues” van Muddy Waters krijgt hier een speciale behandeling. De band zat er in de studio maar een beetje mee te rommelen en besloot het maar op te nemen. Een heel frisse en spontane uitvoering van de bekende klassieker. Op “495 Boogie” is een hoofdrol weggelegd voor pianist Colin Earl en de ingehuurde harmonicaman Lefty 'Sugar Lips' Lefkowitz. Een boogie woogie, die Roger heeft geschreven naar aanleiding van een snelheidsovertreding op 495 Long Island Expressway, waar hij een dikke 200 km/u reed en wat hem op een flinke boete en een jaar rijontzegging kwam te staan. Wat mij betreft mag hij vaker te hard rijden. Het ruim 8 minuten durende “Rollin' & Tumblin' / You Need Love” begint als een uptempo shuffle en verandert halverwege in een snelle boogie. Goede interactie tussen stem en slidegitaar. Op “In My Dreams” van Eddie Kirkland doet deze als gastmuzikant ook mee. Een heel fraai nummer met prachtig samenspel tussen Kirkland en Bassett. Ook op “Good Good Day” is Kirkland nog even blijven hangen. Hier duelleert hij op harmonica met Lefty. Een schitterend nummer. Fantastisch om te horen hoe deze 86-jarige veteraan het nummer naar zich toe trekt. Als uitsmijter volgt nog een bijna 10 minuten durende liveversie van “Slow Ride”. En dit is dan weer Foghat zoals we ze kennen. Ruig, rauw en nietsontziend.
 
Met dit album is Foghat weer teruggekeerd naar hun roots. Rock 'n roll met een flinke bluesinjectie. Het is een prima cd geworden met een goede afwisseling van eigen werk en bewerkingen van bluesklassiekers. Zo mogen ze van mij nog wel een paar jaar doorgaan.
 
Lees meer...   (2 reacties)

Robbert Fossen en Peter Struijk zijn geen onbekenden meer in ons land. Beiden hebben al behoorlijke carrières achter de rug en hun samenwerking heeft al geresulteerd in het winnen van de Dutch Blues Challenge en het behalen van de International Blues Challenge in Memphis in maart van dit jaar.  De stijl van de Fossen & Struijk Band beweegt zich binnen de klassieke Chicagoblues, zoals we die kennen van o.m. Muddy Waters en Willie Dixon uit de vijftiger jaren.

Op "Clubbing" heeft de band, die verder bestaat uit bassist Jan Markus en drummer Eduard Nijenhuis, een eigen nummer van Robbert en tien covers van bekende en minder bekende bluessongs opgenomen. Vanwege de vriendschap en verbondenheid met Magic Slim is het niet vreemd dat er wordt begonnen met diens "That Will Never Do" en "Bad Avenue", die hier beiden een prachtige vertolking krijgen. De begeleiding van Markus en Nijenhuis staat als een huis, Fossens donkerbruine stem en Struijks gitaarwerk maken het af. Vervolgens is Jimmy Dawkins "Gotta Love Somebody" aan de beurt, een uptempo song met een snelle gitaarsolo waar de oude 'fast fingers' nog jaloers op zou zijn. Vervolgens gaan we ongeremd verder met Brooke Bentons "Kiddeo". Dan gaat het tempo omlaag in de slowblues "Ain't Gonna Worry About Tomorrow", gevoelvol gezongen door Robbert en verlucht door de felle gitaarlicks van Peter. Dan volgt een van de beste songs van het album met Muddy Waters' "Can't Be Satisfied", met geweldig slidewerk van Peter en harmonica van Robbert.

Fossens eigen "I'm Going Down To Clarksdale" volgt en deze song heeft alles dat je van de klassieke Chicagoblues verwacht, een pompend ritme, Elmore James-achtige gitaarlicks, een toeterende harmonica en een lekkere gitaarsolo. Nu we toch klassiek bezig zijn wordt vervolgens "Rosalie" van Muddy Waters ingezet met jankend slidespel. Het tempo is al net zo slepend als bij het origineel en creëert een onrustige hierdoor spanning. De mooie harmonicasolo vormt de kers op de taart in dit bijna 9 minuten lange nummer. Hierna is het de beurt aan het wat meer rockende "Back To School" met meer dan uitstekend slidespel. Net zo vlot gaan we door met Nick Holts "If It Is Too Late" en komen dan aan bij het ruim 11 minuten lange "Sinner's Prayer". Men zal gedacht hebben 'het beste bewaren we voor laatst', want dit is absoluut het beste nummer van het album. Deze Ray Charles-compositie is al vaker vertolkt, en zeker niet door de minste, maar deze versie kan zich tot de beste ervan rekenen. Wat een stem en wat een gitaarsolo!

Muzikanten die het schoppen tot de finale van de International Blues Challenge hebben kwaliteiten, dat mag duidelijk zijn. Deze kwaliteiten weten zij iedere keer weer op het podium om te zetten in prima muziek en deze cd mag hiervan absoluut het visitekaartje worden genoemd.

Reacties (1)

Tot een jaar of tien geleden was de Waalse band Fred and the Healers behoorlijk populair. En toen ging de stekker eruit. Maar ook hier kruipt het bloed..... Kortom, ze zijn weer terug en sterker dan ooit tevoren. Zanger/gitarist Frédéric ‘Fred’ Lani, bassist Cédric Cornez en drummer Nicolas Sand hebben vorig jaar al de 2013 Belgian Blues Challenge gewonnen en sinds kort ligt hun vijfde album "Hammerbeatmatic" in de winkels.

Het album bestaat uit dertien zelfgeschreven songs, die - als je het per se in een hokje wilt plaatsen - het beste passen in het genre vette zeventiger jaren bluesrock. En van het begin tot het einde worden we overspoeld door stevige bluesrock als "Doule The Hunter", "Burning" en "Scratch My Back, stampende boogie als "Lovers Boogie" met als rustpuntje het bedachtzame "Dreams".

Na het album enkele keren beluisterd te hebben ben ik tot de conclusie gekomen dat het een goede beslissing is geweest om de band weer nieuw leven in te blazen. Voor fans van Hendrix, Trower en Gallagher is dit zeker een cd die kan worden aangeschaft.

www.fred-and-the-healers.be

Reacties
Ik heb eerder in andere recensies geschreven dat België de laatste jaren een vruchtbare voedingsbodem vormt voor muzikaal talent. Dat geldt voor rock en pop, maar zeker niet minder voor blues. Hebben we op deze website al Lightnin' Guy, Ganashake en Tollos langs zien komen, vandaag is het de beurt aan Fried Bourbon.
Ik heb eerder in andere recensies geschreven dat België de laatste jaren een vruchtbare voedingsbodem vormt voor  muzikaal talent. Dat geldt voor rock en pop, maar zeker niet minder voor blues. Hebben we op deze website al Lightnin' Guy, Ganashake en Tollos langs zien komen, vandaag is het de beurt aan Fried Bourbon.
De band bestaat uit Steven Troch (zang. harmonica), Tim Ielegems (gitaar), Chris Forget (staande bas en Fenderbas) en Stefan Decoene (drums). Ze komen uit Vlaanderen, maar als je luistert zouden ze ook zo maar in de Mississippi Delta geboren kunnen zijn en de reis naar Chicago hebben kunnen ondernemen. Met “Gravy Train” is nu hun derde cd op de markt gekomen. Van de dertien nummers zijn er maar liefst elf van eigen hand. De uit New Orleans afkomstige, maar al weer jarenlang in België woonachtig Matthew Hardison tekent voor de productie.
 
 Met de opener waan je je meteen terug in het Chicago van de vroege vijftiger jaren. De sfeer roept door de gebruikte monosound meteen associaties op met de eerste Chess-opnamen van Little Walter, Jimmy Rogers om er maar een paar te noemen. Dit eerste nummer “A Feeling Called The Blues” gevolgd door “Gravy Train” en “Blowin' My Blues Away” zetten deze sfeer moeiteloos neer. “Lovin' Man” met de jagende slide van Ielegems zorgt voor een vlotte, maar korte (2 minuten) opleving voordat de soulvolle ballade “The Storm” inzet. Het smeuïge orgelspel van J.J. Louis en de smaakvolle gitaarsolo zorgen dat het een van de beste nummers van de cd is geworden. De swingende shuffle “Diggin' A Hole” volgt en op de jumpblues “Kiddo” is het al helemaal onmogelijk stil te blijven zitten.
 Lowdown Love” springt eruit door de gedempte microfoon van Troch en de felle gitaarlicks van Ielegems. Dan volgt met “Nine Below Zero” van Sonny Boy Williamson de eerste cover. Een prachtige versie met mooi harmonicaspel en ingehouden gitaarwerk, vakkundig ondersteund door de piano van Gene Taylor, die als gast op diverse nummers meespeelt. Het tempo gaat weer wat omhoog met “Budget Lodge Blues” en de boogie “Out Of Town”. Het tempo blijft onverminderd hoog in “Your King Is Coming”, waarin alleen de gitaar van Ielegems en de zang en harmonica van Troch te horen. Met Jerry McCains “Turn Your Damper Down” zijn we alweer aan het einde gekomen. Een waardig einde en een 'grande finale' van dit album.
 
Conclusie:
In een woord: geweldig! Fried Bourbon heeft met dit album wederom een vakkundig product afgeleverd. Vakkundig, maar niet (te) gemaakt. Het blijft spontaan en door de variatie en het spelplezier is het een lust om naar de luisteren.
 
Lees meer...   (1 reactie)

Nederland was altijd een belangrijk land voor Guy Forsyth. Zijn debuut-cd verscheen in 1994 op het Nederlandse Lizard Disc label en de Texaan kwam ons kleine landje regelmatig bezoeken. Met “The Pleaser” is nu op Forsyths eigen label Small And Nimble Records zijn nieuwe album verschenen, waarop hij wordt begeleid door gitarist George Rarey, bassist Naj Conklin en drummer Mark Hays. Forsyth zelf neemt zang, gitaar en mondharmonica voor zijn rekening.

“The Pleaser”  is een zeer fraai album geworden, waarop Forsyth laat horen naast een goede muzikant ook een prima songwriter te zijn, die over diverse onderwerpen kan schrijven Naast het vrolijkere werk als in “Put A Little Sex In It”  en “Miniskirt” is de ondertoon in songs als “Poverty Line”  en “Nobody Gonna Bail Me Out” veel serieuzer. Mijn favoriete songs zijn de opener “Good Stuff” met prima werk van beide gitaristen, het al genoemde “Put A Little Sex In It” en de countryblues “Time To Move”.

BarnOwlBlues vindt: Een bijzonder goede cd. Goed geschreven en gespeeld met de nodige variatie. Tegelijk met deze cd is het debuutalbum “High Temperature” en de live-cd “Red Dress Live” uitgebracht. Een mooi pakket om tegelijkertijd aan te schaffen.

www.guyforsythbluesband.com

 

Reacties

Sinds zijn debuut in 2006 blijkt de Duitse multi-instrumentalist Henrik Freischlader een consistente leverancier van muziek te zijn. Ieder jaar verschijnt wel een album van hem. Ook levert hij bijdragen aan de cd's van anderen, zoals aan die van Layla Zoe en Tommy Schneller. Op deze cd heeft de in Wuppertal wonende Freischlager alle songs zijn geschreven en het is op zijn eigen platenmaatschappij Cable Car Records uitgekomen. En behalve het Hammondorgel, dat door Moritz Fuhrhop wordt bespeeld, speel hij ook alle instrumenten zelf.

De start wordt gemaakt met het swingende "Point Of View" en het zuiver beginnende "Everything Is Gone"dat gaandeweg wat ruwer wordt. Wat volgt is een goede mix van rockende songs en fraaie ballads. Hoewel de gitaar nog steeds grotendeels het leidende instrument is, is deze minder dominant aanwezig dan op eerdere albums. De gitaar staat nu meer in dienst van de song. Het is even wennen, maar ik neem aan dat het deel uitmaakt van de ontwikkeling die Freischlager als songwriter doormaakt. Het verschil in niveau van de songs is vrij groot. Terwijl bijvoorbeeld "Your Loving Was So Good" en de slowblues "My Woman" mij niet echt raken wordt dat weer meer dan goedgemaakt met "Down The Road" en "A Better Man".

Hoewel dit album naar mijn mening wat minder sterk is dan zijn vorige studioalbum "House In The Woods" heeft dit in zijn geheel toch een meer dan bovengemiddeld niveau.

Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl