barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Na haar debuut in 2003 heeft Dana Fuchs ons op regelmatige basis verblijd met een nieuwe cd en toert zij vaak rond, waarbij zij ook in ons land een graag geziene gaste is. Vanzelfsprekend werkt haar uiterlijk mee, maar ook met de ogen dicht weet zij ons steeds aangenaam te verrassen. Zij werd in het verleden vaak vergeleken met een jonge Janis Joplin - ze heeft haar zelfs vertolkt in een musical op Broadway - maar Dana is beter dan een gewone imitator. Dat bewijst ze ook weer met haar laatste album "Bliss Avenue".

Iets dat zij sowieso gemeen heeft met Joplin zijn de geweldige stem en de pure emotie, waarmee zij zingt. "Bliss Avenue" is een gevarieerd album geworden en Dana leidt ons door bluesrock, country, soul en doodgewone rauwe rock. Door die variatie legt zij zich niet vast op één bepaalde stijl en dat vind ik wel prima. Het is ook een zeer persoonlijk album geworden. Dana weet haar persoonlijke ervaring om te zetten in goede songs. Een voorbeeld hiervan is "So Hard To Move", waarin zij vertelt over het overlijden van haar broer. Een prachtig en treurig soulvol gezongen song. Andere nummers die eruit springen zijn "Baby Loves The Life", een rockballad die zich langzaam opbouwt, en het tegen southern rock aanleunende "Vagabond Wind".

Met "Bliss Avenue" heeft Dana Fuchs een behoorlijk goed album uitgebracht. Persoonlijk vond ik haar vorige album "Love To Beg" nog wat beter, maar in zijn geheel genomen mag deze er zeker ook zijn.

Reacties

Dana Fuchs is een graag geziene gast in ons kleine landje. Altijd weet zij haar publiek met haar persoonlijkheid en haar rauwe stemgeluid te fascineren. Sinds haar debuut in 2003 is zij een artieste om rekening mee te houden, die zowel op het podium als in de studio het allerbeste uit zichzelf naar boven haalt.

Zo ook met haar nieuwste cd “Loves Lives On”, haar negende, dat onlangs is verschenen. Het is haar tweede sinds haar contract met het Duitse RUF Records afliep en dat is te merken. Het vaak te ‘cleane’ geluid is ingewisseld voor een rauwere en soulvolle aanpak. De opnamen zijn gemaakt in Memphis en dat is te horen ook. Het soulvolle geluid, zoals we dat kennen van bv. Stax, is duidelijk aanwezig. Van dertien nummers zijn er elf door mevrouw Fuchs geschreven of meegeschreven. Het Memphis-geluid wordt meteen duidelijk bij de eerste track “Backstreet Baby”. Dat is de rode draad van het album, waarbij uitstapjes naar funk (“Sittin’ On”) en rock (“Ready To Rise”, “Same Sunrise”) niet worden geschuwd. Een van de covers is een gehele eigen versie van het Johnny Cash nummer “Ring Of Fire”, waarmee de cd wordt afgesloten. Persoonlijke favorieten zijn het door Otis Redding geschreven “Nobody’s Fault But Mine” en het Motown-achtige “Callin’ Angels”. Een prima cd, aanrader.

Website:  www.danafuchs.com

Reacties (2)

De 28-jarige in Genua, Italië geboren Dany Franchi was in zijn land een grote belofte toen hij naar de VS verhuisde om zijn geluk te beproeven. In 2012 en 2014 verschenen zijn eerste cd’s “Free Feeling” en “I Believe”. De jaren erna zorgde hij dat hij zoveel mogelijk speelde en werkte zich zo steeds eer in beeld. Een jaar geleden liet Anson Funderburgh zijn oog (en oor) vallen op de Italiaan. Het resultaat is het door Funderburgh samen met Don Ritter geproduceerde “Problem Child”.

Op het album staan dertien nummers, waarvan tien door Franchi zijn geschreven. De drie covers zijn van Eddie Taylor, Freddie King en Willie Dixon en geven al een hint van wat we kunnen verwachten. Het is een soulvol album geworden, waarin Franchi’s gitaarspel dichtbij zijn invloeden zijn. Vooral het ijle, soms venijnige geluid doet vaak denken aan dat van Albert King. Hij is een goed zanger, die weliswaar nog dat rauwe randje mist, maar in “Real Love” laat hij horen wat hij kan. Vooral de inzet van de blazers The Texas Horns zorgen voor het soulachtige geluid. Wat stijl betreft horen we afwisselend de blues uit Mississippi, zoals in “Back To The River” en die uit Texas als in de titelsong “Problem Child”.  Een uitstekend album. Het moet gek lopen als Dany Franchi hiermee niet voor een doorbraak kan zorgen.

Website: www.danyfranchi.com

Reacties (1)

Een prima cd voor liefhebbers van gitaarmuziek is de nieuwe van Dave Fields: “All In”. Deze Newyorker heeft onlangs zijn vierde cd uitgebracht en het is een behoorlijk goed album geworden. Als begeleiders heeft hij gekozen voor een paar muzikanten met wie hij regelmatig samenwerkt, namelijk de bassisten Andy Huenerberg en Tony Tino, drummer Kenny Soule, pianist Dave Keys en toetsenist Vladimir Barsky.

Het album bestaat uit negen eigen composities en twee covers. Fields is een goede songwriter en een uitstekende gitarist, die zowel vuurwerk kan laten horen in stevige bluesrocksongs als gevoelig en sferische kan spelen in ballads. Opvallend is de keuze van de covers. De eerste is de van Robert Johnson bekende “Cross Road”, dat in deze bewerking dicht van de legendarische versie van Cream aanschurkt. Alleen weet Fields hem nog rauwer en donkerder te maken. De andere cover is Led Zeppelins “Black Dog”, een fraaie liveopname. Van de eigen composities zijn het swingende “Let’s Go Downtown” en het vloeiende “Wake Up Jasper” mijn favorieten.

BarnOwlBlues vindt: Een erg leuke cd met elf prima songs. Verwacht niets vernieuwends, maar het is allemaal solide en prima uitgevoerd. Voor de gitaarliefhebber is dit zeker een aanrader.

www.davefields.com

Reacties (3)

Veelzijdigheid is een kwaliteit die je bij Dave Fields niet kunt ontkennen. De uit New York afkomstige multi-instrumentalist heeft een veelheid in stijlen in zijn vingers waar anderen alleen maar van kunnen dromen. De vader van Dave, Sammy Fields was een gewaardeerd componist, arrangeur en producer en Dave groeide min of meer in diens studio op, waar hij opnamen meemaakte van mensen als Stevie Wonder en Rupert Holmes. Na zijn studie aan de Berklee College of Music werd Dave zelf een gewaardeerd muzikant, componist, arrangeur en producer. Hij beheerst naast piano (zijn eerste instrument) en gitaar ook bas en drums.

“Unleashed” is zijn zevende album, waarop hij in veertien nummers zijn veelzijdigheid te toon spreid. Blues, bluesrock, jazzfusion en zelfs bluegrass horen we langskomen. Tien ervan zijn van eigen hand. De helft van de nummers zijn bovendien live opgenomen. In de hoestekst staat te lezen dat Dave Fields zelf alle gitaren, zang, bas, drums en toetsen voor zijn rekening neemt “except where noted”. En geloof me, met muzikanten als Van Romaine, Chris Tristram, JT Lauritsen en Vladimir Barsky om er maar een paar te noemen, is dit echt geen armoe. In het jazzy “New York City Nights” speelt hij op de strijkers (door Gary Oleyar) na, alles zelf. De cd begint met “Anticipating You”, jazzfusion van de bovenste plank. De blues komt het best naar boven in “My Mama's Got The Blues”, “The Boy Wants To Play” en “Better Be Good”. In het tweeluik “Jagged Line” horen we hoe Dave de diverse stijlen weet te mengen. “Hey Joe” en “Star Spangled Banner/Hey Joe (Reprise)” zijn een mooi eerbetoon aan Jimi Hendrix. Na twaalf nummers geweld wordt het album afgesloten met de al eerder genoemde ballade “New York City Nights” en de razendsnelle bluegrass fingerpicking Jeff-Beck-meets-Albert-Lee “L.E.S. Hoedown”.

Een uitstekende cd. Goed gemaakt, opwindend, gevarieerd. Voor mensen die ook buiten de reguliere blues en bluesrock paden treden is “Unleashed” absoluut een aanrader.

Website: www.davefields.com

Reacties (2)

De Fankhauser Cassidy Band werd gevormd door de naamgevers Merrell Fankhauser en Ed Cassidy, beide muzikanten met een behoorlijk stuk bagage. Zanger/gitarist Fankhauser heeft zo’n beetje alle soorten muziek gemaakt die je in Californie kunt verwachten. Begonnen met surf heeft hij vervolgens folk, psychedelische rock en blues gespeeld. De eind 2012 overleden drummer Cassidy heeft jarenlang deel uitgemaakt van de legendarische band Spirit.

In de negentiger jaren hebben de heren behoorlijk wat opnamen gemaakt, die  op het dubbelalbum “On The Blue Road” zijn uitgebracht. Daar hebben ze destijds wat bekendheid kunnen verwerven en ze hebben er ook een nominatie voor de Memphis Blues Award mee binnengesleept. Op de songs worden zij begeleid door Merrells zoon Tim Fankhauser (zang, gitaar), Pete Sears (toetsen, ex-Jefferson Starship), John McEuen (mandoline, ex-Nitty Gritty Dirt Band), Larry Willey (bassist, ex-MU) om er maar een paar te noemen.

Het dubbelalbum heeft een veelvoud aan stijlen van blues, jazzy songs tot aan boogie en stampende rock. Erg goed vind ik zowel eigen composities als “Tale Of Misty Mountain” en de krachtige soul van “Who Shout The Lightning” en covers als “Further on Up the Road” of “Possession Over Judgment Day”. Maar songs als “32/20 Blues”, “Bright Lights Big City” en “Walking the Dog” kabbelen maar een beetje voort zonder dat ze ergens toe leiden.

BarnOwlBlues vindt: Geen echt slecht album, waarbij een aantal songs op meer dan uitstekende wijze worden uitgevoerd. Jammer van die paar missers. Als ze die er uit hadden gelaten en zich hadden beperkt tot een enkele cd was mijn waardering ongetwijfeld hoger geëindigd.

Reacties
“Where's The Blues Taking Me” is alweer de zevende cd van de Canadese vijfmans bluesformatie Fathead. Een band, die grossiert in Juno Awards, de Canadese versie van de Grammy. Hun eerste album stamt uit 1995 en sindsdien zijn zij een vast begrip geworden in het Noordamerikaanse bluescircuit. De band bestaat uit zanger John Mays, bandleader/mondharmonicaman/saxofonist Al Lerman, bassist Omar Tunnoch, gitarist Teddy Leonard en drummer Bucky Berger.
Naast hun eigen optredens waren zij ook enkele jaren de vaste begeleidingsband voor Little Mack Simmons, met wie zij twee hooggeprezen cd's opnamen.
Deze cd bestaat uit een flink deel door het tandum Lerman/Tunnoch zelfgeschreven songs. Het album begint met de shuffle “Shame On You” en zet hiermee meteen de toon voor de hele cd neer. Een lekkere vette blues met de ietwat slepende zang van John Mays. En dat is precies wat we in de volgende twee nummers tegenkomen. Bas en drums leveren een goede basis, mondharmonica en gitaar verfraaien het geheel en de zang maakt het plaatje af.
 
Met “Lay It On The Line” wordt de harmonica geruild voor de sax en ontstaat een blues/soulballad van de hoogste categorie. Een prachtige gevoelvolle gitaarsolo, gevolgd door de sax, maken het dan helemaal af. En net zo makkelijk spelen de heer een gospel, “Carry On”, en het funky “(I Like My Sex) Drip Dry”, weer gevolgd door het gospelachtige “Freedom Day”.
Ook de (echte) R&B wordt niet geschuwd, “Easy Going Man” is daar een prachtig voorbeeld van. “Harp Sauce” is precies wat de titel al aangeeft: een instrumental met de vette Chicagoharp van Lerman als hoofdinstrument. “Trouble In The World No More” is een soulnummer met een boodschap.
“Big City Blues” heeft een ska-achtige ritme en zorgt ervoor dat je maar moeilijk kunt blijven stilzitten. Met “Poor Frank” keren we weer terug naar de echte blues. Zoals bij een aantal andere songs valt ook hier op dat de heren goede tekstschrijvers zijn, er wordt nl. binnen enkele minuten een klein verhaaltje verteld. “The Boogieman” is een vlotte R&B-song a la Screaming Jay Hawkins.
Met “Don't Leave Me Tonight” wordt een klein bezoekje aan de easy listening gebracht. En als uitmijter krijgen we nog Jackie Wilson's “Lonely Teardrops” voorgeschoteld.
 
Na het beluisteren van deze cd is Fathead voor mij een echte ontdekking. Zeer gevarieerd - de heren beheersen diverse – muziekstijlen, en goed en professioneel gespeeld. Maar ook weer niet té professioneel, het enkele ruwe randje hier en daar zorgt voor het nodige gevoel. Zoals ik hierboven al schreef beheersen zij ook het vak van liedjesschrijver. Het zijn gewoon kleine verhaaltjes die in een bluesjasje worden gepresenteerd.
Deze band zou ik ook graag eens live zien. Wie haalt ze naar Nederland?
 
Fathead - I Pity The Fool
Lees meer...   (2 reacties)

De uit New Orleans afkomstige Fo’ Reel is ooit door gitarist/producer Mark Domizio begonnen als studioproject. Inmiddels is het een veelgevraagde begeleidingsband geworden met als vaste leden zanger C.P. Love, toetsenman Johnny Neel en bassist David Barrard, hoewel op dit album voor laatstgenoemde de diensten worden ingeroepen van David Hyde. Verder worden drummers en blazers apart ingehuurd.

Omdat de band vaak als begeleiders voor anderen wordt ingehuurd is deze heel veelzijdig. En dat is duidelijk te horen op dit album. De basis is blues, maar met duidelijke uitstapjes naar de soul, latin, funk en jazz. De beste songs zijn naar mijn mening de knipoog naar Clarence ‘Gatemouth’ Brown in de instrumental “Gate”,  de slowbues “Outside Love” en als mijn favoriet, het soulvol gezongen “Breaking Up Somebody’s Home”, bekend van Albert King.

BarnOwlBlues vindt Fo’Reel een absolute topband, die met deze cd een prachtig visitekaartje afgeeft.

www.foreelband.com




Reacties (1)
In 1971 besloten zanger Lonesome Dave Peverett en drummer Roger Earl, toen nog leden van de legendarische Britse bluesformatie Savoy Brown, dat zij wat meer rock in hun muziek wilden opnemen. En met het aantrekken van gitarist Rod Price en Bassist Tony Stevens was Foghat een feit. Diverse personeelswisselingen en 39 jaar later bestaat de band nog steeds, waarbij Roger Earl het enige lid is dat sinds het begin erbij is. Naast hem bestaat Foghat uit gitarist Bryan Bassett (lid sinds 1999) en zanger/gitarist Charlie Huhn, die de plaats van Lonesome Dave innam na diens overlijden in 2000. Zij worden hier bijgestaan door bassist Jeff Howell, omdat Craig MacGregor niet bij de opnamen aanwezig kon zijn.
“Last Train Home” is het 21e album en ook op deze blijft Foghat hun richting trouw: met blues doorspekte rock 'n roll. Deze cd bevat een mix van traditionele bluesnummers afgewisseld met eigen materiaal.
Met het eerste nummer, het energieke “Born For The Road” wordt meteen de toon gezet. Uptempo rock 'n roll, waarbij de blues iedere keer om de hoek komt kijken. “Needle And Spoon” is een nummer dat al in de tijd van Savoy Brown werd gespeeld. Een vlotte shuffle met een venijnige gitaarsolo. Dan een echte blues met het Otis Rush-nummer “So Many Roads, So Many Trains” met fantastisch gitaarspel, dat het hele nummer hiermee draagt. “Last Train Home” begint met fel slidegitaar en bouwt op een Bo Diddley-achtig ritme. Dat is vooral duidelijk in het baswerk van Howell. Een vlot en opwindend nummer. Met de tweede oude bluessong, Elmore James' “Shake Your Moneymaker”, is een prima versie van die Fleetwood Mac heeft gemaakt. Iets ruiger, maar ja, het is Foghat, niet waar? Hier wordt de band op piano begeleid door Rogers broer Colin Earl. n van de ene Elmore James cover naar de volgende. “It Hurts Me Too” is een heerlijke blues met de spannende en scherpe gitaar van Bassett. Wordt al jaren door Foghat gespeeld. Ook “Feels So Bad” staat al jaren op de playlist, maar door de jagende drum van Earl is deze versie sneller als te doen gebruikelijk.
“Louisiana Blues” van Muddy Waters krijgt hier een speciale behandeling. De band zat er in de studio maar een beetje mee te rommelen en besloot het maar op te nemen. Een heel frisse en spontane uitvoering van de bekende klassieker. Op “495 Boogie” is een hoofdrol weggelegd voor pianist Colin Earl en de ingehuurde harmonicaman Lefty 'Sugar Lips' Lefkowitz. Een boogie woogie, die Roger heeft geschreven naar aanleiding van een snelheidsovertreding op 495 Long Island Expressway, waar hij een dikke 200 km/u reed en wat hem op een flinke boete en een jaar rijontzegging kwam te staan. Wat mij betreft mag hij vaker te hard rijden. Het ruim 8 minuten durende “Rollin' & Tumblin' / You Need Love” begint als een uptempo shuffle en verandert halverwege in een snelle boogie. Goede interactie tussen stem en slidegitaar. Op “In My Dreams” van Eddie Kirkland doet deze als gastmuzikant ook mee. Een heel fraai nummer met prachtig samenspel tussen Kirkland en Bassett. Ook op “Good Good Day” is Kirkland nog even blijven hangen. Hier duelleert hij op harmonica met Lefty. Een schitterend nummer. Fantastisch om te horen hoe deze 86-jarige veteraan het nummer naar zich toe trekt. Als uitsmijter volgt nog een bijna 10 minuten durende liveversie van “Slow Ride”. En dit is dan weer Foghat zoals we ze kennen. Ruig, rauw en nietsontziend.
 
Met dit album is Foghat weer teruggekeerd naar hun roots. Rock 'n roll met een flinke bluesinjectie. Het is een prima cd geworden met een goede afwisseling van eigen werk en bewerkingen van bluesklassiekers. Zo mogen ze van mij nog wel een paar jaar doorgaan.
 
Lees meer...   (2 reacties)

Robbert Fossen en Peter Struijk zijn geen onbekenden meer in ons land. Beiden hebben al behoorlijke carrières achter de rug en hun samenwerking heeft al geresulteerd in het winnen van de Dutch Blues Challenge en het behalen van de International Blues Challenge in Memphis in maart van dit jaar.  De stijl van de Fossen & Struijk Band beweegt zich binnen de klassieke Chicagoblues, zoals we die kennen van o.m. Muddy Waters en Willie Dixon uit de vijftiger jaren.

Op "Clubbing" heeft de band, die verder bestaat uit bassist Jan Markus en drummer Eduard Nijenhuis, een eigen nummer van Robbert en tien covers van bekende en minder bekende bluessongs opgenomen. Vanwege de vriendschap en verbondenheid met Magic Slim is het niet vreemd dat er wordt begonnen met diens "That Will Never Do" en "Bad Avenue", die hier beiden een prachtige vertolking krijgen. De begeleiding van Markus en Nijenhuis staat als een huis, Fossens donkerbruine stem en Struijks gitaarwerk maken het af. Vervolgens is Jimmy Dawkins "Gotta Love Somebody" aan de beurt, een uptempo song met een snelle gitaarsolo waar de oude 'fast fingers' nog jaloers op zou zijn. Vervolgens gaan we ongeremd verder met Brooke Bentons "Kiddeo". Dan gaat het tempo omlaag in de slowblues "Ain't Gonna Worry About Tomorrow", gevoelvol gezongen door Robbert en verlucht door de felle gitaarlicks van Peter. Dan volgt een van de beste songs van het album met Muddy Waters' "Can't Be Satisfied", met geweldig slidewerk van Peter en harmonica van Robbert.

Fossens eigen "I'm Going Down To Clarksdale" volgt en deze song heeft alles dat je van de klassieke Chicagoblues verwacht, een pompend ritme, Elmore James-achtige gitaarlicks, een toeterende harmonica en een lekkere gitaarsolo. Nu we toch klassiek bezig zijn wordt vervolgens "Rosalie" van Muddy Waters ingezet met jankend slidespel. Het tempo is al net zo slepend als bij het origineel en creëert een onrustige hierdoor spanning. De mooie harmonicasolo vormt de kers op de taart in dit bijna 9 minuten lange nummer. Hierna is het de beurt aan het wat meer rockende "Back To School" met meer dan uitstekend slidespel. Net zo vlot gaan we door met Nick Holts "If It Is Too Late" en komen dan aan bij het ruim 11 minuten lange "Sinner's Prayer". Men zal gedacht hebben 'het beste bewaren we voor laatst', want dit is absoluut het beste nummer van het album. Deze Ray Charles-compositie is al vaker vertolkt, en zeker niet door de minste, maar deze versie kan zich tot de beste ervan rekenen. Wat een stem en wat een gitaarsolo!

Muzikanten die het schoppen tot de finale van de International Blues Challenge hebben kwaliteiten, dat mag duidelijk zijn. Deze kwaliteiten weten zij iedere keer weer op het podium om te zetten in prima muziek en deze cd mag hiervan absoluut het visitekaartje worden genoemd.

Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl