barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens






















Reacties

Gitarist/zanger Alastair Greene komt uit Zuid-Californië en heeft de afgelopen twintig jaar zowel met eigen band en als begeleider een solide reputatie opgebouwd. Zo is hij te horen op tientallen cd’s, waaronder die van Aynsley Dunbar en Alan Parsons. Van laatstgenoemde is hij sinds 2010 een vast lid van de band geweest. Begin dit jaar heeft hij hiervan afscheid genomen om zich weer te richten op zijn solocarrière. Het resultaat hiervan ligt in de vorm van de cd “Dream Train” nu in de winkels.

Het is het zevende soloalbum van Alastair Greene en hij wordt begeleid door Austin Beede (drums) en Jim Rankin (bas), waarmee hij een waar powertrio vormt. Dat hij een goede reputatie heeft bewijst de deelname van Walter Trout, Debbie Davis, Mike Finnigan, Mike Zito en Dennis Gruenling. Van de dertien nummers zijn er twaalf door Greene geschreven. De cd begint met het titelnummer “Dream Train”, energiek met stevig slidewerk, dat de toon voor de rest van het album zet. Het is over het algemeen stevige bluesrock, waarbij de wat ingetogenere ballads voor de broodnodige variatie zorgen. Een voorbeeld hiervan is het akoestische “Song For Rufus”. Mijn persoonlijke favorieten zijn  de boogie “Rain Stomp”, het instrumentale “Grateful Swagger” met Debbie Davis op gitaar, en het door Mike Zito ondersteunde “Down To Memphis, dat naar southern rock neigt.

Alastair Greene brengt niet nieuws, maar wat hij doet is gewoon behoorlijk goed. Voor de liefhebbers van stevige en melodieuze bluesrock is dit zeker een aanrader.

Website: www.agsongs.com

Reacties (1)

Big Harp George, die in het ware leven rondgaat onder de naam George Bisharat, is afkomstig uit de San Francisco Bay Area. Hij was advocaat, professor aan het UC Hastings College of the Law en expert op het gebied van rechten en politiek van het Midden Oosten. Nu wijdt hij zich fulltime aan de muziek. Hij is schrijver, zanger en bespeelt de chromatische harmonica. Hij rekent zelf George "Harmonica" Smith, William Clarke en Paul deLay als zijn grote invloeden.

Hij bracht al eerder twee cd’s en nu ligt zijn derde “Uptown Cool” in de winkels. Op deze cd staan twaalf door George zelfgeschreven nummers. Hij wordt begeleid door een uitstekende band, bestaande uit Chris Burns (toetsen), Alexander Pettersen (drums), Joe Kyle (bas), Kid Andersen (gitaar, bas), Little Charlie Baty (gitaar), Michael Peloquin (sax), Mike Rinta (trombone, tuba), Derrick “D’Mar” Martin (percussie) en Loralee Christensen en Derick Hughes (backing vocals).  Mede door het gebruik van blazers krijgt zijn blues een stevig soulvolle lading. Naast deze prettig in het gehoor loggende soulvolle blues weet hij ook in zijn teksten nog een boodschap mee te geven. De huidige Amerikaanse politiek, internet daten, het soms gestoorde gebruik van moderne technologieën, maar ook op een meer persoonlijk, zoals het beëindigen van een relatie. Niets wordt gespaard. Soms vilein, dan weer met humor. Mijn persoonlijke favorieten zijn “Nobody’s Listening” en het gospelachtige humoristische “Lord make Me Chaste”. “Uptown Cool” is voor mij een zeer prettige kennismaking met de muziek van Big Harp George.

Website: www.bigharpgeorge.com

Reacties (3)

Billy Gibbons staat naast als een van de baarden van ZZ Top natuurlijk bekend als een veelzijdig gitarist, de verpersoonlijking van de rauwe stampende blues- en boogiesound. Dat laat hij ons al meer dan veertig jaar horen.

Het eerste soloalbum Perfectamundo biedt hem de gelegenheid om het over een andere boeg te gooien. Nu hoeven de fans van zijn rauwe vocalen en kenmerken gitaargeluid niet te schrikken. Dat blijft aanwezig. Ook horen we nog steeds wel de blues en boogie die we van hem kennen. Maar hij maakt diverse uitstapjes en we horen Latijnsamerikaanse ritmes, die soms aan Santana doen denken, en ouderwetse soul. En die momenten zijn prominenter aanwezig dan de blues. Maar dit past wonderwel samen.

Er is wel een voorwaarde. Denk niet aan Gibbons werk bij ZZ Top. Luister naar dit album alsof het iemands debuutalbum is. En geniet er lekker van.

Website: www billygibbons.com


Reacties (1)
Zou het aan het water liggen in Chicago? Of aan de lucht? Zong hij tien jaar geleden nog in “Done Got Old” over het feit dat hij oud was en niets meer kon, nu op 74-jarige leeftijd begint zijn nieuwe album “Living Proof” met de tekst “I'm 74 years young”! Deze levende legende van de Chicagoblues is in juli inderdaad 74 jaar oud geworden, maar hij laat zich nog steeds gelden als een van de meest opwindende en inventieve gitaristen die er rondlopen. Producer is Tom Hambridge, die ook bij “Skin Deep” uit 2008 aan de knoppen heeft gezeten en tevens drummer is Guy's band.
Op de genoemde opener, die dan ook passend “74 Years Young” is genoemd, begint hij rustig solo op de akoestische gitaar, terwijl langzamerhand steeds meer instrumenten invullen en Buddy na ongeveer anderhalve minuut de electrische gitaar opneemt en toont dat hij nog steeds een gitarist is om rekening mee te houden. In “Thank Me Someday” verhaalt hij over het feit dat hij zijn familie wakker hield met zijn gitaarspel. De melodie doet herinneren aan een Howlin' Wolf-klassieker en ook bij de gitaarsolo hier vliegen de vonken er weer vanaf. Het uptempo “On The Road” is een vrolijk nummer met een serieuze ondertoon. De prima begeleiding van The Memphis Horns en het messcherpe gitaarwerk van de meester zelf geven het nog een extra 'bite' mee. Even tijd om uit te puffen met “Stay Around A Little Longer” waar Guy wordt vergezeld door die andere legende, B.B. King. Een rustige soulballad, waarin beide senioren vertellen hoe goed het nog met ze gaat en dat ze jarenlang door willen gaan. Mijn zegen hebben ze.
Dan “Key Don't Fit”, een heerlijke, typische bluesballad. Rollende piano, scherpe gitaarlicks en de Buddy's hoge stem, waarmee alleen hij zo hartverscheurend kan zingen. De titelsong “Living Proof” is een vlotte rocking blues, die gaat over dat hij ondanks alle tegenslagen er toch steeds weer bovenop komt. Met “Where The Blues Begins” meldt zich de tweede gast, Carlos Santana. Gebaseerd op een rumbaritme spelen de heren er lustig op los. Misschien iets voorspelbaar zoals beiden zich afwisselen, maar in zijn geheel ook een klassenummer. “Too Soon” is een stevige shuffle met een vlammende gitaarsolo, die ons weer op het puntje van de stoel brengt.
In “Everybody's Got To Go” wordt de toon weer wat bedachtzamer. Aanleiding hiervoor is het overlijden van broer Phil in 2008 en het gaat dan ook over het feit dat iedereen eens komt te overlijden. Een prachtige soul/gospelachtige ballad. Het intro van “Let The Doorknob Hit Ya” doet in eerste instantie denken aan “Damn Right I've Got The Blues” uit 1991 en is dus een onvervalst ruige Chicagoblues. Lekker om even uit je dak te gaan. Op “Guess What” wordt een tandje lager geschakeld. De Hammondbegeleiding maakt er een smeuïg geheel van en Guy leeft zich weer onvervalst uit op zijn snaren. Op de uitsmijter “Skanky” wordt nog even getoond dat Buddy Guy geen ouderdomsverschijnselen in zijn vingers heeft.
 
Een risico van het schrijven van een semi-autobiografisch album als dit, is dat het makkelijk kan leiden tot een staaltje zelfoverschatting. Maar Buddy Guy heeft dat goed onder controle kunnen houden. Het is ook geen puur nostalgisch album geworden, mede door de hoge kwaliteit van het spel en de de diversiteit van de nummers. Het is m.i. een erg persoonlijk album geworden zonder in de al eerder genoemde valkuil te vallen.
Ook verrast Buddy Guy iedereen weer met zijn vlammend gitaarspel, hartverscheurende zang en opnieuw originele nummers. Hij teert niet alleen op het feit dat hij inmiddels een levende legende geworden is, maar weet iedereen nog steeds te verbazen en inspireren. Een aanrader!
 
Lees meer...   (2 reacties)

Je hebt van die muzikanten, die vinden het na hun 65e wel mooi geweest en als ze er al niet helemaal mee stoppen dan doen ze het toch wel wat rustiger aan. Ze sudderen een beetje voort en vinden het wel best. Zo niet Buddy Guy. Op zijn 64e zong hij nog "Done Got Old", drie jaar geleden was het "I'm 74 Years Young" en nu op zijn 77e brengt hij weer een album met nieuw en nieuw ingespeeld werk uit. En niet een gewoon album, nee hoor, het moet dan ook maar meteen een dubbel-cd zijn.

Net als de vorige keer is het geheel geproduceerd door Tom Hambridge, die ook de drums speelt. Op de eerste cd wordt Guy begeleid door David Grissom (gitaar), Reese Wynans, (Hammond B3) en Michael Rhodes (bas) en op de tweede door Rob McNeely (gitaar), Kevin McKendree, (Hammond B3) en Tommy MacDonald (bas). Daarnaast doen ook wat gasten mee, zoals Kid Rock, Gary Clark Jr., Beth Hart, Keith Urban, en van Aerosmith Steven Tyler, Joe Perry en Brad Whitford.

De eerste schijf heet "Rhythm" en de tweede dan natuurlijk "Blues". Op "Rhythm" is de aanpak blues met een flinke dosis soul en rock. Een paar hoogtepunten zijn het door Kid Rock gezongen "Messin'With The Kid", "What You Gonna  Do About Me" met Beth Hart en "One Day Away" met Keith Urban. Het tweede schijfje "Blues" is het pure Chicagoblues wat de klok slaat. "Meet Me In Chicago" vind ik erg sterk, in "Evil Twin" krijgt hij hulp van de drie leden van Aerosmith en "Blues Don't Care" met Gary Clark Jr. is naar mijn mening hier het sterkste nummer.

Buddy Guy zal altijd wel een van de groten van de blues zijn en blijven. En door het uitbrengen van een dubbelalbum met deze kwaliteit heeft hij deze positie alleen maar bevestigd en verstevigd. Een 'must'.

Reacties

Ooit, hij was toen 64 jaar oud, zong Buddy Guy “Done Got Old”. Maar nu, 15 jaar later, vlamt hij als geen ander. Op zijn 79e is er van slijtage nog steeds geen sprake.

De titelsong “Born To Play Guitar” is een autobiografisch nummer en laat maar weer eens horen dat de man, die gitaristen als Eric Clapton hun voorbeeld noemen, nog steeds tot de absolute wereldtop behoort. Als gasten doen Billy Gibbons, Van Morrison, Joss Stone en Kim Wilson mee, maar ondanks deze zware jongens (en dame) blijft het ontegenzeggelijk een product van Buddy Guy. De hoge, gevoelige stem, het vlammende gitaarwerk, rockende blues en sterke ballads, het is allemaal aanwezig. Sterk zijn het duet met Joss Stone, “(Baby) You Got What It Takes”, het beschouwelijke “Crazy World” en de aan B.B. King opgedragen “Flesh & Bone”, dat met Van Morrison wordt gezongen.

Wederom een klasse-album. Buddy Guy speelt en zingt de blues, zoals hij het leeft. Voorspoed, tegenslag, ernstig maar op zijn tijd ook met een knipoog.

Website: www.buddyguy.com


Reacties (1)

De Canadees David Gogo is een ervaren gitarist die zojuist alweer zijn dertiende album heeft uitgebracht. Hij wilde voor dit album eens wat verder de 'roots' onderzoeken en reisde speciaal hiervoor naar Mississippi en Memphis om de plaatsen te bezoeken waar de blues vandaan komt. Deze excursie leverde zes nieuwe songs op, de overige zes zijn covers. Net als op zijn andere platen is duidelijk te horen dat Gogo niet zo maar een gitarist is; je kunt hem rustig een virtuoos noemen. Het album is zeer gevarieerd en we krijgen naast blues ook southern rock, echte rock en soul te horen.

De aftrap is stevig met het rockende "Bad 'n' Ruin", dat wordt gevolgd door de blues "Come On Down" en "Call Your Name", dat weer tegen de southern rock aanleunt. En zo gaat het hele album verder. De zes eigen songs vormen de ruggengraat van het album. Maar ook de covers speelt hij niet zo maar klakkeloos over; hij maakt er geheel eigen versies van. Luister bijvoorbeeld maar eens naar Robert Palmers "Looking For Clues". Mijn favoriete songs op dit album zijn de titelsong "Come On Down", een lekkere blues in mineur, en het soulvolle "Spare Me A Little Of Your Love".

Kortom, "Come On Down" is weer een gedegen album van David Gogo.

Reacties (1)
De Canadees is geen onbekende in Nederland, gezien het aantal prachtige optredens die hij de afgelopen jaren hier heeft gegeven. Hij kreeg zijn eerste gitaar toen hij vijf jaar oud was en nadat hij op zijn vijftiende Stevie Ray Vaughan had ontmoet stond zijn loopbaanplanning al vast. Vanaf zijn zestiende werkte hij al regelmatig als muzikant, opende o.m. voor Johnny Winter en de Fabulous Thunderbirds.
Met “Soul Bender” heeft Gogo inmiddels zijn tiende album uitgebracht en het is er een geworden met tien krachtige nummers. Vier zijn van eigen hand en de andere zes zijn covers. Niets op tegen, als de uitvoerende artiest er maar een eigen versie van maakt. En dat is iets dat je goed aan David Gogo kunt overlaten.
 
Met het eerste nummer, Elmore James' “Please Find My Baby”, wordt meteen de richting van het album aangegeven: stevige, maar smaakvolle rockende blues. De slidegitaar klinkt gemeen en de piano en harmonica voegen een dimensie toe aan het geheel. Het zelfgeschreven “Slow It Down” gaat meer de rockkant op. “Was It Love” is een mooi nummer. Alleen jammer dat de naar een hoogtepunt werkende gitaarsolo aan het eind wordt weggedraaid. Die had van mij best met een knal mogen eindigen. Het vierde nummer “Time Is Killing Me” is zelfgeschreven en een goed voorbeeld van Gogo's vaardigheid als componist, tekstschrijver en niet in de laatste plaats gitarist. Het is een zeer persoonlijk nummer en dat geeft het meer diepte mee. Met “I Found Love” wordt het typische rock & soul van Stax opgezocht. Een prachtig nummer met een echo op de gitaar en soulvolle zang.
“The Changeling” is een cover van een oude Doors-song, maar klinkt in deze versie weer helemaal fris en nieuw. “Gettin' Old” is een stevig door Gogo zelfgeschreven rocknummer. Opvallend is het Michael Jackson-nummer “The Way You Make Me Feel”. Je denkt dat het niet past op een bluesalbum, maar Gogo's bewerking met B.B. King-achtige gitaarlicks en de begeleiding door een Hammond B3 en blazers weet daar wel weg mee. Het album sluit af met de bluesrockers “Do You Know How It Feels” en het van Robin Trower bekende “Whiskey Train”. Vooral het laatste nummer eindigt met een prachtige gitaarsolo, die hij deze keer wel tot het eind doorspeelt.
 
“Soul Bender” is een uitstekend album, waarop David Gogo niet alleen laat zien een prima gitarist en zanger te zijn, maar dat hij naast een uitstekend componist en schrijver ook het talent heeft oude nummers van een nieuw jasje te voorzien. Het album is stevig te noemen, maar bovendien smaakvol. De nummers zitten goed in elkaar en samen vormen zij een gevarieerd album.
 
Lees meer...   (1 reactie)

Ook aan deze kant van de Atlantische Oceaan is de Canadese bluesrockgitarist geen onbekende meer. Met “Vicksburg Call”, zijn veertiende cd, bevestigt hij nogmaals zijn verdiende reputatie. David Gogo heeft een muzikale loopbaan van meer dan twintig jaar en hij grossiert in prijzen en nominaties.

Op “Vicksburg Call” horen we naast eigen songs ook covers van Stephen Stills, Annie Lenox en Neil Young. De band speelt hecht en vormt een prima basis voor Gogo. Zoals we van hem gewend zijn is het een gevarieerd album geworden met soms stevig rockende blues en dan weer gevoelige ballads. Gogo is naast een uitstekende en melodieus spelende gitarist ook een goede zanger met een rauwachtig, soulvol geluid. Daarmee komt hij zowel op het ruigere werk als de ballads goed tot zijn recht. Mijn favoriete songs zijn de bluesshuffle “Fooling Myself” met Kim Simmonds (Savoy Brown) als gastgitarist, de Stephen Stills song “Jet Set (Sigh)” en het gevoelig gezongen “Why” dat we kennen van Annie Lennox.

Een prima album met tien uitstekende songs. Wederom een bevestiging dat David Gogo tot de top behoort van de hedendaagse bluesrock. Aanrader!

Website: www.davidgogo.com

Reacties (2)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl