barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Dat Douglas Greer uitmunt in een hoge productie kan niet bepaald worden gezegd. Tien jaar na zijn goed ontvangen debuutalbum “Just A Man” komt hij pas eens met de opvolger op de proppen. Het is niet zo dat de goede man heeft stilgezeten. Zijn optredens voerden door de VS en Europa. Ook Nederland heeft hij diverse keren bezocht. Multi-instrumentalist Mark Hallman (drums, bas, zang en alle andere instrumenten), die ook voor de productie en techniek zorgde, haalde David Grissom (gitaar), Bradley Kopp (gitaar), Michael Ramos (piano) naar de studio.

Op “Baja Louisiana” staan elf door Greer zelfgeschreven nummers. En wat voor nummers. Zoals het een beetje singer-songwriter betaamt zijn het elf kleine verhaaltjes verpakt in een muzikaal jasje. En het gaat ook nog ergens over. Denk bijvoorbeeld aan “Take My Name Off Your Facebook Page”, waar de titel aan aanduidt waarover het gaat. Muzikaal zitten we ergens tussen de betere country en countryrock, zoals een Steve Earl die nummers van Townes van Zandt speelt. Een prima cd met voor mij als beste nummer het rockende “Christmas In Travis County Jail”

Website: www.douglasgreermusic.com

Reacties (3)

Nadat hij in 2009 een tijdje in de gevangenis heeft gezeten voor het bezit van drugs en een wapen heeft het een tijdje geduurd, maar met “Middle Of The Road” vindt Eric Gales zelf dat hij geestelijk en lichamelijk weer sterk genoeg is om de wereld aan te kunnen. Ondanks de hoge kwaliteit van voorgaande albums meent hij er nu weer helemaal bovenop te zijn. De van oorsprong rechtshandige gitarist, die zich zelf op een rechtshandige gitaar linkshandig heeft leren spelen werd in 1991 als grote belofte gezien toen hij als 16-jarige zijn eerste cd uitbracht. Voor zijn collega’s en kenners heeft hij die belofte volledig heeft ingelost. Het grote publiek blijft nog wat achter.

Op “Middle Of The Road” staan elf nummers die zich allemaal bewegen in de wat stevigere blues met duidelijke soul- en funkinvloeden. Zijn begeleiders zijn Aaron Haggerty (drums), Dylan Wiggins (Hammond B3), LaDonna Gales (backing vocals) en Maxwell ‘Wizard’ Drummey (mellotron). Verder horen we als gastmuzikanten onder meer Gary Clark Jr. en Eugene Gales. Eric Gales zelf neemt zang, de gitaren en bas voor zijn rekening. In het eerste nummer “Good Time” laat hij horen dat hij helemaal terug is (‘I’m back and I’m bad’) en “Change In Me (the Rebirth)” bevestigt dit nog eens. Het mooiste nummer voor mij is “Help Yourself”, een rockend bluesnummer waarin we de nog maar 17-jarige Christone ‘Kingfish’ Ingram samen met Gales horen vlammen.

Het zou zo maar eens kunnen dat Eric Gales met “Middle Of The Road” eindelijk bij het grote publiek doorbreekt en zijn zo verdiende plaats kan innemen tussen de collega’s bij wie dit wel is gelukt. Het album biedt in ieder geval alle kansen daartoe.

Website: www.ericgalesband.com


Reacties (1)
Hoe Franck Goldwasser aan zijn bijnaam 'Paris Slim' komt is niet moeilijk; hij werd er in 1960 gewoon geboren. Vanaf zijn zestiende speelt en zingt hij blues en op zijn drieëntwintigste verhuist hij naar de VS. Al in Parijs staat hij regelmatig op het podium met artiesten die er optreden en na zijn verhuizing naar Oakland, Californië wordt hij een belangrijk onderdeel van de daar heersende bluesscene. Hij speelt er met mensen als Charlie Musselwhite, Elvin Bishop, Phil Guy, de Fabulous Thunderbirds en Sunnyland Slim om er maar een paar te noemen, speelt mee op albums van hen en nog een aantal anderen, maakt deel uit van de Mannish Boys en de Sultans of Slide.
Daarnaast heeft hij nog een solocarrière en op “Can't Raise Me” heeft hij zich door zijn collega's van Sultans Of Slide (Monti Amundson, Henry Cooper, Boyd Small en Bart Kamp), alsmede door pianist Gene Taylor laten begeleiden.
De eerste tonen van opener “Can't Raise Me” maken meteen duidelijk waar Goldwasser voor staat, nl. opwindende 'high-energy' blues. Met “Sweet Lovin' Mama” en het instrumentale “Chicago Blues Festival” blijft dit tempo ongewijzigd van kracht. Het swingende “Chicken Heads” gaat op de funky tour, waarin de vlijmscherpe gitaarsolo met het strakke ritme speelt. Vooral het gebruik van het orgel maakt van de ballad “Sleep With Me Baby” een soulvol nummer. Ook in dit hartverscheurend gezongen nummer is de hoofdrol weggelegd voor de venijnige gitaar van Goldwasser. Dan maken we met het akoestisch gespeelde “Stumptown Blues” een korte reis naar de vooroorlogse blues, waarbij de piano, bespeeld door Gene Taylor, en de gitaar ons een duet à la Carr/Blackwell laten horen.
In het rauwe “I Ain't From Texas” vertelt hij nog eens haarfijn waar hij níet vandaan komt. Een en ander wordt fraai versierd met het razendsnelle gitaarwerk dat we inmiddels van hem kennen. Vooral het gebruik van de slide doet ons in “Dumb And Dangerous” denken aan het rauwe werk van Muddy Waters en Johnny Winter. Het akoestische “Bad News This Morning” laat ons even op adem komen. Deze song gaat over het overlijden van zijn vriend en gitaarheld Phillip Walker en hierin laat Franck horen ook uitstekend ingetogen te kunnen spelen. Met de shuffle “Tell Me What's The Reason” gaan we alweer snel naar het einde van dit album. De afsluiter wordt gevormd door Carr/Blackwell-achtige “Black Night” met een fraaie interactie tussen Taylor en Goldwasser. Het is een mooi en rustig einde van deze stormachtige cd.
 
Conclusie:
Een prima album van een uitzonderlijk goede gitarist. Hij komt met een rotgang je huiskamer binnen, walst er als een soort tornado doorheen, zorgt voor een rustpuntje, knalt door om je in alle rust weer te verlaten. En je daarbij stomgeslagen achter te laten. En ondanks de snelheid en ruigheid blijft het onvervalste blues zonder zelfs maar op (blues)rock te laten lijken.
Een absolute aanrader voor liefhebbers van razendsnelle gitaarblues.
 
Lees meer...   (5 reacties)
Dat er de laatste jaren uit België erg leuke bands komen mag inmiddels een publiek geheim zijn. En ook op het gebied van de blues blijven onze zuiderburen niet achter. Een mooi voorbeeld hiervan is de jonge band Ganashake. De band bestaat sinds mei 2009 en bestaat uit Jesse Jacobs (zang, gitaar), Sander Goethals (bas) en Bert Minnaert (drums). Opgericht ter gelegenheid van het Erpse-Kwerpse “Crisisfestival” toonde al snel een regionale TV-zender interesse in het trio. Vanaf dat moment is eigenlijk alles in een stroomversnelling geraakt met als (voorlopige) hoogtepunt het uitbrengen van de eerste cd.
In 2009 was al een EP met 5 nummers verschenen, maar omdat deze niet meer verkrijgbaar was is vorig jaar besloten er nog zes op te nemen en deze elf songs vormen nu de eerste cd met de eenvoudige titel “Ganashake”.
Op het eerste nummer “Indian Chief” valt meteen de stem van zanger Jesse Jacobs op. Je zou hem makkelijk twintig jaar ouder geven. Enigszins doorleefd met een rauw kantje. De gitaarlicks en messcherpe solo maken het helemaal af. In “Cherry Red Lips” legt zanger Jacobs soul in zijn stem. Dan volgt een prima uitvoering van Hound Dog Taylors “Gimme Back My Wig”, waaruit blijkt dat de heren ook prima met klassiekers uit de voeten kunnen. Met het swingende “Special Sauce” en funky “Strings & Things” maakt de originele EP vol. Als je bedenkt dat de band toen pas nog maar een half jaar samen was kun je alleen maar concluderen dat het trio over een groot talent moet beschikken.
Met “If You Believe” begint de nummers, die in augustus 2010 zijn opgenomen. En hoewel de eerste vijf songs al erg goed waren merk je toch een verandering op, een duidelijke groei. De muziek klinkt voller en volwassener. Het soulvolle “If You Believe” is daar een mooi voorbeeld van. De – nog steeds – doorleefde stem van Jacobs, de afwisselende licks, de breaks en fraaie gitaarsolo geven een duidelijke ontwikkeling te zien. “Goodmorning Baby” heeft ongeveer halverwege een verrassende als de ruwe boogie-ritme voor enkele maten overgaat in een rustig tempo, voordat Jacobs met een spetterende gitaarsolo die rust weer helemaal teniet doet. Een mooie vondst. Verder waard om te vermelden is de funky “Plastic Scene” en het rocknummer “Losing It Big Time”.
 
Als conclusie kan ik alleen maar zeggen zeer onder de indruk te zijn van de debuut-cd van Ganashake. Het is niet de 'pure' blues, die zij spelen - maar wie doet dat eigenlijk nog wel? – en in hun muziek zijn ook invloeden van funk en rock te vinden. Maar alles is duidelijk wel geschoeid op de blues.
Een band die in zo'n korte tijd zo'n ontwikkeling doormaakt is een belofte voor de toekomst en ik verwacht dat de carrière van de band zich niet zal beperken tot België en Nederland.  
Lees meer...   (2 reacties)
Onder de pop- en rockfans is al langer bekend dat er uit België de laatste jaren erg goede bands komen. En ook op het gebied van de blues blijven onze zuiderburen niet achter. Wat dat betreft is de jonge band Ganashake een uitstekend voorbeeld. Bestaand uit Jess Jacob (zang/gitaar) Sander Goethals (bas) en Bert Minnaert (drums) weet dit trio binnen de kortste keren al een behoorlijke reputatie op te bouwen. Na hun debuut-cd uit het begin van het jaar (zie recensie) is nu de liveregistratie “Live @ The Montmartre” verschenen.
Op de in de Montmartre in Brussel opgenomen cd staan veertien songs, waarvan er elf van eigen hand zijn.
Wat we te horen krijgen is liveblues van de bovenste plank: rauw, ongekunsteld en opwindend. Dat begint al met de twee eerste tracks “Arrogant Girl” en “Swink”. Dat het ook rustiger kan blijkt met Paul Butterfield “Love Her With A Feeling”, waarin Jesse's gitaar een glansrol krijgt. Mooi gevoelig gespeeld. Zijn stem komt wat te kort, maar door de gevoeligheid die hij er in weet te leggen maakt dat weer heel veel goed. Met het uptempo “Graveyard Shuffle” is het weer gedaan met de rust en zonder een adempauze te nemen raast de Ganashake-trein onverminderd voort.
Nummers die het verder waard zijn extra te vermelden zijn het bijna acht minuten durende “Strings & Things”, waarin ook wegen buiten de blues worden bewandeld, het rommelig aandoende "We Messed Up" met Hendrix-achtig gitaarwerk en “Indian Chief”, dat naar mijn mening een van de mooiste nummers van het album is.
 
Conclusie
Het is een prima album geworden met veertien uitstekende nummers. De rauwheid en het enthousiasme van de band werkt aanstekelijk. Er is tussen het debuutalbum en deze live-cd een duidelijk groei waarneembaar. Ik ben benieuwd of deze lijn op de volgende release wordt voortgezet. De kwaliteiten zijn aanwezig. Na het horen van dit album hoop ik ze zelf snel weer live aan het werk te zien.
 
 
Meer informatie op www.ganashake.com 
Lees meer...   (6 reacties)
Get The Cat iseen Duitse viermansformatie - om precies te zijn zijn zij afkomstig uit Keulen - die bestaat uit zangeres Astrid Barth, gitarist Philipp Roemer, bassist, zanger en songwriter Till Brandt en drummer Ralph Schläger. Op hun eerste cd genaamd “Get The Cat” uit 2007 en op de vorig jaar verschenen DVD ‘Live Im Sensenhammer’ was Hammondspeler Noel Stevens van de partij en ook hier krijgt hij een prominente rol toebedeeld. Een andere gast is pianist Henning Wolter. De band is in 2007 voortgekomen uit de Dog Party Blues Band toen drummer Schläger zich bij de band aansloot.
Alle twaalf nummers zijn door Till Brandt, nummers die allemaal lekker in het gehoor liggen. Vooral de stem van Astrid is indrukwekkend, soms sober en ingetogen, maar op andere momenten weer rauw. Gitarist Philipp laat horen dat hij heel wat in huis en heeft en diverse stijlen beheerst. En de ritmesectie zet een goed fundament neer.
De cd begint met de uptempo funky blues “Your Sweet Kiss”, waarin Philipp meteen laat horen wat hij kan. Het tweede nummer “Don't Fall In Love” is ook 
een lekkere funk. En zo gaat het de hele cd door. Bluezy, funky, swingend. Het enige nummer dat meer een gewone popsong is is “Wanna Start A Fire”, maar dat is zeker geen kritiek, omdat dit ook gewoon lekker klinkt. “Fool In Love” is weer een jazzy gezongen song met een relaxte akoestische gitaarsolo.
 
Zo wisselen zich blues, jazz en funk af en komt er uiteindelijk een lekkere cd uit. Echt een band om in de gaten te houden en ook eens naar Nederland te halen.
 
Lees meer...   (3 reacties)
Het uit Keulen afkomstige kwartet Get The Cat is goed bezig. Na hun oprichting in 2007 ligt nu hun derde cd “She Knows Them All” voor mij. De band bestaat uit zangeres Astrid Barth, gitarist Philipp Roemer, bassist Till Brandt en drummer Ralph Schläger. Aan de covers wordt niet gedaan, want alle elf songs zijn geschreven door Till. Hun vorige cd “I Sing You The Blues” uit 2010 werd overal goed ontvangen (recensie), dus eens even zien waar de Keulenaren nu weer mee op de proppen komen.
Dat ze willen laten horen waar ze vandaan komen is meteen duidelijk met de opener “Sweet Home Cologne”. Een lekkere soulblues, waarin Astrid haar reputatie als 'Frau mit den blonden Haaren und der schwarzen Stimme' meteen waar maakt. “Two Steps Forward” is een vlot swingend nummer met een mooie gitaarsolo van Philipp. Het volgende nummer “Ghost Town” is opgebouwd rond een funky baslijn. De fraaie orgel- en gitaarsolo geven wat verlichting in het dreigende karakter van het nummer. Een gemeenklinkende gitaar, een dreigende stem “remember your last shirt” vormen het begin van het bijna negenenhalve minuut durende “Your Last Shirt (Wont't Have A Pocket)”. Een veelzijdig nummer, dat ons langs funk, rock en blues voert en door de tempowisselingen en soli zorgt dat je steeds alert blijft. Voor mij het beste nummer op de cd. Met “A Man For Saturday Night” gaat het tempo duidelijk omhoog. De blazers zorgen voor een sterke ondersteuning en een opwindende gitaarsolo zorgen voor een opwindend rockend soulnummer.
Vooral de begeleiding zorgt in “Maria Knows Them All” voor een swingend nummer, waarop het moeilijk is stil te blijven zitten. Met “I'm Good” wordt wat meer de blues opgezocht om met “Enough Is Enough” het funkritme weer uit de kast te halen. Ook dit swingt weer de pan uit. Astrids soulvolle stem en het soloduel tussen gitaar en orgel maken het voor mij een van de beste nummers van dit album. Een momentje van rust met de mooie ballade “Broad Shoulders”. “All I'm Saying” is een vrolijk deuntje met een aardige melodie, maar een duidelijk dreigende tekst. Maak geen ruzie met die dame! Met het laatste nummer denk ik even dat er per ongeluk een track van Deep Purple op het album is verdwaald, maar niets is minder waar. Toegegeven, met “The Habit I'm Trying To Break” wordt stevig van leer getrokken en ook verderop doet het weer aan de oude rockers denken, maar het is onmiskenbaar Get The Cat en een prima nummer om deze cd mee af te sluiten.
 
Conclusie
Dit is de tweede cd die ik van Get The Cat heb gehoord en er is een duidelijke ontwikkeling vast te stellen. Dit album is wat meer in de richting van rockende soul. Het is allemaal wat gladder geproduceerd en dat is zeker niet negatief bedoeld. De arrangementen passen goed. De basis wordt prima door Till en Ralph gelegd, waarop Astrid en Philipp samen met orgel en blazerssectie een elftal prima nummers hebben gebouwd. Een aanrader voor liefhebbers van vlotte soul/blues.
 
 
Voor meer informatie zie www.getthecat.de
 
Lees meer...   (3 reacties)

Voor wie het internationale bluesnieuws een beetje volgt is de Ghost Town Blues Band geen onbekende naam. Tijdens de International Blues Challenge heeft de band in 2013 en 2014 de finale weten te behalen. Met “Hard Road To Hoe” is onlangs de derde cd uitgebracht. De band bestaat uit Matt Isbell (zang, gitaar), Preston McEwen (drums), Jeremy Powell (toetsen), Alex Piazza (bas), Vicki Loveland (achtergrondzang) en de blazerssectie met Suavo Jones (trombone) en Richie Hale (sax).

De twaalf songs op de cd zijn door Isbell geschreven. Opvallend is dat de eerste zes songs qua stijl meer neigen naar Memphis- en Mississippiblues en de anderen duidelijk steviger zijn en meer in het bluesrockidioom thuis horen. Mij favoriete songs zijn het titelnummer “Hard Road To Hoe”, waar de geluiden van een bezem en schop te horen zijn, “Tip Of My Hat” met de harmonica van Brandon Santini, en het rockende “Hate To See Her Go”.

Een uitstekende cd van een geweldige band. Een must voor iedere liefhebber van goede en eerlijke blues.

Website: www.ghosttownbluesband.com

Reacties

Als een soort van hobbyproject waren de Allman Brothers Band-leden Warren Haynes en Allen Woody in 1994 samen met drummer Matt Abt de Tel-Star Studios ingedoken. Er werden wat demo’s opgenomen en het project zou later uitgroeien tot Gov’t Mule. De demo’s bleven op de plank liggen, hoewel een aantal nummers later op de eerste cd’s van de band zouden opduiken. Uiteindelijk is nu besloten om de opnamen alsnog uit te brengen onder de passende titel “The Tel-Star Sessions”.

Het leuke van deze cd is om te horen hoe de band aan het begin van hun bestaan klonk. Het geluid is rauwer dan de southern rock, die we op latere cd’s horen. Het gaat meer de kant op van Stevie Ray Vaughan, Cream en ZZ Top. Nadat producer Tom Dowd en technicus Bud Snyder de originele opnamen hebben bewerkt is alsnog een mooi album verschenen, voorzien van een mooie mix. Van Gov’t Mule zijn we gewend dat zowel eigen werk als covers op de cd’s terechtkomen. Dat is hier niet anders. De fraaiste nummers zijn voor mij “Blind Man In The Dark” en “World Of Difference”, dat we ook als alternative version aantreffen.

De fans van Gov’t Mule zullen dit album waarschijnlijk sowieso aanschaffen, maar ook voor andere liefhebbers van stevige rauwe blues is deze cd zeker een aanrader.

Website: www.mule.net

Reacties (1)

Muzikaal staat Kansas City staat bekend om zijn jazz en jump blues en de uit deze stad afkomstige band Grand Marquis zet deze traditie onverminderd voort. Zij bestaat uit Bryan Redmond (zang, div. saxofoons), Chad Boydston (trompet, achtergrondzang), Ryan Wurtz (gitaar), Ben Ruth (bas, sousafoon, achtergrondzang) en Lisa McKenzie (drums, washboard). Uit deze bezetting blijkt wel dat de band niet, zoals de gebruikelijke bluesbands, is opgebouwd rond de gitaar maar rond de blazers horend bij hun stad.

Het resultaat zijn dertien songs in een swingende jumpbluesstijl, zoals die er was voordat de stekker in de gitaarversterker ging en deze stijl werd weggeblazen. Alles wat we uit die tijd kennen komt naar voren: swing, rokerige zaaltjes, vlotte jump en sfeervolle ballades. Het begint met het chaotisch aandoende "Bed Of Nails", waarin alles zo'n beetje zijn eigen partijtje speelt. En op de een of andere manier past het toch en swingt het de pan uit. Je voeten staan niet meer stil tot na de laatste tonen van de afsluiter "Half The Money". Hoogtepunten zijn voor mij het rokerige titelnummer "Blues And Trouble", het swingende "Two By Two" met een paar solo's door trompet, sopraansax en gitaar en "Easy To Be The Devil", waarin de slidegitaar voor een dreigende sfeer zorgt.

Ondanks al het gitaargeweld van de laatste zestig jaar is de blazersgedragen jumpblues nog niet dood. Grand Marquis is hier het grote voorbeeld van. Een aanrader voor liefhebbers van het genre.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl