barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Gerry Jablonski and the Electric Band is een uit Schotland afkomstige bluesrock band met een stevige Poolse invloed. Voorman Jablonski is al ruim dertig jaar een gewaardeerde gitarist. Samen met de Poolse mondharmonicaspeler Peter Narojczyk, bassist Grigor Leslie en drummer David Innes vormde hij sinds een jaar of vijf deze band, waarmee hij nu drie cd’s heeft uitgebracht. Na het overlijden van Innes vorig jaar stond even het voortbestaan van de band op losse schroeven. Maar op verzoek van Innes zelf is een nieuwe drummer, Lewis Fraser, aangetrokken.

Onlangs heeft de band zijn vierde cd “Trouble With The Blues” uitgebracht. De tien songs zijn door de band zelf geschreven. De stijl is gevarieerd, van stevig rockende blues tot gevoelige ballads. En in alle songs komt emotie, puurheid en vooral eerlijkheid naar boven. Fraser en Leslie zorgen voor een strakke doch swingende basis, waarop Narojczyk en Jablonski hun werk kunnen doen. Peter Narojczyk is een uitstekende harmonicablazer in de Chicagoblues traditie en de interactie met de gitaar van Jablonski zorgt voor tien uitstekende songs. Mijn favoriete songs zijn de droevige blues “Down To The Ground” en de laatste song “I Confess”, waarin op indringende wijze wordt verwezen naar het overlijden van hun vriend David Innes.

De cd heb ik nu al enkele keren beluisterd en steeds ontdek ik nieuwe dingen. En dat vooral in de teksten. Een absolute aanrader, zeker voor fans van stevige en pure, maar vooral eerlijke blues.

Website: www.gerryjablonskiband.com


Reacties

Na negen jaar ondergedoken te hebben gezeten is eindelijk weer eens een cd verschenen van de Imperial Crowns. Het bluesrocktrio, dat in 2000 met een klap landde, bracht tot 2007 vier succesvolle albums uit. Van onderduiken was natuurlijk geen sprake; het drietal was met diverse projecten bezig en deelde de podia met een flink aantal collega’s. En nu vonden de gitarist J.J. Holiday, zanger/harmonicaspeler Jimmy Wood en drummer Billy Sullivan het kennelijk weer tijd voor een nieuwe eigen schijf.

Deze bevat twaalf zelfgeschreven nummers en hiermee wordt de draad weer opgepakt die zij in 2007 hebben neergelegd. Gewoon weer ouderwets rockende blues. Beukende drums, gierende gitaren en daarbij de onmiskenbare bluesharp van Woods. Naast de genoemde instrumenten beheersen de heren er nog wat meer. Zo bespeelt Holiday ook de cümbüs (een soort Turkse luit) en tiple (een kleine gitaar) en Sullivan neemt ook keyboards en djembé voor zijn rekening. Verder zijn op diverse andere instrumenten en voor de achtergrondzang wat gasten ingehuurd. Mijn favoriete nummers zijn “The Calling”, wat mede door het gebruik van de cümbüs een psychedelisch tintje krijgt, en de ballad “Something Of Value”.

Een prima cd. Zeker voor de liefhebbers van pure bluesrock aan aanrader.

Website: www.imperialcrowns.com

Reacties (1)

Broer en zus Cole en Logan Layman hebben na een paar ep’s met “Tangled” hun eerste “lang speel”-cd uitgebracht. Het jonge stel (Cole is 18, zijn zus Logan 15 jaar oud) maakt al enkele jaren muziek en met de hulp van ervaren muzikanten als Ron Lowder Jr (drums, diverse andere instrumenten), Brian Kloppenburg (toetsen), Ron Lowder Sr (sax), Rick Thomasson en Mike Wholley (trompet), Russ Robertson (trombone) en Jack Campbell (harmonica) is het debuutalbum onlangs verschenen. Cole is de gitarist van de band en Logan neemt de basgitaar en zang voor haar rekening.

Op “Tangled” horen we negen prima nummers, waarvan er vijf door Cole en Logan zelf zijn geschreven. Bij het beluisteren ervan valt op dat de nummers al erg volwassen klinken voor zulke jonge muzikanten. De band staat als een huis, Cole is een prima en smaakvol gitarist en Logan heeft prima stem, die mij af en toe doet denken aan een jonge Susan Tedeschi. Wat stijl betreft bewegen broer en zus zich tussen blues en bluesrock. Soms flink rockend, dan weer een shuffle en vervolgens een slowblues. Goed gevarieerd en altijd smaakvol.

Na het een aantal keer te hebben beluisterd kan ik concluderen dat het een prima cd is geworden, die een mooie toekomst belooft voor zowel Cole en Logan Layman als voor de blues in het algemeen.

Website: www.3inlaymanterms.com

Reacties (3)
Indigenous is een uit indianen, ofwel 'native americans' bestaande bluesrockgroep, die duidelijk zijn beïnvloed door Stevie Ray Vaughan en Jimi Hendrix. De band werd opgericht door de broers Mato Nanji (zang, gitaar) en Pte (basgitaar), hun zus Wanbdi (drums, zang) en hun neef Horse (percussie). Hun vader Greg Zephier was buiten voorvechter voor de Native American Rights Movement ook muzikant in de zestiger en zeventiger jaren en dat virus heeft hij aan zijn kinderen doorgegeven.
Na hun debuutalbum in 1998 volgden nog diverse albums, tournees door het land en zij wonnen drie maal de Native American Music Awards.
Voor mij ligt nu hun laatste album “The Acoustic Sessions”. De band heeft in 2006 wat personeelswisselingen gehad en alleen Mato Nanji is nog over van de originele bezetting. De overige muzikanten zijn Lisa Germano (viool), Jamie Candiloro (keyboard, percussie, zang) en Leah Nanji (zang). Zoals de titel al weergeeft is dit een akoestische cd en wel tien versies van eigen songs en één cover.
 
De cd begint met “Now That You're Gone” en “Things We Do”, waarmee meteen Nanji's bluesy licks en soulvolle stem de volle aandacht trekken. Op de achtergrond zingt Nanji's vrouw Leah mee en houdt zo de familie-eer hoog. Deze nummers worden gevolgd door “Little Time” en “Rest My Days”, waarbij bij de laatste de emotionele stem zich lekker over de indiaanse ritmes beweegt. “Want You To Say” is een van de mooiste songs; een liefdeslied met prachtig harmonieuze samenzang tussen man en vrouw en afgesloten met een mooie gitaarsolo.
De volgende drie songs zijn afkomstig van het album “Chasing The Sun”. “Fool Me Again” met sterke harmonieën, de bluesballade “Come On Home” en “Leaving” met mooi bluesy gitaarwerk en een droevige viool. “Should I Stay” en “Eyes Of A Child” sluiten het eigen werk op een mooie soulvolle wijze af. Als laatste nummer volgt dan nog een speelse versie van Roy Orbisons “You Got It”.
 
Het hele album brengt het hele eigen werk van Indigenous terug naar de basis, de akoestische blues. Erg leuk om deze gevoelige kant van de band te horen. Nanji toont hiermee dat hij niet alleen hard kan spelen, maar goed genoeg is om het gevoelige werk aan te durven.
 
Lees meer...

Met hun eigenzinnige mix van blues, r&b, funk en soul vormt Jack Mack & The Heart Attack Horns al ruim drie decennia een vaste waarde in hun eigen land. De eerste cd verscheen in 1982 en werd geproduceerd door Glenn Frey. Door de jaren heen is de gehele bezetting gewisseld, maar de muziek en visie is hetzelfde gebleven. De acht leden hebben naast bij Jack Mack & The Heart Attack Horns ook gewerkt met de Eagles, CS&N, Bonnie Raitt, Robert Cray en Rod Stewart om er maar enkelen te noemen. We hebben het dan ook over mensen als Tony Braunagel (drums), Mike Finnigan (toetsen) en Andrew Kastner (gitaar).

“Back To The Shack” is het negende album van de band en het klinkt als we van hen gewend zijn. Niets nieuws onder de zon, zou je denken, maar gewoon solide en lekker. Tien nummers met soul en r&b doorspekte blues. Negen ervan zijn geschreven door de bandleden Mark Campbell (zang), Andrew Kastner (gitaar) en Bill Bergman (saxofoon). De enige cover is “Ain’t No Way” van Carolyn Franklin, de jongere zus van Aretha Franklin. De cd begint verrassend rustig met het akoestische “Standin’ Before The King” om daarna vanaf “Somethin’ In The Water” tot “Let Me In” los te barsten in swingende soul en blues. Kleine uitstapjes, zoals met het funky “Bad Habit” en de al genoemde ballad “Ain’t No Way” zorgen voor de nodige variatie en houden het geheel interessant. Ook na ruim 35 jaar is het vuur niet verdwenen, dat is wel duidelijk.

Website: www.jackmack.com

Reacties (2)
Hoewel “Lost In Loretto” het eerste album is voor Javier and the Innocent Sons mag van voorman Javier Matos niet gezegd worden dat hij een nieuweling is. De uit Minneapolis afkomstige gitarist speelt al sinds 1996 professioneel en, hoewel hij al diverse albums met allerlei bands heeft opgenomen, is dit de eerste waar hij de op de voorgrond staat. The Innocent Sons bestaat uit bassist Grant Wibben en drummer Page Burkum.
Buiten de blues heeft het trio een zwak voor country, western swing en zelfs rockabilly en op “Lost In Loretto” passeert dat allemaal de revue. Maar ondanks deze diversiteit bestaat de ruggengraat van het album uit de blues, zoals de openingstrack “Springtime”, een hypnotiserende blues, die zo uit de Mississippi Hills van Junior Kimbrough of R.L. Burnside zou kunnen stammen. En nummers als “Just Can't Stay”, met Cornbread Harris op piano, en “Robert Wilkins Redux” met een Hammond B3-solo van Scott Legere, laten zien dat de mannen met hun enkels diep in de Mississippi modder hebben gestaan.
Maar, zoals al geschreven, ook hun liefde voor de country en rockabilly wordt niet onder stoelen en banken gestoken. Het rockabillynummer “Little Pony” en de Mexicaanse wals “San Vincente” zorgen voor 'verandering van spijs' en zoals het spreekwoord zegt: 'dat doet eten'. Het is door die variëteit een album geworden, dat niet snel zal vervelen.
 
Lees meer...

Hoewel hij nog jong is heeft Jeff Jensen inmiddels al een behoorlijke carrière achter de rug. Hij is dan al sinds zijn negentiende bezig een nam voor zichzelf te maken. Jensen is afkomstig uit Portland en nu al enkele jaren gevestigd in Memphis. Met zijn eigen band heeft hij al enkele cd's uitgebracht. Tevens toert en speelt hij met anderen. "Road Worn And Ragged" is waarschijnlijk het gevoel dat hij heeft na enkele jaren lang meer dan 200 optredens per jaar te hebben gedaan.

Op dit album wordt Jensen begeleid door bassist Bill Ruffino, drummer James Cunningham en organist Chris Stephenson, terwijl pianist Victor Wainwright en harmonicaspeler Brandon Santini ook spelen. Het album bestaat uit tien songs, waarvan de helft door Jensen zelf is geschreven. Deze vijf nummers kunnen als zeer persoonlijk worden opgevat en gaan over een relatie die kapot is gegaan ("Brunette Woman"), afscheid nemen (Goodbye Portland"), vermoeidheid ("River Runs Dry"), maar ook dankbaarheid ondanks de problemen die hij op zijn weg is tegengekomen ("Thankful"). De gebruikte covers en in het bijzonders "Heart Attack And Vine" van Tom Waits kleuren dit beeld alleen maar verder in. Muzikaal zit het ook snor; de band speelt strak, de muziek is melodieus en gevarieerd. Mijn favoriete songs zijn het vlotte "Brunette Woman", het trage "Heart Attack And Vine" en het lyrische "Gee Baby, Ain't I Good To You".

Jeff Jensen is een goed zanger, een prima gitarist en een uitstekend liedjesschrijver en hij heeft een heel goed album uitgebracht. Het is voor mij de eerste kennismaking met deze muzikant en ik ben er erg van onder de indruk.

Reacties (4)

De eerste keer dat ik van Jeff Jensen hoorde was toen ik zijn vorige album “Road Worn And Ragged” kreeg toegezonden. Een prachtige cd, waar ik toch een beetje de indruk kreeg dat hij moe was van het toeren en het lang van huis zijn. Inmiddels is een nieuw album verschenen, “Morose Elephant” en mede gezien het feit dat hij dit jaar door Europa zal reizen denk ik dat hij er weer zin in heeft gekregen.

Omdat ik van zijn vorige cd behoorlijk onder de indruk was waren mijn verwachtingen hoog gespannen. En ik ben absoluut niet teleurgesteld. “Morose Elephant” is een geweldig album geworden met een zeer gevarieerd aanbod. Zeven van de elf songs zijn van eigen hand. We horen Memphis soul, pure blues, stevig werk en jazzgetinte songs. Denk niet dat het daardoor een stuurloos geheel lijkt. Integendeel, de basis blijft prima blues, maar verrijkt  met andere stijlen. De beste songs zijn naar mijn mening de ballad “Ash And Bone” met prachtige vioolspel van Anne Harris, “Fall Apart” en “Paper Walls”, waarin Jensen nogmaals bevestigt een prima tekstschrijver te zijn, en de van Memphis Minnie bekende cover “What’s The Matter With The Mill”, waarin Jeff en pianist Victor Wainwright elkaar mooi aanvullen.

Met dit album heeft Jeff Jensen eens te meer bewezen tot het beste te behoren wat er op dit gebied rondloopt. Een absolute aanrader.

www.jeffjensenband.com

Reacties (2)

Na vier studio-cd’s is door de Jeff Jensen Band nu het livealbum “The River City Sessions” verschenen. River City staat synoniem voor Memphis, Tennessee, de woonplaats van Jeff. De band (Jensen, Bill Ruffino en Robinson Bridgeforth) staat bekend als een van de meest hardwerkende bluesbands van deze tijd met jaarlijks ruim 250 optredens. Na de VS en Canada te hebben veroverd zijn zij vorige jaar begonnen met de rest van de wereld en hebben de oversteek naar Europa gemaakt. Kennelijk is dit bij zowel publiek als band goed bevallen, want ook dit jaar staat een bezoek aan Europa weer op de agenda.

Vorig jaar was ik zelf getuige van een optreden van de Jeff Jensen Band en ik kan bevestigen dat de cd de sfeer van een optreden behoorlijk goed benaderd. Het enthousiasme, waarmee de mix van blues, rock en soul wordt gebracht, is aanstekelijk en slaat al heel snel over op het publiek. Het is zo ‘live’ als je je maar kunt voorstellen, inclusief het gepraat van het publiek. Dat is normalerwijze  irritant, maar in dit geval geeft het wel de sfeer van het optreden weer. De heren zijn lekker op dreef; het swingt en rockt dat het een lieve lust is en de momenten dat Jeff met zijn gitaar in overdrive gaat zorgen ervoor dat ik er vrolijk van wordt.

De Jeff Jensen Band is binnenkort weer in Nederland en België te zien en beluisteren. Hou hem in de gaten, zowel deze cd als een echt optreden zijn aanraders.

Website: www.jeffjensenband.com

Reacties (1)

Het trio met dat de naam van de Amerikaanse volksheld  John The Conqueror heeft aangenomen komt uit Philadelphia en bestaat uit de neven Pierre Moore en Mike Gardner en is compleet gemaakt door Ryan Lynn. Pierre zingt, speelt gitaar en is de componist van het stel, Mike speelt de drums en Ryan de bas. In 2011 kwam hun eerste album op de markt en deze maand verschijnt hun tweede met de naam "The Good Life". Ook de productie is gedaan door Pierre Moore.

En het resultaat mag er zijn. Wat we te horen krijgen is Southern Rock met een flinke dosis blues en gospel. Je verwacht het niet van een band die uit het noordelijke Philadelphia komt. Maar aangezien frontman Moore zijn oorsprong in Mississippi heeft zijn de zuidelijke invloeden hiermee verklaard. De blues en soul zorgen voor wat extra gevoel in hun muziek zonder dat het te zoetsappig wordt. Niets van dat alles, het blijft rauw en ruig. Van de elf songs op dit album zijn er tien van de hand van Pierre Moore. De enige cover is "Let's Burn Down The Cornfield", een heerlijk sinistere versie van Randy Newmans song. De eigen songs zijn goedgeschreven verhaaltjes die het waard zijn goed te worden beluisterd. Positieve uitschieters zijn de opener "Get 'Em", het stevige "Road To Bayport" en de blues over een zwerver "John Doe".

BarnOwlBlues vindt: een uitstekend album van een prima trio. Goed geschreven songs en overtuigend gebracht. Ze hebben net een tour door Nederland en België achter de rug, waarbij ik ze helaas heb gemist. Maar de volgende keer ben ik er zeker bij.

Reacties (2)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl