barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Al Lerman is een Canadese zanger/gitarist/harmonicaspeler met een muziekcarrière van ruim veertig jaar. Als tiener mocht hij al meespelen met mensen als Muddy Waters en Willie Dixon. Hij werd een goede vriend van Carey Bell, die hem de fijne kneepjes van het mondharmonicaspel bijbracht. Hij is zowel voorman van de formatie Fathead als soloartiest. In deze hoedanigheid brengt hij nu het album “Slow Burn” uit met elf eigen nummers en een cover.

Meteen valt op dat Lerman, naast een goede muzikant, een uitstekende songwriter is. Ieder stuk is een klein verhaaltje gevangen in een paar minuten muziek. Voorbeelden hiervan zijn “Bad Luck Blues” over een overval die mislukt, het droevige “Younger Than Me” over iemand die overleden is, en “Better Off Taking Chances” waarin hij vertelt dat je beter kansen moet proberen te grijpen dan helemaal niet te doen. En dit alles wordt verpakt in fijne blues. Wat wil een mens nog meer?

Alleen al vanwege de teksten is dit album het waard om de worden beluisterd. Aanrader.

Website: www.allermanmusic.com

Reacties (3)
Blues from Brasil. Bestaat dat? Jazeker, en nog geen eens zo slecht ook. Zeker als je het hebt over Alamo Leal. Deze Alamo Leal is afkomstig uit Rio de Janeiro, heeft enkele jaren in Europa gewoond en is weer naar Rio teruggekeerd. Maar hij is nog regelmatig in Frankrijk en Groot-Brittannië te vinden.
Het het naar zichzelf genoemde album geeft hij een mooi visitekaartje van zichzelf af. Alamo Leal brengt Deltablues, maar is er niet vies van ook uitstapjes te wagen naar New Orleans, Texas en Chicago.
 
De band bestaat uit Alamo Leal (zang, gitaar), Otavia Rocha (gitaar), Ugo Perrotta (bas) en Beto Werther (drums). Op het album wordt de band nog aangevuld door mondharmonica en piano.
Het is een zeer gevarieerd album geworden. Een goede combinatie van uptempo songs, shuffles en een dwarsdoorsnede van de blues, waarbij duidelijk de Deltablues aan de basis staat van Alamo Leals muziek. Hoogtepunten zijn voor mij “Ventilator Blues”, waarbij de drijvende akoestische slidegitaar een spanning weet te creëren, die pas aan het eind door de electrische slidesolo wordt doorbroken, het akoestische en exotisch aandoende “Thinking Baden”, een vlotte versie van John Hiatts “Memphis In The Meantime” en het soulvol gezongen “Big Love”.
 
Al met al een goed album uit een land waar je geen blues verwacht. Als deze Alamo Leal al een cd op een dergelijk hoog niveau kan afleveren ben ik benieuwd wat Brazilië nog meer voor ons in petto heeft. 
 
Lees meer...   (2 reacties)

Vreemd genoeg wordt Aynsley Lister nog steeds gezien als een van de jonge generatie bluesgitaristen. Hij wordt in november 40! Een leeftijd die een Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan nooit hebben gehaald, een leeftijd waarop Eric Clapton zijn zoveelste verslaving de baas werd. En een nieuwkomer is hij ook niet. Zijn eerste cd verscheen twintig jaar geleden al. Nee, hij draait al heel wat jaren mee en heeft in die jaren een flinke catalogus opgebouwd. Zijn laatste cd “Eyes Wide Open” is de twaalfde die hij onder eigen naam uitbrengt.

Dertien nummers staan op de cd, waarvan er twaalf door hem zelf zijn geschreven. De enige cover is “Right As Rain” van Tommy Castro. Ondanks de al genoemde output is met het beluisteren van deze cd duidelijk dat de groei er nog steeds niet uit is. Lister ontwikkelt zich steeds meer als een goed songwriter, die, zoals in het begeleidende boekje staat, zijn observaties in muzikale vorm heeft gegoten. Muzikaal klinkt het puur en rauw; er is dan ook zo met zo min mogelijk takes gewerkt. De dertien nummers zijn stuk voor stuk gewoon goede songs. Voor mij steken er twee nog boven uit. “Won’t Be Taken Down” met de boodschap dat je jezelf niets moet aantrekken van jaloezie die wij allemaal wel eens ervaren, en het droevige “Kalina” over een jonge vrouw die zelfmoord heeft gepleegd.

Met “Eyes Wide Open” heeft Aynsley Lister een prima cd uitgebracht met prima bluesrock en nummers waarmee hij iets te vertellen heeft.

Website: www.aynsleylister.co.uk


Reacties (1)
Dat de 64-jarige Bettye LaVette niet van stilzitten houdt mag inmiddels wel duidelijk zijn. Terwijl haar leeftijdgenoten al aan het afbouwen zijn slaat deze soulzangeres steeds nieuwe wegen in.
Ook haar laatste album “Interpretations: The British Rock Songbook” is een dergelijk experiment. Zoals de titel aankondigt heeft zij twaalf Engelse rockclassics genomen en daar een geheel eigen versie van gemaakt. En nee, het zijn niet allemaal soulnummers, want evenzo makkelijk bewerkt zij songs van o.m. Pink Floyd en George Harrison. En dat doet zij op een schitterende manier.
Het album begint met een gevoelige en funky versie van “The Word” van de Beatles en het ingetogen gezongen Traffic-nummer “No Time To Live”, een anti-oorlogslied, blijft intens en helaas actueel. Het uptempo “Don't Let Me Be Misunderstood” (Animals) swingt weer de pan uit. Eén van de mooiste nummers is het door Robert Plant (Led Zeppelin) voor zijn overleden zoontje geschreven “All Of My Love”, waarbij zij de tekst enigszins naar haar eigen persoon heeft aangepast. Dit gevolgd door een schitterende uitvoering van George Harrisons “Isn't It A Pity”. Daarna volgt het voor mij beste nummer, een prachtige “Wish You Were Here” van Pink Floyd. Behalve de overbekende gitaarsolo heeft zij er een schitterende versie van gemaakt. Dan volgt “It Don't Come Easy” van Ringo Starr, Paul McCartney's “Maybe I'm Amazed” en een jazzy versie van “Salt Of The Earth” van de Rolling Stones.
Heel bijzonder om te horen. “Nights In White Satin” van de Moody Blues krijgt een bijzonder mooie souluitvoering. Met de eerste tonen van een funky bass en begeleid door blazers wordt “Why Does Love Got To Be So Sad” van Derek & the Dominos het meest swingende nummer van deze cd. Een prachtige song, die wat kwaliteit betreft toch behoorlijk dicht bij het origineel in de buurt komt. Een schitterende en ingetogen versie van “Don't Let The Sun Go Down On Me” van Elton John volgt hierop. Als laatste nummer volgt een fabuleuze live soul-versie van “Love, Reign o'er Me”, dat zij gezongen heeft tijdens de Kennedy Center Honors in 2008 voor Roger Daltrey en Pete Townshend. Een muzikaal hoogstandje en absoluut de moeite waard! Zie ook onderstaand filmpje.
 
Bettye LaVette heeft met dit album een absoluut topproduct afgeleverd. Zij is niet in de val getrapt om exacte kopieën van gecoverde songs te maken, maar heeft van ieder nummer een prachtige eigen soulversie. Oók van songs die niet met soul te maken. En dat is toch een prestatie van vanjewelste.
 
Love, Reign O'er Me
Lees meer...   (2 reacties)

Ook op zijn vijftiende album staat deze 68-jarige blinde bluesman uit New Orleans weer garant voor een aantal prima songs. Na een carrière van ruim vijftig jaar is hij het blijkbaar nog niet zat en hij is goed voor zes eigen composities. Het is overigens niet te horen dat hij uit de 'Crescent City' komt. Je hoort niet het vette accent, dat we zo goed van stadgenoot Dr. John kennen en ook de stijl is niet typisch voor deze stad. Nee, denk eerder aan soublues à la Stax. Lee heeft een mooie soulvolle en heldere stem, zijn gitaarspel is swingend en de begeleiding door drummer John  Perkins en bassist Nick Hem is strak en stevig.

De cd begint met "Aretha (Sing One For Me)", een lekker soulnummer, dat qua stijl een goede weergave van de rest van het album is. De meeste songs zitten namelijk in dit aangenaam  luisterbare stramien, waarvan het swingende "Let Me Love You Tonight" mij nog het beste bevalt. Enige afwisseling wordt aangebracht door de blues songs "Evil Is Going On" (een Howlin' Wolf song) en "Poison", een eigen compositie die erg tegen Wolf aanschurkt. De mondharmonica van Kim Wilson maakt het verder helemaal af. De funky afsluiter "Sixty-Eight Years Young" had van mij persoonlijk niet gehoeven.

BarnOwlBlues vindt dit gewoon een lekker soulbluesalbum. Bryan Lee experimenteert niet en blijft binnen de gebaande paden. En waarom ook niet? Op die ene misser na is het een leuke en prima te genieten album geworden.

www.braillebluesdaddy.com

Reacties (1)

Eindelijk weer eens een nieuw album van Chuck Leavell. Het is weliswaar niet het eerste soloalbum in 's mans inmiddels 40-jarige carrière, maar eigenlijk is hij bekender als bandlid of begeleider van anderen. Hij begon in de zeventiger jaren als lid van de Allman Brothers Band en heeft meegespeeld met groten als de Rolling Stones, Eric Clapton en John  Mayer om er maar een paar te noemen. Zijn laatste soloalbum dateert alweer van 2007 en nu is "Back To The Woods" verschenen. Op de hoes staat ook nog een subtitel, namelijk "A Tribute To The Pioneers Of Blues Piano" en vooral deze titel dekt de lading.

Als jarenlang bluesfan herken ik de meeste song meteen, maar Leavell heeft zich niet beperkt tot slechts het naspelen van de vijftien songs, maar het weet er toch weer een eigen draai aan te geven. Dat hij een goed pianist is mag geen verrassing zijn, maar je hoort gewoon dat het zijn partijen met het grootste gemak speelt, wat een geheel relaxte sfeer aan zijn spel geeft. En het maakt niet uit of hij de songs op een barrelhousestijl, à la New Orleans of een boogiewoogie speelt, het gaat hem met het grootste gemak af. Ook zijn zang is aangenaam om te horen, wat rokerig, precies zoals je het in de oude jukejoint verwacht.

Leavell wordt begeleid door Chris Enhauser op bas en Louis Romanos op drums en krijgt extra hulp van de gitaristen Keith Richards, John Mayer en Danny Barnes en vocale ondersteuning van Candi Station en Col. Bruce Hampton. De cd begint met de New Orleans boogiewoogie van Little Brother Montgomery's "No Special Rider", dat wordt gevolgd door Leroy Carrs "Evening Train", een rustig nummer met Keith Richards op de akoestische gitaar. John Mayer treedt aan in het Memphis Slim-nummer "Wish Me Well", een ouderwetse bluesshuffle. Op deze wijze worden we vijftien songs lang onderhouden met uitstekende vertolkingen van bluesklassiekers, waarbij ook die van Ray Charles, Otis Spann en de wat minder bekende Charlie Spand niet ontbreken.

Conclusie: Voor hen die het nog niet wisten is "Back To The Woods" een uitstekende manier hen er aan te herinneren hoe prachtig bluespiano kan zijn. Het jaar is nog niet halverwege, maar ik heb zo'n gevoel dat dit album hoog in mijn bluestop 10 van 2013 zal terechtkomen.

Meer informatie is te lezen op www.chuckleavell.com

Reacties (1)
Eigenlijk kennen we Cyndi Lauper als de bonte spring-in-'t-veld uit de popmuziek. Maar nu heeft zij besloten om wat voorzichtige stappen in de blues te nemen. Het resultaat is “Memphis Blues”, waarop zij steun heeft gekregen van gevestigde namen als Charlie Musselwhite, Allen Toussaint, Ann Peebles, B.B. King en Jonny Lang. En ik ben bang dat zij deze hard nodig heeft gehad om de cd op een acceptabel niveau te krijgen.
Van haar oudere werk weten we dat ze best een behoorlijke keel kan opzetten, maar op dit album is het m.i. allemaal te geforceerd. Charlie Musselwhite zorgt met de opener “Just Your Fool” en “Down Don't Bother Me” voor een behoorlijke kick en op Allen Toussaints schitterende pianowerk op “Shattered Dreams” en “Mother Earth” is absoluut niets aan te merken. De zang van Lauper komt mij allemaal te gemaakt en geforceerd over.
Het duet met Ann Peebles op “Rollin' And Tumblin'” klinkt uitermate goed, omdat de donkere alt van Peebles en de krassende stem van Lauper elkaar hier mooi aanvullen. En ook de door Lauper ingetogen en soulvol gezongen “Romance In The Dark” en de vlotte boogie “Don't Cry No More” zijn verrassend goed. Luister vooral eens naar de brug, waar ze enkele alleen met de drums meezingt voordat de blazers invallen. Hier bewijst ze dat ze echt kan zingen.
De twee nummers waarin zij wordt bijgestaan door Johnny Lang, “How Blue Can You Get” en “Crossroads” vallen weer tegen. Op het eerste nummer doet zij te veel moeite om er het juiste gevoel in te leggen en het lijkt wel of Lang er tijdens zijn gitaarsolo een andere maat op na houdt als de begeleiders. Het komt allemaal wat rommelig over. “Crossroads” loopt ook niet echt lekker en is absoluut inspiratieloos te noemen.
 
Ondanks het feit dat er wel wat leuke dingen op staan valt het geheel me wat tegen. Cyndi Lauper is op zich een goede zangeres, maar ze mist net dat stukje, dat nodig is om blues te kunnen zingen. Ze moet te veel moeite doen om gevoel in haar songs te brengen en dat is nu juist iets dat heb je of dat heb je niet. En Cyndi heeft het helaas niet. 
Lees meer...   (1 reactie)

Colin Linden is een Canadese muzikant, songwriter en producent, die heeft samengewerkt met artiesten als Bob Dylan, Greg Allman, T-Bone Burnett, Robert Plant en Alison Krauss. Songs van hem zijn vertolkt door o.m. de Band en Keb’ Mo’. Zijn eerste plaat verscheen in 1980 en in de afgelopen 35 jaar is van hem zowel als soloartiest of als begeleider een flinke discografie verschenen. Tijdens zijn loopbaan zijn hem een behoorlijk aantal prijzen en nominaties deel uitgereikt.

Onder de naam “Rich In Love” is nu zijn meest recente album verschenen. De muziek erop beweegt zich tussen blues en americana. Buiten een goede songwriter is Linden is uitstekende gitarist, die de ragtimestijl in de vingers heeft, maar net zo makkelijk excelleert met slide en elektrische gitaar. De cd bestaat uit twaalf prima songs, die vooral kleine verhaaltjes met een muzikale omlijsting zijn.

Een prima album met mooie en indrukwekkende liedjes.

Website: www.colinlinden.com

Reacties (1)
Het is een feit dat de meeste blues uit de VS komt. Logisch, daar is het immers ontstaan. Maar ook over de grens, in Canada, bestaat een gezonde blueswereld. Corey Lueck & the Smoke Wagon Blues Band is daar een voorbeeld van. De band bestaat sinds 1997 en heeft een behoorlijke reputatie opgebouwd in Ontario. Naast zanger/harmonicaman Corey Lueck bestaat de band uit gitarist Mike Stubbs, bassist Skot Silverthorn, keyboard- en B3-speler Scott Pritchard en drummer Gaven Robertson.

Met “It Ain't Easy” aanschouwt het derde album het daglicht. Van de vijftien songs zijn er dertien van de hand van Lueck en Stubbs, één is van Silverthorn en Pritchard en de laatste is een cover.
De muziek is het eenvoudigst te omschrijven als rauwe Chicago blues doorspekt met invloeden uit New Orleans en Mississippi. Hoe down-to-earth kun je het krijgen? Lueck en zijn mannen zijn uitstekende muzikanten. Het is niet nieuw wat zij brengen en het is zeker niet schokkend, maar de songs zitten goed in elkaar en met de inzet van wat gastmuzikanten op bv. saxofoon, toetsen en zang zit het wel goed.
 
Op de opener, het rockende “Devil Got My Woman” wisselt gitarist Stubbs met gastsaxofonist Gord Aeichele wat fijne licks uit. Met “Josephine” brengen we een bezoek aan de 'swamps' van Louisiana en in “Down Hearted Blues” doen we ook Texas nog even aan. De meeste teksten beschrijven de standaardthema's die we in alle soorten van muziek tegenkomen, maar zo af en toe zit hier ook nog wel iets bijzonders tussen. Luister daarvoor maar naar “Hen House Hopping”, een relaxte countryblues met zeer fraaie zang van Lueck en een slim verhaal erin.
 
BarnOwlBlues vindt:
Een heel fraai album. Zoals beschreven is het niet echt sensationeel en origineel, maar dat hoeft ook helemaal niet. Gewoon lekkere, soepele en eerlijke blues. Whisky erbij, en genieten maar.
 
 


Lees meer...   (3 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl