barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Daniël Lohues is de man die lokaal, nationaal en internationaal op onnavolgbare wijze weet te verbinden. Zijn eigen roots liggen in Drenthe, terwijl zijn muzikale roots duidelijk uit de zuidelijke staten van de VS komen. Dat klonk sowieso door in de bluesplaten, die hij in het verleden maakte, en zijn samenwerking met o.m. Cuby & the Blizzards. Maar zijn andere muzikale uitingen, of het nu solo is, met band of met andere artiesten zoals bv Rob de Nijs, putten steeds duidelijk uit de rootsrock.

Met zijn elfde soloalbum “Vlier” is hij na solowerk als de serie “Allennig” en “Moi” weer terug met band. Opnieuw toont hij aan een liedjesschrijver van formaat te zijn. De onderwerpen zijn wellicht simpel en alledaags, maar het zit vol met vondsten, waar Daniël Lohues zo in excelleert. Het zijn achttien nummers, die gaan over reizen, over meisjes en over het leven. En vooral over thuis zijn en thuis komen. Bijzonder mooi is het melancholische “’t Stöf”, swingend gaan we met “Van Hier Tot Tokyo” en rockend gaat het er aan toe in “A28”. “Mar Ik Heur Hier” geeft aan waar Daniël zich het beste thuis voelt. Grote klasse.

Website: www.lohues.nl

Reacties (1)

Het zuidoostelijke deel van Texas heeft al heel wat goede muziek voortgebracht. Janis Joplin, Johnny en Edgar Winter, ZZ Top zijn maar enkele namen. Uit deze rijke muziekhistorie komt ook Dick LeMasters voort. Verder geïnspireerd door zogenaamde progressieve countryartiesten als Jerry Jeff Walker, Joe Ely en Ray Wylie Hubbard maakt LeMasters muziek die een mix vormt van Texaanse blues en country.

Met “One Bird, Two Stones” is onlangs zijn eerste soloalbum uitgebracht met, wat hij noemt, zijn beste elf zelfgeschreven songs. Hij is een goed songwriter die zijn gevoelens goed weet te vertolken in zijn nummers. En dit wordt allemaal netjes verpakt in wat stevigere blues. LeMasters is een goed zanger en prima gitarist. Niets mis mee.

Een leuk album met elf aanstekelijke songs.

Website: www.dicklemastersmusic.com


Reacties
Eric Lindell is een van die artiesten, die zich niet vastleggen op een enkele muziekstijl. Met de in 1969 in San Mateo, CA geboren Lindell vervagen de grenzen tussen blues, soul, jazz en rock en wat er uitkomt mag er zijn. Na drie albums te hebben opgenomen voor het Alligator label is zijn laatste schijfje verschenen bij Sparco Records. Voor dit album heeft Lindell wat vrienden om zich heen verzameld en heeft de muziek live in één take opgenomen. En dit is de frisheid en spontaniteit volledig ten goede gekomen.
Met het eerste nummer “Lucky Lucky” spat de blues er gewoon vanaf met een fraaie interactie tussen gitaar en harmonica. “Try To Understand” valt op door de soulvolle, maar toch wat klaaglijke stem van Lindell en de lichtvoetige gitaarsolo. Samen met blazers werkt het (te) korte nummer naar een fraai hoogtepunt. De lekkere groove in “True Blue Love” zorgt dat je moeilijk kunt blijven stilzetten. Dan volgt de eerste cover, nl. het van Curtis Mayfield bekend “It's So Hard To Believe”. Een lekker soulnummer waar vooral het lichte toetsenwerk van Ivan Neville maakt hier het verschil. En als de wahwah-gitaar van Lindell erbij komt kan het helemaal niet meer stuk.De prachtige slidegitaar van Thomas Johnson en de blazerssectie geven het nummer “Bodega” het warme, lome gevoel van een zomeravond. Heerlijk om aan te denken, in januari.
“Matrimony” verhaalt over het feit dat Lindell tijdens de opnamen van de cd is getrouwd. De fingerpicking van de al eerder genoemde Johnson en de orgelgeluiden van Neville maken er een vlot en funky nummer van. Na het vlotte en vrolijke “Matrimony” volgt een van de beste nummers van de cd, de slowblues “That's Why I'm Crying” van Magic Sam. In dit geval gezongen door Peter Burtt, die dat fantastisch doet. Ook bespeelt hij voor de gelegenheid de kora, een West-Afrikaans instrument dat een primitieve kruising is tussen gitaar en sitar. En, veel te snel naar mijn zin, volgt dan al weer de laatste song. “Don't Fret” is een funky nummer, dat Lindell samen met Peter Smith speelt, die ook de gitaarsolo voor zijn rekening neemt. Nadat de blazers aan het eind zo'n 40 seconden aan het heen- en weer toeteren zijn is het nummer en het album ten einde.
 
Zoals ik bij de laatste song al schreef is het allemaal veel te snel voorbij. Het album bestaat uit maar acht nummers en duurt in totaal ongeveer 27 minuten. En dat is naar mijn mening te kort, vooral met zo'n kwaliteit. Hij had het wat mij betreft makkelijk met minimaal drie songs mogen uitbreiden.
Verder heb ik ervan genoten en ga ik zeker nog op zoek naar zijn vroegere cd's.
 
Lees meer...   (2 reacties)
Regelmatig wordt beweerd dat de blues dood zou zijn; dat gebeurt haast bij ieder generatie weer. Maar steeds is er dan een lichting jonge muzikanten die het vaandel overneemt en het vuur verder laat branden. Erja Lyytinen is iemand uit de jongere generatie, die deze taak op zich heeft genomen.
De uit Finland afkomstige Erja is geen onbekende meer. Ze heeft al flink wat albums op haar naam staan en is al druk bezig geweest met toeren. Dit laatste o.m. als onderdeel van de Blues Caravan, maar ook solo heeft zij diverse succesvolle tournees achter de rug. Erja Lyytinen wordt vooral geroemd om haar kundigheid met de slidegitaar.
Na zoveel studioalbums heeft men het kennelijk tijd gevonden voor het uitbrengen van een live cd/dvd. En deze, met de passende titel “Songs From The Road” heb ik nu voor mij liggen. Het is een registratie van een optreden in Erja's woonplaats Helsinki van eind vorig jaar en het is precies zoals wij haar kennen.
Gesteund door een uitstekende band laat zij in dertien nummers horen wat zij zoal in huis heeft. Het is een soort van 'Best of...'-cd geworden met nummers die wij al van haar kennen. Maar dan live uitgevoerd, dus zonder de uitgebreide studiomogelijkheden als overdubs e.d. Gewoon puur en eerlijk. Een goede mix van eigen nummers en covers.
En het is een prima live-album geworden met als hoogtepunten “Everything's Fine”, de ballad “Grip Of The Blues”, beiden met een prachtige meeslepende gitaarsolo en de zwoele cover van Tony Joe Whites “Steamy Windows” (en wie wil er nu niet met Erja in de auto zitten?)
 
Conclusie
Een prima registratie van een liveconcert, die laat zien dat Erja en band op het podium minstens net zo goed zijn als in de studio.
 
Lees meer...   (3 reacties)
Met “Voracious Love” brengt de Finse Erja Lyytinen haar zesde solo-cd uit. En als je de twee albums die ze samen met Ian Parker en Aynsli Lister meetelt dan is het inmiddels haar achtste cd. Haar laatste drie cd's, waaronder "Voracious Love" zijn op het Duitse RUF-label uitgebracht. Dertien nummers, waarvan slechts één cover, bevat dit album, die zij haar meest persoonlijke noemt. Lyytinen is een uitstekende gitariste met een fraaie stem, die ook nog een prachtige nummers kan schrijven.
 
Het album begint met het krachtige titelnummer, maar wordt dan melodieuzer en soms heel gevoelig, zoals in de met strijkers begeleidde “Bed Of Roses”. Dit en het volgende nummer “Bird” is meer pop dan blues en beide nummers zouden het op single waarschijnlijk niet eens slecht doen.
“Gilmore” is een mooi lied dat gaat over pijn lijden en hier hoor je zelfs een vleugje Janis Ian in Erja's stem terug, begeleid door ingetogen gitaarwerk. Met “I Think Of You” word je vooral door het rustige gitaarwerk weer langzaam terug naar de blues gehaald.
In het funky “Oil And Water” trekt ze weer wat feller van leer met de van haar zo markante slidegitaarklanken. “Can't Fall In Love” vind ik zelf één van de mooiste nummers. Een mooie ballade, gezongen met een soulvolle stem, begeleid op de Hammond en afgewisseld met een mooie ingetogen gitaarsolo.
Met “One Thing I Won't Change”is het weer gedaan met de rust. Een bluesrocknummer met een tenenkrommende gitaarsolo. Dan is het akoestische “Soul Of A Man” (de enige cover) helaas een inzakker. Niet dat het een slecht nummer is, maar voor mij had deze op een andere plaats op de cd mogen staan. Het korte “The Road Leading Home” geeft een bepaalde eenzaamheid weer, zoals je dat waarschijnlijk alleen met een slidegitaar kunt oproepen. Na het laatste nummer “No Place Like Home”, akoestisch en kort, blijf ik toch een beetje met een onvoldaan gevoel achter. Eigenlijk had ik een wat ruigere uitsmijter verwacht en met dit laatste nummer zakt het naar mijn mening wat in.

Dat is eigenlijk ook de kritiek die ik na het beluisteren van deze cd heb. Het zijn allemaal goede nummers. Goed geschreven, goed gespeeld. Niet allemaal blues, maar duidelijk wel op blues geënt.
Ik ben alleen van mening dat de volgorde van de songs iets anders had gemogen. De cd begint met een stamper, dan een paar rustige nummers, gevolgd door een lekker stuk bluesrock en dan gaat het geheel met de akoestische nummers als een nachtkaars uit. Misschien dat daar bij de volgende keer beter over kan worden nagedacht.
Erja Lyytinen

Lees meer...   (1 reactie)

De uit Galveston, Texas afkomstige Hamilton Loomis mag in ons land geen onbekende meer zijn. Hij is hier al diverse keren op bezoek geweest. Hij werd op 1 november 1975 geboren in een muzikaal gezien en begint al op jonge leeftijd met het bespelen van piano, drums, mondharmonica en gitaar. Als 16-jarige ontmoet hij Bo Diddley backstage bij een van diens optredens, wat als resultaat heeft dat hij aan het eind van het concert het podium met de oude meester deelt. Deze neemt hem dan onder zijn hoede. In 1994 komt Hamiltons eerste plaat uit, eenvoudig getiteld “Hamilton”, waarmee hij meteen een Grammy Award in de wacht sleept.

Zijn negende cd heet “Basics” en hiermee heeft hij een zeer persoonlijk album gemaakt. Met de genoemde basis bedoelt hij dat hij terug is gegaan naar zichzelf. Alle nummers zijn dan ook door Loomis, al dan niet in samenwerking met anderen, zelf geschreven. De band bestaat uit Armando Aussenac (drums), Fabian Hernandez (saxofoon), Chris Eger (slidegitaar), Sabrina LaField (bas, zang), Bo Jordan Loomis (maracas), terwijl hij zelf de zang, gitaren, bas, mondharmonica en toetsen voor zijn rekening neemt. Het eerste nummer “Sugar Baby” is opgedragen aan de Congenital Hyperinsulinism International, een organisatie voor onder meer onderzoek en ondersteuning bij de ziekte, waar zijn driejarige zoontje aan lijdt. Muzikaal zit Loomis tussen rockende en funky blues. Het swingt, het rockt, het klopt gewoon allemaal. Op het laatste nummer “Funky Little Brother” heeft hij drie jonge (13-16 jaar oud) gitaristen uitgenodigd, namelijk Alex McKown, Zach Person en Michael Bryan-Harris, waarbij hij nu zelf mentor wordt van de nieuwe generatie. Een prima plaat.

Website: www.hamiltonloomis.com

Reacties (2)

O jee, weer zo'n acteur die perse moet zingen. Het is al vaker gebeurd en niet altijd even goed gegaan. In tegenstelling tot anderen kan Hugh Laurie echt wel wat. In Groot-Brittannië was hij al ruim twintig jaar bekend als komisch acteur als helft van het duo Fry & Laurie en zijn rollen in onder meer Blackadder. Een wereldster werd hij in zijn rol als de chagrijnige aan drugs verslaafde Dr. House.

 

Maar terug naar de muziek. Ik schreef al dat Laurie echt wel wat kan. Dat was twee jaar geleden al te horen op zijn debuut-cd "Let Them Talk". Met "Didn't It Rain" toont Laurie opnieuw zijn liefde voor de blues. Net als op de eerste cd zijn hier oude bluessongs genomen en door Laurie bewerkt en met begeleiding van een prima band opgenomen. Je vindt hier uitstekende vertolkingen van songs als "The Weed Smoker's Dream", "Careless Love", "Vicksburg Blues" en "The St. Louis Blues". Het is duidelijk dat Laurie heeft getracht het karakter van de originele songs zo goed mogelijk te benaderen. op enkele songs laat hij de zang over aan anderen, Taj Mahal, Gaby Moreno en Jean McClain. Vooral deze laatste is topklasse in Bessie Smiths "Send Me To The 'Lectric Chair".

Wellicht dat bluespuristen rillen van een dergelijk album, maar ik heb er absoluut geen moeite mee. In tegendeel, ik vind het juist een sterk album. En als Laurie's populariteit helpt met het bekend maken van de blues bij een groter publiek dan is dat wat mij betreft alleen maar een bonus.

Reacties
De cd is al weer enige tijd in mijn bezit; ik zet hem steeds weer op en toch heb ik er nog geen recensie over geschreven. Een schande dus eigenlijk. Ik heb het over de cd “Let Them Talk” van Hugh Laurie. Hugh wie? Laurie. Beter bekend als Dr. House in de gelijknamige Amerikaanse tv-serie. Laurie is echter geen Amerikaan, al zou je dat danken als je hem kent uit deze serie. Nee, we spreken hier over een rasechte Engelsman. Geboren in 1959 in Oxford en gestudeerd in Eton en Cambridge (archeologie en sociale antropologie). Engelser als dit krijg je dus niet. Van tv is hij verder bekend als helft van het duo Fry & Laurie (met Stephen Fry)en van zijn diverse in o.m. Blackadder. Hij heeft ook diverse filmrollen op zijn naam.
En zoals zo veel andere acteurs moet hij ook zo nodig zingen. Voor mensen die al langer kennen is dit niets nieuws. In Fry & Laurie bv. schoof hij regelmatig achter de piano en ook als Dr. House laat hij wel eens wat zien. Verder speelt hij nog gitaar, drums, harmonica en saxofoon. Meestal word ik achterdochtig als ik hoor dat een acteur een cd gaat uitbrengen. Ik word nog wel eens badend in het koude zweet wakker als ik aan David Hasselhoff denk. Maar met Hugh Laurie is dat gelukkig anders. “Let Them Talk” is een serieus bluesalbum geworden, waarop hij vijftien bluesclassics vertolkt. De cd is geproduceerd door niemand minder dan Joe Henry en Laurie wordt bijgestaan door Tom Jones, Dr. John en Irma Thomas.
 
De cd begint met een paar minuten pianosolo van en als hij de woorden "I went down at St. James Infirmary" inzet krijg ik meteen rillingen. Een heerlijk stemgeluid, wel wat aan de vlakke kant, maar dat maakt het dan weer lekker echt. Laurie is een waanzinnig goede pianist en dat hij laat hij onder meer horen in het barrelhousenummer “Six Cold Feet” en het lome spel in “Buddy Bolden's Blues”. Dr. John munt uit door de voor hem typerende melancholische zang in “After You've Gone”, waarbij hij door Laurie op typische New Orleans-achtige wijze wordt begeleid. In de boogie “Swanee River” en Robert Johnsons “They're Red Hot” gaat Laurie zelf helemaal los. Moeilijk om stil te blijven zitten. Ik vind Tom Jones in “Baby, Please Make A Change” wat zwak. Van hem had ik meer vuurwerk verwacht. Irma Thomas straalt in “John Henry”. Geweldig wat een stem die vrouw nog steeds heeft. In het laatste nummer, James Bookers “Let Them Talk” is Laurie vocaal op zijn sterkst. Een prachtig nummer.
 
Mijn conclusie is dat Hugh Laurie een van de weinige acteurs is die in staat is goed muziek te maken. En daarbij ook goede muziek te hebben. Let op de nuance. Hij is een uitstekende muzikant en heeft duidelijk passie voor muziek. De band, die hem begeleid, is prima. De keuze van nummers is verrassend, maar ik vind het prima dat nu eens niet de bekende klassiekers worden vertolkt. Een uitstekende cd dus.
 
Lees meer...   (1 reactie)

Jan Tore Lauritsen is een 46-jarige bluesman uit Noorwegen, die vorig jaar de Ardent Recording Studios in Memphis heeft afgehuurd en daar met behulp van een vrienden het album "Play By The Rules" heeft opgenomen. J.T. speelt Hammond B3, accordeon, harmonica en hij zingt. In Noorwegen heeft hij met zijn band The Buckshot Hunters al zes albums uitgebracht.

Het nieuwe album "Play By The Rules" is van J.T. Lauritsen & Friends en die 'Friends', dat is een hele waslijst. Naast de overige leden van The Buckshot Hunters (Arnfinn Torrisen, Jon Grimbsby, Atle Rakvag en Ian Frederick Johannesen) noem ik van die lijst alleen de klinkende namen als Anson Funderburgh, Victor Wainwright en Billy Gibson. Van de twaalf songs zijn er zes van de hand van Lauritsen en/of leden van zijn band.

Nu wordt een accordeon hier meestal gezien als een wat suffig instrument, maar in handen van een goede bluesmuzikant kan er ook flink op worden gescheurd. Dat bewijst Lauritsen hier overduidelijk. Het album bestaat uit een goede mix van blues en soul met wat uitstapjes naar rock en americana. Het verveelt nergens en boeit van de gospelachtige soul van "Everyday Will Be Like A Holiday" tot en met het rockende "The Blues Got Me". Victor Wainwright doet mooie dingen op de piano in "Next Time" en "Memphis Boogie". Mijn favoriete songs zijn de slowblues "I'll Never Get Over You" en het gospelgetinte "Valley Of Tears".

ik kan concluderen dat ook in Noorwegen wordt begrepen hoe goede blues moet worden gespeeld. J.T. Lauritsen heeft een heel fraai album uitgebracht, dat het zeker waard is om beluisterd te worden.

Reacties (1)

Iemand die al sinds enige tijd bij de top van de Detroitse bluesscene hoort is wel John Latini. Hij maakt deel uit van het kwartet de Flying Latini Brothers, een duo dat hij met Jamie-Sue Seal vormt en met “The Blues Just Makes Me Feel Good” is zijn eerste solo-cd verschenen. Naast een goed zanger, percussionst en uitstekend gitarist is Latini ook nog een prima songwriter. Van de dertien nummers zijn er elf van zijn hand.

Op de cd wordt hij begeleid door Nolan Mendenhall (zang, bas, percussie), Brian Roscoe White (gitaar, percussie) en Todd Glass (drums). Daarnaast horen we aanvullende zang, blaasinstrumenten en toetseninstrumenten. De cd opent rustig met de eerste maten van “Black-Eyed Blues”, maar zodra de blazers inzetten gaat het ritme in een hogere versnelling en trekt Latini’s gitaar de zaak verder open. Het begin van een reis dat de luisteraar na dertien nummers naar adem happend achterlaat. Dertien nummers lekkere blues door de blazers geïnjecteerd met soul. Vrolijke nummers als “Hard Walkin’ Woman” worden afgewisseld door de meer bedachtzame songs als “My Town’s Got A River And A Train”, een ogenschijnlijk simpel gegeven, maar je moet er toch maar opkomen.

Joh Latini is voor mij een ontdekking en een positieve verrassing. Uitstekend.

Website: www.johnlatini.com

Reacties (3)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl