barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

In mijn recensie van Davids eerste album “Poisons Sipped” vorig jaar schreef ik al dat hij iemand was die het verdiende dat we meer van hem zouden horen. Aan deze wens is gehoor gegeven, alhoewel ik betwijfel dat uitsluitend mijn wens de doorslag heeft gegeven. Met dit album wil David Michael Miller een eerbetoon geven aan de rijke en vruchtbare bluestraditie, die hem heeft beïnvloed.

De elf songs zijn door Miller zelf geschreven en het bijzondere is vooral dat meer dan de helft ervan is opgenomen met instrumenten die dateren van voor de Tweede Wereldoorlog. Dit heeft geresulteerd in een album dat ons meeneemt in een wereld van ouderwetse akoestische blues, drijvende gospelritmes en aangrijpende ballads. David heeft een prachtige, heldere stem die uit de gospel/soultraditie komt. Hij is een meer dan goed gitarist en met de hulp van klassemuzikanten als Jim Ehinger, Jason Maynihan en Carlton Campbell is ook zijn tweede album een juweeltje geworden. Mijn favoriete songs zijn het aan Muddy Waters herinnerende “Doing Me In, Doing Me Wrong”, het akoestische “Needle To The Wheel” en het aangrijpende aan zijn opa opgedragen “Man's Got Things To Do”.

Vond ik zijn eerste album al erg goed, deze is nog beter. David Michael Miller is een van die artiesten die op eigen kracht met eigen songs aan zijn carrière werkt. En dat op een uitzonderlijk hoog niveau.

Website: www.davemillermusic.com


Reacties (1)

Een muzikale verhalenverteller, zo kun je Doug MacLeod het beste omschrijven. En met negentien studioalbums, een aantal live-cd’s, dvd’s, diverse prijzen en nominaties en songs die door een flink aantal artiesten zijn uitgevoerd is hij een singer-songwriter van belang. Met zijn nieuwe album “Exactly Like This” bevestigt hij deze reputatie nog maar eens een keer.

Op dit album wordt hij begeleid door een uitstekende band met Mike Thompson (piano), Jimi Bott (drums, percussion) en Denny Croy (bas). De elf songs zijn vanzelfsprekend door Macleod zelf geschreven en vormen, zoals het een goed songwriter betaamt, verhaaltjes in een muzikaal jasje. Ook na zoveel albums blijft de goede man ons boeien met zijn vertellerij. Grote klasse.

Website: www.doug-macleod.com

Reacties

Als singer-songwriter en verhalenverteller staat Doug MacLeod op eenzame hoogte. Niet alleen wat betreft kwantiteit, maar zeker ook aan kwaliteit. Een groot deel van zijn catalogus bestaat uiteraard uit zelfgeschreven nummers, maar ook nummers van anderen weet hij een eigen draai te geven. Tussen 2002 en 2008 heeft het Nederlandse Black & Tan label een aantal studioalbums uitgegeven en een DVD, genaamd “Live In Europe”. Deze laatste is uitverkocht en nu is besloten om deze op cd uit te brengen.

Van de oorspronkelijke elf nummers, die op de dvd staan, zijn er negen op de cd terechtgekomen. Waar precies in Europa de opnamen zijn gemaakt wordt niet vermeld, maar het Thank you, dank je wel na de nummers verraadt dat dit best eens in Nederland kan zijn geweest. Niet alleen in zijn liedjes is MacLeod een goed verhalenverteller, ook de aankondigingen weet hij fraai te brengen. Het mooie gitaarspel en de markante hese stem zorgen voor een boeiende cd. Zowel voor degene die al fan van de man zijn en zij die hem willen leren kennen is dit een prachtige compilatie.

Website: www.doug-macleod.com


Reacties (2)
Toen ik de envelop met deze cd opende was mijn eerste gedacht: “Dat is verkeerd. Ik beoordeel toch blues-cd's en geen trash-metal”. Maar goed, je geeft de artiest een kans en legt cd in het daarvoor bestemde apparaat. En dan moet ik de oude Willie Dixon toch weer gelijk geven met zijn lied “You Can't Judge A Book By The Cover”. Datzelfde geldt ook voor cd's.
Elam McKnight en Bob Bogdal hebben beiden al decennia lang een naam voor zichzelf gemaakt in de blueswereld en kort geleden hebben zij besloten samen iets te gaan doen. En het resultaat van deze samenwerking ligt in de vorm van de cd “Zombie Nation” nu voor mij. McKnight (zang, electrische, akoestische en resonatorgitaar), en Bogdal (resonatorgitaar en mondharmonica) hebben ondersteuning gekregen van drummer Tom Hambridge, Michael Saint-Leon, die de gitaar op het eerste nummer speelt, en Kim Morrison, die de achtergrondzang voor zijn rekening neemt.
Voor de tien zelfgeschreven nummers duiken de heren diep in de Mississippiblues en zowel de variant uit de Delta als uit de Mississippi Hills wordt hier vertolkt.
 
Met “Pojo's Place” wordt meteen de toon gezet. Een swamp-achtige rocker met jankende gitaar en felle harmonica. Geen gedoe, maar down-to-earth. Een prima begin. “Blues Makes Me Happy” is een blues, zoals we die uit die streken verwachten: een pompend ritme en een schitterende harmonicaspel. Met de shuffle “Tom Cat Kitten” gaat het tempo iets omlaag, maar dat wil niet zeggen dat we de aandacht mogen verliezen. Het verhaal en de achtergrondzang zorgt wel dat we erbij blijven. “Zombification” komt rechtstreeks uit de katoenvelden van Mississippi. Het is duidelijk beïnvloed door Muddy Waters en dat wordt door de slidesolo nog eens bevestigd. Een rustpunt vormt het akoestische “Red Wheelbarrow”, waarop alleen McKnight en Bogdal te horen zijn.
“19 Days” gaat op dezelfde akoestische voet verder. Was het vorige nummer nog een aardig deuntje dan is de tekst van dit meer aan country denkend nummer ernstiger, waarin wordt verteld over het gevaar van alcohol. Bij “No Hard Feeling” doet de rest van de band weer mee. De ritmes doen denken aan die van John Lee Hooker, wat een hypnotisch aandoend nummer oplevert. Het tempo gaat weer omhoog met “I Hate You”. Bogdal blaast een lekkere partij, McKnight zingt venijnig en de titel geeft goed de inhoud van de tekst weer. “Brother To A Stone” lijkt op het eerste gehoor op “Key To The Highway” en is een lekker lopende shuffle. Volgens de hoes is de laatste song “Hocus Pocus” geïnspireerd door het boek van Kurt Vonnegut met dezelfde titel. Ik ken het boek niet, dus kan het als zodanig niet beoordelen. Wat ik wel kan beoordelen is dat het een lekker nummer is, gespeeld op de resonatorgitaar en begeleid door de speelse harmonica van Bogdal.
 
Het is maar goed dat ik de woorden van Willie Dixon ter harte heb genomen en de cd niet op zijn hoes heb beoordeeld. “Zombie Nation” is een prachtige cd geworden, een cd die put uit het rijke muzikale verleden van Mississippi. De nummers zitten goed in elkaar en ze vervelen geen ogenblik. Sterker nog, de aandacht wordt van begin tot eind vastgehouden en het geheel smaakt naar meer.
 
Lees meer...   (4 reacties)

Elam McKnight is afkomstig uit West-Tennessee, die sterk is beïnvloed door de muziek uit dat gebied: blues, country, gospel, soul en rock. Jarenlang was hij als soloartiest of als onderdeel van een duo op pad. Sinds kort heeft hij een band gevormd met Dudley Harris (bas, gitaar, zang) en Eddie Phillips (drums). Dit trio heeft nu hun eerste album uitgebracht onder de titel “Radio”.

Het album bevat veertien nummers met een variatie aan de al genoemde blues, country, gospel, soul en rock en combinaties daarvan. Het begint met een grunge/garagerock “I Feel Like Rocking”. Nou, dat is wel duidelijk. Aan mij is dit niet besteed, maar dat is een kwestie van smaak. Gelukkig is de rest van het album melodieuzer. Fraai zijn bijvoorbeeld het met gospel doorspekte “Radio”, dat ook als single is uitgebracht, en de countryblues “Gonna Find Me A Hole” en “Hard Times They Is” halverwege het album. Van een beetje jatwerk is McKnight ook niet vies. “I’m Bad” is praktisch een kopie van Thorogoods “Bad To The Bone” en Dixons “Hoochie Coochie Man” en “Love Me” is geïnspireerd (om het maar eens voorzichtig uit te drukken) door B.B. Kings “Rock Me Baby”. Persoonlijk vind ik het aanbod op het album te gevarieerd. De stijlen liggen te ver uit elkaar. Het wordt verder goed uitgevoerd, maar de richting is een beetje zoek. Dat is jammer.

Website: www.bigblackhand.com


Reacties (1)

De titel dekt de lading volledig. “Lead Belly’s Gold” is een groots eerbetoon aan een van de grootste folkblueshelden van de vorige eeuw. Deze veroordeelde moordenaar bleek bij de ontdekking door vader en zoon Lomax een wandelende jukebox te zijn. De Amerikaanse bluesman Bibb en de Franse mondharmonicablazer Milteau brengen met zestien nummers een mooi eerbetoon aan deze legende.

Elf nummers zijn live opgenomen tijdens een optreden in Parijs, de overige vijf zijn in dezelfde stad in de studio opgenomen. Dertien ervan stammen uit het uitgebreide repertoire van Lead Belly, de overige drie zijn zelfgeschreven nummers. Uiteraard horen we o.m. “Pick A Bale Of Cotton”, “Good Night, Irene”, “Rock Island Line”, The House Of The Rising Sun” en “Midnight Special”. Een fraaie eigen compositie is “When I Get To Dallas”, geïnspireerd op Lead Belly’s beginjaren als straatzanger.

Een geweldige hommage aan het werk en leven van de legendarische Lead Belly. Genieten met een grote ‘G’.

Website: www.ericbibb.com   www.jjmilteau.net

Reacties (3)

Toen hij zeven jaar oud was hoorde hij Josh White spelen en meteen had het bluesvirus hem te pakken. Hij kreeg een gitaar als kerstcadeau en toen begon een bluesreis die nog steeds niet ten einde is. In 1964 liftte hij naar New York, waar hij zijn eerste muzikale stappen zet. Nu, vijftig jaar later, is hij nog steeds actief en met zijn recente album "Turnaround Blues" laat hij horen dat hij voor niemand hoeft onder te doen.

De cd bestaat uit twaalf songs, waarvan acht originelen. Forrest is de gitarist en wordt begeleid door toetsenman Tony Carey, zanger Andrew Black, bassist Lee Gammon, drummer John McKnight en harmonicablazer Jon Liebman. "Turnaround Blues", waarmee wordt begonnen, wordt door Forrest al sinds 1972 gespeeld en evolueert iedere keer dat het opnieuw wordt opgenomen. Het is tekenend voor hem in die zin dat hij een traditionele bluesman is, die de oude blues mee laat groeien met de tijd. McDonald is een fantastische gitarist, die je mee laat dansen met een opwindende boogie, maar je ook rustig laat luisteren bij een slowblues. Mijn favoriete songs zijn hier "Cross My Heart" met een jagende bas, "Woman Across The Ocean", een duidelijk eerbetoon aan Freddie King, en de jazzy slowblues "Only Love".

BarnOwlBlues vindt: Grote klasse. Forrest McDonald is een fantastische gitarist, die met zijn band in staat is een hele fraaie cd af te leveren. Een band waar ik graag meer van wil horen en die ik ook heel graag eens live aan het werk wil zien.

www.forrestmcdonald.com

Reacties
Gary Moore wist aan wie hij schatplichtig was en daar maakte hij ook geen geheim van. Dat liet hij merken tijdens concerten en op zijn albums. In 1995 verscheen al zijn Tribuut-cd voor Peter Green, genaamd “Blues For Greeny”. In oktober 2007 speelde Gary Moore met zijn vaste tourband bestaande uit bassist David Bronze en drummer Darrin Mooney een tribuutconcert voor Jimi Hendrix in het Hippodrome in Londen. Speciaal voor de gelegenheid waren ook de voormalige Hendrixbegeleiders Billy Cox en Mitch Mitchell ingevlogen. En gelukkig ook voor ons waren er camera’s en opnameapparatuur aanwezig, zodat ook wij, zij het vijf jaar later, van mogen meegenieten.
 
Moore speelt met zijn eigen band een lange set met bekende Hendrixklassiekers als “Purple Haze”, “Foxy Lady” en “The Wind Cries Mary” en Cox en Mitchell voegen zich bij hem om mee te doen met “Red House”, “Stone Free” en “Hey Joe”. Moore en zijn eigen band sluiten het concert af met een prachtige versie van “Voodoo Child (Slight Return)”. 
Ondanks het ontzag dat ik heb voor Moore en zijn kwaliteiten als gitarist vind ik hem vaak te perfect klinken. Je zou haast zeggen, dat hij te goed is, te perfectionistisch, ook tijdens live-concerten. Ook hier is dat naar mijn mening het geval. Bij anderen klinkt het net iets soulvoller en voor mij daardoor mooier.
 
Maar dat doet niets af aan het feit dat ik toch ook van deze cd heb genoten. Met “Blues For Jimi” levert de bijna twee jaar geleden overleden Moore postuum een prachtig tribuut aan een van zijn grootste invloeden.
 

Lees meer...   (2 reacties)

Het is een fraaie combinatie, de Engelse bluesrocker Ian Siegal en de Amerikaanse singer-songwriter/bluesman Jimbo Mathus. Een combinatie die uitstekend werkt. Voor het eerst samengekomen in november 2014 resulteerde dat al snel in een samenwerking op Ians goed gewaardeerde cd “The Picnic Sessions”. Met “Wayward Sons” is onlangs een registratie verschenen van hun optreden  in De Noot in Amersfoort.

Het optreden bestond uit twee sets en de nummers worden door de heren vlot en op een leuke manier aan elkaar gepraat. Er staan 21 nummers op het album, waarvan de babbels ook een deel uitmaken. Het aanbod is gevarieerd en loopt van blues en gospel naar country en weer terug. Het is een combinatie van eigen werk en covers. Jimbo merkt tussentijds op dat blues en country bij elkaar horen en dat dit een leerzame avond gaat worden. Buiten leerzaam is het ook een vermakelijke avond geworden en voor hen die er niet bij waren is deze cd om toch nog even van de sfeer te proeven. En van de buitengewone muzikaliteit van Ian Siegal en Jimbo Mathus.

Websites: www.iansiegal.com www.jimbomathus.com


Reacties (1)

De helende kracht van de liefde staat als thema centraal op het nieuwe album van Janiva Magness. En niet alleen liefde tussen twee mensen, maar ook tussen verschillende culturen. De uit Detroit afkomstige Janiva heeft een van de meest indrukwekkende stemmen uit de blues en soul. Naast een zeer goede zangeres is zij ook een goede liedjesschrijver, die haar persoonlijke belevenissen en gevoelens in mooie teksten en muziek weet om te zetten.

Met de meervoudig voor een Grammy genomineerde producer Dave Darling aan haar zijde heeft zij wederom een album met elf juweeltjes weten te maken. Blues en soul, soms neigend naar de rock, en altijd smaakvol gebracht. Mijn favoriete nummers zijn de soulballad „When You Hold Me“ en het politiek getint „Your House Is Burning“. Een uitstekend album vol met prachtige muziek en veelzeggende nummers. Een aanrader.

Website: www.janivamagness.com

Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl