barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

In 2013 was gitarist en songwriter Danny Marks presentator van de Canadese televisieserie ‘Cities In Blue’. In deze serie werd de geschiedenis en huidige status van acht Noord-Amerikaanse steden beschreven. Voor iedere aflevering heeft Danny een nummer geschreven en gespeeld. Aangevuld met nog vier nummers zijn deze nu verschenen op een cd met dezelfde titel als het televisieprogramma.

Danny heeft zich omringd met een aantal van de beste muzikanten uit Toronto, waaronder Ken Whiteley, Julian Fauth, Alec Fraser, Al Cross en David Rotundo. Van de twaalf nummers zijn er tien door Marks geschreven. Wat stijl betreft kun je deze van Danny het best beschrijven als swingende blues met een knipoog naar jazz. In elk van de nummers wordt de stijl van de betreffende stad (New Orleans, Kansas City, New York, Chicago enz.) geïnterpreteerd. Je hoort dus geen pure Chicagoblues, New Orleans-blues en dergelijke, maar wel Danny’s weergave van de muziekstijl van de betreffende stad. Het resultaat is een prima cd geworden met twaalf goede en swingende bluesnummers. Een toegevoegde waarde zijn de beschrijvingen door Danny Marks van ieder nummer en de totstandkoming ervan.

Website: www.dannym.com

Reacties (2)

De in Argentinië geboren gitarist David M'ore streek na vele omzwervingen over de wereld en door de VS begin negentiger neer in Los Angeles. Daar vestigde hij zijn reputatie als groots gitarist in de diverse clubs. Met zijn powertrio, dat verder bestaat uit bassist David Da Silva en drummer Wade Walton, heeft hij onlangs het album “Passion, Soul & Fire” uitgebracht.

De muziek van David M'ore is van het genre “van-dik-hout” bluesrock. Gitaarvuurwerk, stampende ritmes en rauwe vocalen van begin tot eind, maar met een enkel rustig(er) momentje om toch even op adem te komen. Mijn favoriete nummer is de tien minuten lange blues “You Said That You Love Me”. Gewoon genieten.

Voor de liefhebbers van rauwe, stevige bluesrock is dit zeker een aanrader.

Website: www.davidmore.net

Reacties (1)

Hij komt uit Buffalo, New York, leerde gospel zingen in de kerk en raakte op de middelbare school beïnvloed door blues en R&B. Zijn album "Poisons Sipped" heeft als sub-titel twelve treatments to soothe the soul. En dat belooft wat. Het album bestaat dus uit twaalf songs, die allemaal zelf door Miller zijn geschreven en hij wordt begeleid door een uitstekende band. David is een fenomenaal goed gitarist en hij heeft een prachtige rauwe en soulvolle stem. Bovendien is hij een uitstekende songschrijver.

Deze combinatie heeft gezorgd voor een fantastisch goed album. De opener, de rauwe boogie "Hand Me Downs" met felle slidegitaar, duwt je meteen terug in je stoel. Wat volgt is een mix van ouderwetse blues, recht-toe-recht-aan rock, tot soul en gospel. De ene song nog mooier of pakkender dan de andere en iedere keer dat je luistert hoor je er weer nieuwe dingen in. De beste songs zijn voor mij de ballad "Memphis Belle", gevoelig gezongen en opgefrist door de pedalsteel van Chuck Campbell, "Carolina Bound" met een aangrijpende tekst, en het swingende soulnummer "Diggin' On Bill".

David Michael Miller is een ware ontdekking voor me. Een van de beste blues-/soulartiesten die mij dit jaar zijn voorgesteld. Iemand die het verdient dat we er meer van zullen gaan horen.

www.davemillermusic.com

Reacties (1)

In mijn recensie van Davids eerste album “Poisons Sipped” vorig jaar schreef ik al dat hij iemand was die het verdiende dat we meer van hem zouden horen. Aan deze wens is gehoor gegeven, alhoewel ik betwijfel dat uitsluitend mijn wens de doorslag heeft gegeven. Met dit album wil David Michael Miller een eerbetoon geven aan de rijke en vruchtbare bluestraditie, die hem heeft beïnvloed.

De elf songs zijn door Miller zelf geschreven en het bijzondere is vooral dat meer dan de helft ervan is opgenomen met instrumenten die dateren van voor de Tweede Wereldoorlog. Dit heeft geresulteerd in een album dat ons meeneemt in een wereld van ouderwetse akoestische blues, drijvende gospelritmes en aangrijpende ballads. David heeft een prachtige, heldere stem die uit de gospel/soultraditie komt. Hij is een meer dan goed gitarist en met de hulp van klassemuzikanten als Jim Ehinger, Jason Maynihan en Carlton Campbell is ook zijn tweede album een juweeltje geworden. Mijn favoriete songs zijn het aan Muddy Waters herinnerende “Doing Me In, Doing Me Wrong”, het akoestische “Needle To The Wheel” en het aangrijpende aan zijn opa opgedragen “Man's Got Things To Do”.

Vond ik zijn eerste album al erg goed, deze is nog beter. David Michael Miller is een van die artiesten die op eigen kracht met eigen songs aan zijn carrière werkt. En dat op een uitzonderlijk hoog niveau.

Website: www.davemillermusic.com


Reacties (1)

Inmiddels is hij 71 jaar oud, deze in New York geboren Doug MacLeod. Zijn debuut-cd “No Road Back Home” verscheen in 1984 en met “Break The Chain” heeft hij onlangs zijn – als ik goed heb geteld – vijfentwintigste album uitgebracht. MacLeod is een van de weinige artiesten die uitsluitend zijn eigen nummers opneemt. Mensen als Albert King, Eva Cassidy, Joe Louis Walker en vele anderen hebben zijn songs vertolkt. Tijdens zijn carrière heeft hij een kastvol nominaties en prijzen weten te vergaren.

Op “Break The Chain” staan – uiteraard - twaalf zelfgeschreven nummers. Hij wordt begeleid door Denny Croy (bas), Jimi Bott (drums), Oliver Brown (percussive) en Dougs zoon Jesse MacLeod (gitaar). In het boekje schrijf Doug dat ‘this music is played by humans for humans’ zonder overdubbing en manipulaties. Zoals het is gespeeld staat het op de plaat. Hierdoor is het ‘live’-gevoel in stand gebleven. Zijn nummers zijn kleine in muziek verpakte verhalen. Fraaie voorbeelden hiervan zijn “Mr. Bloozeman” over de muzikant die zo graag de blues willen spelen, maar het net niet kunnen, “What The Blues Means To Me”, een gesproken tekst, waarvan de titel alles al zegt, “L.A. – The Siren In The West” over hen die worden aangetrokken door het leven in Los Angeles, maar die daar snel met deceptie moeten leren leven. Genieten is het vooral in “One For Tampa Red”, een instrumentaal nummer waarin MacLeod en Croy elkaar prachtig aanvullen, en het mooi gezongen “Going Home”, waarin hij vertelt dat niemand hier zal blijven. Een prachtige cd.

Website: www.doug-macleod.com

Reacties (2)

Een muzikale verhalenverteller, zo kun je Doug MacLeod het beste omschrijven. En met negentien studioalbums, een aantal live-cd’s, dvd’s, diverse prijzen en nominaties en songs die door een flink aantal artiesten zijn uitgevoerd is hij een singer-songwriter van belang. Met zijn nieuwe album “Exactly Like This” bevestigt hij deze reputatie nog maar eens een keer.

Op dit album wordt hij begeleid door een uitstekende band met Mike Thompson (piano), Jimi Bott (drums, percussion) en Denny Croy (bas). De elf songs zijn vanzelfsprekend door Macleod zelf geschreven en vormen, zoals het een goed songwriter betaamt, verhaaltjes in een muzikaal jasje. Ook na zoveel albums blijft de goede man ons boeien met zijn vertellerij. Grote klasse.

Website: www.doug-macleod.com

Reacties

Als singer-songwriter en verhalenverteller staat Doug MacLeod op eenzame hoogte. Niet alleen wat betreft kwantiteit, maar zeker ook aan kwaliteit. Een groot deel van zijn catalogus bestaat uiteraard uit zelfgeschreven nummers, maar ook nummers van anderen weet hij een eigen draai te geven. Tussen 2002 en 2008 heeft het Nederlandse Black & Tan label een aantal studioalbums uitgegeven en een DVD, genaamd “Live In Europe”. Deze laatste is uitverkocht en nu is besloten om deze op cd uit te brengen.

Van de oorspronkelijke elf nummers, die op de dvd staan, zijn er negen op de cd terechtgekomen. Waar precies in Europa de opnamen zijn gemaakt wordt niet vermeld, maar het Thank you, dank je wel na de nummers verraadt dat dit best eens in Nederland kan zijn geweest. Niet alleen in zijn liedjes is MacLeod een goed verhalenverteller, ook de aankondigingen weet hij fraai te brengen. Het mooie gitaarspel en de markante hese stem zorgen voor een boeiende cd. Zowel voor degene die al fan van de man zijn en zij die hem willen leren kennen is dit een prachtige compilatie.

Website: www.doug-macleod.com


Reacties (2)

Met “Like There’s No Tomorrow” heeft de Ierse zanger en gitarist Eamonn McCormack (Dublin, 1962) onlangs zijn derde solo-cd uitgebracht. Het is zijn vijfde als je de twee meetelt die hij onder de naam Samuel Eddy heeft gemaakt. Als Samuel Eddy heeft hij in 2002 een tijd lang afstand genomen van de muziekindustrie, van de schade aangebracht door inspanningen van het toeren en de vele optredens. Maar in 2008 dook hij onder zijn eigen naam weer op en dat resulteerde in de albums “Kindred Spirits” (2008) en “Heal My Faith” (2012).

Met bassist Jonathan Noyce en drummer Darrin Mooney vormt McCormack, die zelf zingt en gitaar, mandoline, harmonica, gitaarsynthesizer speelt, een klassiek powertrio. “Like There’s No Tomorrow” is een dubbel-album met een elektrisch en een akoestische cd. Er staan in totaal achttien nummers op beide schijven, waarvan drie covers en vier nummers die hij samen met Edwin Williamson heeft geschreven. McCormack en zijn maten laten op dit album horen dat zij in staat zijn een prima stuk op blues geënte rock te kunnen laten horen. Bluesrock, boogie, rock ’n roll, maar ook mooie ballads, ze draaien er hun hand niet voor om. Van de eerste schijf vallen mij in het bijzonder het door Phil Lynott geschreven, maar nooit eerder uitgebrachte “One Wish” op, alsmede de prachtige ballads “Still Missing You” en “Running Back To You”. Dat hij meer is dan een schrijver van oppervlakkige teksten wordt duidelijk na het beluisteren van “Writing On The Wall” over het Amerika en de financiële wereld van nu.

De sfeer van de schijf 2, de akoestische, is duidelijk anders. Het rauwe is er van af en de nadruk komt meer te liggen op melodie en harmonie. Dat wordt meteen duidelijk bij het eerste nummer “No Airs And Graces”, een eerbetoon aan Eamonns idool Rory Gallagher. Mooi zijn ook “You Take My Blues Away”, dat hij heeft geschreven voor zijn dochtertje, het prachtige “The Guilt I Feel Inside”, waarop hij alleen te horen is op gitaar en harmonica, en de geheel eigen uitvoering van het Jimi Hendrix nummer “Angel”.

Eamonn McCormack heeft met “Like There’s Tomorrow” een prachtige dubbel-cd gemaakt. Wat mij betreft is het een van de beste dat ik dit jaar heb gehoord in dit genre.

Website: www.eamonnmccormack.net

Reacties (2)
Toen ik de envelop met deze cd opende was mijn eerste gedacht: “Dat is verkeerd. Ik beoordeel toch blues-cd's en geen trash-metal”. Maar goed, je geeft de artiest een kans en legt cd in het daarvoor bestemde apparaat. En dan moet ik de oude Willie Dixon toch weer gelijk geven met zijn lied “You Can't Judge A Book By The Cover”. Datzelfde geldt ook voor cd's.
Elam McKnight en Bob Bogdal hebben beiden al decennia lang een naam voor zichzelf gemaakt in de blueswereld en kort geleden hebben zij besloten samen iets te gaan doen. En het resultaat van deze samenwerking ligt in de vorm van de cd “Zombie Nation” nu voor mij. McKnight (zang, electrische, akoestische en resonatorgitaar), en Bogdal (resonatorgitaar en mondharmonica) hebben ondersteuning gekregen van drummer Tom Hambridge, Michael Saint-Leon, die de gitaar op het eerste nummer speelt, en Kim Morrison, die de achtergrondzang voor zijn rekening neemt.
Voor de tien zelfgeschreven nummers duiken de heren diep in de Mississippiblues en zowel de variant uit de Delta als uit de Mississippi Hills wordt hier vertolkt.
 
Met “Pojo's Place” wordt meteen de toon gezet. Een swamp-achtige rocker met jankende gitaar en felle harmonica. Geen gedoe, maar down-to-earth. Een prima begin. “Blues Makes Me Happy” is een blues, zoals we die uit die streken verwachten: een pompend ritme en een schitterende harmonicaspel. Met de shuffle “Tom Cat Kitten” gaat het tempo iets omlaag, maar dat wil niet zeggen dat we de aandacht mogen verliezen. Het verhaal en de achtergrondzang zorgt wel dat we erbij blijven. “Zombification” komt rechtstreeks uit de katoenvelden van Mississippi. Het is duidelijk beïnvloed door Muddy Waters en dat wordt door de slidesolo nog eens bevestigd. Een rustpunt vormt het akoestische “Red Wheelbarrow”, waarop alleen McKnight en Bogdal te horen zijn.
“19 Days” gaat op dezelfde akoestische voet verder. Was het vorige nummer nog een aardig deuntje dan is de tekst van dit meer aan country denkend nummer ernstiger, waarin wordt verteld over het gevaar van alcohol. Bij “No Hard Feeling” doet de rest van de band weer mee. De ritmes doen denken aan die van John Lee Hooker, wat een hypnotisch aandoend nummer oplevert. Het tempo gaat weer omhoog met “I Hate You”. Bogdal blaast een lekkere partij, McKnight zingt venijnig en de titel geeft goed de inhoud van de tekst weer. “Brother To A Stone” lijkt op het eerste gehoor op “Key To The Highway” en is een lekker lopende shuffle. Volgens de hoes is de laatste song “Hocus Pocus” geïnspireerd door het boek van Kurt Vonnegut met dezelfde titel. Ik ken het boek niet, dus kan het als zodanig niet beoordelen. Wat ik wel kan beoordelen is dat het een lekker nummer is, gespeeld op de resonatorgitaar en begeleid door de speelse harmonica van Bogdal.
 
Het is maar goed dat ik de woorden van Willie Dixon ter harte heb genomen en de cd niet op zijn hoes heb beoordeeld. “Zombie Nation” is een prachtige cd geworden, een cd die put uit het rijke muzikale verleden van Mississippi. De nummers zitten goed in elkaar en ze vervelen geen ogenblik. Sterker nog, de aandacht wordt van begin tot eind vastgehouden en het geheel smaakt naar meer.
 
Lees meer...   (4 reacties)

Elam McKnight is afkomstig uit West-Tennessee, die sterk is beïnvloed door de muziek uit dat gebied: blues, country, gospel, soul en rock. Jarenlang was hij als soloartiest of als onderdeel van een duo op pad. Sinds kort heeft hij een band gevormd met Dudley Harris (bas, gitaar, zang) en Eddie Phillips (drums). Dit trio heeft nu hun eerste album uitgebracht onder de titel “Radio”.

Het album bevat veertien nummers met een variatie aan de al genoemde blues, country, gospel, soul en rock en combinaties daarvan. Het begint met een grunge/garagerock “I Feel Like Rocking”. Nou, dat is wel duidelijk. Aan mij is dit niet besteed, maar dat is een kwestie van smaak. Gelukkig is de rest van het album melodieuzer. Fraai zijn bijvoorbeeld het met gospel doorspekte “Radio”, dat ook als single is uitgebracht, en de countryblues “Gonna Find Me A Hole” en “Hard Times They Is” halverwege het album. Van een beetje jatwerk is McKnight ook niet vies. “I’m Bad” is praktisch een kopie van Thorogoods “Bad To The Bone” en Dixons “Hoochie Coochie Man” en “Love Me” is geïnspireerd (om het maar eens voorzichtig uit te drukken) door B.B. Kings “Rock Me Baby”. Persoonlijk vind ik het aanbod op het album te gevarieerd. De stijlen liggen te ver uit elkaar. Het wordt verder goed uitgevoerd, maar de richting is een beetje zoek. Dat is jammer.

Website: www.bigblackhand.com


Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl