barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Dat Anders Osborne afkomstig is uit Zweden kun je aan zijn muziek niet opmaken, zo is het geworteld in de authentieke Americana. Hij woont dan ook inmiddels al weer enige tijd in New Orleans. Dat bij een album de titel de lading dekt is vaak niet het geval, maar deze cd is wat dat betreft een positieve uitzondering. Wat Osborne laat horen is een verzameling van diverse amerikaanse muziekstijlen, een lappendeken, “American Patchwork” dus. Op dit inmiddels 10e album wordt hij begeleid door Robert Walter op toetsen, bas, synthesizer en clavinet, Pepper Keenan op gitaar en percussie en Stanton Moore op drums.
Met de opener “On The Road to Charlie Parker” begint de cd met een stevig nummer met scheurend gitaarwerk. Hierin brengt hij een ode aan jazzlegende Charlie Parker. Dan gooit hij het met “Echoes Of My Sins” meteen over een heel andere boeg. Een funky nummer, gezongen met een soulvolle stem. Met “Got Your Heart” volgt een uitstapje naar de Cariben, een vrolijk klinkend nummer op reggaebasis.
“Killing Each Other” is een onvervalst rocknummer uit de anti-oorlog traditie van de laat-zestiger jaren. Het rustpunt komt in de vorm van “Acapulco”, een ballade dat zomaar van de hand van Leon Russell of John Hiatt zou kunnen zijn. Een vleugje countrypop met de haast verplichte “snik” in de stem. Maar voordat we té sentimenteel worden worden we wakker geschud door de onvervalste bluesrocker “Darkness At The Bottom” met een venijnige gitaarsolo.
Met “Standing With Angels” wordt weer een tandje teruggeschakeld en “Love Is Taking It's Toll” bluest er weer heerlijk op los met een stevige begeleiding, scheurend gitaarwerk en een fel gitaarduel. In “Meet Me In New Mexico” blinkt Osborne voornamelijk uit door zijn vocale prestaties, waarbij hij in de beste soultraditie door om het ritme heen te zingen een spanning weet te creëren. Hierdoor blijft het nummer je aandacht vasthouden.
In het laatste nummer, het singer/songwriter-achtige “Call On Me” schept hij hetzelfde effect, maar dan in de vorm van een akoestische ballade. Niet een uitsmijter, zoals ik dat zelf graag zie, maar een song die van begin tot het blijft boeien. Op deze cd een passende afsluiter.
 
Een geweldig afwisselende cd, waar diverse muziekstijlen de revue passeren. Niet een cd van iemand die zijn stijl nog zoekt, maar één die al deze stijlen beheerst en ze als de eerdergenoemde lappendeken presenteert. Een absolute aanrader.
 
Charlie Parker

Lees meer...   (2 reacties)
Behalve dat je veel muziek toegestuurd krijgt is een van de leuke dingen als je wat langer recensies schrijft het feit dat je de opeenvolgende albums van een artiest te horen krijgt en zo een vergelijking kan maken. En dat is precies het geval met Anders Osborne. Iets meer dan twee jaar geleden kreeg ik zijn vorige cd “American Patchwork” voor mijn neus en nu ligt “Black Eye Galaxy” voor mij te glanzen. Gaf de titel van zijn vorige cd al aan dat deze volstond met een verzameling aan
Amerikaanse muziek – rock, blues, americana, jazz en soul – op het nieuwe album trekt hij deze trend gewoon door. Zowel hij als zijn muziek zijn gewoon niet in een hokje te plaatsen.
Osborne is geboren in Zweden maar na jarenlange omzwervingen over de wereld is hij in New Orleans blijven hangen. Het nieuwste album is zeer persoonlijk en vertelt over Osborne’s drugsverslaving en de moeilijkheden er van af te kicken. New Orleans loopt over van topmuzikanten en enkele ervan, zoals Eric Bolivar (drums, percussie, zang), Carl Dufrene (bas, zang) , Billy Iuso (gitaar, zang), Stanton Moore (drums, percussie) en drie dames die de achtergrondzang verzorgen, doen aan dit album mee.
 
Het album opent met het knallende “Send Me A Friend” dat wordt gedragen door verwrongen gitaargeluiden. Dit rauwe geluid past uitstekend bij de tekst die gaat over de geestelijke stress die hij heeft ondergaan bij het overwinnen van zijn drugsverslaving. Dit gaat over in het jazzy “Mind Of A Junkie”, waarin hij nog meer een boekje open doet over de ziekte, die drugsverslaving eigenlijk is. De wanhopige klinkende stem en de prachtige lange tranceachtige gitaarsolo geven de verwarring uitstekend weer. De volgende twee songs “Lean On Me/Believe In You” en “When Will I See You” zijn opgedragen aan zijn vrouw Sarah, die hem in deze moeilijke tijd is blijven ondersteunen. Het eerste nummer is een liefdesballade, terwijl de tweede een lekker in het gehoor liggende rocksong is.
Het rauwe “Black Tar” gaat over het risico van een terugval naar de verslaving. De titelsong “Black Eye Galaxy” is ongetwijfeld het middelpunt van het album, de song waar alles omdraait en de mysterieuze vrouw die erin wordt bezongen is vast en zeker zijn eigen vrouw Sarah. Het duurt ruim tien minuten en doet door de fraaie samenzang denken aan Buffalo Springfield en CSN&Y, terwijl het geëxperimenteer op de gitaar halverwege het nummer weer doet denken aan de Grateful Dead. Kortom, de muziek van de zestiger en zeventiger jaren. Voor mij niet alleen het middelpunt, maar het hoogtepunt van het album. Met  “Tracking My Roots”, “Louisiana Gold” en  “Dancing In The Wind” volgen mooie blues / americana-songs met prachtig akoestisch gitaarwerk. Het slotnummer is “Higher Ground”, waarin Osborne, begeleid door een strijkje en een koortje met vrouw en kinderen, zingt over de overwinning van zijn verslaving.
 
Conclusie:
Was ik zijn vorige album al zwaar onder de indruk, met “Black Eye Galaxy” heeft Osborne een absoluut meesterwerk gemaakt. Het is wederom een zeer gevarieerd album geworden met tien persoonlijke songs. Goed opgebouwd met duidelijk en goed verstaanbare teksten. Uitstekende gespeeld en prima gezongen.
 
 
Lees meer...   (1 reactie)

Het cv van Anders Osborne mag inmiddels bekend zijn. Geboren in Zweden, kwam via de muziek van Bob Dylan en Neil Young in aanraking met de blues, woont inmiddels al weer ruim 20 jaar in New Orleans en levert met regelmatig cd's van een hoge kwaliteit af. Je zou Osborne een bluesman in de ware zin des woords kunnen noemen, vooral omdat hij veel van zijn eigen leven in zijn muziek verwerkt. Muzikaal beweegt hij zich in het gebied dat Americana wordt genoemd, waarbij het grootste accent toch wel op de blues wordt gelegd.

Na van zijn verslavingen en demonen te zijn verlost, waarover hij vooral op "Black Eye Galaxy" heeft gezongen, bleek met de EP "Three Free Amigos" van dit voorjaar al dat zijn kijk op de dingen positief is veranderd. Met het zojuist verschenen "Peace" is hij meer naar binnen gericht en vertolkt hij zijn gevoelens en emoties zoals hij ze nu beleeft. Osborne is een meer dan uitstekende gitarist, maar zoek bij hem geen ellenlange virtuoze gitaarsolo's. Zijn gitaarwerk staat meer in dienst van de songs en geeft smaakvolle wendingen waar hij het nodig vindt, hoewel er af en toe toch nog flink wordt gescheurd.

Een bepaald genre is voor "Peace" niet te benoemen. Maar dat is niet nodig, de elf songs staan vol met een zodanige emotionele waarheidsgetrouwheid dat vakjes maar bijzaak zijn. We horen stevige rockers als "Peace" en "Five Bullets" tegenover bedachtzamere nummers als het aanstekelijke "47" en de ballade "Sentimental Times", afgewisseld met de swampy funk van "Let It Go" en psychedelische Westcoast-sound van "Brush Up Against Me".

BarnOwlBlues vindt: Ieder album opnieuw weet Anders Osborne mij te verbazen en te boeien. Ook met "Peace" is hem dit weer gelukt en na dit een aantal keren te hebben beluisterd durf ik te beweren dat het voor mij zijn beste album tot nog toe is geworden.

Meer informatie is te vinden op zijn website: http://andersosborne.com 

Reacties

Onlangs kreeg ik de EP "Three Free Amigos" van Anders Osborne toegespeeld. Dit kleine album is al in februari verschenen, maar raakte helemaal uitverkocht tijdens zijn Amerikaanse tournee. Ik weet eigenlijk niet of het in Europa verkrijgbaar is. Maar omdat ik behoorlijk onder de indruk was van Osbornes beide vorige cd's "American Patchwork" en "Black Eye Galaxy" wil ik er hier toch ook nog een paar woorden aan wijden. Anders Osborne is een uit Zweden afkomstige zanger en gitarist, die zich jaren geleden in de VS heeft gevestigd, van daaruit een stevige reputatie heeft opgebouwd en een behoorlijke catalogus aan albums heeft uitgebracht.

De EP "Three Free Amigos" is eigenlijk als zoethoudertje uitgebracht tussen twee volwaardige albums. Het bestaat uit zes zelfgeschreven songs, waarvan er vier helemaal nieuw zijn. Anders Osborne beweegt zich in het ruime gebied van de americana, waarbij hij de blues duidelijk als basis gebruikt. Dat is al meteen duidelijk in de opener, de titelsong "Three Free Amigos". Het is een bijna 8 minuten durend verhaal over muziek en het plezier dat hij heeft terwijl hij aan het toeren is. Je hoort een duidelijk countryachtig nummer, maar door het gitaarwerk is het duidelijk geënt op de blues. Geheel verrassend is "Marmalade" een reggaenummer om op een rustig Diddley-ritme verder te gaan met "Jealous Love". Dan volgt het melancholische "It's Gonna Be Okay", waarbij het samenspel tussen de harmonica van Johnny Sansone, Osbornes gitaar en de samenzang tussen Osborne en zangeres Maggie Koerner voor het extra dramatische effect zorgen. "Never Is A Real Long Time" is door de zang van Osborne en Koerner eveneens een gevoelige song. Afgesloten wordt met het uptempo "We Move On" dat toch nog voor een vrolijke noot zorgt.

BarnOwlBlues vindt: Als opvulling tussen twee normale cd's is "Three Free Amigos" meer dan een zoethoudertje. Ook in deze zes songs bewijst Anders Osborne een songwriter van formaat te zijn. Na het ruige "Black Eye Galaxy" is dit een veel subtielere plaat geworden. De opvolger "Peace" is inmiddels in de VS uitgekomen. Vol verwachting klopt mijn hart.

Reacties

Na zeven jaar lang de zang en mondharmonica bij Levon Helm’s Barnburners voor zijn rekening te hebben genomen is Chris O’Leary alweer enkele jaren solo bezig. De voormalige US Marine heeft onlangs zijn vierde album “Gonna Die Tryin’” uitgebracht. Hij wordt gesteund door een band bestaande uit Chris Vitarello (gi­taar), Andy Stahl en Chris Difrancesco (saxofoons), Matt Ray­mond (bas) and Jay Devlin (drums) en een handvol gasten, waarvan Bruce Katz en John Mooney de bekendste namen zijn.  

De elf songs zijn door O’Leary zelf geschreven en naast met zang en mondharmonica blijkt hij ook nog prima met teksten uit de voeten te kunnen. Hij put hierbij uit eigen observaties en ervaring en is een van die mensen die niet zomaar liedjes schrijven, maar korte verhaaltjes, die toevallig door goede muziek worden omlijst. Zijn stem heeft de rauwheid die bij deze muziek hoort, zijn harmonicawerk is vol vuur en passie. Bijzonder mooi vind ik de slowblues “Letters From Home”, de shuffle “Walking Contradiction” en “19c A Day”, dat over werkloosheid, armoe en dakloosheid gaat. Aanrader

Website: www.thechrisolearyband.net


Reacties (2)

Inmiddels 64 jaar oud heeft ook deze jongste van de befaamde gebroeders Neville een behoorlijke carrière achter de rug. Lid van de Meters, de Neville Brothers en recent ook met Devon Allman en Mike Zito in de Royal Southern Brotherhood gaat hij ook als soloartiest van zijn gang. In september verschijnt zijn nieuwste album "Magic Honey" en daar mocht ik alvast naar luisteren. Hij wordt begeleid door gitarist Cranston Clements, drummer 'Mean' Willie Green, bassist Carl Dufrene en Norman Caesar op toetsen terwijl zijn vrouw Gaynielle en zoon Omari de achtergrondzang voor hun rekening nemen. Je hoort er tegenwoordig niet meer bij als er geen bekende collega's meedoen. Hier geven Allen Touissant, Dr. John, Walter Trout en Mike Zito acte de présence. Productie was in handen van de befaamde David Z, dus ook dat zit wel snor.

Wat hier wordt geboden is een mix van blues, southern rock, funk en soul. Van de twaalf songs heeft Cyril er zeven zelf geschreven. En het is een prima album geworden. Een fantastische Gumbo - om maar in New Orleans-taal te blijven - van de al genoemde stijlen. Neville is een uitstekend zanger, ik zou haast durven te beweren dat hij een van de beste soulzangers van het ogenblik is. Het geheel rockt en swingt, hij weet je door zijn stem mee te nemen en te boeien en het blijft van begin tot einde spannend. Nummers die nog extra indruk op mij hebben gemaakt zijn "Still Going Down Today" met Mike Zito, het spannende "Invisible" en de slowblues "Blues Is The Truth".

Een uitstekend album, dat ik vaker op zal zetten. Aanrader!

Reacties (2)

In haar woonplaats Detroit is Eliza Neals een zangeres om rekening mee te houden. Voorzien van een stem waar de jonge Tina Turner jaloers op zou zijn geweest heeft ‘The Detroit Diva’, zoals ze wordt genoemd, diverse prijzen in de wacht weten te slepen. Haar vorige album “Breaking And Entering” kreeg wereldwijde waardering en levert Eliza twee Detroit Music Awards op.

Op “10,000 Feet Below” heeft Eliza het neusje van de zalm aan muzikanten rond zich weten te scharen. Haar partner, meestergitarist Howard Glazer, is er slechts een van. Van de elf nummers zijn tien door haar zelf geschreven, al dan niet met een collega. De cd begint eerst nog rustig met de countryblues “Cleotus” met alleen handklap en de slidegitaar van Glazer als begeleiding. Maar vanaf het tweede nummer “Another Lifetime” is het gedaan met de rust. Dat ze naast een uitstekende zangeres ook prima de toetsen weet te beroeren komt het best naar voren in “Cold Cold Night” en de Skip James cover “Hard Killing Floor”. Mijn favoriete nummers zijn de stevige blues “You Ain’t My Dog No More” met venijnig slidespel van Glazer, en het al genoemde “Cold Cold Ground” door de mooie interactie tussen de akoestische gitaar van Paul Nelson en de piano van Eliza.

Voor fans van goed gemaakte bluesrock is dit album een absolute aanrader.

Website: www.elizaneals.com


Reacties (4)

Iemand die in haar thuisstad Detroit al ruimschoots haar sporen heeft verdiend en met prijzen overladen is, is ‘The Detroit Diva’ Eliza Neals. Uitgerust met een strot waar een jonge Tina Turner trots op had geweest en met hulp van grootheden als Howard Glazer en Kenny Olson heeft zij met “Breaking And Entering” een stevig rockend bluesalbum uitgebracht.

Eliza kan brullen en grommen, maar ook een lieflijker stem opzetten. Dat laatste is vooral duidelijk in het melodieuze “You”. Rauw gaat het er aan toe in een song als “Spinning”, iets waar Glazers gitaar ook debet aan is. Zeer fraai is ook de interactie tussen diens gitaarwerk en de stem van Neal in de southern rocksong “Southern Comfort Dreams”.

In en rond Detroit heeft Eliza Neals al naam gemaakt. Met dit album moet het voor haar mogelijk zijn om zich bekend te maken aan de rest van de wereld.

Website: www.elizaneals.com

Reacties (1)

Hij blijft maar cd’s van hoog niveau afleveren, deze troubadour Eric Bibb. En dit is vooral een prestatie gezien het aantal albums dat hij heeft uitgebracht. Ik tel er zesendertig. Vanuit zijn nieuwe thuisland Finland werkt hij vooral samen met de Finse band North Country Far. Deze band begeleid hem op “The Happiest Man In The World”, waarvoor ook de legendarische bassist Danny Thompson is aangetrokken.

Het album is opgenomen in het Engelse graafschap Norfolk en bestaat uit veertien nummers, waarvan twaalf eigen werk zijn. Bibb excelleert weer in waar hij goed in is, namelijk het maken en vertolken van goed geschreven en lekker in het gehoor liggende nummers. Stuk voor stuk zijn het kleine verhaaltjes in een muzikaal jasje, die het waard zijn om rustig te worden beluisterd. Ik noem hier als voorbeeld “Creole Cafe” en “Prison Of Time”. Bibb heeft een prettige, heldere baritonstem en muzikaal gezien zit het allemaal prima in elkaar. Een bijzonder nummer dat ik hierbij extra wil vermelden is een cover van de Kinks, “You Really Got Me”, dat hier een zeer bijzondere uitvoering krijgt.

Kortom, wederom een bijzonder goede cd van Eric Bibb. Meer vertel ik er niet over, gewoon aanschaffen en genieten.

Website: www.ericbibb.com

Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl