barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

De echo van zijn scheiding na een huwelijk 24 jaar, zo wordt het geluid van dit album beschreven. Greg Nagy is in 1963 geboren in Flint, Michigan en heeft in die omgeving heel wat muzikale stappen gezet. Bij Michigan denk je al snel aan Motown (Detroit) en de invloed van soul is duidelijk aanwezig is de blues van de heer Nagy.

Begeleid wordt deze zanger/gitarist door Scott Veenstra (drums), Jim Alfredson (toetsen) en Joseph Veloz (bas). Je zou denken dat een cd dat gewijd is aan een scheiding een en al treurigheid laat horen. Dat is echter niet het geval en een aantal songs zijn zelfs vrolijk te noemen. Nagy heeft een warme soulvolle stem en een gitaarstijl die doet denken aan die van Freddie King en Robert Cray. Erg fraai is de titelsong “Stranded”, waarmee meteen een visitekaartje als componist en muzikant wordt afgegeven. Andere hoogtepunten zijn “Long Way To Memphis” en de geheel eigen bewerking van het van Bobby Bland bekende “Ain’t No Love In The Heart Of The City”.

Een prima cd, aanrader.

www.gregnagy.com

Reacties (2)
En dan zijn er plotseling van die artiesten, die plotseling min of meer uit het niets opduiken en een grote indruk weten achter te laten. Vaak gebeurt dat niet, maar bij bij deze artiest had ik ineens weer hetzelfde gevoel dat ik ooit had toen ik de eerste keer Howlin' Wolf, Son House of Bruce Springsteen hoorde.
Israel Nash Gripka is geboren in Missouri en woont tegenwoordig in New York. Al bij zijn eerste album “New York Town” in 2009 wist hij een enorme indruk achter te laten en met zijn nieuwste “Barn Doors And Concrete Floors” bevestigt hij zijn kwaliteiten als zanger en songwriter. De naam van het album slaat op de studio waarin deze cd met een stel vrienden van hem is opgenomen, namelijk een oude schuur in de Catskills Mountains, ten noorden van de stad New York.
Het eerste nummer “Fool's Gold” sleept je meteen mee en heeft een melodie dat je de hele dag in je hoofd houdt. En laat ik je vertellen dat dat absoluut geen straf is. Het tweede nummer “Drown” is van hetzelfde laken een pak en door het jagende karakter ervan doet het zelfs aan de al eerder genoemde Bruce Springsteen denken. Met “Sunset, Regret” volgt een prachtige ballade en “Goodbye Ghost” geeft door het wat rommelige karakter de indruk helemaal live te zijn opgenomen. De zang is hartverscheurend mooi en zodanig dat het je diep in de ziel raakt. “Four Winds” is dan weer een vrolijk deuntje. Typische vrolijke countryklanken compleet met steelguitar.
In het prachtige “Louisiana” hoor je duidelijk de invloed van de Rolling Stones uit hun beste periode (“Exile On Main Street”) terug. Dit wordt gevolgd door het meeslepende “Baltimore”, dat ook zo maar door The Band op de plaat gezet had kunnen worden. Ook “Red Dress” en “Black And Blue” gaan in hetzelfde stramien voort. “Bellwether Ballad” is een prachtige, gevoelvol gezongen ballade met een ingetogen begeleiding. De uitsmijter “Antebellum” doet mij denken aan Neil Young in zijn tijd met Crazy Horse.
 
Conclusie
Een geweldig album dat zelfs het grandioze debuutalbum heeft overtroffen. En dat is voor een artiest altijd maar weer een zware opgave. Ik maak hierboven een aantal keren een vergelijking met andere artiesten. Maar denk niet dat Gripka een kloon van hen is; hij beschikt over meer dan voldoende eigen inbreng, kwaliteit en eigenzinnigheid om hen naar de kroon te steken.
Gripka is geen onbekende meer in Nederland, want hij is hier vorig jaar al enkele keren op bezoek geweest. Bij een volgende gelegenheid is het zeker waard hem te bezoeken, maar voordat het zover is: koop dit album!
 
Lees meer...
John Norum is vooral bekend als gitarist van de Zweedse hardrockformatie Europe, die met “The Final Countdown” een wereldhit had. Geboren in Noorwegen verhuisde hij al op jonge leeftijd met zijn moeder en zus naar Zweden. Met zijn veertiende ontmoette hij Joey Tempest, met wie hij Europe oprichtte. Met Europe nam hij drie albums op, maar wegens muzikale verschillen verliet hij de band in 1986. Hij begon aan een solocarrière en werkte samen met o.m. Don Dokken en Glenn Hughes.
In 2003 nam hij deel aan de reünie van Europe en sindsdien toert hij met hen rond en neemt ook weer albums met zijn oude collega's op. Daarnaast vindt hij tijd om aan een solocarrière te werken. Een één van de vruchten van deze solocarrière ligt nu voor me. Inmiddels weer de zevende solo-cd die hij op zijn naam heeft staan: “Play Yard Blues”. John, die hier gitaar speelt en zingt, wordt ter zijde gestaan door bassist Tomas Torberg, drummer Thomas Bronman, Peer Stappe op percussie en toetsenist Mic Michaeli.
Norum trekt behoorlijk fel van leer op zijn gitaar en je zou hem makkelijk kunnen voegen bij Hendrix-adepten als Frank Marino en Michael Schenker. Op twee songs na zingt hij zelf en dat doet hij niet eens zo onverdienstelijk. Op enkele nummers vind ik zijn stem wat vlak en glad. Alleen als hij er wat meer moeite voor moet doen, zoals bij de hogere tonen, krijgt zijn stem de juiste rauwheid. Dit is bv. te horen “It's Only Money” en “When Darkness Falls”. Op de nummers “Born Again” en “Got My Eyes On You” neemt Leif Sundin de vocalen over. 
Van de tien nummers heeft John Norum er zeven zelf geschreven. Er staat verder een prachtige cover op van Thin Lizzy, het al eerder genoemde “It's Only Money” en Frank Marino's “Ditch Queen”, waarop hij op een grandioze manier los gaat. De laatste cover is “Travel in The Dark” van Mountain. En in de uitsmijter, het instrumentale titelnummer gaat Norum nog eens flink tekeer en wordt het wah-wah pedaal behoorlijk mishandeld.
 
Met dit album heeft John Norum een prachtig werkstuk afgeleverd. Vol met razende gitaarsolo's en opwindende songs. Enig puntje van kritiek, dat ik heb is dat zijn stem niet de rauwheid heeft, die je bij deze muziekstijl eigenlijk verwacht. Deze is nog wat vlak en je hoort duidelijk dat getracht is dit met behulp van overdubs wat voller te krijgen. Misschien dat een paar flessen Jack Daniels zou helpen.....?
 
Lees meer...   (2 reacties)

Met “Blue Skies” heeft de Canadese jazz-/blusgitarist zijn derde album uitgebracht. Officer is onlangs opgenomen in het boek “The Great Jazz Guitarists – The Ultimate Guide”; geen kleine jongen dus. Op dit album laat hij horen welke muziek hem heeft gevormd. Van de elf songs zijn het negen covers, die door hem een geheel eigen bewerking krijgen, en twee instrumentale eigen composities.

We horen een combinatie van jazz, blues en rock 'n roll, alles op een relaxte wijze gebracht. Jordan Officer is een geweldige gitarist, die niet uitblinkt door snoeihard gitaarwerk, maar juist door zijn veelzijdige en smaakvolle benadering. Hij brengt geheel eigen versies van bijvoorbeeld Leroy Carrs “How Long Blues”, Bob Dylans “When The Deal Goes Down” en “That's For Me”, dat we van Louis Armstrong kennen. Heel bijzonder is ook zijn versie van “Then He Kissed Me” van de Crystals. De spaarzame begeleiding en de lome zang van Officer helpen bij het relaxte karakter van dit album.

Een prachtige cd van deze virtuoze en veelzijdige gitarist. Luisteren en genieten.

Website: www.jordanofficer.com


Reacties (2)
Zoals je wel vaker ziet in de traditie van de New Orleans-muziek zijn veel van de huidige bluesartiesten tweede- of zelfs derde-generatie muzikanten. Zo ook Kenny Neal. Niet alleen is hij de oudste zoon van de legendarische mondharmonicaspeler Raful Neal, ook zijn kinderen hebben het muzikale stokje opgenomen. Kenny heeft jarenlang zijn vader, en ook Lucky Peterson en Lazy Lester, begeleid voordat hij een naam voor zichzelf ging maken.
En een prima carrière is het geworden. Zijn meest recente album “Hooked On Your Love” is inmiddels zijn vijftiende cd, waarbij hij na het overlijden van zijn vader in 2004 zijn functie als patriarch geheel waarmaakt. Kenny wordt hier begeleid door zijn broers Tyree Neal (ritmegitaar), Darnell Neal (drums), Frederick Neal (orgel) en zijn zoon Kenny Neal Jr. op percussie. Als gastmuzikanten doen Vasti Jackson en Lucky Peterson mee.
 
De opener “Hooked On Your Love” geeft meteen aan waar dit album heen gaat: een lekkere soulblues met heerlijke blazers en Neals prachtige stem en messcherpe gitaar. Dit wordt gevolgd door “Bitter With The Sweet”, een prachtige ballade. “Down In The Swamp”, een ode aan zijn geboortegrond, lekker funky en een bij wijle aan Dr. John herinnerende stem. De funk wordt voortgezet in “Blind, Crippled, Or Crazy”.
Dan een heerlijk rockende blues in Little Miltons “If Walls Could Talk”, dat de pan uitswingt met heerlijke blazers en koortjes. Dan de soulballade “Things Have Got To Change”, zeer gevoelig gezongen en één van de mooiste songs van deze cd. “New Lease On Life” is een autobiografisch lied, dat gaat over dingen een plek te geven en te overleven. Kenny heeft nl. de laatste jaren veel ellende meegemaakt, ziekte, overlijden van familieleden. Een erg sterk nummer vind ik met puntige riffs. Dan volgt “Ain´t Nothing You Can Do”, een heerlijk nummer, prachtig gezongen met een lekkere gitaar en blazerspartij.
Nog zo'n schoonheid is de ballade “Old Friends” met bloedmooi harmonicaspel. “Tell me Why”, een soulballade, die je weer terugbrengt naar de soulachtige blues (a la Robert Cray) van de tachtiger jaren. Prachtige zang. Dan nog een keer terug naar de geboortestreek Louisiana in “Voodoo Mama”, een uptempo swampblues. Begeleiding met o.m. dixielandblazers en dan een slidegitaarsolo om je vingers bij af te likken. Het laatste nummer “You Don't Love Me” wordt ingezet door de best en mondt uit in een vlijmscherpe bluesshuffle met mondharmonica- en gitaarsolo's. Klasse.
 
Multi-instrumentalist Kenny Neal, behalve zang en gitaar speelt hij ook de mondharmonica, drums en toetsen, is in absolute topvorm. De nummers zijn gevarieerd qua stijl (van soul tot Chicagoblues, of een mix ervan) en tempo (langzame ballads en uptempo rockende blues) en vervelen nergens. Kortom, een prachtige cd.  
Lees meer...   (2 reacties)

Het heeft een tijd geduurd, namelijk vijf jaar, voordat Mike Osborn een opvolger klaar had van zijn goed ontvangen debuutalbum. De redenen hiervoor lagen in de privésfeer, maar eindelijk is onlangs het tweede album van deze geweldige gitarist uitgekomen. Osborn wordt begeleid door Johnny Griparic (bas), Lee Spath (drums), Teddy Andreadis (toetsen) en Randy Mitchell (gitaar). Alan Mirikitani produceerde het geheel en schreef samen met Dennis Walker ook nog negen van de elf songs.

Deze elf songs zijn stuk voor stuk juweeltjes en we horen een combinatie van stevige blues, boogie en countryrock. Osborn is een meer dan goed gitarist en een uitstekende zanger, die de songs overtuigend weet te vertolken. Deze overtuiging komt mede door het live-karakter, waarmee deze cd lijkt te zijn opgenomen. Nummers die eruit springen zijn “Cheap Women”, een stevige rock ’n roller, en de rauwe blues “Tied Up”.

BarnOwlBlues vindt dit een prima album. Goede en aanstekelijke muziek, die hoorbaar met veel plezier is opgenomen.

www.michaelosbornmusic.net

Reacties

Als je denkt dat de ‘Blues’ langzaam aan het inslapen is staan er altijd wel weer bands op, die het nieuw leven inblazen. Ook nu zitten we weer in zo’n periode met enthousiaste jonge bands. En de uit het oosten van ons land afkomstige N.U.T.S. is daar een mooi voorbeeld van. De eerste keer dat ik ze hoorde was op de verzamel-cd “The Very Best of Dutch Blues” en nu ligt hun debuut-cd “Spill The Blues” in de winkels. Eerst wat meer over de band. Deze bestaat uit het gitaartandem Matthijs Oldenhuis en Ton Kerkhof, zangeres Jenny Visser, bassist Evert Oldenhuis (vader van Matthijs) en drummer Henk Tomassen.

Van de elf songs zijn er tien van eigen hand. De band is uitstekend op elkaar ingespeeld. Bas en drums vormen het stevige fundament, waarop de gitaren en zang verder kunnen bouwen. Jenny heeft een zeer prettige en flexibele stem. Je kunt verstaan wat ze zingt en door de buigingen in de harmonieën weet ze een aangename spanning in de songs te brengen. De beide gitaristen zijn van grote klasse, vullen elkaar waar nodig aan en weten elkaar ook naar grote hoogten te stuwen. Songs die op mij grote indruk maken zijn Billy Holiday’s “Lady Sings The Blues”, dat hier een prachtige gevoelige uitvoering krijgt, en het jazzy “A Song For You”.

BarnOwlBlues vindt: Een geweldige debuut-cd; daar kan ik kort over zijn. N.U.T.S. positioneert zich in één klap aan de top van de Nederlandse bluesscene.

www.go-nuts.nl

Reacties (1)

New Blues Revolution is een uit Los Angeles afkomstige bluesrockformatie, die is gevormd rond Bill Grisiola (zang, keyboards) en Chap Cooper (gitaar). De band bestaat verder uit Roger Beall (drums, percussie) en Bob Byrnes (bas). Stuk voor stuk mannen met een interessante muzikale bagage.

Na hun eerste album “Revolution No. 9” is nu de met vijf nummers gevulde EP “To Hellendale And Back” verschenen. Muzikaal gezien zitten de heren duidelijk in de bluesrock, maar met neigingen naar progrock en sixties pop. Wat hun muziek daarnaast interessant maakt zijn de teksten. Als voorbeeld, de eerste twee nummers “Souls On Fire” en “Whiskey Town” bezingen de strijd met de inwendige demonen. Uitstekende muziek, ik heb er met plezier naar geluisterd. Het is alleen jammer dat het slechts een EP met vijf nummers is. Het dubbele had van mij ook best gemogen.

Website: www.newbluesrevolution.com

Reacties (2)

Nick and the Overols is een uit Chicago afkomstige band die nu ruim een jaar bestaat en is gevormd rond zanger/gitarist Nick Peraino. Deze heeft al ruimschoots zijn sporen verdiend in de bands van Joanna Connor en Sugar Blue, waarmee hij enkele jaren geleden nog door Europa heeft getoerd. De band bestaat verder uit gitarist Carlos Showers, bassist Vic Jackson en drummer Lance Lewis en meteen al nadat de band was opgericht waren zij vijf maanden lang de huisband in de bluesclub Kingston Mines in Chicago.

Toen ik de cd opzette en de eerste track ”Take The V Train” hoorde was ik eigenlijk geneigd het meteen af te zetten. Zelden heb ik zo’n vervelend nummer gehoord. Eigenlijk hoort een openingsnummer meteen je aandacht te grijpen en representatief zijn voor de rest van het album. Maar blijkbaar hebben de heren daar een andere mening over of misschien vinden zij het wel mooi. Het tij keert meteen bij de tweede song “Chitown Via Greyhound”; een song die wel pakkend is en waarop duidelijk Peraino’s kwaliteiten als bluesgitarist naar boven komen. In “Heed The Words I Say” horen we duidelijk een Paul Rodgers-achtige stem en met “Honey, Please” hebben we meteen het voor mij beste nummer. Als je deze vier eerste songs hebt beluisterd krijg je pas een goed beeld uit welke vaatje deze band tapt. Het is duidelijk stevige blues, gitaarrock, soul en een flinke scheut psychedelica. Er volgen nog zes nummer, zeer gevarieerd van soulvolle ballads (“Half Of Two”), stampende blues (“Mojo A Gogo”) en rustig gitaarwerk (“Hey Mr. President”).

Na een misser bij de opening komt de band op de rest van het album zeer goed terug en het koste niet veel moeite mij te overtuigen van hun kwaliteiten. Verrassend, gevarieerd en gewoon goed.

Reacties (1)

Dat westerse en oosterse cultuur samen iets moois kunnen opleveren bewijst de Nederlandse No Blues. Een unieke combinatie van americana en Arabische muziek, die zij zelf 'arabicana' noemen. De band bestaat tien jaar en heeft onlangs haar zesde album “Oh Yeah Habibi” uitgebracht. No Blues wordt gevormd door Ad van Meurs (zang, gitaar), Haytham Safia (zang, u’d), Ankie Keultjes (zang, synthesizer), Osama Maleegi (percussie) en Anne-Maarten van Heuvelen (zang, bas).

De twaalf nummers voeren ons zowel langs de Mississippi als door de Sinaiwoestijn. Het is even wennen, maar neem er rustig de tijd voor. Het is het absoluut waard. Een samengaan van blues en country met Arabische muziek. De band is niet bang om actuele thema's aan te spreken en thema's als de huidige vluchtelingencrisis en religieus fanatisme worden aangesneden.

Een meer dan uitstekend album. Zoals gezegd, het is even wennen, maar laat het bezinken en geniet van deze oosters-/westerse samenwerking.

Website: www.noblues.nl


Reacties (2)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl