barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens









Reacties

In 2014 landden AJ and the Wildgrooves met een klap in de Nederlandse blueswereld. Het album “Let’s Go Or Be Dragged” werd door pers en publiek goed ontvangen. De vele optredens bevestigden dat Nederland een uitstekende zangeres rijker was, die ook nog eens prima het publiek weet te vermaken. Inmiddels zijn we twee jaar verder, is de band (op gitarist en levenspartner Klaas Kuijt na) volledig vervangen en is de naam gewijzigd in AJ Plug. Op 22 oktober wordt de tweede cd “Chew Chew Chew” officieel ten doop gehouden. Naast AJ en Klaas maken Tenny Tahamata (bas), Machiel Verhaar (drums) en Frans van Steijn (sologitaar) deel uit van de band. Harmonicablazer Kim Snelten blaast op enkele nummers een deuntje mee.

Op “Chew Chew Chew” staan twaalf door AJ Plug zelfgeschreven nummers, die zich bewegen in het gebied van southern rock en rockende blues. Het fundament, gevormd door Klaas, Tenny en Machiel is stevig, en geeft AJ en Frans van Steijn de ruimte om te schitteren. AJ laat wederom horen een zangeres van formaat te zijn met een stem die uitstekend in het genre past. Daarnaast is het gitaarwerk van Frans van grote klasse, dat er mede voor zorgt de nummers naar een hoger niveau te tillen. Met de opener “I See The Light” wordt meteen de richting van het album aangeven, een combinatie van blues en southern rock met een mooie tekst. Want behalve muzikaal is er ook op tekstueel gebied veel te genieten. Reden te meer om de cd goed op je te laten inwerken. Mijn persoonlijk favoriete nummers zijn de blues “Trouble” en de bonustrack “Drown In My Own Sorrow”, een deltabluesnummer met fraai harmonicawerk van Snelten.

Met “Chew Chew Chew” is bewezen dat AJ Plug met de eerste cd geen toevalstreffer heeft uitgebracht en dat zij met haar band een team vormt waar danig rekening mee gehouden dient te worden. Hoe goed de eerste cd al was, de nieuwe is nog beter. Er is in de afgelopen jaren een aantoonbare groei geweest en als deze lijn volgehouden kan worden dan is ‘the sky the limit’.

Website: www.ajplug.nl

Reacties (1)
Toegegeven, ik ben al sinds haar eerste cd een fan van Ana Popovic. Ook muzikaal gezien. Dat het ook nog een mooie meid is is gewoon leuk meegenomen. Ana werd in 1976 geboren in Belgrado. Toen de Servische stad in 1999 door oorlog werd verscheurd kwam ze naar Nederland, waar ze aan het conservatorium studeerde. Nu woont ze gedeeltelijk in Los Angeles en Amsterdam, woont samen met haar vriend en is moeder van een zoon.
“Unconditional” is haar zesde album en hierop wordt zij begeleid door Calvin Turner (bas), Doug Belote (drums), Leon 'Kid Chocolate' Brown (trompet), Tom Fitzpatrick (sax) en Jon Cleary en David Torkanowski, die de keyboards voor hun rekening nemen. Als gasten spelen harmonicaman Jason Ricci en slidegitarist Sonny Landreth elk op een nummer mee. Van de twaalf nummers zijn er acht originelen.
 
Ana's stem vond ik altijd wat aan de zwakke kant, maar in de opener “Fearless Blues” is juist aan de vocalen aandacht besteed. Het is een akoestisch nummer en dan valt er niet veel te verbergen achter het gewoonlijk electrische geweld. Daarnaast is er een mooie interactie tussen de akoestische slidegitaar en de piano. “Count Me In” staat meteen als een huis. Mede door de harmonica van Jason Ricci en de spetterende gitaarsolo van Ana swingt het de pan uit. Het titelnummer “Unconditional” is – buiten de fraaie gitaarsolo – verder wat aan de veilige kant gebleven. Tamelijk mainstream en goed in het gehoor liggend en het zou een prima single kunnen zijn. Bij de eerste tonen en de harmonie van “Reset Rewind” moet ik denken aan “The Weight” van the Band, maar al gaandeweg krijgt het een eigen vorm.
Het beste nummer is onmiskenbaar “Slideshow”. Op het voortjagende drumwerk van Doug Belote jagen de slidegitaren van Ana en Sonny Landreth het naar steeds grotere hoogten. “Business As Usual” is een lekkere blues, waarin zich de longen uit haar lijf brult en haar zang wordt afgewisseld met scherpe gitaarlicks. En met het aanstekelijke “Your Love Ain't Real” gaan we op de funky toer. Met “Work Song” is nu de eerste cover aan de beurt. Het nummer is bekend van Nina Simone en dat zijn toch erg grote voetstappen. En hoewel ze het goed doet, haalt Ana het qua stem haalt net niet, maar het orgel- en gitaarwerk maken dit meer dan goed. Een van de beste songs van dit album. “Summer Rain” is een leuk jazzy deuntje, waarop duidelijk te horen is dat Ana aan haar stem heeft gewerkt. Prima gezongen en een fraaie gitaarsolo op het eind.
Wat ik eerder al over “Work Song” schreef is ook op Koko Taylors “Voodoo Woman” van toepassing. Ook diens voetstappen zijn een maatje te groot, waardoor Ana zich af en toe overschreeuwt. Ook het dreigende en sinistere van het origineel komt door dit arrangement niet tot uiting. Op het van Buddy Guy bekende “One Room Country Shack” houdt Ana door de laidback aanpak en de verteltrant het oorspronkelijke karakter van het nummer in stand. Hier is haar grote talent als gitarist goed te horen. Als laatste nummer komt Super Pie DeSanto's “Soulful Dress”, een rauw R&B-nummer waarin Ana's vocalen die van het origineel behoorlijk benaderen. Een prima afsluiter.
 
Conclusie
Een prima album waarop Ana Popovic wederom goede blues laat horen. Deze keer verlicht met wat snufjes soul en jazz. Het geheel klinkt wat minder rauw en dus meer gepolijst als haar eerdere albums. Ik denk dat dit is gedaan om de Amerikaanse markt nu helemaal te gaan veroveren. Het is een prima aanvulling op de albums die ik al van Ana in de kast heb staan.
 
 
Meer informatie vindt u op www.anapopovic.com
Lees meer...   (3 reacties)

Als je het grijnzende koppie ziet op de hoes dan denk je vanzelf: "wat een broekie". Klopt ook, Andy Poxon, het mannetje dat zich onder de rode krullenbol, verbergt is pas 18 jaar oud. En dan te bedenken dat het al zijn tweede album is; op zijn zestiende bracht hij namelijk al "Red Roots" uit. En op zijn huidige cd "Tomorrow" heeft hij zich mogen verzekeren van de kennis en talenten van Duke Robillard, die voor de productie heeft gezorgd en zo links en rechts op gitaar nog wat assistentie verleend.

In tegenstelling tot wat je bij zijn leeftijd zou verwachten is Andy een volwassen muzikant; iemand met een uitstekende beheersing van zijn gitaar en een die het aandurft uitsluitend zelfgeschreven songs op cd te zetten. Van de vierteen songs heeft er een samen met Robillard geschreven, de rest is alleen van hem. Hij beperkt zich niet tot een muziekgenre, maar naast blues put hij ook uit de countryrock, country en jazz. Van de eerste tonen van de soulachtige blues "Too Bad" tot en met het jazzy duet"Jammin' At Lakewest" met Robillard blijft de luisteraar geboeid door de smaakvolle en melodieuze songs. Alleen aan zijn stem hoor je dat Andy nog jong is en hij forceert nergens om dit te verbergen. Mijn persoonlijke favorieten zijn de ongure blues "Too Bad", de slowblues "Tomorrow" en het jazzy vuurwerk van de heren Poxon en Robillard in het al genoemde "Jammin' ...."

Ik was van Andy's eerste cd al behoorlijk onder de indruk en als de groeiende lijn zich voortzet die hij met "Tomorrow" laat horen dan kunnen we nog heel wat van hem verwachten.

Reacties (1)

Pas 21 jaar oud en nu al verschijnt zijn derde cd. Hij is niet de eerste muzikant die al zo jong een succesvolle carrière heeft – denk aan Steve Winwood, Shuggie Otis, Johnny Lang – maar het blijft een bijzonderheid. Mensen als Duke Robillard en Mark Wenner (the Nighthawks) laten zich lovend over hem uit. Voor “Must Be Crazy” krijgt hij steun van Kevin McKendree, die de productie doet, de toetsen bespeelt en samen met Poxon vier nummers heeft geschreven. De overige negen nummers zijn door Poxon zelf geschreven.

Andy Poxon is een uitstekende gitarist, die uit de Texas-/ West-Coast-school van een T-Bone Walker, Pee Wee Crayton en Lowell Fulson komt. De nummers variëren van uptempo jump-blues tot gevoelige ballads. Het album begint met het vlotte “You Must Be Crazy” met explosief gitaarwerk  en eindigt met de swingende instrumental “Rebound”. Daar tussen in horen we juweeltjes als het aan T-Bone Walkers (gitaarspel) herinnerende “Cold Weathr” en het vlotte “Making A Fool”.

Met Must Be Crazy bewijst Andy Poxon niet alleen een talent te zijn, maar ook dat hij een blijvertje is. Aanrader.

Website: www.andypoxon.com

Reacties (1)
Gelukkig zien we ook dat zich steeds meer vrouwen aan de bluesrock wagen. De uit Australië afkomstige Anni Piper is er zo een. Op haar twaalfde begon ze met gitaarspelen en twee jaar later wisselde naar de basgitaar. “Chasin' Tail” is al weer de vierde cd, en wat voor één. Ter zijde gestaan door SRV-lookalike Sam Buckley en drummer Reuben Alexander brengt Anni op deze 11 songs heel wat moois ten gehore, waarvan acht stuks zelfgeschreven zijn door Anni en Sam.
 
Om Sam Buckley slechts een SRV-kopie te noemen doet hem onrecht; hij heeft duidelijk toch een eigen stijl ontwikkeld. Piper is een uitstekende bassiste en ook qua zang staat ze haar mannetje. Alexander ondersteunt de hele zaak met zijn strakke drumwerk.
De acht eigen nummers hebben grote indruk op mij gemaakt en ook de covers worden goed uitgevoerd. Freddie Kings “Hide Away” en Jimi Hendrix' “Voodoo Child (Slight Return)”, waar het wahwah-pedaal behoorlijk wordt gebruikt, krijgen een hele goede behandeling. Wat hier gebracht wordt is Bluesrock (met een grote 'B'), maar ook ballads of funkier werk wordt absoluut niet geschuwd. In de slowblues “If You Be My Baby” komt een behoorlijke rauwheid in haar stem naar boven, wat dit nummer een extra dimensie geeft. Een knappe ballad is “Chi Sau”, waarin Piper een stevige, maar melodische baslijn neerzet. Dit samen met de strakke drum heeft Buckley de nodige ruimte hele mooie dingen uit zijn instrument te halen. Tussen het geweld van de al eerder genoemde classics “Hide Away” en “Voodoo Child” zorgt de wat rustigere shuffle “Great Big Baby” voor een klein rustpuntje. Maar wat voor één!
 
Na beluistering kom ik tot de conclusie dat Anni & haar mannen een prachtige cd hebben gemaakt. Er wordt goed en professioneel op gemusiceerd en, hoewel het een stevig album, wordt er niets geforceerd en is vrij relaxed. Het komt op mij over alsof ze zich niet koste wat kost moeten bewijzen. Wat ze doen doen ze goed. Punt!
Lees meer...   (1 reactie)

Met “Songs From Room 111” heeft de Nederlandse bluesrockformatie Bas Paardekooper & the Blew Crue een meer dan uitstekend derde album uitgebracht. Nadat ik ook nog even de eerdere cd’s van de band heb beluisterd is een duidelijke groei vast te stellen. De band bestaat naast zanger, gitarist en naamgever Bas Paardekooper uit organist Wouter Hoek, Roel van Leeuwen (drums) en André de Bruijn (bas).

Stevige bluesrock is de rode lijn op het hele album, zoals meteen duidelijk wordt met de openingssong “Songs From Room 111” en een song als “Lose The Blues”. Maar de heren kunnen nog meer en uitstapjes naar songs met een jazzy feeling als “Angel Walk With Me” en een ballad als “Why A Man Needs A Woman” laten dat duidelijk horen.

BarnOwlBlues vindt dit een geweldig bluesalbum en het toont eens te meer aan dat Bas en zijn band tot de top horen van de Nederlandse bluesrockwereld.

Website: www.baspaardekooper.nl

Reacties

De band is gevormd rond zanger/gitarist Chris 'Big Papa' Thayer en bestaat uit bassist Stevie Brown, drummer Ray Wilson, pianist John Mila de la Roca, saxofonist Marurice Oliva en trompettist Marques Crews. Samen vormen een meer dan uitstekende jumpbluesband uit Californië. In de VS heeft iedereen ze wel eens gehoord, want hun song "Go Big Papa!"  wordt gebruikt in een commercial van een of ander bij ons onbekend pizzamerk. 

Vanaf de eerste song, het swingende "Papa's In Da House" tot en met de afsluiter, de pianoblues "My Way Back Home" raast het album als een wervelwind uit de speakers door het huis. Thayer heeft een lekkere soepele stem en is een meer dan goed gitarist en dat hij vooral in de songs "The More Things Change" en "Wait Till Yo Daddy Getz Home". De blazerssectie is onontbeerlijk voor het geluid van de band en de ritmesectie vormen het stevige fundament waarop de rest van de band de songs uitbouwt. Mij persoonlijke favoriet is "Crazy 'Bout The Girl", waarop gastgitarist-extraordinair (zo mag je hem best noemen) Gino Matteo samen met Thayer fantastisch werk levert. Het album bestaat uit twaalf eigen songs en een cover, "Murder In The First Degree", dat is geschreven door Honey Piazza en bekend is van Rod Piazza and the Mighty Flyers.  

Conclusie: Een leuk album met een paar erg goede songs, maar zeker met een prima sfeer. Uitstekend geschikt om een feestje mee op te fleuren. Je kunt gewoon niet blijven stilzitten.

Reacties (2)
Pieter van der Pluijm, de naam waaronder Big Pete door het dagelijkse leven gaat, heeft al een behoorlijke reputatie als mondharmonicaspeler opgebouwd. Hij werd ooit gekozen om deel te nemen aan de Europese versie van de Lester Butler Tribute Tour met de leden van de originele Lester Butler Band. Daarnaast heeft hij gespeeld en albums uitgebracht met de Strikes, de Backbones en als laatste bij M.O.C.T. Door zijn reputatie wordt hij ook gevraagd artiesten als Mitch Kashmar, Monster Mike Welch, Matt Schofield en Ian Siegal te begeleiden.
Met “Choice Cuts” heeft hij nu zijn eerste solo-album uitgebracht. Een album dat bestaat uit dertien songs van Willie Dixon, Albert King, Lester Butler, Howlin' Wolf en Little Walter. Het album is uitgebracht door het Amerikaanse Delta Groove-label en Pieter wordt hierop begeleid door andere muzikanten, die bij het label onder contract zijn. En met namen als Kim Wilson, Paul Oscher, Al Blake, Johnny Dyer, Alex Schultz, Jimi Bott en Kirk Fletcher zijn dit zeker niet de minsten.
De eerste tonen van de opener “Driftin'” van zijn voorbeeld Lester Butler doen je meteen in de zompige moerassen van de Mississippi Delta wanen. Net te geloven dat hij gewoon uit de Hollandse klei is getrokken. Albert Kings “Can't You What You're Doing To Me” is een lekker licht deuntje met een hoofdrol voor de gitaar, die gelukkig niet de grote King na doet maar zijn eigen weg gaat. Met het Jimmy Rogers nummer “Act Like You Love Me” is de harmonica weer aan de beurt. Het is een uitstekend uitgevoerde song dat doet denken aan Chicago in de vroege vijftiger jaren.
En zo gaat het hele album door. Het is een muzikale reis tussen Mississippi en Chicago en het geeft echt de indruk dat Pieter in het verkeerde land en op het verkeerde tijdstip is geboren. De band staat als een huis en, hoewel het stuk voor stuk zelf bluessterren zijn, is en blijft Big Pete de grote man. Nummers die het verder waard zijn te vermelden zijn het energieke “Don't Start Crying Now”, mijn favoriet “I Was Fooled” dat muzikaal gezien gewoon een feestje is, de instrumental “Chromatic Crumbs” en het weer aan de Chicago vijftiger herinnerende “I'm A Business Man”.
 
Conclusie
Kortom een prima album, waarmee Big Pete bewijst niet alleen in Nederland maar ook ver daarbuiten tot de harmonica-elita te horen.
 
 
Meer informatie op : www.big-pete.nl
Lees meer...   (4 reacties)

Zowel in eigen land als internationaal begint Big Pete steeds meer naam te maken. Pieter van der Pluijm, zoals hij buiten de muziek door het leven gaat, heeft de aandacht op zich weten te vestigen vanaf het moment dat hij met de Lester Butler Tribute Band heeft rondgetoerd. Zijn eerste cd “Choice Cuts” uit 2011 werd lovend ontvangen en leverde hem een nominatie op voor een Blues Music Award.

In 2014 trad Big Pete met zijn band op tijdens het Bluesnow! Festival in het Zwitserse Basel. Van dit optreden zijn opnamen gemaakt, die nu onder de naam “Live At Bluesnow!” zijn uitgebracht. Naast Pete (zang, harmonica) bestaat de band uit Sander Kooiman (gitaar), Wuff Maes (drums) en Erkan Özdemir (bas). Het voordeel van het spelen op een festival is dat er nog andere muzikanten aanwezig zijn. En drie ervan – en niet de minste (“Monster” Mike Welch, Anthony Geraci, Kid Ramos) zijn als gastmuzikanten te horen. De opnamen zijn zonder trucs of ander gedoe op de schijf gezet. Een puurdere en eerlijkere registratie kun je niet krijgen. Wuff en Erkan houden de boel strak en de andere heren hebben hiermee een stevig fundament, waarop zij hun kunsten kunnen vertonen. Het was een geweldige show met opwindende blues en het is navenant genieten met de cd. De meeste indruk maken op mij “Come On In This House”, “6-45” met een vlammende gitaarsolo van Welch, en, mede door de toetsen van Geraci, de slowblues “Ball And Chain”.

Grandioos. Mooi dat we door middel van deze cd getuige kunnen zijn van dit optreden.

Website: www.big-pete.nl

Reacties (2)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl