barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Met zijn oude band The Dirty Aces heeft de uit Groot-Brittannië afkomstige  Giles Robson als mondharmonaspeler al flink naam weten te maken. Mondschuifcollega’s als Paul Jones en Sugar Blue noemen hem een van de beste ter wereld. “For Those Who Need The Blues” is de eerste soloplaat die hij uitbrengt. Hierop wordt hij vergezeld door gitarist Andy Knight, bassist Jeff Walker en drummer Darren Crome.

Bij het beluisteren van het album voel je je teruggevoerd naar de tijd van Muddy Waters met Little Walter of de vroege jaren van de Fabulous Thunderbirds. Het klinkt puur, rauw en opwindend. Dat wordt meteen duidelijk bij de opener “Shady Heart”. De twee instrumentals, “Andy Steps Out” met een hoofdrol voor gitarist Andy Knight, en “G.R. Shuffle” swingen dat het een lieve lust is. En “Summa That Good Stuff” doet mij denken aan Dr. Feelgood. Maar niet alleen van de muziek valt te genieten. Ook de teksten gaan nog ergens over. Reden te meer om er rustig voor te gaan zitten en de muziek op je in te laten werken. Bijzonder fraai is het laatste nummer “A Walter Shade Of Blue”, een eerbetoon aan Little Walter.

Op 21 januari 2017 treedt Giles Robson samen met James Harman en Magic Dick op in de North Sea Jazz Club. Een gelegenheid om te zien of hij zich tegenover deze twee legendes staande weet te houden.

Website: www.gilesrobson.com


Reacties (1)

Hij is nog geen veertig, maar heeft al ruim vijfentwintig jaar bandervaring. De uit Vancouver, Canada afkomstige gitarist begon al op zijn elfde met een eigen bandje en hij kan op dat gebied al een oude rot worden genoemd. En nu eindelijk na vele jaren optreden, vele tournees en het begeleiden van anderen op hun opnamen heeft James ‘Buddy’ Rogers de kans gekregen een eerste eigen cd te maken.

Samen met zijn vriend en producent van het album Tom Lavin heeft hij de tien nummers zelf geschreven. Als begeleiders doen de al genoemde Lavin op tweede gitaar en Mike Kalanj op Hammondorgel mee, terwijl de bassisten Bill Hux en Ivan Duben en de drummers Bill Runge en Tony Marryatt deze rollen afwisselend voor hun rekening nemen.

De openingstrack is de titelsong van het album met de wat zielig aandoende benaming “My Guitar’s My Only Friend”. Het zou zo maar uit de koker van Albert King kunnen zijn gekomen. Met het jazzachtige “Let’s Get Loose” zet de band een prima groove neer, terwijl “I’m On The Road Again” wat steviger is en zo af en toe doet denken aan ZZ Top. Het is duidelijk dat Rogers een uitstekende gitarist, maar zijn zang kan mij niet overal echt overtuigen; die is wat te vlak en er ontbreekt net dat stukje emotie dat je in de blues nodig hebt. Ook de ritmesectie is vaak wat te statisch en komen pas los bij de meer jazzy nummers. De beste songs zijn voor mij “Guitar Sue”, waarin Rogers zijn gitaar lekker laat meespreken, en het funky “DAWG”.

Conclusie: Ondanks de twee punten van kritiek is het op zich een heel aardig album geworden. Rogers is een uitstekende gitarist en weet leuke songs te schrijven. Als hij zijn zang wat emotioneler weet te maken en de band een tikje meer gaat swingen dan hebben we hier zeker een goede aanwinst.

Reacties (1)

Jari ‘Jarkka’ Rissanen is een Finse gitarist die al heel wat jaren meeloopt in het muziekwereldje. Met de band Tonal Box Trio heeft hij zo’n beetje de hele wereld bereisd. Omringd door de woestijnzonen Markus Väisänen (gitaar), Tatu Back (bas), Esa Kärki (drums) en Marko Salmela (conga’s, percussie) heeft hij de volledig instrumentale cd “Hybrid Soul” uitgebracht, die is verschenen op het Finse label Humu Records.

De tien nummers, die op de cd staan, zijn allemaal rustig en laidback. Lekker voor op de achtergrond als je een boek aan het lezen bent of iets anders aan het doen bent waar je niet door wordt afgeleid. De term liftmuziek schiet me te binnen. Het stoort niet, maar doet verder ook niets. Niet dat er niet goed wordt gemusiceerd. Integendeel, dat kunnen de vijf heren wel. Maar nergens op de cd hoor ik iets dat het hart wat sneller doet slaan.

Er zijn ongetwijfeld luisteraars die dit prachtig vinden, maar aan mij is het niet besteed.

Website: http://www.humurecords.com/jarkkarissanenpresseng.html

Reacties

Enkele jaren geleden bracht de Jack Roberts Harvey Band een goed ontvangen cd uit en nu, herdoopt tot Jim Roberts and the Resonants met Jack, Roberts en Harvey als kern is “Beneath The Blood Moon” uitgekomen. Naamgever Jim Roberts (de alias van James R. Poggensee) zingt en bespeelt de slide- en cigarbox gitaren, Mike Harvey drumt en Tony Jack Grigsby bespeelt de bas op vijf nummers. Op vier nummers wordt de bas bespeeld door Rick Hollander. En verder horen we op een aantal nummers Grant Cihlar (slidegitaar), Nathan Rivera (accordeon), Felix Flanagan (harmonica) en Mike Finnigan (Hammond B3, piano).

Op “Beneath The Blood Moon” staan tien originele nummers, die door Roberts alleen of in samenwerking met Jack, Harvey en Hollander zijn  geschreven. Het zijn tien uitstekend geschreven en uitgevoerde nummers. De band beweegt zich ergens tussen downhome Mississippi en Louisiana blues en southern rock. Het geheel staat als een huis. Een goede basis, strak gehouden door bas en drums, waarop de overige muzikanten verder kunnen bouwen. Mijn persoonlijke favorieten zijn het lekker groovende “Tupelo Fool” en het akoestische “The Hell Hound’s Due”, met begeleiding van Roberts resonatorgitaar en de harmonica van Felix Flanagan. Prima werk.

Website: www.jimrobertsandtheresonants.com

Reacties (3)

Na een bezoek aan Dublin raakte de Canadese singer-songwriter John Richard zo onder de indruk van wat hij daar had ervaren dat zijn tweede album hierop zijn geïnspireerd. De cd, die de passende titel “Lost In Dublin” kreeg staan zeven nummers, waarvan zes eigen werk zijn.

De cd begint met de enige cover, een geheel eigen versie van Rory Gallaghers “I Fall Apart”. Prachtig gezongen en gespeeld. Al met dit nummer komt een van de talenten van Richard naar voren, namelijk zijn smaakvolle gitaarspel en mooie soulvolle stemgeluid. De overige nummers zijn eigen composities, al dan niet samen met anderen geschreven. En hier kan, zoals een goed singer-songwriter betaamt, Richard zijn ziel en zaligheid in kwijt. En dat is, zo blijkt, een van zijn andere talenten. Zeer persoonlijke nummers over hartzeer zijn “I Can’t Help It” en “Wish You’d Come With Me”. En prachtig is het dreigende “Black Church” over een dronkelap die zichzelf terugvindt in een oude sinistere kerk. Een prachtige cd.

Website: www.johnrichardmusic.ca

Reacties (3)

Toen ik de cd de eerste keer beluisterde – ik zat toen in de auto – had ik in het begin iets van “Mja, klinkt lekker”. Maar hoe meer reis en cd vorderde hoe meer ik werd aangestoken door de muziek. En eigenlijk had ik geen zin om die dag uit te stappen en aan het werk te gaan. Een flinke dosis zelfdiscipline was nodig om mijzelf te overwinnen.

Kat Riggins is woonachtig in Miami, maar dat had wat muziek betreft net zo goed in Memphis kunnen zijn. Haar muziek is diepe soulblues, die met volle overtuiging wordt gebracht. Op “Blues Revival” wordt zij begeleid door gitarist, toetsenist Darrell Raines, bassist George Caldwell en drummer Doc Allison. Acht van de tien nummers zijn door Kat geschreven.  Ik noemde al Memphis, maar met het voorbehoud dat het voor de Memphis-sound zo typerende blazersgeluid hier praktisch ontbreekt. Alleen op het eerste nummer “Now I See (Ooh Wee)” is een saxofoon te horen. In dit soulblues nummer laat Kat horen waar zij vocaal toe in staat is; en dat is niet gering. Verder wordt het nummer behoorlijk gedomineerd door de gitaar van Raines. Op het album vinden verder een goede mix van swingende uptempo songs tot gevoelige ballads. Een van de twee covers is het van Sam Cooke en Otis Redding bekende “A Change Is Gonna Come”, een nummer dat alleen gecovered zou mogen worden als dit met respectvolle zorgvuldigheid wordt gedaan. En Kat is daar prima in geslaagd. Naast Kats eigen “Good Girl Blues” is dit mijn favoriete nummer op de cd.

O ja, ’s avonds op de terugweg naar huis had ik het geluk in een file terecht te komen. Zo kon ik de cd in zijn geheel beluisteren. 

Website: www.katriggins.com

Reacties (1)
“Blues Is Blues” is de derde cd van zangeres en harmonicaspeelster Kellie Rucker. Zij combineert blues met rock, americana en zydeco en de luisteraar krijgt op die manier een pittige maaltijd voorgezet. Kellie zit al meer dan 25 jaar in de muziek en heeft gespeeld met uiteenlopende artiesten als Dizzy Gillespie, Stephen Stills, Albert Collins, James Cotton, ZZ Top, Dan Hicks, Warren Zevon, Little Feat en B.B. King. Ook in Nederland is zij geen onbekende en heeft al diverse opwindende optredens op haar naam staan.
Met deze cd presenteert zij twaalf eigen nummers, waarvan zij er elf met een ander heeft geschreven en er twee geheel van eigen hand zijn, en één cover. Dit album is tot stand gekomen met hulp van gitaargiganten Jon Butcher en Alan Mirikitani en drummer Michael Barsimanto, die ook meeschreven aan een aantal songs.
Met de opener “Mississippi Rain” graaft Kellie diep in de Mississippiblues, met een heerlijke lowdown harmonica, prachtig gitaarwerk en haar rauwe naar Bonnie Raitt neigende stem zet zij alvast een binnenkomer van jewelste neer. Het volgende nummer “Wild Wild West” knalt zo'n beetje de speakers uit. Prachtig gitaarduel aan het eind. “Blues Is Blues” schakelt een tandje terug, een ballade met Hammondbegeleiding. Om met “Nothin' To Lose” weer een versnelling hoger te gaan.  Op “You're Leavin' Me” wordt zij begeleid door een jagende slidegitaar. “In The Meantime” heeft een springerige begeleiding, waar Kellie's rauwe stem in een eigen tempo overheen gaat, waardoor een mooie spanning staat. “Life Of Crime” volgt als uptempo song. De eerste treurige harmonicatonen geven al de droefheid van “Love And War” aan, een kort nummer over een verloren liefde. De treurnis houdt nog even aan op het ingetogen gezongen, akoestische “Church Of Texas”.  Met “Talk To Me” is het weer gedaan met de rust. Een funky meezinger. En “Kiss Me” is een verzoek dat toch moeilijk te weerstaan is. “Rollin' & Tumblin'”is de zoveelste versie van het bekende nummer, maar toch weet zij er een heel eigen versie van te maken. Met de gevoelig ballade “Had We Not” is is deze cd helaas alweer afgelopen.
 
Kelly Rucker heeft met “Blues Is Blues” een prachtige cd afgeleverd. Stevig geworteld in de blues, rauw, lowdown & dirty. Een aanrader!
 
Kellie Rucker & Richie Arndt
Lees meer...   (1 reactie)

"Speelt gitaar als Stevie Ray Vaughan, zingt als Janis Joplin", dat is het motto waarmee ons een idee wordt gegeven waar Kelly Richey voor staat. Dat zijn toch heel grote schoenen. Nu is Kelly niet de eerste de beste. "Sweet Spirit" is al het 15e album dat zij sinds 1994 heeft uitgebracht.  Het powertrio, want zo mag je het gerust noemen, bestaat verder uit bassist Freekbass en drummer Robby Cosenza. Verder doet Duane Lundy nog mee op percussie en op een aantal nummers worden nog wat anderen ingevlogen. De tien nummers van dit album zijn allemaal geschreven door Kelly Richey.

Met "Feelin' Under" gaat het meteen goed van start. Het is een stevige rocksong gebouwd op een strakke en swingende begeleiding. Stem en gitaar doen denken aan de hoogtijdagen van de harde bluesrock à la Led Zeppelin, Livin' Blues om er maar een paar te noemen.  Onverminderd ruig gaat het door met het dreigende "I Went Down Easy" en de knallende "Leavin' It All Behind"  en "Something Going On". Kelly Richey is een uitstekende en opwindende gitarist en haar rauwe stem pas uitstekende bij het ruigere rockwerk. Dat het ook wat rustiger kan bewijst Kelly in de ballade "Everybody Needs A Change". Lieflijk gezongen, fraaie samenzang, verlicht met de piano van Bernie Wornell en een relaxte gitaarsolo. Lekker om even op adem te komen. Met de rust is het weer gedaan vanaf de eerste gitaarlicks van "Fast Drivin' Mama", een stevige rocker, en "One Way Ticket", dat net zo hard stampt.  Fraai is hier het stukje met de funky bassolo met alleen de zang van Kelly er overheen. In "Risin' Sun" gaat het geweld weer een streepje omlaag. Ook in dit nummer laat Kelly horen dat zij niet alleen over een rauwe stemgeluid beschikt, maar ook 'normaal' kan zingen. Leuk detail zijn de meerdere over elkaar gelegde gitaarsolo's. "Dyin'"  is een rustige ballad, mooi gezongen en alleen begeleid met fraaie gitaarklanken. Het laatste nummer is de swingende blues "Hard Working Woman" met lekkere vluchtige gitaartonen.

Conclusie: na een stampende rockende snoeiharde start laat Kelly horen dat zij ballads en blues ook in de vingers heeft. In ieder geval voor de liefhebbers van ouderwetse hardrockende blues zeker waard om te beluisteren.

Reacties (1)

Al een kleine dertig jaar zorgt Kelly Richey voor plaatselijke aardbevingen met haar rauwe bluesrock. De Kelly Richey Band bestaat sinds 1990 en met “Shakedown Soul” verschijnt haar zestiende album. Wat gitaarspel betreft is Kelly duidelijk beïnvloed door Stevie Ray Vaughan en Jimi Hendrix.

Op “Shakedown Soul” staan tien zelfgeschreven nummers die zich stuk voor stuk tot het rauwste en ruigste deel van de bluesrock kunnen rekenen. Bang voor experimenten is zij echter niet, wat te horen aan het gebruik van loops en scratching. Het is niet echt mijn smaak. Het zal een cd zijn die ik zelf niet vaak zal draaien. Maar de eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat het muzikaal goed in elkaar zit. Liefhebbers van deze uiterst rauwe en ruige rock komen hier zeker aan hun trekken.

Website: www.kellyrichey.com

Reacties (1)
Als je Leadfoot Rivet hoort zou je niet zeggen dat hij een Fransman is. Hoewel hij wel wat verre familie in Louisiana schijnt te hebben is hij toch geboren en getogen in Frankrijk. Al sinds 1962 is deze Alain Rivet actief in de muziek. Begonnen met diverse bandjes, en passant maakte hij nog deel uit van de Franse cast van de musical 'Hair', kreeg hij gaandeweg steeds meer gevoel voor de blues. Op zijn vele reizen naar de VS deelde hij het podium met artiesten als Bo Diddley, Gatemouth Brown, Kevin Ayers, Larry Garner en Homesick James om er maar een paar te noemen.
Hij heeft inmiddels een achttal albums gemaakt en op zijn laatste “Welcome To My Mongrel Music World!” wordt hij niet door de minste musici begeleid. Zijn vaste band bestaat uit gitarist Pat Baudot-Lamot, bassist Chris Mellies en drummer Stephane Avellaneda. Daarnaast doen nog Fred Chapellier (ook bekend als de Franse Roy Buchanan), Jean-Paul Avellaneda, John Mooney en Tom Principato mee. En dan haal je toch heel wat in huis.
Rivet speelt een mengelmoes van blues, fado en swampmusic, terwijl ik ook wat Argentijns en Mexicaanse invloeden hoor. Gooi dit allemaal door elkaar en je hebt “Mongrel Music”. We krijgen in de zeventien songs op de ruim 65 minuten durende cd inderdaad van alles voorgeschoteld. Van de diepste Louisiana swampblues tot en met gospel; het zit er allemaal in. Door het gebruik van niet altijd gangbare instrumenten krijgt het geheel daarbij ook nog eens een flinke scheut Americana c.q. Roots mee. Vooral Fred Chapellier komt met van alles wat snaren heeft op de proppen: elektrische sitar, mandoline, bouzouki, cister (een soort middeleeuwse gitaar) en diverse normale gitaren. Die man beheerst werkelijk van alles.
De meeste songs zijn door Rivet zelf geschreven en de teksten, die in het meegeleverde boekje zijn na te lezen, hebben soms een wat komisch-autobiografische inslag terwijl die van andere weer ontroeren.
De eerste twee songs “Split Personality” en de gospelachtige “I Feel Like I'm Sinking” geven de indruk dat het niet zo goed gaat met meneer Rivet. Maar dat valt verder gelukkig allemaal mee. Ik licht er verder nog een paar uit. “Friend Lover Wife” is een puur liefdesliedje, terwijl in de droevige slowblues “She Put The Jinx On Me” de liefde weer helemaal voorbij schijnt te zijn. Mede door Chapelliers mandolinespel krijgt de song een extra treurige lading. “Them Changes” is een met sinistere stem gezongen rockende blues met een prachtige gitaarsolo van Jean-Paul Avellaneda. In “Mongrel Music” wordt op gepaste wijze uitgelegd waar dit begrip nu eigenlijk voor staat. “Apples Dipped In Candy” is een lekker bluesy niemendalletje, terwijl “Dead End Avenue” op serieuze wijze het uitzichtloze bestaan van een paar mislukkelingen beschrijft. Door het gebruik van mandoline en slide komt Ry Cooder nog even om de hoek kijken. In “A Godsend” zit heel wat maatschappijkritiek verborgen. Goed luisterend naar de tekst van “I'll Find The Exit” ga je toch weer twijfelen aan 's mans geestelijk gesteldheid, maar gelukkig voor ons weet hij deze wanhoop in een fraai stuk Cooder-achtige muziek te verpakken. “How I Love Them Good Ole' Blues” is een waardig afsluiter van dit album. Een lekkere blues om nog even na te sudderen.
 
BarnOwlBlues vindt:
Een uitstekend album. Blues met wat invloeden van buitenaf en nog steeds Blues met een grote 'B'. Vijfenzestig minuten Genieten met een grote 'G'. Absolute topklasse. Als hij ooit nog eens Amerikaan wil worden dan hoeft hij alleen maar dit album mee te nemen; een inburgeringsexamen is dan niet meer nodig. 
Lees meer...   (7 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl