barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Met “Butterflies And Snakes” heeft de uit Californië afkomstige Crooked Eye Tommy onlangs hun debuut album uitgebracht. Naamgever Tommy Marsh is 53 jaar oud, maar beter laat dan nooit. De band bestaat uit de al genoemde zanger/gitarist Tommy, diens broer Paddy (zang, gitaar), Glade Rasmussen (bas), Tony Cicero (drums) en Jimmy Calire (saxofoon, piano, Hammond B3).

Van de elf songs op het album zijn er acht van de hand van Tommy. De overige drie neemt broer Paddy zowel als schrijver en zanger voor zijn rekening. De band is vernoemd naar de bijnaam van Tommy. Hij werd namelijk geboren met twee luie ogen en in het eerste nummer “Crooked Eye Tommy” vertelt hij over de denkbeeldige discussie tussen het verplegend personeel en het bezoek over deze ‘handicap’. Zoals gezegd is de band afkomstig uit Californië, maar wat stijl betreft staan zij tot aan hun enkels in de Mississippi klei. Elf uitstekend songs, die variëren van down home blues, tot rockers en ballads. De band is uitstekend op elkaar ingespeeld en hebben zo een prima cd neergezet. Mijn favoriete songs zijn de blues shuffles “I Stole The Blues” en “Somebody’s Got To Pay” en het dansbare “Love Divine” met mooi dubbel gitaarwerk van de gebroeders Marsh.

Zeker een ontdekking, deze Crooked Eye Tommy. Op de cd klinken zij al energiek en opwindend, dat belooft wat voor een liveoptreden. Wie durft het aan om ze naar Nederland te halen?

Website: www.crookedeyetommy.com


Reacties (2)
De naam Dudley Taft zal velen niets zeggen. Mij kwam hij in ieder geval niet bekend voor en dat wil toch wat zeggen. Toch draait deze man al geruime tijd mee in de muziek. Geboren in 1966 in Washington DC en opgegroeid in het Middenwesten van de VS verhuisde hij in 1990 naar Seattle. Daar maakte hij deel uit van bands als Sweet Water en Second Coming. Daarnaast speelde hij vaak samen met zijn vrienden uit Alice In Chains. Hij komt uit een familie die succes heeft in zaken, de advocatuur e.d., maar Dudley koos voor de muziek. Een slechte keuze? We gaan hem eens beluisteren. Het album “Left For Dead” is al in 2010 in de VS uitgebracht, maar wordt nu door het Duitse MIG-label. Taft wordt begeleid door bassist John Kessler en drummer Scott Vogel.
Meteen bij de eerste tonen van de opener “Ain't No Game” is duidelijk welke kant we hier opgaan. Namelijk snoeiharde, recht-voor-zijn-raapse, 'take no prisoners'-achtige bluesrock. Duidelijk geschoeid op Texasblues, terwijl hij speelt alsof Robert Johnsons hellhounds hem op de hielen zitten. Dit wordt gevolgd door het Willie Dixon nummer “Back Door Man”, een song die al vele malen is nagespeeld, maar volgens mij nog nooit zo ruig als hier. Met “Broken Down” wordt het weer wat lichtvoetiger. De blazers zorgen zelfs voor een funky randje. Met Freddie Kings “Have You Ever Loved A Woman” krijgen we een lekker hartverscheurende bluesballad voorgeschoteld. Dat het niet allemaal geweld hoeft te zijn bewijst Taft met dit en het volgende nummer, de titelsong “Left For Dead”. Met de rustige zang is het rauwe randje weg en de gitaar krijgt een veel rondere toon. Vooral de grommende slidegitaar geeft het akoestische “When Your Wat Gets Dark” een eenzame en sinistere indruk mee.
Het slepende “Devil's Crown” is een onvervalste rocksong. De stampende begeleiding blijft als een huis staan, terwijl er vooral in de gitaarsolo's flink aan wordt getrokken. Opvallend is hierin de tweede solo, waarin hij beide gitaarpartijen speelt en het met zichzelf opneemt. Echt duister wordt het in het vervolg op de titelsong “Long Way Down (Left For Dead Pt. II)”. Even een rustmomentje met het jazzy “Blue Lady”. Muzikaal gezien een prima nummer, jammer alleen dat de zang wat achterblijft. We keren weer terug naar de blues met Fleetwood Macs “Drifting”. Een meeslepende shuffle, rauwe zang en vlammend gitaarwerk. Zoals we het graag horen. “Seventh Son” van Willie Dixon is steviger, maar blijft door het ritmespel luchtiger dan de meeste songs. Met “If You'll Come Home” en “When The Levee Breaks” zijn we alweer aan het einde van het album gekomen. Laatstgenoemd nummer is een bonustrack, die alleen in de Europese uitgave is opgenomen. Het pompende ritme, waarbij vooral de slidegitaar opvalt, zorgt voor een haast hypnotiserende werking. Het is vergelijkbaar met de versie van Led Zeppelin, maar Taft gaat daar, waar Jimmy Page stopte, nog een stuk verder.
 
Conclusie
Daarover kan ik kort zijn”een goed album. Dudley Taft is hoorbaar geïnspireerd door mensen als Jimmy Page en Peter Green en ook door bands als ZZ Top. Gooi deze ingrediënten bij elkaar, schudt een flink en je hebt: Dudley Taft. Hij behoort nog niet tot de absolute top, maar hij kan zich prima in de hogere regionen bewegen.
Tip voor geïnteresseerden. Dudley Taft doet begin volgend jaar Nederland voor een paar concerten. Voor meer informatie over Dudley Taft en deze concerten: www.dudleytaft.com en zijn vertegenwoordiger in Nederland Blues Farm Agency
 
Lees meer...   (7 reacties)

Met zijn derde album "Screaming In The Wind" heeft Dudley Taft zijn vorig jaar ingeslagen weg op het pad van de bluesrock voortgezet. Was zijn debuutalbum "Left For Dead" nog doorspekt van country- en southern rockinvloeden, met "Deep Deep Blue" van vorig jaar ging hij al wat meer de kant van de rockende blues en dit heeft hij nu met zijn recente cd voortgezet. Zijn begeleiders bestaan uit bassist John Kessler, drummer Jason Patterson en organist Reese Wynans. Voeg daar de blazers bij uit de Muscle Shoal Studio's en je krijgt er een extra dosis soul bij.

Het album bestaat uit twaalf songs, waarvan er negen door Taft zelf zijn geschreven. Het aanbod is een goede mix van stevig rockende bluessongs en ballads en het boeit van begin tot eind. Taft begint met een geheel eigen en haast onherkenbare versie van de Skip James-song "Hard Time Killing Floor Blues" en het van Freddie King bekende "Pack It Up". Het hele aanbod van songs is gewoon goed, maar er zijn er toch een paar die er boven uitsteken en daarom extra worden genoemd. "Red Line" heeft een aanstekelijke riff en briljant gitaarwerk, dat doet denken aan Billy Gibbons, de blues "The Reason Why" met mooie interactie tussen gitaar en orgel, en het rauwe "Sleeping In The Rain".

BarnOwlBlues vindt: Ook met "Screaming In The Wind" heeft Dudley Taft bewezen een bluesrocker van niveau te zijn. Een aanrader voor de liefhebbers.

www.dudleytaft.com

Reacties (2)

Met zijn vierde album “Skin And Bones” bewijst Dudley Taft wederom dat hij een naast een echte bluesrocker ook een prima songwriter is. Tien van de elf nummers zijn door hem geschreven. De enige cover is “Leland Mississippi Blues” van Johnny Winter, een van Dudley's grote voorbeelden. Dudley wordt begeleid door bassist John Kessler, drummer James Patterson en toetsenisten Reese Wynans en Eric Robert. Rachel Williams en Ashley Christensen zorgen voor de achtergrondzang.

Zoals gezegd, Dudley Taft is een bluesrocker en het is dan ook een behoorlijk stevig album geworden. Stevig, doch verfijnd. Bluesrock, de Seattle sound, southern rock, het komt allemaal langs. Maar de basis blijft de blues. Tussen het rockgeweld duiken een aantal prima bluessongs op. De ballad “One Of These Days”, een rustpunt op het album, verdient een aparte vermelding. Het opwindende “Without You” en het uitstekende gitaarwerk in “Ain't Nothing Gonna Stop” zijn twee andere juweeltjes.

Dit album toont Dudley Tafts grote klasse, zijn intelligente teksten en kwaliteiten als songwriter. Aanbevolen voor fans van het stevige blueswerk.

Website: www.dudleytaft.com


Reacties (2)

Hij is geboren in Cuba en opgegroeid in Chicago. In de zeventiger jaren maakte Eddie Turner deel uit van Tracy Nelson & Mother Earth, heeft hij gespeeld bij rockband Zephyr en stond aan de wieg van de Otis Taylor Band voordat hij solo ging. Dit laatste heeft hem diverse prijzen opgeleverd. Met de Trouble Twins, bestaande uit Anna Lisa Hughes (bas, zang) en Kelly Kruse (drums) heeft hij het album “Naked… In Your Face” uitgebracht dat live is opgenomen in The Blues Can in Calgary, Canada.

Het album bestaat uit negen nummers die in total bijna 77 minuten duren. Stuk voor stuk lang uitgesponnen zonder dat het ontaardt in minutenlange vervelende solo’s. Twee ervan zijn covers, een is van de hand van Hughes en de rest van Turner. Opvallend is het ‘live’-gevoel van de opnamen. Het is niet te glad, de mix is niet overal even optimaal. In ieder geval lijkt het erop dat er in de studio niet al te veel aan gesleuteld is. Dat kan een keuze zijn geweest en naar mijn mening is dat ook geen probleem. Het komt het pure van de muziek ten goede. Speciaal wil ik nog de door Hughes gezongen cover “Don’t Let Me Be Misunderstood”, waarbij Turners gitaar en haar zang elkaar uitstekend aanvullen, en het psychedelische en haast hypnotiserende “Dangerous” noemen.

Een goed album, waarbij het live-gevoel goed overkomt.

Website: www.eddiedevilboy.com


Reacties (1)

Hij blijft maar cd’s van hoog niveau afleveren, deze troubadour Eric Bibb. En dit is vooral een prestatie gezien het aantal albums dat hij heeft uitgebracht. Ik tel er zesendertig. Vanuit zijn nieuwe thuisland Finland werkt hij vooral samen met de Finse band North Country Far. Deze band begeleid hem op “The Happiest Man In The World”, waarvoor ook de legendarische bassist Danny Thompson is aangetrokken.

Het album is opgenomen in het Engelse graafschap Norfolk en bestaat uit veertien nummers, waarvan twaalf eigen werk zijn. Bibb excelleert weer in waar hij goed in is, namelijk het maken en vertolken van goed geschreven en lekker in het gehoor liggende nummers. Stuk voor stuk zijn het kleine verhaaltjes in een muzikaal jasje, die het waard zijn om rustig te worden beluisterd. Ik noem hier als voorbeeld “Creole Cafe” en “Prison Of Time”. Bibb heeft een prettige, heldere baritonstem en muzikaal gezien zit het allemaal prima in elkaar. Een bijzonder nummer dat ik hierbij extra wil vermelden is een cover van de Kinks, “You Really Got Me”, dat hier een zeer bijzondere uitvoering krijgt.

Kortom, wederom een bijzonder goede cd van Eric Bibb. Meer vertel ik er niet over, gewoon aanschaffen en genieten.

Website: www.ericbibb.com

Reacties (1)

George Taylor is een multi-instrumentalist en singer-songwriter, die zich muzikaal beweegt in het gebied tussen blues en country. Het wordt americana genoemd of alt-americana. Hang er maar een naampje aan. Met “Rain Or Shine” heeft hij ieder geval tien stukken pure en eerlijke muziek uitgebracht.

Zelf neemt hij zowel de zang als diverse gitaren en de mondharmonica voor zijn rekening en hij wordt verder ondersteund door Justin Douglas (pedal steel, bas, dobro, zang), Blake Lange (percussie), Cody Ground (keyboards) en Jerry Reynolds (fiddle). De songs zijn eigenlijk kleine verhaaltjes en wat stijl betreft krijgen we de volledige breedte van de americana te horen. Het gaat van country & western in “The Hard Way”, folk met “Railroad Song”, de blues in “Harvest Moon” tot countryrock in “Goodnight”.

Een leuk album met een behoorlijke variëteit aan muziek en muzikaliteit.

www.georgetaylormusic.com

Reacties
Vier jaar geleden hadden de heren Theessink en Evans de koppen al eens bij elkaar gestoken, wat toen resulteerde in het prachtige album “Visions”. En blijkbaar vonden zij het de hoogste tijd weer eens iets samen te gaan doen. En voor goede blues is het altijd de hoogste tijd, dus was dit een zeer prijzenswaardig streven.

De al vele jaren in Wenen woonachtige Enschedeër Theessink wordt wel Europa's grootste bluesexport genoemd. Terry Evans is afkomstig uit Vicksburg, Mississippi en kan terugkijken op een carrière van meer dan vijftig jaar. Theessinks donkere bariton en Evans' soulvolle stemgeluid passen uitstekend bij elkaar en ook wat gitaarspel betreft kunnen zij zich aan elkaar meten. Toen Theessink op een gegeven moment Ry Cooder in een aantal nummers te horen zei Evans doodleuk, “dan bel ik hem toch even”. Waarop deze even langskwam en ook nog op een drietal songs te horen is.
 
“Delta Time” is opgenomen in Los Angeles en is gespeend van alle opsmuk. Gewoon twee gitaren, twee zangers en wat achtergrondzang. Meer niet. En meer is ook niet nodig. Dat is meteen bij de eerste song, het titelnummer “Delta Time” duidelijk. Het eerste deel wordt door Hans gezongen, het tweede deel door Terry. De begeleiding bestaat uit de gitaar van Evans en de banjo van Theessink. Het achtergrondkoor geeft het geheel een gospelachtige sfeer mee. Het tweede nummer “Blues Stay Away From Me” is een treurige blues, dat door de slidegitaar van Ry Cooder nog eens een extra melancholische dimensie krijgt. Van de dertien songs op deze cd zijn er vijf van de hand van Theessink en of het nu de originelen zijn of covers; het zin allemaal juweeltjes.
Songs die het waard zijn nog extra te vermelden zijn de bijna negen minuten durende versie van J.B. Lenoirs “Down In Mississippi”, “Shelter From The Storm” met geniaal gitaarwerk van Cooder en het prachtige “Pouring Water On A Drowning Man”. Een song die een beetje uit de boot valt is het vrolijke “The Birds And The Bees”, een nummer dat iedereen wel kent. Leuk details is dat Terry Evans hiermee als lid van The Turnarounds zo'n vijftig jaar geleden al een grote hit had.

Conclusie:
Een fantastisch mooi album. Meer hoef ik er gewoon niet over te zeggen. Toch doe ik het. Hans Theessink en Terry Evans behoren bij die weinige artiesten die geen opsmuk en gedoe nodig hebben om mooie en veelzeggende muziek te maken. Een absolute aanrader.

Down In Mississippi


Lees meer...   (4 reacties)

Naast succesvolle solocarrières blijkt de samenwerking tussen Hans Theessink en Terry Evans zo goed te bevallen dat beiden ook regelmatig samen optreden en opnamen maken. Deze samenwerking heeft geresulteerd in de cd’s “Visions” in 2008 en “Delta Time” in 2012. En nu vonden de heren waarschijnlijk een mooie gelegenheid om een live-cd uit te brengen. “True & Blue”, zoals deze is gaan heten, geeft een deel van een optreden weer dat in Wenen is gehouden.

Waar zij zich op hun andere gezamenlijke albums nog door anderen laten begeleiden – en dat niet door de minsten (Richard Thompson, Ry Cooder) – zijn tijdens dit optreden alleen Hans Theessink en Terry Evans te horen, begeleid door hun eigen gitaren. Het resultaat is een zeer pure en intensieve registratie geworden. De donkere bariton van Theessink en de gospelstem van Evans vullen elkaar heel mooi aan. Ze brengen mooie vertolkingen van Lead Belly’s “Bourgeois Blues”, “Cross Road Blues” van Robert Johnson en “Maybellene” van Chuck Berry. Gelukkig is het duo goed in staat om de songs volledig naar hun eigen hand te zetten, zodat het niet weer een zoveelste vertolking is van…. Vanzelfsprekend worden ook eigen songs uitgevoerd, waarvan Theessinks “Delta Time” voor mij het mooist is. De geluidskwaliteit van het album is niet altijd optimaal te noemen. Soms klinkt de zang wat ver weg. Aan de andere kant betekent dit dat er niet al te veel aan de opnamen is gesleuteld. Dat komt de puurheid van de muziek ook weer ten goede.

Voor liefhebbers van pure en uitgeklede blues is dit album zeker een aanrader. Goed gedaan

Websites: www.theessink.com  www.terryevansmusic.com

Reacties
Van Hans Theessink kan van alles worden gezegd, maar dat hij makkelijk in een hokje laat plaatsen is er niet bij. De bluesman uit Enschede, die al weer vele jaren in Oostenrijk woont, is een hardwerkende en wereldwijd zeer gewaardeerde muzikant en hij is niet bang om zo nu en dan eens een bijzonder project op te pakken. En precies zo'n project is “Jedermann”. Dit stuk, dat gebaseerd is op het middeleeuws Nederlandse verhaal van Elckerlyc, is voor het eerst in 1911 opgevoerd in het Berlijnse Zirkus Schumann en wordt sinds 1920 jaarlijks gespeeld tijdens de Salzburger Festspielen.
Dit jaar kreeg Theessink de eer de muziek hiervoor te verzorgen. De cd “Jedermann Remixed – The Soundtrack” is de verzameling van nummers, die tijdens het spel werden opgevoerd. Naast eigen composities speelt Theessink ook songs van o.m. de Rolling Stones, Tom Waits en Nick Lowe.
 
Het verhaal gaat over de rijke Jedermann, die plotseling oog in oog komt te staan met de dood. Op zijn laatste reis mag hij iedereen en alles meenemen, maar gaandeweg wordt hij door zijn bediende en zijn vrienden verlaten. Uiteindelijk verliest hij ook zijn geld. Uiteindelijk wordt door het Goed en de Hoop zijn ziel gereinigd voordat hij in zijn graf afdaalt. Omdat blues nauw verwant is met de dood en de duivel vond regisseur Hans Rossacher het op zijn plaats het stuk nu eens aan de hand van de blues te vertellen en hij wist zijn vriend Hans Theessink te overreden hiervoor zorg te dragen. Omdat hij gebonden was aan het verhaal speelt Theessink nu nummers die hij anders nooit zou gebruiken.
Het album begint met “Way Down In The Hole” en de heel diep gezongen Johnny Cash-klassieker “The Man Comes Around” als de dood op zoek gaat naar Jedermann. Dan ontmoeten we Jedermann in “No Expectations” en Bo Diddley's “I'm A Man” wordt de laatste reis aanvaard. Het dilemma God/Duivel wordt nog aangetipt in “Satan, Your Kingdom Must Come Down”. Uiteindelijk ontmoet Jedermann de dood in “Cuckoo”, een eigen compositie van Theessink, die al verscheen op zijn cd “Call Me”. Dit lied heeft een diep in de Mississippi Delta gedrenkte atmosfeer.
De reis wordt aanvaard in “Ready For The Ride” en voert via o.m. “Mother's Advice” en Hank Williams' “The Angel Of Death” en de klassieker “Sinner Man” naar het symbolische “People Get Ready”. Na “Sympathy For The Devil”, dat een typische Theessink behandeling krijgt is het album – en daarmee Jedermanns leven – ten einde met “Games People Play”.
 
Hans Theessink is er in geslaagd het aloude Elckerlyc-verhaal op passende wijze van muziek te voorzien door gebruik te maken van bestaande en nieuwe composities. Met het verhaal van Jedermann is het achterhoofd is het een zeer intensief en prachtig album geworden.
 
Lees meer...   (4 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl