barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Wie denkt dat blues alleen maar gaat over ellende, armoe en leed moet toch eens dit album beluisteren. Brad Vickers heeft geen zin in doemdenken en zwartkijken en dat is duidelijk te horen op zijn vierde album met de veelzeggende titel "Great Day In The Morning".

Twaalf van de vijftien songs zijn van de hand van Brad Vickers of Margey Peters. De band bestaat uit zanger/gitarist Vickers en de al genoemde Peters (bas, viool) uit Jim Davis (klarinet/tenorsax), Matt Cowan (bariton-/tenor sax), Dave Gross (staande bas), V. D. King (banjolele), Gina Sicilia (zang), Christine Santelli (zang), Charles Burnham (viool), Michael Bram (mandoline) and Bill Rankin (drums).

Na een kort intro zet de band flink in met het swingend rockende blues "Little Gem" en vervolgt net zo swingend met "Train Goin' Westward Bound", een song met een bluegrass tintje. En binnen  dit stramien beweegt zich de muziek op dit album zo'n beetje. Het zijn over het algemeen vrolijke songs; voor het grootste deel blues, maar ook rags en je hoort zo af en toe ook wat countryinvloeden. Mijn favorieten zijn de countryblues "Sit Down And Talk" en "Saturday Blues" en de bluesrag "Dallas Blues" met aanstekelijk blazerswerk, een lekkere vioolsolo en eindigend als dixieland. Heerlijk.

Wederom een prima album van Brad Vickers & His Vestapolitans. Zeer gevarieerd, avontuurlijk en swingend. Probeer maar eens stil te blijven zitten; dat lukt je niet.

Reacties (2)
Brad Vickers is een man die al vele jaren meedraait in het bluescircuit. De in New York woonachtige Brad heeft gespeeld met Pinetop Perkins, Jimmy Rogers, Chuck Berry, Odetta en vele anderen. En de invloeden van deze grootheden zijn duidelijk te horen in zijn muziek.
Op zijn inmiddels derde cd heeft Brad tien van de vijftien songs zelf of samen met zijn bassiste/violiste Margey Peters geschreven. Margey tekent ook nog voor één nummer en de andere vier zijn covers van Sonny Terry, Tampa Red, J.B. Lenoir en Leroy Carr. En deze namen geven ongeveer de stijl waarin Brad en zijn band spelen. Naast Margey bestaan de Vestapolitans nog uit Arne Englund (piano, gitaar), Jim Davis (tenorsax, klarinet), Matt Cowan (baritonsax) en Bill Rankin (drums). Daarnaast spelen gitarist V.D. King en de producer van de cd Dave Gross op staande bas mee, terwijl Bobby Radcliff op vier songs de sologitaar hanteert.
 
Vanaf de eerste song, het titelnummer “Traveling Fool” is duidelijk welke kant we met deze cd opgaan. Een vrolijk aandoend rockachtig bluesnummer in de stijl van Chuck Berry. En dat wordt met het tweede nummer “Because I Love You That Way”, dat mij in eerste instantie aan Lowell Fulson deed denken, bevestigd. Maar denk niet dat de cd in deze stijl blijft. Het derde nummer, Sonny Terry's “Diggin' My Potatoes” klinkt door Margey's viool ineens heel erg country-achtig. Een leuke versie van deze klassieker. Ook echte blues (“Leave Me Be”), jumpblues (“Without Moolah”) en zelfs jazz en ragtime (“Glad Rags” en “In My Dream”) passeren de revue. Maar het grootste deel bestaat uit rockige blues. Gewoon lekkere muziek dus.
Gitarist Bobby Radcliff mag zich op vier nummers lekker uitleven en mede door zijn akoestische solo op “Skeeter Song” is dit voor mij een van de beste nummers van het album geworden. Leuk detail is de begrafenismars nadat eindelijk de 'skeeter' (= mug) is doodgeslagen.
 
Kortom, een zeer gevarieerde en leuke cd, die door het gebruik van de blazers vooral doet denken aan de gloriejaren van Chess in de vijftiger en zestiger jaren.  
Lees meer...   (3 reacties)

Het spelen van traditionele blues, jazz en rags was altijd al een van de kenmerken van de muziek van Brad Vickers & His Vestapolitans. En ook op zijn vijfde album, “That's What They Say” is dit rijk vertegenwoordigd. Vickers heeft het vak geleerd in de bands van Hubert Sumlin, Jimmy Rogers, Bo Diddley en Pinetop Perkins, om er maar een paar te noemen.

Het album begint met twee covers, “Seminole Blues” van Tampa Red en de traditional “Don't You Love Your Daddy No More?”, dat hier in de stijl van Lead Belly wordt gespeeld. De overige dertien nummers zijn geschreven door Vickers of zijn partner Margey Peters, die op het album ook de fiddle en de bas speelt en een deel van het zangwerk op zich neemt. Het aanbod varieert van blues en rags tot country (“Mountain Sparrow”), gospel (“Fightin'”) en rags (“Twenty-first Century Rag”). De teksten zijn afwisselend maatschappij-kritisch, zoals in “Fightin'” (fightin' in the name of the Lord) en komisch als in “Mama's Cookin'”. Door het gebruik van voornamelijk akoestische instrumenten en niet in de laatste plaats de fiddle doet het allemaal lekker ouderwets aan zonder gedateerd te klinken.

Ook zijn vijfde album staat vol met gevarieerd materiaal. Achtenveertig minuten verdeeld over vijftien nummers met hoogwaardig luisterplezier.

Website: www.bradvickers.com

Reacties (3)

Als Lightnin’ Guy nam onze zuiderbuur Guy Verlinde in de afgelopen jaren al zeven uitstekende albums op. Dit samen met prima prestaties op het podium heeft hij een behoorlijke reputatie gevestigd. En met zo’n reputatie heb je nu eenmaal een naam hoog te houden.

Voor zijn nieuwe album “Better Days Ahead” heeft hij zijn artiestennaam afgelegd. Met elf zelfgeschreven songs bewijst hij eens te meer een uitstekend songschrijver te zijn. Omringd door mensen als gitarist Luc Alexander, harmonicaman Steven Troch, organist Patrick Cuyvers om er maar een paar te noemen heeft Verlinde een juweel van een album afgeleverd. De songs zij stevig geworteld in de blues, maar hij is niet bang voor uitstapjes naar country en rock. Bijzonder mooi zijn naar mijn mening “Sacred Ground” en “Don’t Tell Me That You Love Me”.

Een prima album. Krachtig, persoonlijk en verder gewoon goed. Een aanbeveling waard.

Website: www.guyverlinde.com


Reacties

Met een keur aan muziekcollega’s heeft de uit Gent afkomstige Guy Verlinde onlangs zijn recente album “Rooted In The Blues” uitgebracht. De dertien nummers zijn allemaal eigen werk en zitten al geruime tijd in het repertoire van Verlinde. Met behulp van Richard van Bergen (gitaar, achtergrondzang), Patrick Cuyvers (piano, hammond), Steven Troch (harmonica), René Stock (basgitaar, contrabas) en Frederik van den Berghe (drums, percussie) is het album op 8 en 9 januari jl. opgenomen.

“Rooted In The Blues” is een prima gekozen titel, want het is blues, blues en nog eens blues wat we te horen krijgen. Shuffle, boogie, slowblues, het zit er allemaal bij. Waarschijnlijk omdat het album in relatief korte tijd is opgenomen is het ‘live’-gevoel goed bewaard gebleven. Mijn persoonlijke favorieten zijn “Soul Jivin’”, waarin Guy vertelt hoe hij tot de blues gekomen is, het treurige “I’d Rather Feel Lonely Tonight” en het door de slidegitaar overheerste “Take Your Time”.

“Rooted In The Blues” is weer een uitstekend album van Guy Verlinde. Authentiek, origineel en spontaan. Prima werk.

Website: www.guyverlinde.com

Reacties (1)

In Italië is Linda Valori wereldberoemd. Ze timmert er al jaren aan de weg, heeft diverse festivals en prijzen gewonnen en een hele serie hits op haar naam staan. Met "Days Like This" wil ze haar vleugels uitslaan, laten horen waar haar invloeden vandaan komen en zich buiten Italië ook eens goed laten horen. En omdat haar invloeden uit de blues en soul komen kun je toch het beste meteen naar de VS gaan, moet ze gedacht hebben. Het resultaat is een album met twaalf covers en met de hulp van een aantal topmuzikanten uit Chicago - Khari Parker (drums), Billy Dickens (bas), Tim Gant (keyboards) en Keith Henderson (gitaar) - zijn  het prachtige songs geworden.

Na het album een paar keer te hebben beluisterd hoor ik gewoon een jongere versie van Etta James of Aretha Franklin. Wat een strot! Het album opent met een vrolijke versie van Van Morrisons "Days Like This" met een knallende blazerssectie en wordt gevolgd door het gevoelige "Pain". Met "I Idolize You" van Ike Turner komt Linda's stem pas echt aan bod. Het is een funky blues met een prachtige gitaarsolo van bluesveteraan Mike Wheeler. Dan volgen het sexy "So Doggone Good" met prachtig gitaarwerk van Luca Giordano en het swingende "My Turn My Time" van Deitra Farr. "The Way You Love Me" is de tweede cover van een Ike Turner-song, gevolgd door een reggaeversie van de Pretendershit "Don't Get me Wrong", waarvan Linda met haar soulstem een geheel eigen versie maakt. Van "Jealous Kind" wordt een gevoelige soulballad gemaakt en "After Laughter" is een heel lief nummertje. Dan is het weer de hoogste tijd voor vuurwerk in Janis Joplins "Move Over". Fris, funky en geweldig. In de slowblues "I Smell Trouble" schittert de interactie tussen de vocalen van Linda en de felle gitaar van Mike Wheeler. Het laatste nummer is de soulklassieker, bekend van Etta James,  "If I Can't Have You", een duet met een van de beste zangers uit Chicago, Mike Avery.

De tot nog toe alleen in Italië bekende Linda Valori is met een klap geland in Chicago. Met een grandioze stem en een geweldige stijl heeft zij indruk gemaakt en dit zou een flinke stap kunnen zijn in haar carrière. Het album is gevarieerd, we horen immers blues, soul, reggae, en laat horen wat zij voor ons in petto heeft. Een aanrader.

Reacties (1)

Met The Vaudevillian gaan we terug naar de tijd dat er nog geen hifi was. Wat zeg ik? De tijd dat muziek alleen nog maar werd uitgebracht op 78-toeren schellak. Good old ragtime and hokum music. Het Canadese trio bestaat uit Norah Spades, Jitterbug James en Piedmont Johnson. Naast zang horen we het drietal op instrumenten als akoestisch- en resonatorgitaren, fiddle, koeienbel, wasbord, kazoo en staande bas. De piano wordt bespeeld door Dan Edmonds.

Op de cd “Bringing Satan Down”  staan veertien vrolijke, dansbare nummers. Deels eigen werk en deels zijn het bewerkte covers. Vanaf de opener “Broom Shooter” tot en met de afsluiter “Bringing Satan Down” is het een feestje. Tussen de nummers door horen we geinige babbels. De teksten gaan over whiskey drinken, feest vieren en zijn regelmatig dubbelzinnig. Luister maar eens naar “Sweet Honey Thighs” en “Grind So Fine”. Gewoon een erg leuke cd.

Website: https://thevaudevillian.bandcamp.com/

Reacties (3)
De Vegabonds is een band uit de zuidelijke staten van de VS, om precies te zijn uit Alabama. De band heeft zich begin 2009 geformeerd en hun eerste album “Dear Evolution” heb ik nu voor mij liggen. De band bestaat uit Alex Cannon (gitaar, zang), Daniel Allen (zang), Bryan Harris (drums, percussie), Paul Bruens (bas), Richard Forehand (gitaar, slidegitaar, zang) en Jamie Hallen (piano, orgel, keyboards, zang).
Al met de eerste tonen is duidelijk wat we hier voor ons hebben, namelijk onvervalste melodische Southern Rock. Doe je ogen dicht en je waant je weer helemaal terug in de zeventiger jaren tussen de Allman Brothers, Little Feat en Lynyrd Skynyrd. De zang is aangenaam en de stem heeft net het rafelige randje dat het zo levend maakt en de gitaren voorzien het geheel van lange en smaakvolle solo's.
Nummers die op mij bijzonder indruk hebben gemaakt zijn “Dizzy Love Blues” met een fantastisch samenspel tussen bas, drums, keyboards en de gitaren, “Shakey Hands” met mooie zang en prima gitaarwerk en “Pick Me Up Mary” met een lekkere gospelmelodie en fijn pianowerk
 
Conclusie
De zes mannen hebben een prima album hebben afgeleverd. Geen 'revolutie' zoals de titel noemt, maar gewoon lekker in net gehoor liggende muziek. Het is allemaal nog wel wat aan de veilige kant gehouden, maar ze weten zeker een snaar te raken.
Ik zou ze graag eens live willen horen en ik heb gezien dat zij bij hun eerste Europese tournee begin 2012 ook Nederland aandoen. Ik ga er in ieder geval heen.
 
 
Meer informatie op : www.thevegabonds.com
Lees meer...   (2 reacties)
Toen in het najaar bekend werd dat The Veldman Brothers flink wat materiaal op de plank hadden liggen begon de geruchtenmachine op gang te komen. Na hun eerste succesvolle album in 2007 en de uitstekende optredens waren de verwachtingen hoog gespannen. Het risico is natuurlijk dat de band aan die verwachtingen moet voldoen en dat het dan heel goed zou kunnen tegenvallen.
En nu ligt de cd “Spreadin' Around” eindelijk voor me. Van de elf nummers zijn er negen door zanger/gitarist Gerrit Veldman geschreven, één door zijn broer Bennie (hammondorgel, mondharmonica) en één hebben zij samen geschreven. De cd ziet er goed verzorgd uit, een beknopte inlay en nette lay-out. De eerste indruk is in iedere geval goed, maar nu de muziek.
Ik laat de spreekwoordelijke naald in de spreekwoordelijke groef zakken en ga er eens lekker voor zitten. Het eerste nummer is meteen de titelsong, “Spreadin' Around”. Een vrolijk, funky nummer, die meteen de toon zet voor de rest. “Heading For The Door” is een lekkere shuffle, een echte Chicagoblues met de typerende mooie hammondklanken. “Need To Know” is het nummer dat door Bennie en Gerrit samen is geschreven. Het begint met Shakey Horton-/Little Walter-achtig mondharmonicaspel en deze mondharmonica domineert verder door de rest van het nummer. Prachtig rauw gezongen door Bennie. “Leavin'” is de eerst ballad. Speelse gitaarakkoorden, ondersteund door lichtvoetig orgelwerk en soulvol gezongen door Gerrit. Zijn gitaarsolo voert het nummer naar een hoogtepunt.
Dan volgt een van de hoogtepunten, het nummer “Evil” met een haast brullende Gerrit en een vette hammondsolo van Bennie. Dan zet de gitaarsolo in met haast sferische tonen, voordat deze echt losgaat en naar de climax toe werkt. Op “Target” speelt Gerrit de slidegitaar. Hij zingt zijn longen uit zijn lijf en Bennie sluit af met een stuk treinharmonica, die aan Sonny Terrie doet denken. Schitterend. “B-Low” is een stuk stevig rockende blues. De ruige wah-wah gitaar wordt mooi afgewisseld door een waterval van orgelgeluiden.
Dan volgt het door Bennie geschreven en gezongen “Every Day I Play The Blues”. De song begint met een jazzy basloopje, dat het hele nummer aanhoudt en de hele zaak opdrijft. Bennie's orgelwerk doet denken aan dat van Jimmy Smith. “Tell Your Daddy” is weer een gewone, lekkere shuffle. Dan volgt de ballad “Saw You There” met een slidegitaar, die door merg en been gaat. De uitsmijter is “Questions”, dat door de vette orgelsound wordt gedragen en bij wijle doet denken het sixties geluid van bv. de Doors. Prachtig, een waardige afsluiter.
 
The Veldman Brothers hebben het toch weer geflikt. Ze hebben zich niet laten gek maken door de hooggespannen verwachtingen en zijn mooi hun eigen gang gegaan. Het album bevat elf prachtige, eigen songs en hiermee bewijzen zij eens te meer tot de top van de hedendaagse vaderlandse blueswereld te horen. En ik denk dat zij met deze kwaliteit ook in het buitenland hun mannetje staan. Prima gedaan.
 
Voor de biografie over The Veldman Brothers, klik hier.
 
Lees meer...   (3 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl