barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Omdat er al een bekende muzikant met deze naam rond liep besloot de in 1955 als Barry White geboren zanger zich aan het einde van zijn  tijd op college voortaan maar Barrence Whitfield te noemen. De beroemdere Barry White heette eigenlijk Barrence; de cirkel is rond, zullen we maar denken. Onze Barrence deel in zijn woonplaats Boston in diverse bands de functie van drummer en zanger. Zijn begeleidingsband is de Savages, die bestaat uit gitarist Peter Greenberg, bassist Phil Lenker, saxofonist Tom Quartulli en drummer Andy Jody. Barrence heeft al een indrukwekkende loopbaan achter de rug met een behoorlijke serie albums en het schrijven van o.m. filmmuziek. "Dig Thy Savage Soul" is recent uitgebracht en bestaat uit 12 songs.

Ik kende Barrence nog niet, dus ging ik even speuren op het internet en daar blijkt hij een combinatie van Solomon Burke en James Brown te zijn. Maar al met het openingsnummer wordt ik toch even op het verkeerde been gezet. Het klinkt als een combinatie van "R&B uit Londen halverwege de jaren zestig" en pubrock à la Dr. Feelgood. Dat is nog eens een binnenkomer, ik ben wakker. En onverminderd rockend en stampend gaat het verder met songs nummer twee, drie en vier. Tot nummertje negen, "I'm Sad About It" aan toe, daar gaat het tempo een klein tandje lager. Het is een soort van pubrockballad, waarin zanger Whitfield toch zwaar aan het lijden is. Maar de overige drie songs gaan weer in een moordend tempo en geluidsniveau verder. De beste songs op dit album zijn naar mijn mening het dreigend gezongen "Daddy's Gone To Bed" en het rock 'n rollnummer "Hey Little Girl".

Geen slecht album voor liefhebbers van snel en stampend rockwerk. Voor mij persoonlijk had er wel wat meer variatie in mogen zitten.

Reacties
Een behoorlijk enerverend leven heeft deze Derrick Walker, zoals hij bij de Burgerlijke Stand bekend staat, inmiddels al achter de rug. Hij is geboren in 1953 en verhuisde op negenjarige leeftijd met zijn moeder naar San Francisco. Precies op tijd om Janis Joplin, Jimi Hendrix, de Grateful Dead en vele andere legendes te mogen aanschouwen. Paul Butterfield leerde hem harmonica spelen en saxofoon leerde hij van Bobby Forte (uit de band van B.B. King) en Nole Jukes (Jimmy
Witherspoon-band). Walker speelde vervolgens onder meer met Luther Tucker, Lowell Fulson, Percy Mayfield, Big Mama Thornton, Sonny Roads, Jimmy McCracklin, Sugar Pie De Santos en Michael Bloomfield. Hij toerde met diverse band door de US en Europa, stond op Broadway en speelde op diverse albums van Eric Bibb. En passant was hij begin zeventiger jaren ook nog karatekampioen.
 
Root Walking” is de tweede cd van de inmiddels in Zweden wonende Big Walker. Als subtitel staat er “Afro-American poems from 17-1800 put to music and original songs”, wat zoveel zeggen wil dat Walker de teksten van een aantal oude gedichten op muziek heeft gezet en er een aantal eigen songs aan toe heeft gevoegd.
En dat er Blues met een grote 'B' wordt gespeeld, dat is meteen vanaf het begin duidelijk. Met een aantal klassemuzikanten, waaronder de gitaristen Stevie Klasson en Maxie Dread, pianist Slim Notini, contrabassist Surjo Benigh en drummer James Bradley Jr, krijgen we een bluesreis aangeboden die voert van de diepe Delta, New Orleans, met de trein naar het noorden, de Chicagoblues en hij is ook niet bang in een soort trance-achtige soulblues mix te duiken.
Er staat m.i. geen enkel zwak nummer op het album en ik pik er een aantal opvallende songs uit. Toppers vind ik zelf “Raise A Ruckus” met het voortjagende ritme, “Wild Black Bill”met een grandioze slidesolo en “Papa Guede”, gebouwd op een Diddley-ritme met een slide die doet denken aan de Allman Brothers Band.
En een aparte vermelding voor het intrigerende “Slave”, de trance-achtige soulblues, die ik al noemde. Een verhandeling over de ellende van de Afro-American, een pittige tekst op geweldige muziek. Dat is althans het begin, ergens halverwege, na een paar seconden stilte, wordt het meteen geweldige rock 'n roll-nummer afgemaakt.
 
BarnOwlBlues vindt:
Daar kan ik kort over zijn: uitstekend! Het was ongetwijfeld een uitdaging om oude gedichten op muziek te zetten en Big Walker heeft dat uitstekend gedaan. Maar zijn eigen songs en de versie van de enige cover (Lead Belly's “Midnight Special”) mogen er zijn. Het album is een indringend vertelde geschiedenis van de Afro-Amerikanen sinds de achttiende eeuw. Een waar geschiedenisboek.
 
 
Lees meer...   (2 reacties)

Eigenlijk komt ze uit de hoek van de Americana en rock, maar ik vind dat Bonnie Whitmore voldoende soul en blues in zich heeft om ook hier te worden besproken. Zij komt uit een muzikale familie en reisde al op haar achtste met de familieband (bestaande uit pa, ma en dochters) door het land. Zij speelt bas, cello en gitaar en schrijft haar liedjes zelf. Luisterend naar haar muziek doet zij mij een beetje denken aan een vrouwelijke Tom Petty.

Met "There I Go Again" heeft zij haar tweede soloalbum uitgebracht. Een album vol met soulvol getinte Americana en met songs die een boodschap meegeven of op zijn minst toch een verhaal vertellen. Zij varieert van vrolijke rock 'n roll-achtige nummers als de titelsong "There I Go Again" en "High In The Sky" naar de rustigere bedachtzame "Heartbreaker" en "Colored Kisses". En wat de stijl ook is, het is aanstekelijk en ligt lekker in het gehoor. Ieder nummer is goed opgebouwd en uitgevoerd, maar de beste zijn voor mij het vlotte "Reckless And Young", met een intrigerend samenspel tussen 12-snarige gitaar en viool, en het droevige en aangrijpende "Borderline".

Bonnie Whitmore is een uitstekende vertegenwoordiger van hedendaagse serieuze muziek. Een goed mix van rock, country en blues. Kortom, Americana. Zij is een goed componist van goed in het gehoor liggende en  toch veelzeggende songs. Een prima album dus.

Reacties (2)

Brad Wilson komt uit Californië en heeft daar een behoorlijke reputatie opgebouwd als veelzijdig gitarist en bluesrocker. Met “Blues Thunder” heeft hij onlangs zijn zestiende cd met twaalf zelfgeschreven songs uitgebracht. Naast Wilson, die de zang en het gitaarwerk voor zijn rekening neemt, zijn bassist Brian Beal, drummer Amrik Sandhu, toetsenspeler Kirk Nelson en harmonicablazer Tumbleweed Mooney van de partij.

De titel en hoes suggereren een album vol met stevig rockende blues. Maar dat klopt niet helemaal. Wilsons stijl is veelzijdiger en gaat dieper. Rocken kan hij, dat bewijst hij sowieso, maar hij kan ook fijnzinniger te werk gaan. Zo begint hij rustig met “Is It Any Wonder”, rockt als de beste in “Change It Up” en schakelt dan weer over naar jazzy klanken in “Blue Shadows”. En zo gaat het verder. Rockende blues wordt afgewisseld met andere stijlen, waardoor een palet aan blues te horen is. Mijn favoriete songs zijn het stevige, doch melodische “Never Again” en “Step By Step” met hoofdrollen voor gitaar en harmonica.  

Voor wie Brad Wilson nog niet kent is het de hoogste tijd om eens naar hem te gaan  luisteren. En “Blues Thunder” is daar prima geschikt voor.

Website: www.bradwilsonlive.com

Reacties (3)

De in Californië woonachtige Brad Wilson is een gitarist van formaat. Na zijn goed ontvangen en zeer succesvolle cd “Blues Thunder” is nu het livealbum “Power Blues Guitar Live” uitgekomen. Het album bestaat uit dertien nummers, waarvan vier eigen nummers en negen covers als eerbetoon aan zijn helden Robert Johnson, T-Bone Walker, Muddy Waters en Willie Dixon.

De opnamen zijn opvallend ruw gelaten. Niet al te veel opgepoetst in de studio dus, wat een goede weergave betekent van liveoptredens van Brad Wilson. De band, bestaande uit Oscar Huguet (bas),  Thaxter Daggs en Kofi Baker (beiden op drums), Kirk Nelson (toetsen) en Joe Robb (sax), speelt strak en swingend. Wilson is een prima zanger en uitstekende gitarist, die een uitstekende show weet neer te zetten. Mijn favoriete nummer is “Born Under A Bad Sign”, bekend van Albert King.

Dit album toont hoe Brad Wilson live klinkt. En nu nog de man zelf naar Europa halen om hem in het echt te kunnen zien.

Website: www.bradwilsonlive.com

Reacties (2)

Tot mijn schande moet ik bekennen dat, toen ik dit schijfje op mijn deurmat aantrof, nog nooit van Brooks Williams had gehoord. Schande, omdat de goede man een flinke muziekcatalogus heeft opgebouwd. Maar goed, nooit te oud om te leren, denk ik dan. Bovendien zal hij van mij ook nooit hebben gehoord. Met die gedachte troost ik mijzelf dan maar. Brooks Williams is een 57-jarige zanger/gitarist uit Stateboro, Georgia. Wat stijl betreft zit hij ergens tussen blues, folk en country. Zijn nieuwe album heet “My Turn Now” en wekt de suggestie dat hij nu eindelijk eens aan de beurt is om zijn muziek aan het publiek te laten horen. Niets is minder waar, want hij heeft al 25 cd’s uitgebracht en diverse prijzen in de wacht gesleept.

Op “My Turn Now” staan elf prima uitgevoerde nummers, waarvan er zeven van Williams zelf zijn. Deze variëren van het lieflijke “Rosalyn” tot het rockende “Your Mind Is On Vacation”. Laatstgenoemde is een cover van Mose Allison. Williams hoort bij het rijtje muzikanten, die je eigenlijk verhalenvertellers kunt noemen. Zijn songs gaan ergens over. Iets wat duidelijk wordt in “Nine Days Wonder”, waar de cultuur van de hedendaagse beroemdheden op de hak wordt genomen, of het venijnige “Joker’s Wild”. Als begeleiders doen Chris Pepper (drums, percussie) A. Murray Kahn (bas) Richard Gates (bas) Sally Barker (backing vocal) en Keith Warmington (harmonica) op dit album mee.

Website: www.brookswilliams.com

Reacties (1)
Drie jaar nadat hij solo is gegaan ligt er weer een nieuwe cd van Buddy Whittington in de winkel. Buddy is vijftien jaar lang gitarist geweest bij John Mayall's Bluesbreakers en daarvoor in de sporen van voorgangers als Eric Clapton, Peter Green en Walter Trout stappen, om er maar een paar te noemen. Nu ging hem dat prima af en ook solo staat hij zijn mannetje. In 2008 verscheen zijn eersteling, die vorig jaar werd gevolg door de tweede.
En nu ligt zijn derde al weer voor mij. In tegenstelling tot zijn vorige album zijn alle elf songs door hemzelf geschreven en dat doet hij ook nog behoorlijk goed. Begeleid wordt Buddy hier door drummer Mike Gage en bassist Wayne Six.
 
Het is een behoorlijk gevarieerde cd geworden. Niet het stampwerk, dat je van veel anderen hoort, maar het is allemaal heel melodieus en voorzien van goede teksten. Het gaat tenminste ergens over Voornamelijk hoor je hier een flinke dosis blues en southern rock, maar ook uitstapjes naar latin, country en rockabilly schuwt hij niet. Leuk is ook als hij op de gitaar een duel met zichzelf aangaat door via het ene kanaal een partij te spelen, die via het andere kanaal wordt beantwoord. Een soort eenmans-Allman Brothers Band dus.
Mijn favorieten zijn “Deadwood And Wire”, een soort talking blues over gitaren, “Fender Champ”, een rockende blues, waarin hij de gitaarstrijd aangaat met zichzelf en “The Put On Song” met een humoristische tekst.
 
Het is een album geworden met frisse, weliswaar korte, maar aanstekelijke nummers. Sommige ervan ontwikkelen zich steeds meer naarmate je er meer naar luistert. Een mooie afwisseling tussen al het gitaargeweld dat je regelmatig hoort en zeker een aanrader.
 
Lees meer...   (1 reactie)
Als ik een cd te recenseren krijg van een artiest duik ik eerst altijd het internet in om wat meer over deze artiest te weten te komen. Zo ook bij deze Carolyn Wonderland. En al meteen struikel je over de eerste loftuitingen, zoals een stem als Janis, de gitaarvaardigheid van Stevie Ray en “legend in her time”. Nu zul je op je eigen website niets verkeerds over jezelf (laten) zeggen, maar al deze opmerkingen moeten eerst maar eens worden waargemaakt. Ze treedt al sinds haar vijftiende op en was tot een jaar of tien geleden alleen nog wereldberoemd in Houston en omgeving. Maar dat is nu snel aan het veranderen en na de rest van de VS worden nu serieuze pogingen ondernomen om de rest van de wereld te veroveren.
Met “Peace Meal” heeft deze Texaanse multi-instrumentaliste haar vijfde album uitgebracht. Naast gitaar bespeelt Carolyn namelijk trompet, accordeon, piano, mandoline, lapsteel-gitaar en ze kan fluiten. Cole El-Saleh bespeelt keyboards en het bijzonder instrument, de toetsenbas. Rob Hooper is de drummer. De productie was in handen van Ray Benson ex-Asleep at the Wheel), Larry Campbell en Michael Nesmith (ex-Monkees).
Het album begint met een eerbetoon aan Janis Joplin, de zangeres waarmee Carolyn vaak wordt vergeleken. “What Good Can Drinkin' Do” begint rustig, haast akoestisch, en bouwt dan op naar een opwindende climax. Met haar zelfgeschreven “Victory Of Flying” doet zij hetzelfde. Een rustig begin met drum/gitaar ontaardt al snel in een razendsnelle song met enkele mooie tempowisselingen en een razendsnelle gitaarsolo. Met een New Orleans-achtige piano en ritme wordt de gospel “Only God Knows When” ingezet. Opvallend zijn hier de fraaie harmonieën. “St. Marks” is een rustig rockende blues, waarbij het tempo in de tweede helft met behulp van de scheurende gitaar behoorlijk omhoog gaat. In de prachtige ballade “Golden Stairs” past alles. Hier laat Carolyn horen hoe soulvol zij kan zingen met net dat lekkere randje, zonder te rauw te worden, de gitaarsolo is relaxt en melodieus en de begeleiders ondersteunen dit op harmonieuze wijze.
Van Robert Johnson's “Dust My Broom” is al zo vaak een cover gemaakt, ook van de Elmore James-versie ervan, dat je je moet afvragen of dat zo nodig weer moet worden gedaan. Maar Carolyns interpretatie van de Elmore James-variant is voor mij een van de betere die ik ooit heb gehoord door het spetterende lapsteel-werk, de klaterende piano van El-Saleh en het strakke drumwerk van Hooper. Bo Diddley's “I Can Tell” krijgt hier een rockende en meeslepende uitvoering. Met “Usurper” waan je je door de vreemde orgeltonen, de vreemde akkoordenprogressie op gitaar en de betekenisloze tekst even terug in de psychedelica. Deze trip had van mij overgeslagen mogen worden.
Gelukkig duurt het niet lang en via “No Exception”, een nummer dat behoorlijk tegen de 'classic rock' aanleunt komen we bij de sinister aandoende “Meet Me In The Morning”, een bluesversie van de Bob Dylan-song. De band speelt los en gaat met haar rauwe bluesstem lekker los. “Two Trains” is een prima rockende versie van de Muddy Waters-song. Dat ze ook de country beheerst laat ze horen in de afsluiter “Shine On”. Een prima song van het model 'tranentrekker', maar niet echt op zijn plaats op dit rauwe rockende bluesalbum. Misschien ergens halverwege als rustpuntje, maar niet als uitsmijter.
 
Conclusie
Een prima album. Eerlijke rauwe blues met hart en ziel gebracht. Carolyn Wonderland heeft een goede mix weten te brengen van geloofwaardige covers en eigen nummers. Op de al genoemde twee missers na ben ik er heel tevreden over en ik ben heel benieuwd hoe zij 'live' zal zijn. Hoogste tijd om haar een hierheen te halen.
Lees meer...   (6 reacties)
“Dave Weld? Wie is nu in godsnaam weer Dave Weld?”, dacht ik toen ik deze cd onder ogen kreeg. Toch maar even op het www gekeken en toen bleek dat deze man al een behoorlijke staat van dienst in de Chicago bluesscene heeft. Ooit één van de originele leden van Lil' Ed & the Blues Imperials tot hij zijn eigen Imperial Flames oprichtte. Dave en Lil' Ed hebben een lange geschiedenis samen, als vanaf hun jeugd. Dave heeft ooit slidegitaar leren spelen van J.B. Hutto, de oom van Ed.
Het schijnt jarenlang stil geweest te zijn rond Dave Weld, omdat hij voor zijn moeder moest zorgen in een moeilijke periode. Zo wordt op de hoestekst vermeld. De huidige samenstelling van The Imperial Flames is Herman Applewhite (bas), Monica Myhre (backingvocals), Jeff Taylor (drums, zang) en Abb Locke (saxofoon).
De opener “Sweet Shiney Brown Eyes” is alvast een goed begin van het album. Het volgende nummer “Ramblin'” is gebaseerd op het Robert Johnson-nummer, maar Dave heeft de tekst en muziek naar zijn eigen situatie aangepast. Een prachtige nummer met een schitterend gedragen gitaarsolo. “Burnin' Love”, een uptempo song met een gitaarsolo waar de vonken vanaf vliegen en een heerlijk scheurende sax van Abb Locke.
Het volgende nummer, “I Got Mad” is geschreven en wordt gezongen door drummer Jeff Taylor, die dat ook prima doet. Een typische shuffle met het verhaal over een moeilijke relatie. Gitaarsolo's van Dave en Lil' Ed, die zijn maatje ook op deze cd bijstaat. Op “She's Mine” neemt Lil' de de zang waar; een vlot nummer waarbij vooral de interactie tussen stem en sax opvallen. Vocaliste Monica Myhre excelleert in het door haar zelf geschreven “Talk Dirty”. Een vlotte song, een en ander verlucht met scheursax en een opwindende gitaarsolo.
“Donnie Lee” is een slowblues met relaxte sax en Clapton-achtig gitaarwerk. Prachtig. Met “Ed's Boogie” volgt één van de twee niet door de band zelfgeschreven song. Deze is van de hand van Lil' Ed en het nummer is precies wat het belooft, een razendsnelle boogie met Ed op zang en gemene slidegitaar. “Peace Of Mind” is een typische klassieke funky Chicagoblues met saxofoon- en gitaarsolo. Op het door haar geschreven “Listen To Mama” mag Monica weer laten waartoe zij in staat is. Het begint als een langzame boogie maar eindigt in een geweldig uptempo hoogtepunt.
Had enkele nummers geleden Jeff Taylor al het schrijf- en zangwerk voor zijn rekening genomen in een song over een moeilijk relatie. Op “All Of These Things” doet hij hetzelfde, maar dan gaat het over een nieuwe liefde. Blij toe dat het weer goed met hem gaat...... Bijtende gitaarsolo's van Dave en Ed. De tweede cover op dit album is van Dave's mentor J.B. Hutto: “Things Are So Slow”. Hier laat hij duidelijk zien wat hij als slidegitarist in huis heeft. En ook een soulvolle saxsolo van Abb Locke. Voor mij één van de hoogtepunten van deze cd. “She's Lyin'” is een uptempo nummer met fijn sax- en gitaarwerk en het is een mooie uitsmijter voor deze prachtige cd.
 
Ik kan na beluisteren van deze cd alleen maar concluderen dat Dave Weld & the Imperial Flames hier een prachtig album hebben afgeleverd. Prachtige Chicagoblues, zeer gevarieerd, opwindend en goed afgewerkt. Heel bijzonder ook dat er vier verschillende vocalisten te horen zijn. Als dit een soort come-back voor Dave Weld is dan is deze ook geslaagd te noemen.
 
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl