barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Als muzikant en kind van Chicago – hij is er in 1952 geboren – kan het haast niet anders dan dat je door de Chicagoblues bent beïnvloed. Tijdens een verblijf in New Mexico, waar hij gitaar studeerde bij jazzgitarist Kurt Black, hoorde hij Hound Dog Taylor. Hij stapte in zijn auto en keerde terug naar zijn geboortestad, waar hij onder meer met Tail Dragger en Otis Rush speelde. J.B. Hutto werd zijn mentor en je kunt het wat dat betreft slechter treffen.

Na het uitstekende “Burnin’ Love” uit 2010 heeft het vijf jaar geduurd, maar onlangs op Delmark “Slip Into A Dream” verschenen. Een album met, zoals we van Dave Weld gewend zijn, uitstekende Chicagoblues. Elf van de dertien songs zijn van de hand van Weld en/of zangeres Monica Myhre. Eén is geschreven door drummer Taylor, die het ook zingt. Naast zijn Imperial Flames, met de al genoemde Myhre, Jeff Taylor (drums, zang), Harry Yaseen (piano) en Dave Kaye (bas), doet een keur aan muzikanten mee, waarvan Bobby Rush de bekendste is. Ook is er een gastrol voor Greg Guy, niet alleen “zoon van Buddy”, maar ook een muzikant met een grote staat van dienst. Hoewel uit Chicago afkomstig beperkt Weld zich niet tot de Chicagoblues. Memphis soul, rock ’n roll en ballads zorgen voor de nodige variëteit op het album. Hierdoor blijft het van begin tot einde boeien.

Een uitstekend album van een prima band. Dave is een geweldige gitarist en de band staat als een huis. Aanrader.

Website: www.daveweld.com


Reacties (2)

"Deltaphonic" is het derde album van zangeres Diana Braithwaite en Chris Whiteley, die zingt en gitaar, harmonica en trompet speelt, is alweer enkele jaren geleden verschenen. Toen de cd uitkwam heb ik hem gemist, maar nadat ik hem onlangs toch onder kreeg besloot ik er toch nog maar iets over te schrijven. Braithwaite en Whiteley zijn, hoewel hun oorsprong ligt inde VS, beiden afkomstig uit Toronto, Canada. Met de Chicagoblues uit de dertiger en veertiger jaren  als basis hebben zij in Canada, de VS en Europa al heel wat indruk gemaakt.

Tien van de twaalf songs van "Deltaphonic" zijn zelfgeschreven en zij worden begeleid door een uitstekende band, bestaande uit Mike Archer (elektrische en staande bas), Lindsay Beaver (drums), Phil Skladowski (baritonsax), Jesse Whiteley (piano, Hammond) en Jonathan Wong (tenorsax). De twee covers zijn Tampa Reds "It Hurts Me Too" en "It Was A Sad Night In Harlem", dat door Duke Ellington op de plaat is gezet.

Met Braithwaites warme en soepele stem en Whiteley's door Lonnie Johnson geïnspireerde jazzy gitaarspel weten zij heel goed de sfeer uit de jaren dertig en veertig neer te zetten.

www.braithwaiteandwhiteley.com

Reacties (2)

Het is een feit dat Canada een land is waar veel verhalende liedjesschrijvers, of in nieuw-Nederlands singer-songwriters, vandaan komen. Ook op deze site wordt hier regelmatig aandacht aan geschonken. Jesse Waldman is er ook zo een. Hij draait al zo’n jaar of twintig mee in de muziekscene van Vancouver. Maar dat heeft hem niet belet om niet de wereld te bereizen. Hij is in Canada, de VS en Groot-Brittannië al te horen geweest met de grungeband Zygote en met zijn eigen op folk en blues geënte muziek. Daarnaast is hij studioproducer en schrijft hij muziek speciaal voor film en tv-series.

Op zijn eerste solo-cd “Mansion Full Of Ghosts” staan zestien zelfgeschreven nummers. Waldman, die zelf zingt, diverse gitaren, de laptsteel, piano en Rhodes speelt, wordt begeleid door een keur aan muzikanten, waarvan Marc L’Esperance (zang, drums, harmonica) samen met Waldman de cd heeft geproduceerd. Wat stijl betreft kun je horen dat Waldman is beïnvloed door mensen als Townes van Zandt en Neil Young. De nummers zijn kleine verhaaltjes die in mooie folkachtige blues zijn verpakt. Bijzondere indruk maken op mijn de nummers “East Van Blues”, gezongen door Marc L’Esperance en op gitaar en rhodes begeleid door Waldman, en het aan Monte opgedragen “Hard Livin’”, die tijdens de opnamen van de cd kwam te overlijden en nog op twee nummers te horen is.

Website: www.jessewaldmanmusic.com

Reacties (2)

Zanger/gitarist Joe Louis Walker is een van de productiefste bluesartiesten te noemen. Sinds zijn debuut in de tachtiger jaren heeft hij talloze albums voor flink wat label uitgebracht. Tussen 2008 en 2010 bracht hij bij het Canadese Stony Plain label drie albums uit. Onder de titel “The Best of the Stony Plain Years” is nu een fraaie compilatie hieruit verschenen.

De laatste jaren is hij wat meer de kant van de rock opgegaan, maar met deze elf songs horen we wat meer de traditionelere blueskant van JLW. Erg fraai zijn “Hustlin’” met een hoofdrol voor pianist Bruce Katz en “Black Widow Spider” dat zo uit de Staxstudio’s had kunnen komen. In januari 2010 trad Walker op tijdens de Legendary Blues Cruise, waarvan een livealbum werd uitgebracht. Hiervan maakt vooral “Ain’t That Cold” met Johnny Winter als gast, en “Slow Down GTO” indruk.

BarnOwlBlues vindt dit een leuk album met een fraai overzicht van het meer traditionele blueswerk van Joe Louis Walker van een aantal jaar geleden.

www.joelouiswalker.com

Reacties

De band rond zanger/gitarist John Weeks, zeer toepasselijk de John Weeks Band genaamd, komt uit Denver. De muziekcarrière van Weeks begon in Paris en vormde zich verder in Frankrijk voordat hij naar de VS verhuisde. Sinds 2013 vormt hij met zangeres Stacey Turpenoff, toetsenist Dan Haynes, bassist Stephen Whitfield en drummer Robert Fiorino deze band. Het zijn stuk voor stuk muzikanten met tientallen jaren ervaring. Eind 2014 verscheen de debuut-cd, waar ik als enig punt van kritiek had, dat deze met 31 minuten te kort was. Ik heb niet de illusie dat er naar mij is geluisterd, hoewel het nieuwe album nu wel een acceptabele tijdsduur heeft.

Wat stijl betreft kun je de muziek van de John Weeks Band beschrijven als goed gemaakt en fijn in het gehoor liggende blues, variërend van mooie slowblues tot lekker rockende nummers. Stevig, maar toch melodieus. De tien nummers zijn geschreven door Weeks, Turpenoff en Haynes. Een zwak nummer kan ik niet ontdekken, positieve uitschieters zijn er wel. En dan noem ik bijvoorbeeld “How Can You Love Me?”, waar Turpenoff haar ziel en zaligheid in legt, het rockende “The One” en het ruim zes minuten durende “Dark Angel”, dat rustig begint en naar een absolute climax toewerkt.

Met “Dark Angel” bewijst de John Weeks Band absolute klasse te bezitten. De hoge kwaliteit van het debuutalbum is hiermee zeker overtroffen.

Website: www.johnweeksband.com

Reacties (3)

De band bestaat pas sinds vorig voorjaar en nu ligt er al een eerste cd in de winkels. John Weeks komt uit Frankrijk en heeft in de negentiger jaren de podia van Parijs onveilig gemaakt. Hij woont nu in Denver, Colorado en vormt samen met Andras “AC” Csapo’s op Hammond orgel, bassist Curtis Hawkins en drummer Tim “Chooch” Molinario de naar hemzelf vernoemde band.

In deze combinatie komt de gedacht aan Booker T and the MG’s snel op en zo af en toe klinkt die invloed ook wel door, zoals in de opener “All Night”. De cd bestaat uit zeven zelfgeschreven songs. Het spul swingt de pan uit en is een genot om naar te luisteren. Mijn favoriete songs zijn het jazzy “Why Don’t We Sleep On It” en “Devil In My House”, dat mij wat aan Slim Harpo doet denken.

Een puntje van kritiek: de cd is te kort. 31 minuten slechts. Het smaakt gewoon naar meer.

www.johnweeksband.com

Reacties (3)

“Fullers Blues” is de heruitgave van Johnny Fullers enige album. Fuller werd in 1929 geboren in Edwards, Mississippi en hij verhuisde in 1945 met zijn familie naar Vallejo, Calfornië. Al in 1948 maakte hij zijn eerste opnamen en met enige regelmaat verschenen tot 1962 singles op diverse platenlabels. En pas in 1974 kreeg hij de gelegenheid een volledige lp op te nemen. Dit gebeurde met de begeleiding van de Phillip Walker Band. Het album “Fullers Blues” kreeg goede kritieken, maar werd geen commercieel succes. Daarna bleef hij optreden en werkte daarnaast als automonteur. In 1985 overleed hij aan de gevolgen van longkanker.Het album werd in de tachtiger jaren als eens opnieuw uitgebracht in Nederland en nu is het voor het eerst verschenen op cd. Bij het beluisteren van het album valt op hoe goed Fuller klinkt en dan realiseert men hoe jammer het is dat hij nooit bij het grote publiek is doorgebroken. De twaalf nummers klinken fris en swingen in het soul/blues-stramien. Fuller heeft een goede, soulvolle stem, is een goede gitarist en wordt gesteund door de uitstekende Phillip Walker Band. Voor liefhebbers van goede en lekker in het gehoor liggende blues is dit album die in hun verzameling niet mag ontbreken.

Reacties (1)

Toen de laatste cd van Johnny Winter op het punt van release stond kwam de Texaanse grootmeester te overlijden. Door de medewerking van artiesten als onder meer Eric Clapton, Billy Gibbons en Dr. John is dit een heel mooi laatste eerbetoon geworden. Het album bestaat uit twaalf bluescovers en Winter werkt hier als een soort katalysator. We horen songs van artiesten, die van invloed zijn geweest op zijn werk en we horen ook hoe en op wie hij zelf invloed heeft gehad. Samen met zijn muzikale vrienden worden songs vertolkt van mensen als Ray Charles, Clarence ‘Gatemouth’ Brown, Bobby ‘Blue’ Bland, en Lightnin’ Hopkins, om er maar een paar te noemen.

Een probleem met dergelijk met ‘sterren’ gevulde albums is vaak dat de songs aan het overvloed aan ego’s ten onder gaan Dit is gelukkig bij dit album niet het geval. Grote namen als Eric Clapton en Ben Harper vullen de songs meer aan dan dat zij deze gaan overheersen. Dat is vooral duidelijk te horen in “Don’t Want No Woman”, waarin Claptons melodieuze toon een prachtige aanvulling vormt voor de scherpe gitaargeluiden van Johnny Winter. Andere songs die op mij indruk hebben gemaakt zijn “Where Can You Be” met Billy Gibbons en “Mojo Hand” met Joe Perry. Maar het mooiste is de solovertolking van Son House’ “Death Letter”. Krachtig en indrukwekkend.

BarnOwlBlues vindt: Het is jammer dat we hem niet meer onder ons hebben. Hierdoor is dit album een eerbetoon geworden aan deze unieke vertolker van de Texas Blues. Een eerbetoon dat te vroeg is gekomen, maar een waardig eerbetoon.

Reacties

“De man die de piano terugbracht in de hedendaagse blues” is hij ooit genoemd, deze Kenny ‘Blues Boss’ Wayne. De 72-jarige heeft een indrukwekkende carrière achter de rug met prima albums en een serie prijzen. Maar ook hij is er een van ‘rust roest’ en onlangs is zijn nieuwe album “Jumpin’ & Boppin’” verschenen.

Hij wordt hierop begeleid door de gitaristen Duke Robillard en Charlie Jacobson , bassist Russell Jackson, drummer Joey DiMarco en een blazerssectie. De club gaat meteen los met de stampende opener “Big Boss Shuffle” en leidt de luisteraar vervolgens door dertien nummers blues, jump en boogie. Het swingt and stampt en het is moeilijk stil te blijven zitten. Mijn persoonlijk favoriete nummers zijn de slowblues “You Don’t Know Me” en het rockende “Rock Rock Little Girl”. Opzetten die cd en swingen maar!

Website: www.kennybluesboss.com


Reacties (2)

Toen ik de cd binnen kreeg was mijn eerste gedachte: “zucht, weer een tribuut-cd” en weer een ‘zoon van’ die casht op de faam van zijn vader. Maar je moet iedereen een eerlijke kans geven en na beluisteren van “For Pops”, zoals dit schijfje is genoemd, heb ik mijn eerste reserves toch laten varen.

Larry ‘Mud’ Morganfield is inderdaad zoon van de legendarische Muddy Waters en naast zijn eigen werk speelt hij sowieso vrij veel songs van pa. Kim Wilson is de voormalige voorman van de Fabulous Thunderbirds en dus niet de eerste de beste. Samen met de gitaristen Billy Flynn en Rusty Zinn, pianist Barrelhouse Chuck, bassist Steve Gomes en drummer Robb Stupka hebben de heren een behoorlijke goed album afgeleverd. Om het ‘vintage’-gevoel te verkrijgen zijn de musici in een kamer bij elkaar gezet en dat is goed gelukt. Wat we te horen krijgen is niet een ‘best of-album’, maar er is gekozen voor een mix van bekende en minder bekende songs, die ooit door pa Waters op de plaat zijn gezet. Van de bekendere songs horen we "I Just Want to Make Love to You", "I Want to Be Loved" en "I Love the Life I Live, I Live the Life I Love”. “Gone To Main Street” en “My Dog Can’t Bark” zijn voorbeelden van wat minder voor de hand liggende nummers. Morganfield en Wilson trappen niet in de val van het klakkeloos noot voor noot naspelen, maar geven een eigen draai aan de songs.

BarnOwlBlues vindt dit al met al een behoorlijk goed album. Dertig jaar na het overlijden van Muddy Waters klinken zijn songs in deze versies fris en spontaan. Goed gedaan.

www.mudmorgenfieldsite.com

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl