barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

61 Ghosts is een duo uit het noordoosten van de VS. Het wordt gevormd door zanger/gitarist Joe Mazzari en drummer Dixie Deadwood. Beiden zijn beïnvloed door zowel de rootsmuziek van John Hiatt en Guy Clark, de Deltablues als het stevige werk van een Link Wray en een Rory Gallagher.

Op de EP “…To The Edge” staan zes door Mazzari zelfgeschreven nummers. Als extra paar handen is bassist J.D. Sipe ingehuurd. Het aanbod op de EP varieert van rauwe, haast punkachtige blues tot bedachtzame akoestische ballads. Het kan haast niet verder uit elkaar liggen, maar ik waardeer beide varianten, omdat ze kwalitatief gewoon goed zijn. Voorbeelden hiervan zijn het ruige “World Gone Crazy” en het intieme “Show Me Your Scars”. Een prima ‘amuse’ voor een eventueel volledig album.

Website: www.61ghosts.com

Reacties

Adam Karch is een uit Montreal afkomstige zanger/gitarist, die zich vooral heeft gespecialiseerd in het betere fingerpicking werk. Zijn debuut-cd dateert van 2002 en het in 2014 verschenen “Blueprints” is wereldwijd met de hoogste lof ontvangen. Naast een uitstekende gitarist is Adam ook nog een goede zanger met een heldere, soulvolle stem en bovendien een prima songwriter.

“Moving Forward” is zijn nieuwe cd met twaalf nummers, waarvan hij er acht heeft geschreven. De andere betreffen covers van Bob Seger, Warren Zevon, Keb’ Mo’ en Mississippi John Hurt. Op een aantal nummers is hij alleen te horen, maar op de meeste wordt hij begeleid door de leden van zijn trio, t.w. drummer Bernard Deslauriers en bassist Marc-André Drouin. Extra hulp wordt verleend door Kim Richardson (achtergrondzang), Guy Bélanger (harmonica) en Dimitri Lebel-Alexandre (pedal steel). We horen een mix van blues, folk en country. Het verfijnde gitaarspel weet het niveau van het album naar een bijzonder hoog niveau te tillen. Bijzonder zijn de eigen versies van nummers als “Night Moves” en “Werevolves Of London”, dat we kennen van respectievelijk Bob Seger en Warren Zevon. Mijn favorieten zijn de lyrisch klinkende instrumental “Somewhere In El Paso” en het dreigende “The Contract”.

Website: www.adamkarchmusic.com

Reacties (3)

In 2014 landden AJ and the Wildgrooves met een klap in de Nederlandse blueswereld. Het album “Let’s Go Or Be Dragged” werd door pers en publiek goed ontvangen. De vele optredens bevestigden dat Nederland een uitstekende zangeres rijker was, die ook nog eens prima het publiek weet te vermaken. Inmiddels zijn we twee jaar verder, is de band (op gitarist en levenspartner Klaas Kuijt na) volledig vervangen en is de naam gewijzigd in AJ Plug. Op 22 oktober wordt de tweede cd “Chew Chew Chew” officieel ten doop gehouden. Naast AJ en Klaas maken Tenny Tahamata (bas), Machiel Verhaar (drums) en Frans van Steijn (sologitaar) deel uit van de band. Harmonicablazer Kim Snelten blaast op enkele nummers een deuntje mee.

Op “Chew Chew Chew” staan twaalf door AJ Plug zelfgeschreven nummers, die zich bewegen in het gebied van southern rock en rockende blues. Het fundament, gevormd door Klaas, Tenny en Machiel is stevig, en geeft AJ en Frans van Steijn de ruimte om te schitteren. AJ laat wederom horen een zangeres van formaat te zijn met een stem die uitstekend in het genre past. Daarnaast is het gitaarwerk van Frans van grote klasse, dat er mede voor zorgt de nummers naar een hoger niveau te tillen. Met de opener “I See The Light” wordt meteen de richting van het album aangeven, een combinatie van blues en southern rock met een mooie tekst. Want behalve muzikaal is er ook op tekstueel gebied veel te genieten. Reden te meer om de cd goed op je te laten inwerken. Mijn persoonlijk favoriete nummers zijn de blues “Trouble” en de bonustrack “Drown In My Own Sorrow”, een deltabluesnummer met fraai harmonicawerk van Snelten.

Met “Chew Chew Chew” is bewezen dat AJ Plug met de eerste cd geen toevalstreffer heeft uitgebracht en dat zij met haar band een team vormt waar danig rekening mee gehouden dient te worden. Hoe goed de eerste cd al was, de nieuwe is nog beter. Er is in de afgelopen jaren een aantoonbare groei geweest en als deze lijn volgehouden kan worden dan is ‘the sky the limit’.

Website: www.ajplug.nl

Reacties (1)

De in 1945 geboren Al Miller hoorde in 1964 tot het eerste groepje blanke bluesmusici die een flinke voetafdruk hebben geplaatst in Chicago. Hij was bevriend met Johnny Young, Chicago Slim, Paul Butterfield en Michael Bloomfield. Miller vertrok enkele jaren later naar San Francisco waar hij deze Butterfield en Bloomfield weer tegen kwam. Na een carrière buiten de muziek nam hij in 1995 zijn eerste album "Wild Cards" op voor Delmark. Vijf jaar later duikt de harmonicaspeler weer de studio in en met hulp van grote namen als John Primer, Billy Flynn, Dave Specter, vader en zoon Willie "Big Eyes" en Kenny Smith wordt zijn tweede cd "...In Between Time" opgenomen. Deze wordt onder eigen beheer uitgebracht en is reeds lang uitverkocht.

Gelukkig heeft Delmark het goede idee gehad om dit album nu zelf te gaan uitbrengen. De cd bestaat uit 17 songs, waarvan er vijf door Miller zelf zijn geschreven en de rest bestaat uit covers. Wat onmiddellijk opvalt dat je jezelf terugwaant in het Chicago van halverwege de zestiger jaren; het zo een oud album van Bloomfield en Butterfield kunnen zijn. Maar denk niet dat hier een imitatie-Butterfield aan het werk is, Al Miller heeft daar genoeg kwaliteiten en klasse voor om dit te voorkomen.

Wat ons hier wordt geboden is een fraaie bloemlezing uit de Chicagoblues. Beginnend met de rockende boogie "Rockin' All Day", het soepele "Need You So Bad" van B.B. King en Johnny Youngs "My Baby Walked Out" zijn we al lekker op weg. Vooral het laatste nummer is door het rollende pianowerk van Barrelhouse Chuck en het grandioze harmonicaspel van Miller een van de beste nummer van de cd geworden. Het swingende "Old Friends" blinkt uit door de gitaar van Specter, terwijl de interactie tussen harmonica en slidegitaar in de titelsong voor een macabere spanning zorgen. In "I Got It" en "Dead Presidents" laat Miller zijn kunsten op de harmonica horen. Het laatste nummer laat tevens een fraaie saxofoonsolo horen. In Millers eigen "A Better Day" zorgen Flynn en Specter voor een paar gitaristische hoogstandjes, terwijl "Tighten Up On It" een smeuïge klassieke Chicagoblues is. De gitaar van Primer, de piano van Ken Saydak en Millers harmonica maken van "1839 Blues" een bijna zeven minuten durend hoogstandje en het swingende "Billy's Boogie" zorgt ervoor dat de voetjes van de vloer komen. En dat geldt onverminderd voor "Make It Alright". Klassiekere Chicagoblues als in "Bachelor Blues" krijg je ze niet: de zwoele Hammond B3, de strakke ritmesectie, de rollende piano en het volle harmonicageluid zorgen daar wel voor. Die trend wordt met Eddie Taylors "If You Don't Want Me" voortgezet, wat weer een fraaie opstap is voor "Lake Michigan Waters", waar vooral Billy Flynn met zijn  vlammende gitaar de uitblinker is. Flynn en Miller gaan er samen voor het het swingende "Lawhorn Special". Als afsluiter heeft Delmark er de nog niet eerder uitgebrachte rockende blues "Blizzard" aan toegevoegd.

Conclusie: een gewoonweg schitterende uitgave met stuk voor stuk geweldige bluessongs. Onbegrijpelijk dat dit destijds in eigen beheer is uitgebracht en lang niet verkrijgbaar was. Een goede zet van Delmark om dit album op hun verspreidingslijst te zetten.

Reacties

Toetsenvirtuoos/producer/songwriter Alan Hewitt was in Amsterdam vanwege het optreden met de Moody Blues, de legendarische rockband door wie hij al ruim zes jaar wordt ingehuurd om de toetsenpartijen waar te nemen. Naast de Moody Blues heeft Alan een muzikale solocarrière om “U” tegen te zeggen en uit een van zijn projecten, One Nation, is onlangs de cd “Evolution” voortgekomen. Op 24 juni 2015 had ik in het hoofdstedelijke Marriott Hotel onder het genot van een kop koffie een gesprek met Alan.

Als ik de naam Alan Hewitt laat vallen dan zeggen de meesten: “Alan wie….?” Ik vraag Alan om zichzelf even voor te stellen. “Ik ben geboren in Michigan en heb aan het Berklee College of Music gestudeerd. Daarna ben ik naar Los Angeles verhuisd en ben er begonnen als songwriter. Ik heb geschreven voor artiesten, uiteenlopend van de Psychedelic Furs, Eddie Money tot Donny Osmond, noem maar op. Ook was ik studiomuzikant en heb onder meer meegespeeld op “Cherry Pie” van Warrant, dat driemaal platina werd. Op een gegeven moment zat ik in de studio aan de andere kant en werkte als producer. Ik heb bijvoorbeeld samengewerkt met Maurice White aan “Greatest Hits” van Earth Wind & Fire.” Dat zijn naam ondanks het vele werk dat hij heeft gedaan, niet onmiddellijk bij iedereen bekend is komt omdat Alan liever low-profile blijft en op de achtergrond werkt. Hij is ooit begonnen als drummer en achter de drumkit voelde hij zich veilig. Omdat hij ook wat toetsen speelde werd hem eens gevraagd om dat ook eens tijdens een optreden te doen . En zo is hij zich steeds meer op het toetsenwerk gaan toeleggen.

       

Sinds 2010 begeleidt Alan de Moody Blues op hun tournees. Ik vraag hem hoe het contact tot stand gekomen is. “Al ergens in de negentiger jaren heb ik wat geschreven voor Justin Heyward. We hadden toen hetzelfde managementbureau en raakten bevriend. Er was toen al sprake dat er een samenwerking zou komen, maar door problemen met onze persoonlijke managers is dit toen niet gelukt. Het contact bleef en toen zij in 2010 een toetsenman zochten heb ik auditie gedaan en uit de kandidaten kozen zij mij.” Bij het spelen van de songs van de Moody Blues wordt gestreefd zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven, maar Alan krijgt wel de gelegenheid om met de arrangementen te spelen. “Blijkbaar bevalt het Justin, John en Graeme”’ zegt hij lachend. “Ik mag na zes jaar nog steeds meedoen”.

Naast zijn werk als schrijver, producer en begeleider heeft Alan ook nog zijn eigen projecten. Onlangs is van het project One Nation het album “Evolution” uitgekomen, een cd dat zich in het rock/jazz/fusion-stramien beweegt. “Het platen label wilde graag dat ik iets ging opzetten en toen ik mijn plannen vertelde gaven ze mij groen licht. Ik belde eerst Jamie Glaser die meteen toezegde. Jamie en ik hebben samen aan Berklee gestudeerd, maar toen speelden we nog niet samen. Hij heeft onder meer gespeeld met Jean-Luc Ponty en Chick Corea. Ik ben in de studio begonnen met de tracks op te nemen. Omdat ik ook drums en gitaar speel weet ik hoe je dit moet opzetten. Toen de andere leden van de band erbij kwamen was er nog input van hen en uiteindelijk is de cd gegroeid.” One Nation bestaat naast Alan en Jamie uit bassist JV Collier (Bruce Hornsby, de Temptations, Earl Klugh), drummer Sonny Emory (Earth Wind & Fire, Steely Dan, Bruce Hornsby, Stanley Clarke) en gitarist Duffy King, die zes keer de Detroit Music Award heeft gewonnen. Verder doen gitariste Orianthi (bekend van Michael Jacksons “This Is It” en zanger Alex Boye mee. “Ik ben erg blij om zulke goede muzikanten samen te mogen spelen. Iemand als Sonny Emory wordt bij de top10-drummers van de wereld gezien. In augustus gaan we toeren door de VS en in oktober volgt Japan. We zijn aan het kijken of we volgend jaar naar Europa kunnen komen. Ik heb gehoord van de North Sea Jazz Club. Ken jij die?” Die vraag kon ik bevestigend beantwoorden en ik heb hem meteen de naam van de contactpersoon aldaar gegeven. Dus, wie weet…

Verder praten we nog wat over Alans levensinstelling. Hij is sinds zijn dertiende vegetariër en, komend uit een landelijke omgeving, heeft hem dat wel eens een vriendinnetje, wier ouders veehouders waren, gekost. Hij stelt zijn muziek ter beschikking voor natuurfilms van Earth Views Productions en hij steunt PETA, Humane Society en Whale Rescue. Een van zijn hobby’s is wielrennen en op mijn opmerking dat ik gehoord heb dat hij daar niet al te goed in is schiet hij in de lach. “Hoe weet je dat nu weer?” Ik heb zo mijn bronnen. Hij is een tijd geleden tijdens het wielrennen gevallen en had toen zijn oogkas gebroken en enkele ribben gekneusd.

Alan geeft mij nog een exemplaar mee van zijn cd en beloofde me nog wat materiaal te sturen. Hiermee is het geanimeerde gesprek met deze vriendelijke en hartelijke muzikant afgelopen. Hopelijk keert hij volgend jaar met zijn eigen band terug naar ons land.

Reacties

Voorafgaand aan het optreden van Bill Wyman’s Rhythm Kings in het Theater aan de Schie in Schiedam kreeg ik de gelegenheid even met stergitarist Albert Lee, die deel uitmaakt van deze band, te spreken.

Volgende maand viert u uw 71e verjaardag, een leeftijd waarop de meesten van ons het al enkele jaren rustig aan doen. Maar u blijft maar doorgaan en optreden. Denkt u er zelf nooit eens aan om met pensioen te gaan? Pensioen is alleen voor mensen die zich dat kunnen veroorloven. Haha, nee, hoor, grapje. Ik ben inderdaad wel van plan het iets rustiger aan te gaan doen. Door Bill Wyman en Hogan’s Heroes ben ik ieder jaar vaak zeven tot acht maanden van huis en dat vind ik te veel worden. Ook door deze tournee met Bill ben ik drie maanden weg. Vanaf volgend jaar blijf ik wat vaker thuis. Dat wil niet zeggen dat ik helemaal niet meer naar Europa kom, maar het wordt gewoon wat minder.

Naast een succesvolle solocarrière staat u ook bekend als een veelgevraagde gastmuzikant u heft al met tientallen anderen gespeeld. Aan wie heeft u de beste herinneringen? Dat moeten wel de Everly Brothers zijn. Ik heb al in 1962 en 1963 met hen gespeeld. Later heb ik veel met Don Everly gewerkt. Aan hun reünieconcert van 1983 heb ik ook meegewerkt en de daaropvolgende 26 jaar was ik zo’n beetje een derde Everly. Verder heb ik over het algemeen goede herinneringen aan het samenwerken met andere artiesten. Slechte ervaringen heb ik eigenlijk niet.

Blijft u steeds contact houden met de mensen met wie u hebt samengewerkt? Over het algemeen wel. Met mensen als Eric Clapton mail ik zo af en toe nog en als hij mij uitnodigt om ergens mee te spelen, zoals op zijn Crossroads Festival dan ben ik van de partij. En dat geldt ook voor de collega’s, met wie ik ooit heb gespeeld.

U treedt ieder jaar nog steeds heel veel op. Hoe belangrijk zijn deze optredens voor u? Heel belangrijk. Ik moet gewoon blijven spelen om mijzelf verder te blijven ontwikkelen. De reacties van het publiek zijn belangrijk; dat geeft mij energie. En ik doe vaak tijdens de optredens nieuwe ideeën op.

U heeft over de hele wereld gespeeld in kleinere zalen, in kroegen tot en met festivals met vele duizenden toeschouwers. Waar gaat uw voorkeur naar uit? Het liefst speel ik in clubs of kleinere theaters. Er is meer intimiteit, de reacties uit het publiek zijn voelbaar en de communicatie er beter.

Als u deel uitmaakt van de band van iemand anders conformeert u zich dan helemaal aan de muziek van die ander? Of zorgt u ook voor een eigen inbreng? Ik doe wel wat er van mij wordt verwacht. Maar aan de andere kant kennen ze mij en weten ze hoe ik speel. Mijn speelstijl krijgt men er natuurlijk vanzelf bij.

U staat bekend als de beste fingerpicking gitarist, een top country gitarist en Clapton noemde u ooit de ‘greatest guitarist in the world’. Wat vindt u zelf van deze benamingen.  Ach, Eric maakte ooit een grapje en dat is zijn eigen leven gaan leiden. Er zijn zoveel verschillende stijlen en zoveel verschillende gitaristen, die allemaal hun eigen aanpak hebben. Het is gewoon niet mogelijk om de allerbeste aan te wijzen.

U woont nu al vele jaren in de VS. Hoe bent u daar terecht gekomen en heeft u geen zin om ooit weer terug te gaan naar Groot-Brittannië? In de zestiger jaren ging mijn belangstelling steeds meer uit naar countrymuziek, maar dat kon ik thuis in Engeland niet veel spelen. Toen ik eens op tournee in de VS was en ik daar al die geweldige muzikanten tegenkwam voelde ik me er gewoon thuis en besloot er te blijven. Ik woon al vele jaren met mijn vrouw in Los Angeles we onze dochter woont er ook. We hebben het er goed naar onze zin, dus ik verlang niet echt terug naar Engeland.

Ik heb ooit eens gelezen dat u Jimmy Page heeft overgehaald om de Les Paul gitaar te gaan spelen. De naam van Page is nu al vele jaren aan dit merk verbonden. Dat klopt. Ik speelde toen een Les Paul Custom en had een Supro versterker. Jimmy was zo dol op het geluid dat hij dezelfde set voor zichzelf aanschafte. Hij is daar toen bij gebleven.

En zelf schakelde u toen over op de Telecaster. Beviel die gitaar beter dan de Les Paul. Inderdaad. Ik vind de Telecaster beter in de hand liggen en ik vind deze ook geschikter voor de countryrockstijl die ik speel. En iemand in Los Angeles, Dave Evans, maakt de Telecasters precies zoals ik ze hebben wil. En nu heb ik mijn eigen Signature model.

Dan nog een vraag die ik kreeg toegespeeld van een vriend van me. Het is wat politiek getint, dus als u daar geen antwoord op wilt geven dan is dat in orde. Wat is uw gevoel bij de toenemende vooroordelen ten opzichte van zigeuners en Roma in Groot-Brittannië? (denkt even na) Dan kent die vriend van u mijn achtergrond. (lacht) Ik vind vooroordelen ten opzichte van welke bevolkingsgroep niet in orde. Overal komen wel problemen voor met criminaliteit, maar daar mogen goedwillende mensen niet onder leiden. Via mijn vader ben ik zelf van Roma-afkomst en daar ben ik best trots op.

Wat zijn de plannen voor de toekomst. Staan er meer optredens op stapel? Zijn er plannen voor een nieuwe cd? Als ik met deze tournee klaar ben ga ik naar huis in Los Angeles. En dan ben ik eerst van plan om daar maar eens in de buurt te blijven. Maar ik weet zeker dat, wanneer men weet dat ik thuis ben, de telefoon weer begint te rinkelen. Dus, wie weet.

Met deze vraag sluit ik het interview af. Ik neem afscheid en bedank de vriendelijke Albert Lee, die zich gaat voorbereiden op het optreden met Bill Wyman’s Rhythm Aces.

Reacties

Twee jaar geleden besloten rock-/blueszangeres Ali Maas en gitarist Micky Moody samen wat nummers te gaan schrijven. Deze samenwerking heeft nu geresulteerd in het album “Black And Chrome”, waar elf van deze zelfgeschreven op zijn verschenen. Ali Maas is een uitstekende zangeres met een geschiedenis in rock en de stevige blues. Micky Moody is sinds de jaren zestig aan de slag in bands als Juicy Lucy, de Moody Marsden Band en Whitesnake, om er slechts een paar te noemen. Beiden afkomstig uit de stevige bluesrock.

Voor wie denkt dat “Black And Chrome” alleen stevige bluesrock bevat kan voor een verrassing komen te staan. Niet schrikken, stevig blijft het. De nummers zijn meer blues met uitstapjes naar op blues geënte stijlen, waardoor het bereik breder en gevarieerder is. Naast degelijke rockende blues horen we een akoestische ballad, wat countrystijl en pure blues. Mijn favoriete nummers behoren in de laatstgenoemde categorie, namelijk “Same Blues, Different Day” en “Hell Bent”, waarbij de gitaar aan het geluid van Albert King doet denken.

Kortom, een goede en gevarieerde cd. Liefhebbers van bluesrock en het wat stevigere blueswerk komen hier volledig mee aan hun trekken.

Websites: http://www.thebarcodes.co.uk/Pages-Barcodes/AliMaasBand.html en http://www.mickymoody.com/

Reacties (1)

Zijn debuutalbum verscheen in 2005 en nu, twaalf jaar later, brengt de Canadese zanger/gitarist André Bisson zijn zevende cd “Break” uit. Door de jaren heen heeft Bissons zijn stijl zich geuit door zwaar tegen soul aanliggende blues en dat is met het nieuwe album niet anders.

Bisson wordt begeleid door een keur aan muzikanten, waaronder een blazerssectie, die voor een groot deel debet is aan het soulachtige geluid. Er staan twaalf nummers op de cd, waarvan een groot deel door Bisson zelf is geschreven. Opvallend is de geheel eigen versie van het bekende Beatles-nummer “Eleanor Rigby”. Zoals gezegd, Bissons stijl is blues met duidelijke invloeden uit de soul. Om meer precies te zijn: uit de Motown soul. Hij is een goed en smaakvol gitarist met een soulvolle stem, die zich uitstekend voor het genre leent. Mijn favoriete nummers zijn het stevige “Feelin’ Fine”, het rock ’n roll-nummer “Next In Line” en het al genoemde “Eleanor Rigby”. Er is genoeg te genieten: aanrader.

Website: www.andrebisson.ca

Reacties (3)

Als een albumtitel toepasselijk is dan geldt dat wel voor “Well, It’s About Time”, de nieuwe cd van zanger Andrew Chapman. Al vanaf de late zestiger jaren komen Chapman, drummer Tony Braunagel en gitarist / toetsenist Terry Wilson elkaar tegen en hebben in de daaropvolgende jaren in diverse bands gespeeld. Op een gegeven moment heeft Chapman genoeg van de muziekindustrie en wijdt hij zich aan een succesvolle carrière in hotelmanagement en investment banking. Tock kruipt het bloed waar het niet gaan kan en toen Wilson en Chapman elkaar een tijd geleden weer eens tegenkwamen waren plannen voor een cd snel gesmeed.

Ook Braunagel is van de partij, alsmede collega’s als Teresa James (toetsen, zang), John ‘Rabbit’ Bundrick (toetsen) om er maar een paar te noemen. De productie was in handen van Wilson en Chapman. Op het album staan dertien nummers, waarvan er vijf van Chapman en drie van Wilson. Wat stijl betreft moeten we denken aan goede eerlijk rockende blues. Van begin tot eind klinkt het heel prettig. Andrew Chapman heeft een goede stem met dat rauwe randje, dat zo prima bij deze stijl hoort. Nummers die een vermelding verdienen zijn de blues “That Takes Some Balls” van Wilson, de ballad “Talk To Me”, dat we kennen van Little Willie John, en het pittige “Bag Of Bones”.

Een prima cd en de hoogste tijd dat de heren weer eens samen de studio in zijn gedoken. “It was about time, indeed”

Website: www.jojotunes.com

Reacties (2)

Zes jaar geleden werd de Andy T – Nick Nixon Band opgericht, een samenwerking die drie cd’s heeft opgeleverd. Zanger James ‘Nick’ Nixon is nu te ziek om nog op te treden en Alabama Mike (Benjamin) treedt in zijn voetsporen. Nixon zingt op zes nummers mee en op nogmaals zes is de nieuwe man te horen. Hier wordt letterlijk het stokje overgegeven. Andy T (Talamantez) is vanzelfsprekend te horen op gitaar. Naast een uitstekende backingband was Anson Funderburgh achter te knoppen te vinden en speelt hij op een aantal nummers mee op gitaar.

Opvallend is het verschil in de vocalen. Nixon heeft een donker, enigszins rauw geluid, terwijl de nieuwe man een duidelijke tenorstem heeft. Het gitaargeluid van Andy T is leidend op het album. Zijn stijl is onmiskenbaar West Coast. Het album heeft gewoon alles wat je mag verwachten. Een goede band, fraaie blazers, goed gitaarwerk van zowel Talamantz en Funderburgh en geweldige soulvolle zang. We horen soul, rockende blues, slowblues en dat alles gegoten in de typische West Coast-stijl en af en toe neigend naar de Texas Blues als Funderburgh zijn onmiskenbare gitaargeluid laat horen. Het is moeilijk om twee of drie favoriete nummers aan te wijzen; ze zijn allemaal ongeveer even goed. Gewoon zelf luisteren dus.

Realiserend dat dit wel eens de laatste opnamen van Nixon zouden kunnen zijn geeft het album nog een extra emotionele lading mee. Prachtig.

Website: www.andytband.com

Reacties (2)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl