barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Adam Karch is een uit Montreal afkomstige zanger/gitarist, die zich vooral heeft gespecialiseerd in het betere fingerpicking werk. Zijn debuut-cd dateert van 2002 en het in 2014 verschenen “Blueprints” is wereldwijd met de hoogste lof ontvangen. Naast een uitstekende gitarist is Adam ook nog een goede zanger met een heldere, soulvolle stem en bovendien een prima songwriter.

“Moving Forward” is zijn nieuwe cd met twaalf nummers, waarvan hij er acht heeft geschreven. De andere betreffen covers van Bob Seger, Warren Zevon, Keb’ Mo’ en Mississippi John Hurt. Op een aantal nummers is hij alleen te horen, maar op de meeste wordt hij begeleid door de leden van zijn trio, t.w. drummer Bernard Deslauriers en bassist Marc-André Drouin. Extra hulp wordt verleend door Kim Richardson (achtergrondzang), Guy Bélanger (harmonica) en Dimitri Lebel-Alexandre (pedal steel). We horen een mix van blues, folk en country. Het verfijnde gitaarspel weet het niveau van het album naar een bijzonder hoog niveau te tillen. Bijzonder zijn de eigen versies van nummers als “Night Moves” en “Werevolves Of London”, dat we kennen van respectievelijk Bob Seger en Warren Zevon. Mijn favorieten zijn de lyrisch klinkende instrumental “Somewhere In El Paso” en het dreigende “The Contract”.

Website: www.adamkarchmusic.com

Reacties (3)

In 2014 landden AJ and the Wildgrooves met een klap in de Nederlandse blueswereld. Het album “Let’s Go Or Be Dragged” werd door pers en publiek goed ontvangen. De vele optredens bevestigden dat Nederland een uitstekende zangeres rijker was, die ook nog eens prima het publiek weet te vermaken. Inmiddels zijn we twee jaar verder, is de band (op gitarist en levenspartner Klaas Kuijt na) volledig vervangen en is de naam gewijzigd in AJ Plug. Op 22 oktober wordt de tweede cd “Chew Chew Chew” officieel ten doop gehouden. Naast AJ en Klaas maken Tenny Tahamata (bas), Machiel Verhaar (drums) en Frans van Steijn (sologitaar) deel uit van de band. Harmonicablazer Kim Snelten blaast op enkele nummers een deuntje mee.

Op “Chew Chew Chew” staan twaalf door AJ Plug zelfgeschreven nummers, die zich bewegen in het gebied van southern rock en rockende blues. Het fundament, gevormd door Klaas, Tenny en Machiel is stevig, en geeft AJ en Frans van Steijn de ruimte om te schitteren. AJ laat wederom horen een zangeres van formaat te zijn met een stem die uitstekend in het genre past. Daarnaast is het gitaarwerk van Frans van grote klasse, dat er mede voor zorgt de nummers naar een hoger niveau te tillen. Met de opener “I See The Light” wordt meteen de richting van het album aangeven, een combinatie van blues en southern rock met een mooie tekst. Want behalve muzikaal is er ook op tekstueel gebied veel te genieten. Reden te meer om de cd goed op je te laten inwerken. Mijn persoonlijk favoriete nummers zijn de blues “Trouble” en de bonustrack “Drown In My Own Sorrow”, een deltabluesnummer met fraai harmonicawerk van Snelten.

Met “Chew Chew Chew” is bewezen dat AJ Plug met de eerste cd geen toevalstreffer heeft uitgebracht en dat zij met haar band een team vormt waar danig rekening mee gehouden dient te worden. Hoe goed de eerste cd al was, de nieuwe is nog beter. Er is in de afgelopen jaren een aantoonbare groei geweest en als deze lijn volgehouden kan worden dan is ‘the sky the limit’.

Website: www.ajplug.nl

Reacties (1)

De in 1945 geboren Al Miller hoorde in 1964 tot het eerste groepje blanke bluesmusici die een flinke voetafdruk hebben geplaatst in Chicago. Hij was bevriend met Johnny Young, Chicago Slim, Paul Butterfield en Michael Bloomfield. Miller vertrok enkele jaren later naar San Francisco waar hij deze Butterfield en Bloomfield weer tegen kwam. Na een carrière buiten de muziek nam hij in 1995 zijn eerste album "Wild Cards" op voor Delmark. Vijf jaar later duikt de harmonicaspeler weer de studio in en met hulp van grote namen als John Primer, Billy Flynn, Dave Specter, vader en zoon Willie "Big Eyes" en Kenny Smith wordt zijn tweede cd "...In Between Time" opgenomen. Deze wordt onder eigen beheer uitgebracht en is reeds lang uitverkocht.

Gelukkig heeft Delmark het goede idee gehad om dit album nu zelf te gaan uitbrengen. De cd bestaat uit 17 songs, waarvan er vijf door Miller zelf zijn geschreven en de rest bestaat uit covers. Wat onmiddellijk opvalt dat je jezelf terugwaant in het Chicago van halverwege de zestiger jaren; het zo een oud album van Bloomfield en Butterfield kunnen zijn. Maar denk niet dat hier een imitatie-Butterfield aan het werk is, Al Miller heeft daar genoeg kwaliteiten en klasse voor om dit te voorkomen.

Wat ons hier wordt geboden is een fraaie bloemlezing uit de Chicagoblues. Beginnend met de rockende boogie "Rockin' All Day", het soepele "Need You So Bad" van B.B. King en Johnny Youngs "My Baby Walked Out" zijn we al lekker op weg. Vooral het laatste nummer is door het rollende pianowerk van Barrelhouse Chuck en het grandioze harmonicaspel van Miller een van de beste nummer van de cd geworden. Het swingende "Old Friends" blinkt uit door de gitaar van Specter, terwijl de interactie tussen harmonica en slidegitaar in de titelsong voor een macabere spanning zorgen. In "I Got It" en "Dead Presidents" laat Miller zijn kunsten op de harmonica horen. Het laatste nummer laat tevens een fraaie saxofoonsolo horen. In Millers eigen "A Better Day" zorgen Flynn en Specter voor een paar gitaristische hoogstandjes, terwijl "Tighten Up On It" een smeuïge klassieke Chicagoblues is. De gitaar van Primer, de piano van Ken Saydak en Millers harmonica maken van "1839 Blues" een bijna zeven minuten durend hoogstandje en het swingende "Billy's Boogie" zorgt ervoor dat de voetjes van de vloer komen. En dat geldt onverminderd voor "Make It Alright". Klassiekere Chicagoblues als in "Bachelor Blues" krijg je ze niet: de zwoele Hammond B3, de strakke ritmesectie, de rollende piano en het volle harmonicageluid zorgen daar wel voor. Die trend wordt met Eddie Taylors "If You Don't Want Me" voortgezet, wat weer een fraaie opstap is voor "Lake Michigan Waters", waar vooral Billy Flynn met zijn  vlammende gitaar de uitblinker is. Flynn en Miller gaan er samen voor het het swingende "Lawhorn Special". Als afsluiter heeft Delmark er de nog niet eerder uitgebrachte rockende blues "Blizzard" aan toegevoegd.

Conclusie: een gewoonweg schitterende uitgave met stuk voor stuk geweldige bluessongs. Onbegrijpelijk dat dit destijds in eigen beheer is uitgebracht en lang niet verkrijgbaar was. Een goede zet van Delmark om dit album op hun verspreidingslijst te zetten.

Reacties

Toetsenvirtuoos/producer/songwriter Alan Hewitt was in Amsterdam vanwege het optreden met de Moody Blues, de legendarische rockband door wie hij al ruim zes jaar wordt ingehuurd om de toetsenpartijen waar te nemen. Naast de Moody Blues heeft Alan een muzikale solocarrière om “U” tegen te zeggen en uit een van zijn projecten, One Nation, is onlangs de cd “Evolution” voortgekomen. Op 24 juni 2015 had ik in het hoofdstedelijke Marriott Hotel onder het genot van een kop koffie een gesprek met Alan.

Als ik de naam Alan Hewitt laat vallen dan zeggen de meesten: “Alan wie….?” Ik vraag Alan om zichzelf even voor te stellen. “Ik ben geboren in Michigan en heb aan het Berklee College of Music gestudeerd. Daarna ben ik naar Los Angeles verhuisd en ben er begonnen als songwriter. Ik heb geschreven voor artiesten, uiteenlopend van de Psychedelic Furs, Eddie Money tot Donny Osmond, noem maar op. Ook was ik studiomuzikant en heb onder meer meegespeeld op “Cherry Pie” van Warrant, dat driemaal platina werd. Op een gegeven moment zat ik in de studio aan de andere kant en werkte als producer. Ik heb bijvoorbeeld samengewerkt met Maurice White aan “Greatest Hits” van Earth Wind & Fire.” Dat zijn naam ondanks het vele werk dat hij heeft gedaan, niet onmiddellijk bij iedereen bekend is komt omdat Alan liever low-profile blijft en op de achtergrond werkt. Hij is ooit begonnen als drummer en achter de drumkit voelde hij zich veilig. Omdat hij ook wat toetsen speelde werd hem eens gevraagd om dat ook eens tijdens een optreden te doen . En zo is hij zich steeds meer op het toetsenwerk gaan toeleggen.

       

Sinds 2010 begeleidt Alan de Moody Blues op hun tournees. Ik vraag hem hoe het contact tot stand gekomen is. “Al ergens in de negentiger jaren heb ik wat geschreven voor Justin Heyward. We hadden toen hetzelfde managementbureau en raakten bevriend. Er was toen al sprake dat er een samenwerking zou komen, maar door problemen met onze persoonlijke managers is dit toen niet gelukt. Het contact bleef en toen zij in 2010 een toetsenman zochten heb ik auditie gedaan en uit de kandidaten kozen zij mij.” Bij het spelen van de songs van de Moody Blues wordt gestreefd zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven, maar Alan krijgt wel de gelegenheid om met de arrangementen te spelen. “Blijkbaar bevalt het Justin, John en Graeme”’ zegt hij lachend. “Ik mag na zes jaar nog steeds meedoen”.

Naast zijn werk als schrijver, producer en begeleider heeft Alan ook nog zijn eigen projecten. Onlangs is van het project One Nation het album “Evolution” uitgekomen, een cd dat zich in het rock/jazz/fusion-stramien beweegt. “Het platen label wilde graag dat ik iets ging opzetten en toen ik mijn plannen vertelde gaven ze mij groen licht. Ik belde eerst Jamie Glaser die meteen toezegde. Jamie en ik hebben samen aan Berklee gestudeerd, maar toen speelden we nog niet samen. Hij heeft onder meer gespeeld met Jean-Luc Ponty en Chick Corea. Ik ben in de studio begonnen met de tracks op te nemen. Omdat ik ook drums en gitaar speel weet ik hoe je dit moet opzetten. Toen de andere leden van de band erbij kwamen was er nog input van hen en uiteindelijk is de cd gegroeid.” One Nation bestaat naast Alan en Jamie uit bassist JV Collier (Bruce Hornsby, de Temptations, Earl Klugh), drummer Sonny Emory (Earth Wind & Fire, Steely Dan, Bruce Hornsby, Stanley Clarke) en gitarist Duffy King, die zes keer de Detroit Music Award heeft gewonnen. Verder doen gitariste Orianthi (bekend van Michael Jacksons “This Is It” en zanger Alex Boye mee. “Ik ben erg blij om zulke goede muzikanten samen te mogen spelen. Iemand als Sonny Emory wordt bij de top10-drummers van de wereld gezien. In augustus gaan we toeren door de VS en in oktober volgt Japan. We zijn aan het kijken of we volgend jaar naar Europa kunnen komen. Ik heb gehoord van de North Sea Jazz Club. Ken jij die?” Die vraag kon ik bevestigend beantwoorden en ik heb hem meteen de naam van de contactpersoon aldaar gegeven. Dus, wie weet…

Verder praten we nog wat over Alans levensinstelling. Hij is sinds zijn dertiende vegetariër en, komend uit een landelijke omgeving, heeft hem dat wel eens een vriendinnetje, wier ouders veehouders waren, gekost. Hij stelt zijn muziek ter beschikking voor natuurfilms van Earth Views Productions en hij steunt PETA, Humane Society en Whale Rescue. Een van zijn hobby’s is wielrennen en op mijn opmerking dat ik gehoord heb dat hij daar niet al te goed in is schiet hij in de lach. “Hoe weet je dat nu weer?” Ik heb zo mijn bronnen. Hij is een tijd geleden tijdens het wielrennen gevallen en had toen zijn oogkas gebroken en enkele ribben gekneusd.

Alan geeft mij nog een exemplaar mee van zijn cd en beloofde me nog wat materiaal te sturen. Hiermee is het geanimeerde gesprek met deze vriendelijke en hartelijke muzikant afgelopen. Hopelijk keert hij volgend jaar met zijn eigen band terug naar ons land.

Reacties

Voorafgaand aan het optreden van Bill Wyman’s Rhythm Kings in het Theater aan de Schie in Schiedam kreeg ik de gelegenheid even met stergitarist Albert Lee, die deel uitmaakt van deze band, te spreken.

Volgende maand viert u uw 71e verjaardag, een leeftijd waarop de meesten van ons het al enkele jaren rustig aan doen. Maar u blijft maar doorgaan en optreden. Denkt u er zelf nooit eens aan om met pensioen te gaan? Pensioen is alleen voor mensen die zich dat kunnen veroorloven. Haha, nee, hoor, grapje. Ik ben inderdaad wel van plan het iets rustiger aan te gaan doen. Door Bill Wyman en Hogan’s Heroes ben ik ieder jaar vaak zeven tot acht maanden van huis en dat vind ik te veel worden. Ook door deze tournee met Bill ben ik drie maanden weg. Vanaf volgend jaar blijf ik wat vaker thuis. Dat wil niet zeggen dat ik helemaal niet meer naar Europa kom, maar het wordt gewoon wat minder.

Naast een succesvolle solocarrière staat u ook bekend als een veelgevraagde gastmuzikant u heft al met tientallen anderen gespeeld. Aan wie heeft u de beste herinneringen? Dat moeten wel de Everly Brothers zijn. Ik heb al in 1962 en 1963 met hen gespeeld. Later heb ik veel met Don Everly gewerkt. Aan hun reünieconcert van 1983 heb ik ook meegewerkt en de daaropvolgende 26 jaar was ik zo’n beetje een derde Everly. Verder heb ik over het algemeen goede herinneringen aan het samenwerken met andere artiesten. Slechte ervaringen heb ik eigenlijk niet.

Blijft u steeds contact houden met de mensen met wie u hebt samengewerkt? Over het algemeen wel. Met mensen als Eric Clapton mail ik zo af en toe nog en als hij mij uitnodigt om ergens mee te spelen, zoals op zijn Crossroads Festival dan ben ik van de partij. En dat geldt ook voor de collega’s, met wie ik ooit heb gespeeld.

U treedt ieder jaar nog steeds heel veel op. Hoe belangrijk zijn deze optredens voor u? Heel belangrijk. Ik moet gewoon blijven spelen om mijzelf verder te blijven ontwikkelen. De reacties van het publiek zijn belangrijk; dat geeft mij energie. En ik doe vaak tijdens de optredens nieuwe ideeën op.

U heeft over de hele wereld gespeeld in kleinere zalen, in kroegen tot en met festivals met vele duizenden toeschouwers. Waar gaat uw voorkeur naar uit? Het liefst speel ik in clubs of kleinere theaters. Er is meer intimiteit, de reacties uit het publiek zijn voelbaar en de communicatie er beter.

Als u deel uitmaakt van de band van iemand anders conformeert u zich dan helemaal aan de muziek van die ander? Of zorgt u ook voor een eigen inbreng? Ik doe wel wat er van mij wordt verwacht. Maar aan de andere kant kennen ze mij en weten ze hoe ik speel. Mijn speelstijl krijgt men er natuurlijk vanzelf bij.

U staat bekend als de beste fingerpicking gitarist, een top country gitarist en Clapton noemde u ooit de ‘greatest guitarist in the world’. Wat vindt u zelf van deze benamingen.  Ach, Eric maakte ooit een grapje en dat is zijn eigen leven gaan leiden. Er zijn zoveel verschillende stijlen en zoveel verschillende gitaristen, die allemaal hun eigen aanpak hebben. Het is gewoon niet mogelijk om de allerbeste aan te wijzen.

U woont nu al vele jaren in de VS. Hoe bent u daar terecht gekomen en heeft u geen zin om ooit weer terug te gaan naar Groot-Brittannië? In de zestiger jaren ging mijn belangstelling steeds meer uit naar countrymuziek, maar dat kon ik thuis in Engeland niet veel spelen. Toen ik eens op tournee in de VS was en ik daar al die geweldige muzikanten tegenkwam voelde ik me er gewoon thuis en besloot er te blijven. Ik woon al vele jaren met mijn vrouw in Los Angeles we onze dochter woont er ook. We hebben het er goed naar onze zin, dus ik verlang niet echt terug naar Engeland.

Ik heb ooit eens gelezen dat u Jimmy Page heeft overgehaald om de Les Paul gitaar te gaan spelen. De naam van Page is nu al vele jaren aan dit merk verbonden. Dat klopt. Ik speelde toen een Les Paul Custom en had een Supro versterker. Jimmy was zo dol op het geluid dat hij dezelfde set voor zichzelf aanschafte. Hij is daar toen bij gebleven.

En zelf schakelde u toen over op de Telecaster. Beviel die gitaar beter dan de Les Paul. Inderdaad. Ik vind de Telecaster beter in de hand liggen en ik vind deze ook geschikter voor de countryrockstijl die ik speel. En iemand in Los Angeles, Dave Evans, maakt de Telecasters precies zoals ik ze hebben wil. En nu heb ik mijn eigen Signature model.

Dan nog een vraag die ik kreeg toegespeeld van een vriend van me. Het is wat politiek getint, dus als u daar geen antwoord op wilt geven dan is dat in orde. Wat is uw gevoel bij de toenemende vooroordelen ten opzichte van zigeuners en Roma in Groot-Brittannië? (denkt even na) Dan kent die vriend van u mijn achtergrond. (lacht) Ik vind vooroordelen ten opzichte van welke bevolkingsgroep niet in orde. Overal komen wel problemen voor met criminaliteit, maar daar mogen goedwillende mensen niet onder leiden. Via mijn vader ben ik zelf van Roma-afkomst en daar ben ik best trots op.

Wat zijn de plannen voor de toekomst. Staan er meer optredens op stapel? Zijn er plannen voor een nieuwe cd? Als ik met deze tournee klaar ben ga ik naar huis in Los Angeles. En dan ben ik eerst van plan om daar maar eens in de buurt te blijven. Maar ik weet zeker dat, wanneer men weet dat ik thuis ben, de telefoon weer begint te rinkelen. Dus, wie weet.

Met deze vraag sluit ik het interview af. Ik neem afscheid en bedank de vriendelijke Albert Lee, die zich gaat voorbereiden op het optreden met Bill Wyman’s Rhythm Aces.

Reacties

Twee jaar geleden besloten rock-/blueszangeres Ali Maas en gitarist Micky Moody samen wat nummers te gaan schrijven. Deze samenwerking heeft nu geresulteerd in het album “Black And Chrome”, waar elf van deze zelfgeschreven op zijn verschenen. Ali Maas is een uitstekende zangeres met een geschiedenis in rock en de stevige blues. Micky Moody is sinds de jaren zestig aan de slag in bands als Juicy Lucy, de Moody Marsden Band en Whitesnake, om er slechts een paar te noemen. Beiden afkomstig uit de stevige bluesrock.

Voor wie denkt dat “Black And Chrome” alleen stevige bluesrock bevat kan voor een verrassing komen te staan. Niet schrikken, stevig blijft het. De nummers zijn meer blues met uitstapjes naar op blues geënte stijlen, waardoor het bereik breder en gevarieerder is. Naast degelijke rockende blues horen we een akoestische ballad, wat countrystijl en pure blues. Mijn favoriete nummers behoren in de laatstgenoemde categorie, namelijk “Same Blues, Different Day” en “Hell Bent”, waarbij de gitaar aan het geluid van Albert King doet denken.

Kortom, een goede en gevarieerde cd. Liefhebbers van bluesrock en het wat stevigere blueswerk komen hier volledig mee aan hun trekken.

Websites: http://www.thebarcodes.co.uk/Pages-Barcodes/AliMaasBand.html en http://www.mickymoody.com/

Reacties (1)

Na acht jaar voor het Amerikaanse leger in plaatsen als Kosovo en Irak te hebben gediend blijkt Annika Chambers ook nog andere ambities en kwaliteiten te hebben. De in Texas geboren Chambers leerde het zingen in de kerk, maar zij werd door de blues pas echt gegrepen nadat ze aan een talentenshow in Kosovo had meegedaan. Pas nadat zij de militaire dienst vaarwel had gezegd en weer was teruggekeerd in Texas werd er wat meer aan een muzikale carrière gedacht. In 2014 verscheen haar eerste album “Making My Mark”, die overal positief werd ontvangen.

Sinds het album uitkwam is er veel gebeurd voor Annika en niet alleen maar positieve dingen. Ze heeft bijvoorbeeld ook zes maanden in de gevangenis doorgebracht. En nu is onlangs haar tweede cd “Wild & Free” verschenen met twaalf nummers, een mooie mix van originals en covers. Begeleid wordt zij onder meer door Mike Finnegan (piano,  orgel), Larry Fulcher (bas), Tony Braunagel (drums) en de gitaristen Johnny Lee Schell en Josh Sklair. De vier eerstgenoemden vormen ook de Phantom Blues Band. Mevrouw Chambers heeft een stem waarmee zij zowel kan brullen als verleidelijk kan fluisteren, soulvol kan zingen als rauwe blues aan kan. Wat stijl betreft zit zij tussen ‘echte’ blues en soulblues; we horen ballads en rockers. Bijzondere indruk op mij maken het door Annika zelfgeschreven “Reality” en de soulblues “Six Nights And Day”. Haar debuutalbum maakte al indruk en deze tweede is nog eens een stap vooruit.

Website: www.annikachambers.com


Reacties (2)

Wennekerpand, Schiedam - 27 februari 2014

De voorstelling begint als één enkele saxofoon zijn klagende toon over het publiek laat vloeien. Een tweede saxofoon neemt het over en snel voegen zich de andere twee collega's van het Artvark Saxophone Quartet erbij. Het kwartet, bestaande uit Bart Wirtz (altsax), Rolf Delfos (alt), Mete Erker (tenor) en Peter Broekhuizen (bariton) behoort tot het beste wat wij op dit gebied in Nederland hebben en ook internationaal weten zij hoog te scoren. Zij laten horen dat er met vier saxofoons en geen enkel ander instrument uitstekende muziek te maken is. Tijdens het openingsnummer loopt John Buijsman op de achtergrond heen en weer en hangt er bevlekte lakens op, waar een landschap met molens en typische Hollandse wolken op wordt geprojecteerd.


De volgende vijf kwartier krijgen we een unieke vorm van muziektheater gepresenteerd, waarin de blues het middelpunt vormt. Maar niet de Amerikaanse blues; we zijn immers in Nederland. Het is een muziekvorm die zo zou kunnen klinken als de blues in Nederland was ontstaan. In de polder dus, tot aan je enkels in de klei. Terwijl de mannen van Artvark aan het werk zijn worden zij door John Buijsman verzorgd. Hij zet koffie en kookt intussen aardappelen en spruitjes. Je hoort de fluitketel voor de koffie en de deksel van het pannetje dat staat te klepperen op het kookplaatje. En het is allemaal echt; de spruitjes heb ik die middag nog bij John thuis zien liggen. Het wordt ook allemaal op het podium genuttigd.

De teksten zijn geschreven door Peer Wittenbols en worden door John gezongen of voorgedragen. Het zijn tragikomische teksten, zoals de "Ouwe Jongens Blues", het lied over Lidewij Broos en de vertaling van "John Henry" in "Dikke Don Hendriks". Teksten over het verlaten zijn, het verlaten worden en het zelf verlaten. De enscenering is kaal gehouden. Er staat een tafel met wat stoelen, er hangt een waslijn met bevlekte laken en dat is het dan. Maar het is voldoende. De rest wordt ingevuld door de muziek en de teksten.

Een meesterlijk stuk muziektheater, dat duidelijk het bluesgevoel oproept.

Eerder die dag had ik een interview met John Buijsman. Dit kunt u hier lezen.




Reacties

foto's: Kuno Mooren

Wat ooit door twee van de voormalige begeleiders van Rory Gallagher, Gerry McAvoy en Ted McKenna, is begonnen als een goh-wat-leuk-die-muziek-van-Rory-daar-moeten-we-eens-wat-mee-gaan-doen is na enkele jaren uitgegroeid tot een band van naam en faam. Met de Nederlandse gitarist Marcel Scherpenzeel spelen de heren al enkele jaren de zalen plat. Na een eerste cd/dvd, die vorig jaar is uitgekomen, is ook een flinke stap voorwaarts gemaakt.

          

Op 31 januari 2015 deed de Band of Friends in het kader van hun Europese tournee De Boerderij in Zoetermeer aan. Vanaf de eerste toon wordt de aandacht van het publiek gegrepen en die wordt de volgende kleine twee uur niet meer losgelaten tot de laatste noten van de toegift door de ruimte naklinken. Met Gerry als regisseur van zowel de band als het publiek wordt de ene na de ander Gallagher-song de ruimte ingeslingerd. Bouwend op de solide ritmesectie zorgt Marcel voor de zang en het fabuleuze gitaarwerk. Bekende songs als “Bought And Sold”, “Calling Card” en “A Million Miles Away” worden door het publiek luidkeels meegezongen. Halverwege het optreden wordt wat tijd ingeruimd om een aantal eigen songs te spelen, die op vorig jaar verschenen cd/dvd “Too Much Is Not Enough” staan.

Het grootste deel van het optreden bestaat uit songs van Rory Gallagher, maar het is duidelijk dat Marcel Scherpenzeel geen Rory-kloon is. Hij speelt de songs wel in de geest van Rory, maar heeft duidelijk een eigen inbreng. Wat al die jaren duidelijk niet veranderd is is de tomeloze energie en het overduidelijk plezier, waarmee de band speelt. En dit slaat over naar het publiek, dat hierdoor getuige is geweest van een uitstekend optreden.

Reacties (1)

Een van de bands, die tijdens de 26e editie van Westerpop in Delft optrad was Band of Friends. Deze Iers/Schots/Nederlandse combinatie is enkele jaren geleden opgericht om de muziek van Rory Gallagher in ere te houden. Drummer Ted McKenna en bassist Gerry McAvoy hebben jarenlang in diens band gespeeld en zij hebben in Marcel Scherpenzeel de ideale zanger/gitarist gevonden.

Voorafgaand aan het optreden ontmoetten we Gerry en Marcel backstage en onder het genot van een drankje vertelden zij over hun nieuwe cd. Het masteren is klaar en de opnamen liggen bij Gerry voor goedkeuring. De bedoeling is dat deze in september wordt uitgebracht.

         

Na aanvankelijk wat problemen met de bas van Gerry ging het trio los met de bluesrock die we van hen gewend zijn. En alles in de geest van Rory Gallagher: rauw, hard en opwindend. Natuurlijk passeren nummers als “Moonchild” en “Shadowplay” de revue. Duidelijk is het speelplezier dat de heren hebben. Met elkaar en met het publiek, want die interactie is absoluut aanwezig. Ted vertelde mij later dat het hem was opgevallen hoeveel jonge mensen er op de muziek van deze “oude mannen” stonden te dansen. Helaas was de tijd beperkt en de set met 55 minuten veel te kort. Maar de band had het publiek in zijn greep en daar gaat het om.

Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl