barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

foto's: Kuno Mooren

Wat ooit door twee van de voormalige begeleiders van Rory Gallagher, Gerry McAvoy en Ted McKenna, is begonnen als een goh-wat-leuk-die-muziek-van-Rory-daar-moeten-we-eens-wat-mee-gaan-doen is na enkele jaren uitgegroeid tot een band van naam en faam. Met de Nederlandse gitarist Marcel Scherpenzeel spelen de heren al enkele jaren de zalen plat. Na een eerste cd/dvd, die vorig jaar is uitgekomen, is ook een flinke stap voorwaarts gemaakt.

          

Op 31 januari 2015 deed de Band of Friends in het kader van hun Europese tournee De Boerderij in Zoetermeer aan. Vanaf de eerste toon wordt de aandacht van het publiek gegrepen en die wordt de volgende kleine twee uur niet meer losgelaten tot de laatste noten van de toegift door de ruimte naklinken. Met Gerry als regisseur van zowel de band als het publiek wordt de ene na de ander Gallagher-song de ruimte ingeslingerd. Bouwend op de solide ritmesectie zorgt Marcel voor de zang en het fabuleuze gitaarwerk. Bekende songs als “Bought And Sold”, “Calling Card” en “A Million Miles Away” worden door het publiek luidkeels meegezongen. Halverwege het optreden wordt wat tijd ingeruimd om een aantal eigen songs te spelen, die op vorig jaar verschenen cd/dvd “Too Much Is Not Enough” staan.

Het grootste deel van het optreden bestaat uit songs van Rory Gallagher, maar het is duidelijk dat Marcel Scherpenzeel geen Rory-kloon is. Hij speelt de songs wel in de geest van Rory, maar heeft duidelijk een eigen inbreng. Wat al die jaren duidelijk niet veranderd is is de tomeloze energie en het overduidelijk plezier, waarmee de band speelt. En dit slaat over naar het publiek, dat hierdoor getuige is geweest van een uitstekend optreden.

Reacties (1)

Een van de bands, die tijdens de 26e editie van Westerpop in Delft optrad was Band of Friends. Deze Iers/Schots/Nederlandse combinatie is enkele jaren geleden opgericht om de muziek van Rory Gallagher in ere te houden. Drummer Ted McKenna en bassist Gerry McAvoy hebben jarenlang in diens band gespeeld en zij hebben in Marcel Scherpenzeel de ideale zanger/gitarist gevonden.

Voorafgaand aan het optreden ontmoetten we Gerry en Marcel backstage en onder het genot van een drankje vertelden zij over hun nieuwe cd. Het masteren is klaar en de opnamen liggen bij Gerry voor goedkeuring. De bedoeling is dat deze in september wordt uitgebracht.

         

Na aanvankelijk wat problemen met de bas van Gerry ging het trio los met de bluesrock die we van hen gewend zijn. En alles in de geest van Rory Gallagher: rauw, hard en opwindend. Natuurlijk passeren nummers als “Moonchild” en “Shadowplay” de revue. Duidelijk is het speelplezier dat de heren hebben. Met elkaar en met het publiek, want die interactie is absoluut aanwezig. Ted vertelde mij later dat het hem was opgevallen hoeveel jonge mensen er op de muziek van deze “oude mannen” stonden te dansen. Helaas was de tijd beperkt en de set met 55 minuten veel te kort. Maar de band had het publiek in zijn greep en daar gaat het om.

Reacties (1)

Op 31 januari 2015 trad de Band of Friends op in De Boerderij, Zoetermeer. Voor het optreden kregen wij de gelegenheid om Gerry McAvoy, Ted McKenna en Marcel Scherpenzeel in hun kleedkamer te spreken. De foto’s zijn van Kuno Mooren, de tekst is van Eric Campfens.

Band of Friends, gewijd aan de muziek van Rory Gallagher, bestaat inmiddels al weer enkele jaren. Hoe kwamen jullie (Gerry en Ted) op het idee om, na vele jaren bij andere bands gespeeld te hebben, weer de muziek van Rory te gaan uitvoeren?

Gerry: Het moet al zo’n zes of zeven jaar geleden zijn dat ik op zolder een oude platenspeler vond. Bedekt met stof. Ik heb hem tevoorschijn gehaald en ben toen weer eens mijn vinylplaten gaan draaien. Dat was geweldig. Het geluid van elpees is gewoon veel mooier dan het digitale geluid van tegenwoordig. En tussen mijn vinylplaten zaten natuurlijk ook de oude albums van Rory, waar ik allemaal op heb meegespeeld. Dat vond ik zo fantastisch klinken dat het plan ontstond om weer eens wat met zijn muziek te gaan doen. Ik ben wat rond gaan bellen en al snel was Ted van de partij en tijdens een Rory Gallagher-dag in Zaandam kwamen we Marcel tegen. Dat klikte perfect en zo hadden we de band bij elkaar.

Haden jullie verwacht dat het zo’n groot succes zou gaan worden toen jullie met Band of Friends begonnen? De oude Rory-fans hadden het ook als slechts een tributeband kunnen beschouwen.


Helemaal niet. We hadden er absoluut geen verwachtingen van. We kwamen gewoon samen om te spelen. Maar dat het zo succesvol zou worden hadden we eigenlijk nooit kunnen bedenken.

In het begin deden verschillende gitaristen met jullie mee. Zo heb ik eens een optreden gezien met Julian Sas. Hoe is Marcel er als vast bandlid bij gekomen?

Er hebben inderdaad verschillende gitaristen meegespeeld, maar dat was meer ter gelegenheid van Rory-memorials of iets dergelijks. We gaven onszelf toen de naam Band of Friends omdat we vrienden waren van elkaar en van Rory. Vanaf het moment dat Marcel meespeelde was duidelijk dat hij dezelfde benadering van muziek had als wij. De bandnaam is verder zo gebleven.

Hoe is het om de songs van Rory te spelen zonder Rory?

Geweldig. Ted heeft een jaar of vier bij Rory gespeeld en ik twintig. De eerste keer kwamen wij samen in de Maloe Meloe, de club van Marcels vader, om te repeteren en het was alsof we nooit iets anders hadden gedaan.

Hebben jullie feedback gehad van de andere voormalige leden van Rory’s band? Wat vinden zij ervan dat jullie nu succes hebben met zijn muziek.

Helaas zijn een aantal inmiddels overleden, zoals Rod d’Ath en Lou Martin. Die kunnen dus geen kritiek meer hebben. Wel is John Wilson (drummer van Taste, red.) al enkele keren wezen kijken en die vindt het allemaal prima wat we doen.

Er wordt vaak gezegd dat Rory een vriendelijke man was, een warme persoon. Is dat echt zo? Ik kan mij voorstellen dat hij in de laatste jaren, toen hij al ziek was, niet iedere avond even gezellig kon zijn.

Rory was echt een van de aardigste en vriendelijkste mensen die wij hebben gekend. Zijn laatste jaren hebben wij beiden niet meegemaakt en hij had zeker problemen met zijn gezondheid, maar hij bleef hartelijk. Echter, hij was wel een echte leider en gaf duidelijk aan hoe en wat hij wilde. Maar dat is logisch als het jouw band, jouw muziek is. Daar is niets mis mee.

Merken jullie dat het publiek weer meer interesse krijgt in Rory’s muziek als ze jullie hebben horen spelen.

Dat is wel zeker. We zien ouderen die Rory’s muziek al kennen, maar ook veel jongeren die hem nooit hebben meegemaakt en zijn songs voor het eerst horen. Onlangs traden we op in Griekenland en daar was zeker 60 procent van het publiek jonger dan dertig. Mooi toch, dat die van deze muziek houden.

Hoe vindt Marcel het om in de grote voetstappen van Rory te treden?

Marcel: Geweldig. Dat is het mooie van muziek. Rory speelde blues, rock, country en daar hou ik ook van. Ik speel weliswaar de songs van Rory, maar ik leg er mijn eigen ziel in. Ik heb bijvoorbeeld mijn eigen timing. Het is fantastisch om dit te mogen doen.

Jullie wonen niet bij elkaar in de buurt. Gerry woont in Frankrijk, Ted in Glasgow, Schotland en Marcel in Amsterdam. Hoe pakken jullie dat aan met repetities?

Dat gaat vrij goed. Regelmatig komen wij bij elkaar in een dorpje in het graafschap Cumbria in Noord-Engeland. Daar logeren we in een B&B en maken er gebruik van een studio. Verder is er bijna niets, alleen maar schapen.

In 2013 brachten jullie een eerste cd/dvd uit getiteld “Too Much Is Not Enough”. De cd bevat zeven songs, waarvan zes zelfgeschreven nummers. Hoe werd dit ontvangen?

Heel erg goed. Omdat we al een tijdje een band vormden vonden we het tijd om een volgende stap te doen en eigen materiaal uit te brengen. De wijze waarop we de songs schrijven is vrij uniek. Het is niet zo dat een van ons met een kant-en-klare song aankomt. Nee, we gaan bij elkaar zitten en werken er dan samen aan. Ook nu zijn we bezig met nieuwe songs voor een compleet album.

Hoe reageert het publiek als jullie eigen songs worden gespeeld.

Haha, dat laten we je na vanavond weten. Nee, prima. Die worden goed ontvangen, de respons is goed.

Je vertelde zojuist al dat jullie aan een nieuw album werken. Wanneer komt die uit en wat zijn de verdere plannen?

Wij denken eraan om het nieuwe album later dit jaar uit te brengen. Maar niet helemaal aan het eind van het jaar. Verder blijven we optreden. En (grijnzend) we hebben plannen voor een pornofilm. Gewoon met ons drieën. “Too Much Is Not Enough” zal de titel zijn.

En daarna? Meer Band of Friends en minder Rory?

Dat weten we nog niet. We zien wel wat er op ons pad komt. Ongetwijfeld zullen we meer eigen materiaal spelen, maar de songs van Rory zullen nooit helemaal verdwijnen.

Merken jullie een verschil in de houding van het publiek van vroeger en nu? En vooral wat betreft het praten tijdens concerten. Hebben jullie daar ook last van?

Het publiek zelf is niet veranderd. De band speelt goed of slecht en daar reageert het publiek dan ook op. Dat is altijd al zo geweest. We zien wel dat er gepraat wordt tijdens de optredens, maar dat kan ook gaan over de muziek, de instrumenten en dergelijke. Dat horen we verder niet. Wat wel opvalt is, dat als er een bar in de zaal is, er meer wordt gekletst dan wanneer die zich buiten de zaal bevindt. We kunnen ons voorstellen dat zoiets dan de anderen stoort.

(Tijdens het optreden brult Gerry tussen twee songs door inderdaad een keer “shut up at the bar!”

 

Bedankt voor jullie tijd en dit interview.

En jullie bedankt en veel plezier vanavond.

Reacties

Voor wie het nog niet weet of voor hen die de afgelopen jaren onder een steen hebben geleefd, de Band of Friends is enkele jaren geleden opgericht door ex-Rory Gallagher leden Gerry McAvoy en Ted McKenna, aangevuld met de Nederlandse gitarist en zanger Marcel Scherpenzeel. Zwaartepunt van hun optredens was de muziek van Rory Gallagher levend te houden. Maar Band of Friends is meer dan een coverband. Daar zorgt de klasse van de individuele muzikanten wel voor. Bovendien heeft Marcel een geheel eigen stijl en zorgt zijn inbreng voor een eigen gezicht van de band. In 2013 werd de cd/dvd “Too Much Is Not Enough” uitgebracht met op de cd uitsluitend eigen werk.

Onlangs is de tweede van de band verschenen, waar geen enkel nummer van Rory Gallagher meer op staat. De enige cover is een bewerking van Frankie Millers “A Sense Of Freedom”, de overige tien nummers zijn van de hand van de drie heren zelf. Wat we te horen krijgen is uiteraard stevige bluesrock, wat meer losgeweekt van de Gallagher-stijl, waardoor de cd meer eigen smoel heeft gekregen. Het stevige drumwerk van McKenna en de pompende bas van McAvoy houden de boel strak, terwijl Scherpenzeel voor het vuurwerk zorgt. Mijn favoriete nummers zijn “A Sense Of Freedom” en “Wanna Be Next To You”, beiden met prima gitaarwerk, en de afsluiter, het akoestisch folk-achtige “King Of The Street”. Gewoon een fijne bluesrock-cd.

Website: www.bandoffriends.eu

Reacties (2)

Dit verslag verscheen eerder op The Blues Alone?

Een vaste waarde in de vaderlandse bluesscene is iets dat je de Haarlemse bluesband Barrelhouse wel kunt noemen. De band bestaat al  ruim veertig jaar – we reken de onderbreking van tien jaar voor het gemak even niet mee – in dezelfde bezetting. In 1974 ontstaan uit de Oscar Benton Blues Band bracht Barrelhouse een jaar later het eerste titelloze album uit. Inmiddels zijn  we 41 jaar verder en zeer veel optredens verder. En daar zaten enkele zeer memorabele bij. Wie herinnert zich niet de samenwerking met Texaanse “Iceman”Albert Collins? Daarnaast heeft de band nog een behoorlijke bibliotheek aan platen uitgebracht. Onlangs is de cd “Almost There” verschenen, die overal goed ontvangen is. Het zestal weet nog steeds te boeien, zowel op de plaat als tijdens liveoptredens.

Op 25 november jl. gaf Barrelhouse een optreden in de Amsterdamse North Sea Jazz Club. Het optreden was uitverkocht, wat iets zegt over de verwachtingen die en van deze band had. Een en ander vond plaats tijdens een zogenaamd dinerconcert. Persoonlijk heb ik een dubbel gevoel bij dergelijke concerten. Voor fans die graag dicht bij het podium staan is er geen plek en die moeten het optreden op afstand beleven. Aan de andere kant verkrijgt de club hiermee wel de middelen om goede acts in huis te halen. Ook daar is iets voor te zeggen. Zoals een bekende Amsterdammer al eens zei: “Elk nadeel heb zijn voordeel”.  

    

Rond tien over negen betrad de band het podium. Nog steeds in de originele bezetting, waarin zij in 1974 zijn begonnen. Zangeres Tineke Schoemaker, bassist Jan Willem Sligting, die ook mondharmonica en accordeon speelt, drummer Bob Dros, pianist Han van Dam en op de gitaren de gebroeders Guus en Johnny LaPorte. Afgetrapt werd met het aloude Sam Cooke nummer “Bring It On Home To Me” om in de volgende 45 minuten zowel ouder werk als nummers van het nieuwe “Almost There” te brengen. We horen onder meer “Sally Go Round The Roses”, “Almost There”, “Shake ‘Em On Down” en “I Live The Life I Love”. Rond een uur of tien is het tijd voor een pauze van 20 minuten.

Hierna betraden eerst alleen Tineke, Jan Willem en Guus het podium om het prachtige door Nick Lowe geschreven “Withered On The Vine” ten gehore te brengen. Tineke op zang en akoestische gitaar, Jan Willen met de accordeon en Guus zorgde voor de tweede stem. Daarop voegde de rest zich erbij en werd de draad weer opgepakt, die voor de pauze even was neergelegd. Namelijk een mix van oud en nieuwe werk, zoals “I Wish I Could Pray”, “Lonely Together”, “Ain’t Coming Home No More” en “Don’t Hold Your Breath”. Prachtige momenten zijn onder meer de gitaarduels van Fender-man Guus en Gibson-speler Johnny LaPorte, die het publiek op het puntje van hun stoelen of de toppen van hun tenen brengen. Dat ligt aan het feit of je deel uitmaakt van het zittende ‘diner’publiek of bij hen hoort die achterin de zaal staan. Uiteraard was er nog een toegift, de band nam niet de moeite om voor de vorm van het podium af te gaan. Zoals het nieuwe en oude werk tijdens de beide sets werden gemixed, zo bestond ook de toegift uit nieuw en oud, namelijk “Goodbye” van het laatste album, en het al wat oudere “Beware” van de gelijknamige plaat uit 1979.

     

Het was een meer dan uitstekend optreden van deze ervaren muzikanten. De leden van de band voelen elkaar duidelijk feilloos aan. Het verloopt allemaal soepel en ondanks het feit dat ze al zo’n tijd bij elkaar is, is het speelplezier nog steeds duidelijk aanwezig. Dat laatste is ook te zien aan de mimiek van de bandleden. Daarnaast weten zij ook het publiek te bespelen en een aantrekkelijke show neer te zetten.


Reacties (2)

Het lijkt wel of het leven van Beth Hart in rustiger en emotioneel stabieler vaarwater is terechtgekomen. Stond haar vorige cd “Better Than Home” nog vol van spanningen en onverwerkte emoties, op “Fire On The Floor” klinkt het allemaal veel vrolijker en rooskleuriger. Tijdens zestien songs voert mevrouw Hart ons weer door haar wereld van blues, jazz en rock en altijd met dat van haar zo typerende doorleefde stemgeluid.

Op “Fire On The Floor” wordt zij begeleid door onder meer de gitaristen Michael Landau en Waddy Wachtel, drummer Rick Marotta en pianist Jim Cox. Zoals hierboven al geschreven klinkt het allemaal wat lichter en luchter, zoals in de nummers “Coca Cola” en “Let’s Get Together”. Maar er zit nog genoeg ‘blues’ in om er niet helemaal een feestplaat van te maken. Dat horen we onder meer in de titelsong “Fire On The Floor” en “No Place Like Home”.  Beth Hart heeft de beschikking over topmuzikanten, topstudio’s, de beste faciliteiten om opnamen te maken. Gelukkig is zij met “Fire On The Floor” niet de fout in gegaan hier lui door te worden en is ook dit album weer van hoog niveau.

Website: www.bethhart.com

Reacties (1)

Al in 1962 bracht zij, als 16-jarige, haar eerste plaatje uit en nu in 2016 kan Bettye LaVette het zingen niet nog steeds niet laten. Betty Jo Haskins, zoals zij eigenlijk heet, leerde het zingen niet in de kerk maar bij ouders thuis, die bevriend waren met de Soul Stirrers, de Blind Boys of Mississippi en andere gospel- en soulartiesten, die er regelmatig op bezoek kwamen.  Inmiddels 70 jaar oud toert zij nog steeds de wereld rond en weet zij haar publiek als geen ander met haar sterkte stem te bekoren. Op vrijdag 29 april stond zij met haar band in de North Sea Jazz Club in Amsterdam.

Even na 9 uur begon het optreden, waarin een anderhalf uur durende mix geboden zou gaan worden van oudere en nieuwere songs.  Bettye LaVette werd gesteund door een strak spelende en swingende band, bestaande uit gitarist Brett Lucas, bassist James Simonson, drummer Darryl Pierce en toetsenspeler en bandleider Alan Hill.

Het optreden begon met het swingende “Unbelievable” van Bob Dylan, dat is verschenen op haar recente album “Worthy”. Deze cd is genomineerd voor een Emmy Award, iets dat een paar keer door haar werd benadrukt. Verder horen we onder meer “Call It Love”, “Joy”, “A Woman Like Me” en “Complicated”. Mevrouw LaVette is niet slechts een zangeres, vertelde zij, maar zij ziet zich zelf meer als vertolker van nummers. Dat bewijst zij keer op keer door van songs van mensen als Dylan, Ray Charles, George Harrison, the Who geheel eigen versies te maken. Dit bewijst zij door de uitvoeringen van Harrisons “Isn’t It A Pity”, mijn persoonlijke favoriet “Love Reign O’er Me” en het gevoelig gezongen “Nights In White Satin” van de Moody Blues, dat bij mij buurvrouw de tranen over haar wangen deed lopen.

Na “Close as I’ll Ever Get To Heaven” wandelt zij al zingend van het podium af. De band speelt door en Bettye neemt haar plaats achter de mkicrofoon weer in, waarop de bandleden een voor een het podium verlieten. Die zingt als toegift het a capella “I Do Not Want What I Haven’t Got”, waarin duidelijk wordt gemaakt over wat voor een formidabele stem zij nog steeds beschikt.

Het was een prima optreden van deze grandioze zangeres en entertainer. Mooi, opwindend, emotioneel, het had gewoon alles wat je van een show van een soulzangeres verwacht.

Dit verslag verscheen eerder op The Blues Alone?

Foto's zijn van Ton Dontje

Reacties (1)

In 2012 besloten vier rock ‘n roll- en rockabillyfans uit Wetteren (Oost-Vlaanderen) een band op te richten. De Big Time Bossmen was geboren. Langzamerhand snoven de heren ook aan blues, swamprock en soul en in 2016 doken zij samen met Walter Broes de studio in. Het resultaat hiervan ligt nu in de winkels in de vorm van de cd “Working On A Plan”. De band bestaat uit David Bauwens alias Dick Hardy (zang, harmonica), Piet Vercauteren (gitaar), Bruno Dierick (staande bas) en Rien Gees (drums).

Op de cd twaalf staan eigen nummers en een cover (Ruth Browns “5-10-15 Hours”). Als gastmuzikanten doen Pieter Akkermans (Hammond), Dirk Naessens (fiddle) en Dirk Lekenne (slidegitaar) mee. De stijl van de heren is onmiskenbaar rockabilly en rock ’n roll, maar uitstapjes naar rock en blues worden niet geschuwd. Op deze manier is een leuke cd ontstaan met een gevarieerd aanbod.  Rockabilly en rock ’n roll zijn ook de nummers waarmee de cd wordt geopend, “Make My Way” en “Baby What’s Wrong”. En dat blijft de rode draad, zoals in “Wouldn’t That Be Great” en “Take No Prisoners”. De uitstapjes worden gedaan met het stevig rockende “The Last Fuck”, western swing in “Big Time Bossman” en de blues in “Damn You Woman”.

Een erg leuke cd, waarmee de verwachting wordt gecreëerd dat de heren live best een feestje kunnen bouwen.

Website: https://nl-nl.facebook.com/bigtimebossmen/

Reacties (2)

Al decennia lang is Bill Durst een vaste waarde in de Canadese blues- en rockscene. Naast een goede gitarist is hij een gewaarde songwriter, die meer dan 125 nummers op zijn naam heeft staan. “Good Good Lovin” is het vijfde soloalbum van Durst, waarop hij wordt begeleid door drummer Corey Thompson en bassist/zanger Joe DeAngelis. De negen nummers zijn door Durst en DeAngelis zelf geschreven.

Wat we te horen krijgen is stevige en rauwe bluesrock. Maar stevig en rauw met de nodige finesses en soul, waardoor het van begin tot einde interessant blijft en de aandacht vast houdt. Durst is een goede zanger en gitarist, die ook op slide zijn mannetje staat. Een voorbeeld hiervan is te horen in “Heaven Heaven”, dat naast “What Could Have Been Love” mijn favoriete nummer op dit album is.

Een aanrader, zeker voor fans van goed bluesrock.

Website: www.billdurst.com

Reacties (2)

De naam Bill Johnson zal wellicht niet iedereen iets zeggen, maar hopelijk verandert dat met de uitgave van deze cd. De goede man is al zo’n dertig jaar bezig in de muziek en is in zijn thuisland Canada geen onbekende. Hij is in 2006 verkozen tot Guitarist of the Year tijdens de Maple Blues Awards. Wat cd’s betreft is Johnson niet erg productief. Zijn voorlaatste dateert al uit 2010 en met “Cold Outside” is net zijn vierde album uitgekomen.

De elf nummers zijn door Johnson zelf geschreven, die ook zingt en gitaar speelt. Hij wordt begeleid door Rick Erickson (bas), Darcy Philips (toetsen), Ross Hall en Joby Baker, die het drumwerk verdelen, en David Vest (piano). De muziek doet prettig aan. We horen wat Chicagoblues, wat Westcoastblues, wat country. Een beetje van alles wat. Het wordt met hart en ziel gezongen en komt daardoor overtuigend over. En dat geldt vooral in de treurige “Cold Outside” (ellendiger dan dit kun je haast niet geraken) en “My Natural Ability”, wat toevallig ook mijn beide favoriete nummers zijn.

Voor mij is “Cold Outside” een eerste kennismaking met Bill Johnson en die is mij zeer goed bevallen. Zoals ik al begon hoop ik dat hij met deze cd ook de aandacht uit Europa op zich gevestigd krijgt.

Website: www.billjohnsonblues.com

Reacties (2)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl