barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Robert Johnson: foto's echt of onecht?
 
Ik wil jullie hierbij verwijzen naar een interessant artikel van mijn bluesvriend Johnny op zijn interessante en leerzame website Bluesinfo.
In dit artikel worden diverse echte en onechte foto's van Robert Johnson getoond.
 
Klik op deze echte foto:
 
 
 
Voor meer informatie over Robert Johnson klik je hier
Lees meer...   (5 reacties)

Een van de bekendste songs uit de Amerikaanse folktraditie is “Stack-O-Lee”, ook wel “Staggerlee”, “Stagolee” of “Stack O’Lee” genoemd. Het lied werd voor het eerst gepubliceerd in 1911 en de eerste opname ervan was in 1923 door Fred Waring’s Pennsylvanians. Maar wie of wat was nu eigenlijk deze “Stack-O-Lee”?

De historische “Stack-O-Lee” was Lee Shelton, een Afrikaans-Amerikaanse pooier, die aan het eind van de negentiende eeuw in St. Louis, Missouri woonde. Hij had de bijnaam ‘Stag Lee’ of ‘Stack Lee’, waar een aantal verschillende verklaringen voor zijn. De Amerikaanse uitdrukking ‘he went stag’ betekent dat iemand geen vrienden heeft. Maar door John en Alan Lomax wordt beweerd dat hij is vernoemd naar een rivierboot, de Stack Lee, die bekend was vanwege het feit dat er prostitutie op werd bedreven. Andere bronnen beweren dat hij zichzelf heeft vernoemd naar een kapitein van een rivierboot, die Stack Lee zou hebben geheten.

Shelton werd op 16 maart 1865 geboren in Texas. Hij werkte als koetsier in St. Louis, waar hij een reputatie als pooier en gokker opbouwde. Uiteindelijk werd hij de baas van de Four Hundred Club, een politieke en sociale club voor afrikaans-amerikanen met een dubieuze reputatie. Hij was niet zo maar een pooier, maar behoorde tot een groep, die zich de Macks noemde. Deze vielen voornamelijk op door hun dure en opzichtige kleding.

Op kerstnacht 1895 zaten Shelton en William ‘Billy’ Lyons samen te drinken in de bar van Bill Curtis. Lyons was ook een lid van de plaatselijke onderwereld en waarschijnlijk een concurrent van Shelton. Het gesprek ging over politiek en op een gegeven ogenblik kregen beiden ruzie. Lyons pakte de hoed van Shelton, waarop deze zijn rivaal neerschoot, zijn hoed weer terugpakte, opzette en de bar verliet. Shelton werd in 1897 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 25 jaar voor de moord.

Op zaterdag 28 december 1895 verscheen het volgende bericht in de St. Louis Globe – Democrat:

William Lyons, 25, a levee hand, was shot in the abdomen yesterday evening at 10 o'clock in the saloon of Bill Curtis, at Eleventh and Morgan Streets, by Lee Sheldon, a carriage driver.

Lyons and Sheldon were friends and were talking together. Both parties, it seems, had been drinking and were feeling in exuberant spirits. The discussion drifted to politics, and an argument was started, the conclusion of which was that Lyons snatched Sheldon's hat from his head. The latter indignantly demanded its return. Lyons refused, and Sheldon withdrew his revolver and shot Lyons in the abdomen. When his victim fell to the floor Sheldon took his hat from the hand of the wounded man and coolly walked away.

He was subsequently arrested and locked up at the Chestnut Street Station. Lyons was taken to the Dispensary, where his wounds were pronounced serious. Lee Sheldon is also known as 'Stag' Lee.

De moord werd vrij snel door de Amerikaanse folklore opgenomen en het werd het onderwerp van liedjes en verhalen. De eerste vermelding van de song was al in 1897 in de Kansas City Leavenworth Herald als “Stack-a-Lee”, die werd uitgevoerd door ene Prof. Charlie Lee, “the piano thumper”. De allereerste versies zouden wel eens de zogenaamde field hollers en worksongs kunnen zijn geweest, die door de zwarte arbeiders werden gezongen. In 1910 werd het lied door musicoloog John Lomax beschreven, die het in Mississippi tegenkwam. Een jaar later werden twee versies ervan gepubliceerd in de Journal of American Folklore door socioloog/ historicus Howard W. Odum. De eerste opname van het nummer is van Waring’s Pennsylvanians in 1923. Later dat jaar wordt het door Frank Westphal & His Regal Novelty Orchestra opnieuw op de plaat gezet. Er volgden het volgende jaar nog een paar opnamen en in 1925 nam Ma Rainey het op met Louis Armstrong op cornet in haar begeleidingsband

W.C. Handy, de zelfbenoemde ‘Father of the Blues’ meende dat de naam Stack O’Lee een bijnaam was voor een lang persoon, vergelijkbaar met de hoge schoorsteen van de stoomboot, de Robert E. Lee. Toen hij dat in de twintiger jaren schreef was het al een bekende song. De uitvoering van Mississippi John Hurt uit 1928 wordt wel beschouwd als de definitieve versie. Andere belangrijke versies zijn de uitvoeringen van Duke Ellington (1927), Cab Calloway (1931) en Woody Guthrie (1941). Ook na de oorlog wordt het nummer vele malen vertolkt door diverse artiesten, varierend van de Lloyd Price en Archibald, die er een hit mee hadden, James Brown, Ike & Tina Turner tot aan Pat Boone toe. In totaal is het nummer door meer dan vierhonderd artiesten gezongen.

Hoe is het verder met Lee Shelton vergaan? In 1909 verleende gouverneur Joseph Wingate hem gratie en mocht hij de gevangenis verlaten. Maar in 1911 werd hij opnieuw opgesloten. Deze keer voor een beroving en moord. Een jaar later, op 11 maart 1912 overleed hij aan tuberculose in een cel van de Missouri State Penitentiary in Jefferson City. Hij ligt begraven op de Greenwood Cemetery in Hillsdale, Missouri. Een fonds met de naam The Killer Blues Headstone Project zamelde geld in voor een grafsteen die op 14 april 2013 op zijn tot dan toe ongemarkeerde graf werd geplaatst.




Reacties
De naam “George Washington” en de VS zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niet alleen vanwege de Amerikaanse geschiedenis - George Washington was de eerste president – maar ook vanwege het feit dat talloze straten, gebouwen, bergen, bruggen, monumenten, steden en niet te vergeten, mensen, naar hem zijn vernoemd.
Opvallend is echter dat veel van deze mensen zwart zijn. Bij de volkstelling in het jaar 2000 is gebleken dat 163.036 de achternaam Washington draagt, waarvan 90% van Afrikaans-Amerikaanse afkomst; een veel hoger percentage dan van iedere andere naam.
Hier volgt het verhaal hoe de naam Washington uitgroeide tot de zwartste naam van de VS. Dit artikel is geschreven door de journalist Jesse Washington en met zijn toestemming heb ik dit artikel vertaald en hier mogen plaatsen. Meer over de schrijver aan het einde van het artikel. (1)
De geschiedenis van de 'zwartste naam' van Amerika begint al in de slaventijd en het gebruik ervan wordt na de Burgeroorlog alleen maar groter toen de bevrijde slaven werd toegestaan een achternaam aan te nemen. Zelfs al voor de bevrijding kozen vele slaven een achternaam om hun identiteit vast te leggen. Veel historici geloven dat zij de naam Washington aannamen als voorbereiding voor hun vrijheid.
Tegenwoordig zijn er velen zwarte Washingtons, die door anderen al op basis van hun naam worden geïdentificeerd met hun Afrikaans-Amerikaanse achtergrond, hoewel zij hen nooit hebben ontmoet. Blanken met deze achternaam worden ook als zwarten aangezien en merken zelfs een zekere mate van discriminatie. En er zijn Washingtons van beide rassen, die deze naam als een speciaal, zij het gecompliceerd, geschenk zien.
En daar is natuurlijk altijd nog de eerste George Washington, eerste president van de VS, op 22 februari 1732 geboren, wiens ingewikkelde relatie tot slavernij tot op de dag van vandaag nog weerklinkt in de 'zwartheid' van zijn achternaam.
 
George Washingtons overgrootvader kwam in 1656 vanuit Engeland aan in Virginia. Deze John Washington trouwde de dochter van een rijk man en bezat op een gegeven moment volgens de biografie “Washington: A Life” meer dan 2.000 hectare grond. Samen met land erfde George van zijn vader ook tien mensen. Door zijn huwelijk met een rijke weduwe verkreeg hij nog meer land en kocht ook meer slaven aan om het grondbezit, dat hij steeds verder uitbreidde, te bewerken. Maar over de komende jaren herkende hij dat slavernij in tegenspraak was met de vrijheden van de nieuwe natie, die hij nastreefde. Washington werd steeds meer tegenstander van deze menselijke lijfeigenschap. Daarentegen waren slaven de basis van zijn fortuin en hij wilde niet van ze af. Washington was voor zijn tijd geen onbarmhartige slavenhouder. Hij leverde goede voeding en medische verzorging, erkende huwelijken en weigerde de verkoop van familieleden. Later stopte hij met de koop van nieuwe zwarte mensen.
Aan de andere kant liet hij zijn slaven hard onder moeilijke omstandigheden werken. Toen hij president was verhuisde hij zijn slaven van zijn woning in Philadelphia naar zijn plantage in Virginia om onder een wet uit te komen, waarbij slaven, die langer dan zes maanden in Pennsylvania woonden, de vrijheid gaf. Toen Oney Judge, de dienstmeid van zijn vrouw Martha, mocht de stad in en ontmoette daar veel bevrijde zwarten. Toen zij op een dag hoorde dat zij weggegeven zou worden aan een slecht gehumeurde kleindochter nam Oney de benen. Washington misbruikte zijn positie om haar uit haar nieuwe leven in New Hampshire te ontvoeren. Deze ontvoering mislukte.
              
Ron Chernow schreef in de al eerder genoemde biografie, dat een schizofrene benadering ten opzichte van de slavernij had. In theorie en op papier was hij er op tegen, maar hij was onvermoeibaar in het opspeuren, zoeken en terughalen van slaven die waren gevlucht.
In zijn laatste jaren, die hij op zijn plantage in Mount Vernon doorbracht, zei Washington dat niets dan het uitroeien van de slavernij het voortbestaan van de unie (2) zou vereeuwigen. Dit leidde tot de bijzondere instructies in zijn testament, die regelden dat al zijn 124 slaven na het overlijden van zijn vrouw vrij zouden zijn. De enige uitzondering hierop was de slaaf, die hem tijdens de revolutie ter zijde had gestaan. Deze werd onmiddellijk vrijgelaten. Hij gelastte ook dat de jongere zwarten een opleiding zouden krijgen of een vak zouden leren en hij richtte een fonds op om te zorgen voor de zieken en ouderen. Chernow schreef in zijn boek: “Dit is een man die een lange reis heeft afgelegd”.
Hij schreef, dat in tegenstelling tot de andere Founding Fathers (3) Washingtons testament liet zien, dat hij een visie had over een toekomstige bi-raciale maatschappij. Twaalf Amerikaanse presidenten waren slavenhouders en van de acht presidenten, die tijdens hun ambt slaven hielden, was hij de enige die ze allemaal hun vrijheid gaf.
 
Het is overigens een mythe dat de meeste zwarte slaven de achternaam van hun eigenaar kregen. Slechts enkele van George Washingtons slaven deden dat, maar hij registreerde de meeste van hen uitsluitend onder hun voornaam. Volgens de historicus Henry Wiencek hadden de meeste zwarte slaven wel achternamen, maar die werden nergens geregistreerd of werden geheim gehouden. Sommige waren gekozen om hun afkomst aan te geven en dat kon de plantage van de huidige maar ook van een vorige eigenaar zijn. Na de Burgeroorlog bleven de plantagehouders zeer machtige figuren in hun omgeving, zodat het voor een bevrijde slaaf van voordeel kon zijn een verbintenis naar een blanke familie te hebben.
Soms gebruikten zij de achternaam van de eigenaar van hun oudstbekende voorouder als een manier hun identiteit te bewaren. Volgens Melvin Patrick Ely hechtten sommige Westafrikaanse culturen veel waarde aan voorvaderlijke gemeenschappen en het Amerikaanse equivalent daarvan was de plantage waar ooit hun voorouders hadden gewerkt.
Maar ook was het mogelijk dat achternamen gewoon zo maar werden aangenomen. Een van de meest bekende zwarten uit de periode na de slavernij, Booker T. Washington, had er kennelijk twee op deze manier verkregen. Hij was nog een jongen toen de slavernij werd beëindigd en toen hij op school kwam merkte hij op dat andere kinderen achternamen hadden, terwijl hij nooit anders als “Booker” was genoemd. “Dus toen de leraar mij vroeg wat mijn volledige naam was, zei ik hem “Booker Washington”, schreef hij in zijn autobiografie “Up From Slavery”. Later ontdekte hij dat zijn moeder hem bij zijn geboorte Booker Taliaferro had genoemd. Hij gebruikte deze achternaam dan maar als middelste naam. Het is niet bekend waarom hij de naam Washington gebruikte, maar George Washington, die toen al zo'n 60 jaar dood was, had een enorme faam en respect rond deze tijd. Zijn al eerder genoemde testament was wijdverspreid als pamflet en het was overal bekend dat hij zijn slaven de vrijheid gaf.
Voelden bevrijde slaven zich geïnspireerd door Washington en namen zij zijn naam aan als tribuut of zochten zij de voordelen die bij dit verbond zouden kunnen horen? Namen de onlangs bevrijde mensen de naam aan als teken of ontzag voor hun land? “We weten het niet”, zegt Weincek, maar de relatie is te sterk om te worden genegeerd.
Volgens Adam Goodheart, professor op het Washington College was er onder zowel de vrije de als slaaf gehouden Afrikaans-Amerikanen meer bewustzijn en trots over de Amerikaanse geschiedenis als wordt aangenomen. Zij hadden een groot besef van politiek en geschiedenis. Zij bedachten hoe zij Amerikanen zouden kunnen worden en namen de naam van iemand die een onvolmaakte held was om aan te tonen dat zij begrepen dat dit een onvolmaakt land was, een onvolmaakt experiment en de wil deze traditie van vrijheid te omarmen ondanks alle tegenstellingen.
Veel zwarte mensen namen nieuwe namen aan na de Bevrijdingsoorlog (1776), de Burgeroorlog (1865) en de Black Power-beweging (1969), zegt Ira Berlin, professor aan de University of Maryland. Volgens hem staan namen voor hoe er over zichzelf wordt gedacht. Iedere keer als zich dergelijke emancipatiemomenten voordoen beginnen mensen zichzelf opnieuw uit te vinden, over zichzelf te denken en afstand te nemen van een verleden, waarin zij werden onderdrukt en misbruikt. En het aannemen van een nieuwe naam is een van de methoden die dat mogelijk maakt.
Niet iedere expert is het erover eens dat de naam Washington wordt gebruikt als herinnering cq eerbetoon aan George, maar de getallen duiden er toch sterk op.
  1. De schrijver van dit artikel, Jesse Washington, is journalist en werkt voor Associated Press

  2. De unie is een beschrijving van de verschillende staten, waaruit de VS bestaat

  3. De naam die wordt gebruikt voor de grondleggers van de VS
Bukka White (1909-1977)
 
"Bukka" White is eigenlijk een bijnaam. Zijn eigenlijke naam luidt Booker T. Washington White en hij is daarmee vernoemd naar de bekende zwarte leraar, schrijver en stem van de Afrikaans-Amerikaanse bevolking uit zijn tijd, Booker T. Washington (zie ook boven)
Lees meer...   (3 reacties)
Jazz, blues, spirituals en gospel zij diep geworteld in de worksongs van zwarte arbeiders uit het zuiden van de VS. Worksongs waren liedjes en melodieën, die het werk verlichtten en de arbeiders aan het werk hielden. Het waren de stemmen van hen die oogsten, de muilezels voerden, de schepen belaadden en de rails aanlegden.
Gebaseerd op een dwingend ritme, glijdende intonatie en de overlappende vraag-en-antwoord-traditie uit de Westafrikaanse muziek, die tijdens de slavernijtijd werd behouden en tijdens de jaren van wederopbouw van 1877 tot 1900 weer opleefde. Of zij nu werden gezongen door slaven, sharecroppers, arneiders aan de spoorlijn of in de havens, de gevangenen of mijnwerkers, worksongs waren volgens dezelfde Westafrikaanse percussiestruktuur opgebouwd.
 
In een typisch percussie-ensemble uit bv. Ghana geeft de leider de signalen of motieven door, waarop de andere drummers hierop hun antwoord geven. De leider stelt in feite een vraag en de rest antwoordt. Op dezelfde manier werkt dit principe bij de zang, waarbij de leider een tekst en melodie improviseert. Hij speelt dan vaak met toon, klemtoon, ritme en frasering.
In worksongs werd het ritme bepaald door het werk of de lichaamsbewegingen, bv. de slag van de bijl of pikhouweel, terwijl de voorzanger het werk muzikaal dirigeerde. Iedere regel werd vaak benadrukt door een brul of kreun, zoals in:
        'Dis ole hammer – huh!
        Ring like silver – huh!
        Shine like gold, baby – huh!
        Shine like gold – huh!
 
De worksong is vloeiend en werd nooit steeds op dezelfde manier herhaald. Het idee van een eindeloze bron van creativiteit en persoonlijke expressie binnen een eenvoudige, eindige struktuur door het pure gebruik van de stem is duidelijk van Westafrikaanse afkomst en duidelijk aanwezig in het bluesidioom.
 
Uit 'The Alan Lomax Collection'
Lees meer...   (3 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl