barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

0 4 augustus 2013             Ori Naftaly Band

0 6 augustus 2013             Tony Joe White

0 13 augustus 2013           Maks Antraks

0 3 oktober 2013              Michael de Jong

0 1 november 2013           Jo Harman

0 22 november 2013         Felipe Cazaux

0 8 december 2013           Chitlin Crew

0 11 januari 2014              Julian Sas

0 27 februari 2014            John Buijsman

0 1 juni 2014                    Dudley Taft

0 10 juli 2014                   Paul Carrack

0 7 augustus 2014            Sean Taylor

0 13 oktober 2014            Matt Andersen

0 25 oktober 2014            Michael de Jong

0 5 november 2014          Albert Lee

0 31 januari 2015             Band of Friends

0 25 maart 2015               Jeff Jensen

0 24 juni 2015                  Alan Hewitt

0 23 juni 2015                  Curtis Salgado

0 18 augustus 2015           Laurence Jones

0 20 augustus 2015           Tommy Stillwell

0 27 november 2015        The Boom Band

0 17 januari 2016              Di Reed

0 17 februari 2016            Machiel Meijers (Stackhouse)

0 6 april 2016                   Eva Almagor

0 6 april 2016                   Penny Lee Krebbers

0 13 april 2016                 The Blue Sisters

0 6 mei 2016                    Jeffrey Halford

0 10 mei 2016                  Floor Kraayvanger

0 1 juni 2016                    Bobby Rush

0 27 augustus 2016           Michael de Jong

0 22 september 2016        Ruben Hoeke

0 7 oktober 2016             AJ Plug

0 16 januari 2017             Sari Schorr

0 23 maart 2017               Eric Bibb

0 28 september 2017        JW Roy

0 11 oktober 2017            John Lodge

0 28 oktober 2017            Gregor Hilden & Jeremy Aussems

0 16 november 2017         Eamonn McCormack




















Reacties

Toetsenvirtuoos/producer/songwriter Alan Hewitt was in Amsterdam vanwege het optreden met de Moody Blues, de legendarische rockband door wie hij al ruim zes jaar wordt ingehuurd om de toetsenpartijen waar te nemen. Naast de Moody Blues heeft Alan een muzikale solocarrière om “U” tegen te zeggen en uit een van zijn projecten, One Nation, is onlangs de cd “Evolution” voortgekomen. Op 24 juni 2015 had ik in het hoofdstedelijke Marriott Hotel onder het genot van een kop koffie een gesprek met Alan.

Als ik de naam Alan Hewitt laat vallen dan zeggen de meesten: “Alan wie….?” Ik vraag Alan om zichzelf even voor te stellen. “Ik ben geboren in Michigan en heb aan het Berklee College of Music gestudeerd. Daarna ben ik naar Los Angeles verhuisd en ben er begonnen als songwriter. Ik heb geschreven voor artiesten, uiteenlopend van de Psychedelic Furs, Eddie Money tot Donny Osmond, noem maar op. Ook was ik studiomuzikant en heb onder meer meegespeeld op “Cherry Pie” van Warrant, dat driemaal platina werd. Op een gegeven moment zat ik in de studio aan de andere kant en werkte als producer. Ik heb bijvoorbeeld samengewerkt met Maurice White aan “Greatest Hits” van Earth Wind & Fire.” Dat zijn naam ondanks het vele werk dat hij heeft gedaan, niet onmiddellijk bij iedereen bekend is komt omdat Alan liever low-profile blijft en op de achtergrond werkt. Hij is ooit begonnen als drummer en achter de drumkit voelde hij zich veilig. Omdat hij ook wat toetsen speelde werd hem eens gevraagd om dat ook eens tijdens een optreden te doen . En zo is hij zich steeds meer op het toetsenwerk gaan toeleggen.

       

Sinds 2010 begeleidt Alan de Moody Blues op hun tournees. Ik vraag hem hoe het contact tot stand gekomen is. “Al ergens in de negentiger jaren heb ik wat geschreven voor Justin Heyward. We hadden toen hetzelfde managementbureau en raakten bevriend. Er was toen al sprake dat er een samenwerking zou komen, maar door problemen met onze persoonlijke managers is dit toen niet gelukt. Het contact bleef en toen zij in 2010 een toetsenman zochten heb ik auditie gedaan en uit de kandidaten kozen zij mij.” Bij het spelen van de songs van de Moody Blues wordt gestreefd zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven, maar Alan krijgt wel de gelegenheid om met de arrangementen te spelen. “Blijkbaar bevalt het Justin, John en Graeme”’ zegt hij lachend. “Ik mag na zes jaar nog steeds meedoen”.

Naast zijn werk als schrijver, producer en begeleider heeft Alan ook nog zijn eigen projecten. Onlangs is van het project One Nation het album “Evolution” uitgekomen, een cd dat zich in het rock/jazz/fusion-stramien beweegt. “Het platen label wilde graag dat ik iets ging opzetten en toen ik mijn plannen vertelde gaven ze mij groen licht. Ik belde eerst Jamie Glaser die meteen toezegde. Jamie en ik hebben samen aan Berklee gestudeerd, maar toen speelden we nog niet samen. Hij heeft onder meer gespeeld met Jean-Luc Ponty en Chick Corea. Ik ben in de studio begonnen met de tracks op te nemen. Omdat ik ook drums en gitaar speel weet ik hoe je dit moet opzetten. Toen de andere leden van de band erbij kwamen was er nog input van hen en uiteindelijk is de cd gegroeid.” One Nation bestaat naast Alan en Jamie uit bassist JV Collier (Bruce Hornsby, de Temptations, Earl Klugh), drummer Sonny Emory (Earth Wind & Fire, Steely Dan, Bruce Hornsby, Stanley Clarke) en gitarist Duffy King, die zes keer de Detroit Music Award heeft gewonnen. Verder doen gitariste Orianthi (bekend van Michael Jacksons “This Is It” en zanger Alex Boye mee. “Ik ben erg blij om zulke goede muzikanten samen te mogen spelen. Iemand als Sonny Emory wordt bij de top10-drummers van de wereld gezien. In augustus gaan we toeren door de VS en in oktober volgt Japan. We zijn aan het kijken of we volgend jaar naar Europa kunnen komen. Ik heb gehoord van de North Sea Jazz Club. Ken jij die?” Die vraag kon ik bevestigend beantwoorden en ik heb hem meteen de naam van de contactpersoon aldaar gegeven. Dus, wie weet…

Verder praten we nog wat over Alans levensinstelling. Hij is sinds zijn dertiende vegetariër en, komend uit een landelijke omgeving, heeft hem dat wel eens een vriendinnetje, wier ouders veehouders waren, gekost. Hij stelt zijn muziek ter beschikking voor natuurfilms van Earth Views Productions en hij steunt PETA, Humane Society en Whale Rescue. Een van zijn hobby’s is wielrennen en op mijn opmerking dat ik gehoord heb dat hij daar niet al te goed in is schiet hij in de lach. “Hoe weet je dat nu weer?” Ik heb zo mijn bronnen. Hij is een tijd geleden tijdens het wielrennen gevallen en had toen zijn oogkas gebroken en enkele ribben gekneusd.

Alan geeft mij nog een exemplaar mee van zijn cd en beloofde me nog wat materiaal te sturen. Hiermee is het geanimeerde gesprek met deze vriendelijke en hartelijke muzikant afgelopen. Hopelijk keert hij volgend jaar met zijn eigen band terug naar ons land.

Reacties

Voorafgaand aan het optreden van Bill Wyman’s Rhythm Kings in het Theater aan de Schie in Schiedam kreeg ik de gelegenheid even met stergitarist Albert Lee, die deel uitmaakt van deze band, te spreken.

Volgende maand viert u uw 71e verjaardag, een leeftijd waarop de meesten van ons het al enkele jaren rustig aan doen. Maar u blijft maar doorgaan en optreden. Denkt u er zelf nooit eens aan om met pensioen te gaan? Pensioen is alleen voor mensen die zich dat kunnen veroorloven. Haha, nee, hoor, grapje. Ik ben inderdaad wel van plan het iets rustiger aan te gaan doen. Door Bill Wyman en Hogan’s Heroes ben ik ieder jaar vaak zeven tot acht maanden van huis en dat vind ik te veel worden. Ook door deze tournee met Bill ben ik drie maanden weg. Vanaf volgend jaar blijf ik wat vaker thuis. Dat wil niet zeggen dat ik helemaal niet meer naar Europa kom, maar het wordt gewoon wat minder.

Naast een succesvolle solocarrière staat u ook bekend als een veelgevraagde gastmuzikant u heft al met tientallen anderen gespeeld. Aan wie heeft u de beste herinneringen? Dat moeten wel de Everly Brothers zijn. Ik heb al in 1962 en 1963 met hen gespeeld. Later heb ik veel met Don Everly gewerkt. Aan hun reünieconcert van 1983 heb ik ook meegewerkt en de daaropvolgende 26 jaar was ik zo’n beetje een derde Everly. Verder heb ik over het algemeen goede herinneringen aan het samenwerken met andere artiesten. Slechte ervaringen heb ik eigenlijk niet.

Blijft u steeds contact houden met de mensen met wie u hebt samengewerkt? Over het algemeen wel. Met mensen als Eric Clapton mail ik zo af en toe nog en als hij mij uitnodigt om ergens mee te spelen, zoals op zijn Crossroads Festival dan ben ik van de partij. En dat geldt ook voor de collega’s, met wie ik ooit heb gespeeld.

U treedt ieder jaar nog steeds heel veel op. Hoe belangrijk zijn deze optredens voor u? Heel belangrijk. Ik moet gewoon blijven spelen om mijzelf verder te blijven ontwikkelen. De reacties van het publiek zijn belangrijk; dat geeft mij energie. En ik doe vaak tijdens de optredens nieuwe ideeën op.

U heeft over de hele wereld gespeeld in kleinere zalen, in kroegen tot en met festivals met vele duizenden toeschouwers. Waar gaat uw voorkeur naar uit? Het liefst speel ik in clubs of kleinere theaters. Er is meer intimiteit, de reacties uit het publiek zijn voelbaar en de communicatie er beter.

Als u deel uitmaakt van de band van iemand anders conformeert u zich dan helemaal aan de muziek van die ander? Of zorgt u ook voor een eigen inbreng? Ik doe wel wat er van mij wordt verwacht. Maar aan de andere kant kennen ze mij en weten ze hoe ik speel. Mijn speelstijl krijgt men er natuurlijk vanzelf bij.

U staat bekend als de beste fingerpicking gitarist, een top country gitarist en Clapton noemde u ooit de ‘greatest guitarist in the world’. Wat vindt u zelf van deze benamingen.  Ach, Eric maakte ooit een grapje en dat is zijn eigen leven gaan leiden. Er zijn zoveel verschillende stijlen en zoveel verschillende gitaristen, die allemaal hun eigen aanpak hebben. Het is gewoon niet mogelijk om de allerbeste aan te wijzen.

U woont nu al vele jaren in de VS. Hoe bent u daar terecht gekomen en heeft u geen zin om ooit weer terug te gaan naar Groot-Brittannië? In de zestiger jaren ging mijn belangstelling steeds meer uit naar countrymuziek, maar dat kon ik thuis in Engeland niet veel spelen. Toen ik eens op tournee in de VS was en ik daar al die geweldige muzikanten tegenkwam voelde ik me er gewoon thuis en besloot er te blijven. Ik woon al vele jaren met mijn vrouw in Los Angeles we onze dochter woont er ook. We hebben het er goed naar onze zin, dus ik verlang niet echt terug naar Engeland.

Ik heb ooit eens gelezen dat u Jimmy Page heeft overgehaald om de Les Paul gitaar te gaan spelen. De naam van Page is nu al vele jaren aan dit merk verbonden. Dat klopt. Ik speelde toen een Les Paul Custom en had een Supro versterker. Jimmy was zo dol op het geluid dat hij dezelfde set voor zichzelf aanschafte. Hij is daar toen bij gebleven.

En zelf schakelde u toen over op de Telecaster. Beviel die gitaar beter dan de Les Paul. Inderdaad. Ik vind de Telecaster beter in de hand liggen en ik vind deze ook geschikter voor de countryrockstijl die ik speel. En iemand in Los Angeles, Dave Evans, maakt de Telecasters precies zoals ik ze hebben wil. En nu heb ik mijn eigen Signature model.

Dan nog een vraag die ik kreeg toegespeeld van een vriend van me. Het is wat politiek getint, dus als u daar geen antwoord op wilt geven dan is dat in orde. Wat is uw gevoel bij de toenemende vooroordelen ten opzichte van zigeuners en Roma in Groot-Brittannië? (denkt even na) Dan kent die vriend van u mijn achtergrond. (lacht) Ik vind vooroordelen ten opzichte van welke bevolkingsgroep niet in orde. Overal komen wel problemen voor met criminaliteit, maar daar mogen goedwillende mensen niet onder leiden. Via mijn vader ben ik zelf van Roma-afkomst en daar ben ik best trots op.

Wat zijn de plannen voor de toekomst. Staan er meer optredens op stapel? Zijn er plannen voor een nieuwe cd? Als ik met deze tournee klaar ben ga ik naar huis in Los Angeles. En dan ben ik eerst van plan om daar maar eens in de buurt te blijven. Maar ik weet zeker dat, wanneer men weet dat ik thuis ben, de telefoon weer begint te rinkelen. Dus, wie weet.

Met deze vraag sluit ik het interview af. Ik neem afscheid en bedank de vriendelijke Albert Lee, die zich gaat voorbereiden op het optreden met Bill Wyman’s Rhythm Aces.

Reacties

Op 31 januari 2015 trad de Band of Friends op in De Boerderij, Zoetermeer. Voor het optreden kregen wij de gelegenheid om Gerry McAvoy, Ted McKenna en Marcel Scherpenzeel in hun kleedkamer te spreken. De foto’s zijn van Kuno Mooren, de tekst is van Eric Campfens.

Band of Friends, gewijd aan de muziek van Rory Gallagher, bestaat inmiddels al weer enkele jaren. Hoe kwamen jullie (Gerry en Ted) op het idee om, na vele jaren bij andere bands gespeeld te hebben, weer de muziek van Rory te gaan uitvoeren?

Gerry: Het moet al zo’n zes of zeven jaar geleden zijn dat ik op zolder een oude platenspeler vond. Bedekt met stof. Ik heb hem tevoorschijn gehaald en ben toen weer eens mijn vinylplaten gaan draaien. Dat was geweldig. Het geluid van elpees is gewoon veel mooier dan het digitale geluid van tegenwoordig. En tussen mijn vinylplaten zaten natuurlijk ook de oude albums van Rory, waar ik allemaal op heb meegespeeld. Dat vond ik zo fantastisch klinken dat het plan ontstond om weer eens wat met zijn muziek te gaan doen. Ik ben wat rond gaan bellen en al snel was Ted van de partij en tijdens een Rory Gallagher-dag in Zaandam kwamen we Marcel tegen. Dat klikte perfect en zo hadden we de band bij elkaar.

Haden jullie verwacht dat het zo’n groot succes zou gaan worden toen jullie met Band of Friends begonnen? De oude Rory-fans hadden het ook als slechts een tributeband kunnen beschouwen.


Helemaal niet. We hadden er absoluut geen verwachtingen van. We kwamen gewoon samen om te spelen. Maar dat het zo succesvol zou worden hadden we eigenlijk nooit kunnen bedenken.

In het begin deden verschillende gitaristen met jullie mee. Zo heb ik eens een optreden gezien met Julian Sas. Hoe is Marcel er als vast bandlid bij gekomen?

Er hebben inderdaad verschillende gitaristen meegespeeld, maar dat was meer ter gelegenheid van Rory-memorials of iets dergelijks. We gaven onszelf toen de naam Band of Friends omdat we vrienden waren van elkaar en van Rory. Vanaf het moment dat Marcel meespeelde was duidelijk dat hij dezelfde benadering van muziek had als wij. De bandnaam is verder zo gebleven.

Hoe is het om de songs van Rory te spelen zonder Rory?

Geweldig. Ted heeft een jaar of vier bij Rory gespeeld en ik twintig. De eerste keer kwamen wij samen in de Maloe Meloe, de club van Marcels vader, om te repeteren en het was alsof we nooit iets anders hadden gedaan.

Hebben jullie feedback gehad van de andere voormalige leden van Rory’s band? Wat vinden zij ervan dat jullie nu succes hebben met zijn muziek.

Helaas zijn een aantal inmiddels overleden, zoals Rod d’Ath en Lou Martin. Die kunnen dus geen kritiek meer hebben. Wel is John Wilson (drummer van Taste, red.) al enkele keren wezen kijken en die vindt het allemaal prima wat we doen.

Er wordt vaak gezegd dat Rory een vriendelijke man was, een warme persoon. Is dat echt zo? Ik kan mij voorstellen dat hij in de laatste jaren, toen hij al ziek was, niet iedere avond even gezellig kon zijn.

Rory was echt een van de aardigste en vriendelijkste mensen die wij hebben gekend. Zijn laatste jaren hebben wij beiden niet meegemaakt en hij had zeker problemen met zijn gezondheid, maar hij bleef hartelijk. Echter, hij was wel een echte leider en gaf duidelijk aan hoe en wat hij wilde. Maar dat is logisch als het jouw band, jouw muziek is. Daar is niets mis mee.

Merken jullie dat het publiek weer meer interesse krijgt in Rory’s muziek als ze jullie hebben horen spelen.

Dat is wel zeker. We zien ouderen die Rory’s muziek al kennen, maar ook veel jongeren die hem nooit hebben meegemaakt en zijn songs voor het eerst horen. Onlangs traden we op in Griekenland en daar was zeker 60 procent van het publiek jonger dan dertig. Mooi toch, dat die van deze muziek houden.

Hoe vindt Marcel het om in de grote voetstappen van Rory te treden?

Marcel: Geweldig. Dat is het mooie van muziek. Rory speelde blues, rock, country en daar hou ik ook van. Ik speel weliswaar de songs van Rory, maar ik leg er mijn eigen ziel in. Ik heb bijvoorbeeld mijn eigen timing. Het is fantastisch om dit te mogen doen.

Jullie wonen niet bij elkaar in de buurt. Gerry woont in Frankrijk, Ted in Glasgow, Schotland en Marcel in Amsterdam. Hoe pakken jullie dat aan met repetities?

Dat gaat vrij goed. Regelmatig komen wij bij elkaar in een dorpje in het graafschap Cumbria in Noord-Engeland. Daar logeren we in een B&B en maken er gebruik van een studio. Verder is er bijna niets, alleen maar schapen.

In 2013 brachten jullie een eerste cd/dvd uit getiteld “Too Much Is Not Enough”. De cd bevat zeven songs, waarvan zes zelfgeschreven nummers. Hoe werd dit ontvangen?

Heel erg goed. Omdat we al een tijdje een band vormden vonden we het tijd om een volgende stap te doen en eigen materiaal uit te brengen. De wijze waarop we de songs schrijven is vrij uniek. Het is niet zo dat een van ons met een kant-en-klare song aankomt. Nee, we gaan bij elkaar zitten en werken er dan samen aan. Ook nu zijn we bezig met nieuwe songs voor een compleet album.

Hoe reageert het publiek als jullie eigen songs worden gespeeld.

Haha, dat laten we je na vanavond weten. Nee, prima. Die worden goed ontvangen, de respons is goed.

Je vertelde zojuist al dat jullie aan een nieuw album werken. Wanneer komt die uit en wat zijn de verdere plannen?

Wij denken eraan om het nieuwe album later dit jaar uit te brengen. Maar niet helemaal aan het eind van het jaar. Verder blijven we optreden. En (grijnzend) we hebben plannen voor een pornofilm. Gewoon met ons drieën. “Too Much Is Not Enough” zal de titel zijn.

En daarna? Meer Band of Friends en minder Rory?

Dat weten we nog niet. We zien wel wat er op ons pad komt. Ongetwijfeld zullen we meer eigen materiaal spelen, maar de songs van Rory zullen nooit helemaal verdwijnen.

Merken jullie een verschil in de houding van het publiek van vroeger en nu? En vooral wat betreft het praten tijdens concerten. Hebben jullie daar ook last van?

Het publiek zelf is niet veranderd. De band speelt goed of slecht en daar reageert het publiek dan ook op. Dat is altijd al zo geweest. We zien wel dat er gepraat wordt tijdens de optredens, maar dat kan ook gaan over de muziek, de instrumenten en dergelijke. Dat horen we verder niet. Wat wel opvalt is, dat als er een bar in de zaal is, er meer wordt gekletst dan wanneer die zich buiten de zaal bevindt. We kunnen ons voorstellen dat zoiets dan de anderen stoort.

(Tijdens het optreden brult Gerry tussen twee songs door inderdaad een keer “shut up at the bar!”

 

Bedankt voor jullie tijd en dit interview.

En jullie bedankt en veel plezier vanavond.

Reacties

Op donderdag 28 juli a.s. treedt Bobby Rush op in de North Sea Jazz Club in Amsterdam. Naar aanleiding van dit optreden had ik een telefonisch interview met hem, waarvan hier het verslag volgt.

Bobby Rush is als Emmett Ellis Jr. geboren op 10 november 1933 in Homer, Louisiana en is met zijn 82 jaar momenteel de oudste nog actieve bluesartiest. Via Alabama kwam hij met zijn familie in 1953 in Chicago terecht. Sinds 1951 zit hij in de muziek en  vanaf 1967 maakt hij opnamen. Sindsdien grossiert hij in singles, albums, wereldwijde tournees en prijzen. Naast een goed zanger en muzikant is Bobby Rush vooral een showman, die altijd garant staat voor spektakel.

        

Bobby Rush was voor het laatste 28 jaar geleden in Amsterdam. Ik vraag hem waarom het zo lang heeft geduurd. “Er zijn wel steeds aanvragen geweest uit Nederland, maar steeds als ik al in de VS was geboekt. I’m a hot artist, you know. Maar ik ben van plan mijn aandacht meer te gaan richten op Europa. Daarom ben ik zo blij met dit optreden in Amsterdam. Ik kan nu laten zien wie Bobby Rush is. En ik ben blij met dit interview, hoe meer publiciteit hoe beter.”

Uw laatste album, “Decisions” verscheen in 2014. Zijn er plannen voor een opvolger? “Die is al klaar. In september verschijnt het nieuwe album. Er is hard aan gewerkt en ik ben er heel tevreden over. Met veel eigen materiaal. Een van de nummers is “Baby, Your Dress Is Too Short”. Geen opmerking die je van Bobby Rush zou verwachten. Maar het gaat in dit geval over een dominee die dit tegen een van de dames in zijn kerk zegt, want het doet hem denken aan andere dingen dan zijn preek. Haha, je ziet, ik ben nog steeds de oude Bobby Rush!”

U bent nu 82 jaar oud en nog steeds aan het werk, muziek maken, optreden. Waar komt deze gedrevenheid vandaan? “Ik ben weliswaar 82 jaar oud, maar ik ben nog steeds aan het leren en studeren. Ik ben nog steeds enthousiast, wil mensen ontmoeten, anderen stimuleren. Met mijn 82 jaar ben ik, geloof ik, de oudste nog levende actieve bluesartiest. Samen met mijn goede vriend Buddy Guy, die net een paar jaar jonger is, laat ik zien dat je op onze leeftijd nog steeds actief kunt zijn en jezelf kunt ontwikkelen.”

Wat of wie heeft op u vroeger een onuitwisbare indruk achtergelaten? “Dat is Howlin’ Wolf geweest. Zijn rauwe stem, zijn optredens. En Bobby Bland met zijn stem. Little Richard, dansend op de piano, James Brown met zijn show. Die wisten een show te maken en daar heb ik veel van geleerd.”

Waarom is het fijn om u als vriend te hebben? “Omdat ik eerlijk tegen je ben. Als ik jou vriend noem dan ben je dat ook. Mensen noemen je al snel hun vriend, maar het is vaak een te ruim gekozen begrip. Ware vriendschap is goud waard.”

Kunt u  met uw levenservaring aangeven wat er belangrijk is in het leven? “Wees altijd eerlijk. Tegenover jezelf, tegenover anderen. Kijk naar mij what you see is what you get. Niets meer en niets minder. Doe wat je kan en doe dat zo goed mogelijk. Richt niet je aandacht op iets dat je niet kunt, maar probeer wat je wel kunt zo goed mogelijk te doen.”

Dit interview is eerder verschenen op The Blues Alone?

Meer informatie op www.bobbyrushbluesman.com

Reacties (1)

De uitnodiging lag er al wat langer, maar door allerlei omstandigheden konden we er afgelopen weekend dan eindelijk op ingaan, namelijk het bijwonen van een repetitie van Chitlin Crew. Bassist Dick 'El Mano' Baxter ken ik al enkele jaren via onder meer bluesforum.nl en enkele andere media. En op een gegeven moment vroeg hij me of ik het wellicht eens leuk zou vinden een repetitie bij te wonen. En afgelopen zondag togen mijn vriendin Franka en ik dan eindelijk naar Hoogvliet.

De repetities vinden daar plaats in een oud schoolgebouw. Dit zal daar nog tot het eind van deze maand kunnen, omdat het schooltje dan wordt gesloopt. Maar inmiddels is een andere repetitieruimte gevonden in Barendrecht.

                    

De band heeft in een aantal andere samenstellingen al eerder bestaan en vanaf juli van dit jaar wordt deze naast de al genoemde El Mano gevormd door drummer John Maanster, gitarist Boy Brons en zanger John Fijan. Bij onze binnenkomst was de repetitie al in volle gang. Na de begroeting namen we plaats op een kruk en kregen we het repertoire van Chitlin Crew voorgeschoteld. Dit repertoire bestaat naast een aantal covers als "Walking The Dog" en "Before You Accuse Me" uit eigen werk, dat voornamelijk wordt geschreven door John Fijan en Dick Baxter. De eigen composities krijgen vaak iets mee uit bekende songs van anderen. Dick vertelde dat dit wordt gedaan om bij het publiek een moment van herkenning te weeg te brengen. Zo hoor je bijvoorbeeld het intro van "Sweet Home Alabama" bij een eigen compositie. Het is een bijzondere aanpak, maar het werkt wel.

De bandleden zijn stuk voor stuk door de wol geverfde muzikanten met jarenlange ervaring. John  Maanster houdt met zijn swingende drumwerk het ritme strak. El Mano is een bassist met een duidelijk achtergrond als gitarist. Met zijn basloopjes geeft hij een goede ondersteuning aan de gitaar. Bo is een smaakvol gitarist, die de zang aanvult en zowel smaakvol rond als snel en scherp kan soleren. John Fijan is een goede zanger met een vol stemgeluid en een goed bereik. Er waren wat problemen met het rondzingen van het geluid, maar dat kon met een andere microfoon en gedraai aan wat knoppen vrij snel worden opgelost. De repetities worden op een laptop opgenomen. De band speelt namelijk niet van papier af en op deze manier kunnen nieuwe vondsten en ideeën snel worden teruggevonden.

                    

Tijdens de koffiepauze en na afloop van de repetitie hebben we nog uitgebreid met de bandleden gesproken. En vooral El Mano gaf een college over zijn (bas)gitaren en versterkers. Hij restaureert, bouwt zelf en past zijn instrumenten naar eigen behoefte aan.

Het was een mooie gelegenheid om eens een kijkje in de keuken van Chitlin Crew te krijgen. Kortom, een leuke en leerzame middag.

Reacties

Naar aanleiding van optreden van Di Reed op 28 januari a.s. in de North Sea Jazz Club in Amsterdam kreeg ik de gelegenheid om met haar een telefonisch interview te hebben. Door het tijdverschil tussen Los Angeles en Nederland vond dit op haar zondagochtend en mijn zondagavond plaats. Na mij aan haar te hebben voorgesteld vroeg ik haar om wat over zichzelf te vertellen. Zij was immers het onderwerp van het gesprek.


Di is in Houston, Texas geboren op 13 april. Een dame vraag je niet naar haar leeftijd, dus het jaartal noem ik niet. Haar sterrenbeeld is ram, “fire, passions and compassion”, zegt zij erbij. Haar ouders ontmoetten elkaar op school en waren al jong getrouwd. Zij heeft een oudere zus. Al jong hoorde zij muziek om zich heen. Van radio en tv. Bovendien was haar moeder zeer muzikaal, kon goed zingen en piano spelen. Zij had een muzikale carrière kunnen hebben, maar omdat zij zo verlegen was is dit nooit gebeurd.

Di zelf begon al met zingen toen zij 2 jaar oud was en als vierjarige zong zij in het kerkkoor. “Music touched my soul”, vertelt zij. En op de een of andere manier wist zij toen al dat dit haar leven was. Thuis zong zij van alles. Van Motown en R&B tot country & western aan toe. Van haar oma, waar zij en haar zus veel waren, leerde zij gospel zingen. Op haar achtste deed zij al mee aan een talentshow en vier jaar later weer. Toen zij zestien jaar oud was kreeg zij van een producer de kans een demo op te nemen en een muziekcarrière te beginnen. “But my mother put her foot down and told me to finish school first. Everything works in your life for good”.

Thuis gaf haar moeder haar en een paar schoolvriendinnetjes muziekles. Zij leerden over ritmes, melodieën en harmonieën. Kennis die zij later als achtergrondzangeres goed zou kunnen gebruiken. “I always listen to music as a whole. Not just the singers and soloists, but also the rhythm and the harmonies” . Met haar vriendinnen vierde zij in de negentiger jaren successen met de hiphopgroep Jade, waarmee zij enkele albums uitbracht en de wereld rond reisde. Hierna volgt een periode waarin zij voornamelijk als achtergrondzangeres werkzaam is. Zij wordt onder meer gevraagd door Stevie Wonder, Elton John en is nu al ruim negen jaar te zien en horen achter Rod Stewart. De dag na haar optreden in Amsterdam vliegt zij alweer naar Oostenrijk omdat hij haar heeft gevraagd met hem op te treden.

            

Di is momenteel single. Zij is nooit getrouwd geweest en heeft geen kinderen Maar staat open voor aanbiedingen. “I work real hard. My brain is always going. Music, new songs, I am a perfectionist.” Om te relaxen doet ze in haar vrije tijd het liefst helemaal niets. Maar ze vergeet haar familie en vrienden, mensen die haar nodig hebben, niet. Daarnaast doet zij liefdadigheidswerk voor organisaties die ms en kanker bestrijden en helpt zij mee aan projecten, die minderbedeelden aan goede woonruimte helpen.

Momenteel is Di tevens bezig met een solocarriere. “I chose blues, because it belongs to a certain period of life. After troubled times you just turn to the blues”. Zij ziet muziek als een boom, waarbij de verschillende takken de genres vomen. Een tak is voor gospel, andere voor soul, voor R&B en voor de blues. “When I was young I considered the blues as music for grown ups. They played blues – Bobby 'Blue' Bland, B.B. King, Little Milton – drank alcohol and partied all night. And now I am older and paid my dues I can understand the blues”.

Op 28 januari treedt zij op met o.m. Erwin Java als begeleider. Ik vraag haar hoe zij hem heeft leren kennen. “Up till now I only know him by e-mail”. Door de North Sea Jazz Club is zij aan Erwin gekoppeld. Die zien haar wel zitten en steunen haar bij haar solocarrière. Di werkt momenteel aan een eerste solo-cd, die zij dit jaar nog hoopt uit te brengen. Zij blijft ook anderen begeleiden en ook is zij gevraagd als actrice. Di Reed zit boordenvol plannen en zit voorlopig niet stil. Haar opmerking “and maybe a husband and a baby” toont dat zij ook privé nog toekomstplannen heeft.

Een leuke en getalenteerde vrouw die ruimschoots de tijd heeft genomen om mijn vragen te beantwoorden.

Di Reed treedt op 28 januari 2016 met Erwin Java op in de North Sea Jazz Club in Amsterdam. Het voorprogramma wordt verzorgd door Flavium.


Reacties (2)

Op 1 juni 2014 trad de Amerikaanse bluesgitarist Dudley Taft in Muziekcafé de Fles in Spijkenisse. Dit is bij mij spreekwoordelijk om de hoek. Omdat ik twee van zijn cd's in mijn bezit heb en ik hem ook eens live wilde zien was al snel besloten hierheen te gaan. Een interview met hem was snel geregeld en toen wij even na half vier het café binnenstapten stond Dudley al op ons te wachten. We gingen aan een tafeltje zitten en het gesprek kon beginnen.

 

Hallo Dudley, zou je om te beginnen iets over jezelf willen vertellen?

Ik ben Dudley Taft, 47 jaar oud. Ben getrouwd en heb twee kinderen, dochters van 16 en 14 jaar. Met de oudste gaat het goed, die doet het goed op school en dat is de verstandigste van de twee. De jongste gaat momenteel door een fase van puberaal gedrag. Maar dat zal uiteindelijk wel goed komen.

Ik heb bijna overal in de VS gewoond, in Seattle, Californië en het Midwesten. We zijn onlangs verhuisd van Noord-Carolina naar Cincinnati, Ohio, waar ik het huis van Peter Frampton heb gekocht. Compleet met een mooie eigen studio.

Op welke leeftijd ben je muziek gaan maken?

Gitaar speel ik vanaf mijn twaalfde. En dat werd een obsessie voor me. Je kunt zeggen dat ik zeker tot mijn 27e wel vier of vijf uur per dag gitaar zat te spelen.

Toen ik in 1990 in Seattle woonde richtte ik de band Sweet Water op, waarmee ik twee albums voor Atlantic heb opgenomen. In 1991 viel de band uiteen en ben ik allerlei dingen voor mijzelf gaan doen. Naast muziek had ik allerlei baantjes; ik heb onder meer in de bouw gewerkt. Vanaf 1997 had ik de band Second Coming, die bij Capitol Records onder contract stond. Een van mijn songs is te horen in de film The Sixth Sense met Bruce Willis.

In 2006 ben ik solo gegaan. Eerst met een ZZ Top Tribute Band. Door die muziek raakte ik meer geïnteresseerd in de blues. Op YouTube zocht ik op hoe ZZ Top live speelde en tegelijkertijd krijg je dan suggesties te zien. Daar kwam ik de naam Freddie King tegen. Toen ik die beluisterde had ik zoiets van "Wauw! Wat is dit?". En zo ben ik verder gaan zoeken. Eerst ging mijn muziekkennis niet verder dan de Britse bands als de Rolling Stones, de Animals, de Who enzovoort. Ik realiseerde me niet dat zij het ook van een ander geleerd hadden. Pas toen ik dat begon te ontdekken en ook Albert King, B.B. King, Johnny Winter leerde kennen ging een hele nieuwe wereld voor mij open.

In 2011 kwam mij eerste cd, "Left For Dead" uit. In 2013 "Deep Deep Blue" en nu is net "Screaming In The Wind" verschenen.


Ik heb gelezen dat je uit een familie komt met politici en advocaten. Wat deed je besluiten die lijn niet te volgen maar de muziek in te gaan?

Dat klopt, ik kom van een lange lijn van politici en zakenlieden. Een oom van me is senator geweest, mijn vader is zakenman. In het begin vonden ze het maar niets dat ik alleen maar gitaar wilde spelen en geen rechten wilde gaan studeren in Yale, zoals de rest van mijn familie. Twee zussen van mijn vader zijn artiest en dat liep allemaal niet zo goed. Mijn vader zag het niet zo zitten dat ik ook die kant op wilde. Hij was duidelijk teleurgesteld. Maar mijn hart ligt nu eenmaal niet bij studeren en zaken doen. Muziek is mijn passie en nu ze zien dat ik daar gelukkig in ben en dat ik er met mijn geld mee verdien - hoewel het veel minder is dan zij verdienen - wordt het geaccepteerd. Mijn vader is nu 73 jaar oud en woont ook in Cincinnati. Ik zie mijn familie dus regelmatig.

De meeste songs, die je opneemt, schrijf je zelf. Hoe ontstaan deze songs, waar haal je de inspiratie vandaan?

De inspiratie komt mij gewoon aanvliegen. Soms onderweg in de auto, soms als ik wat op mijn gitaar speel. Ik neem het dan op met mijn iPhone en later gebruik ik het om een song te schrijven. Vaak gebeurt dat samen met de andere bandleden, die hun inbreng hebben. En het gebeurt ook dat zij precies moeten spelen wat ik in gedachte had en wat ik wil.

"Screaming In The Wind" is jouw derde solo-cd. Zit er een rode lijn in dit album, een onderwerp waar jij je momenteel mee bezig houdt?

Nee, niet op de cd zelf. Waar ik mij wel steeds mee bezig hou en wat steeds op mijn cd's terug komt is mijn liefde voor mijn familie, mijn vrouw en dochters. Daar wijd ik wel steeds songs aan.

Zoals je al vertelde heb je een vrouw en kinderen thuis. Hoe is het voor jou en jouw gezin om zo lang van huis te zijn?

Ze missen mij en ik mis hen. Zo eenvoudig is dat. We bellen wel iedere dag met elkaar en ik zal blij zijn als ik weer thuis ben. Maar aan de andere kant geniet ik wel van het reizen. Ik kom steeds andere mensen tegen, maak nieuwe vrienden. Ook vind ik het geweldig om de steden te verkennen, die ik bezoek. Het is toch grandioos om in Dordrecht op een terras te zaten voor een huis dat in de zeventiende eeuw werd gebouwd.

 

Komt jouw vrouw ook mee op tournee als straks jouw dochters wat ouder zijn?

Dat denk ik niet. Ik denk dat, als ik haar voor een reis van drie weken meeneem, zij als binnen een week weer naar huis wil. Misschien dat zij dan aan het einde van een tournee komt overvliegen en we er dan een vakantie achteraan plakken.

Twee jaar geleden was je al eens in Europa, ook in Nederland. Is er een verschil tussen het Amerikaanse en het Europese publiek. Is er verschil merkbaar tussen het publiek van de verschillende Europese landen?

Een echt groot verschil tussen de verschillende Europese landen is er niet. Het Europese publiek gaat graag uit en komt voor de artiest of de muziek. Het Amerikaanse publiek zit liever thuis voor de tv en het kost meer moeite om ze naar de optredens te laten komen.

"Screaming In The Wind" is nu pas uitgekomen. Heb je al plannen voor een opvolger?

Ik heb inmiddels al zo'n tien songs klaar liggen en daar zal nog wel wat bijkomen. Zelf heb ik het idee om een nieuwe cd in februari uit te brengen. Ik ben zelf nogal kritisch en ik heb tijd nodig om alles zo te krijgen zoals ik het wil. En gemiddeld een cd per jaar uitbrengen is wel mijn streven.

Verder staat er in de planning dat we in september weer naar Europa komen. We bezoeken dan weer Duitsland en Nederland en voor het eerst treden we op in Polen.


Na een gesprek van bijna een uur bedank ik Dudley voor het prettige interview. Hij is een aardige kerel en blijkt een goede gesprekspartner te zijn. Na nog voor wat foto's geposeerd te hebben gaat hij zich op het optreden voorbereiden. Ondertussen heeft hij tijd voor iedereen die met hem een praatje wil aanknopen.

Stipt om 5 uur begint het optreden, waarin wordt begeleidt door bassist John Kessler en drummer Carl Martin. Dudley vertelde me dat zijn vaste drummer kort voor de reis had afgezegd. Carl is ingesprongen en heeft snel de songs geleerd. Het optreden bestond uit een mix van eigen songs en covers en de band speelde twee uitstekende sets. Carl en John vormden een stevige basis, waarop Dudley zijn gitaarwerk kon opbouwen. Het viel mij op dat, ondanks het feit dat zijn muziek zich binnen de stevige bluesrock valt, het volume netjes binnen de perken bleef.

Een prima optreden en als hij weer in de buurt is zal ik hem zeker weer bezoeken.

Reacties (1)

Op 31 maart verschijnt de nieuwe cd van Eric Bibb, “Migration Blues”. Op deze cd zingt hij over mensen die noodgedwongen hun land moeten verlaten, hetzij door oorlog, honger of uit economische redenen. Vooruitlopend op het uitkomen hiervan maakt hij een korte tournee door ons land. Op 23 maart trad hij op in Jazzcafé Bird in Rotterdam, waar ik de gelegenheid kreeg hem te interviewen. Eric Bibb blijkt een prettige en vriendelijke gesprekspartner te zijn, die zijn antwoorden weloverwogen kiest en alle tijd neemt voor het gesprek.

Eric, hartelijk dank voor dit interview. Volgende week komt jouw cd “Migration Blues”uit. Deze gaat over migratie, mensen die hun land ontvluchten vanwege oorlog of honger. Hoe ben je op dit onderwerp gekomen?

Het idee kwam van Philippe Langlois van Dixiefrog Records. Hij zei: “Eric, jij hebt altijd een mening over maatschappelijke gebeurtenissen en misschien is het concept van vluchtelingen iets dat jou kan inspireren”. Zo kwam ik op het idee dat wij allemaal immigranten zijn. We hebben allemaal wel iemand in onze familie die ooit van de ene plaats naar de andere zijn verhuisd. Daar is niets nieuw aan. Ik begrijp de hysterie niet. Mensen die aan oorlogen proberen te ontkomen. Ook dat is niets nieuws. Ontsnappen aan oorlog en terreur of weggaan om economische redenen. Anders laat je jouw eigen huis en haard niet achter. Ik begon te denken aan de immigratie uit mijn eigen familie. Met mijn Afrikaans-Amerikaanse achtergrond was dat al een heftige gedwongen migratie. Ik denk ook aan hen die het landelijke zuiden van de VS verlieten en naar het noorden gingen. Niet alleen vanwege de betere banen, maar ook om te ontsnappen aan angst en lynchpartijen. Het onderwerp is mij dus heel na en het is een verhaal dat door de blues kan worden verteld. Ik zag daarbij overeenkomsten met wat er nu gebeurt en wat er in de jaren 20 gebeurde toen mensen van het zuiden naar het noorden trokken. En zo kreeg ik voldoende ideeën voor nieuwe nummers, die dit verhaal kunnen vertellen. Ik ben blij dat Philippe met het idee kwam en dat ik het zo kon uitwerken. We moeten ons realiseren dat het niet nieuw is, maar van alle tijden.

Denk je dat deze cd helpt dat mensen zich bewust worden van het probleem?

Ik hoop van wel. Het lijkt erop dat deze cd verder reikt dan alleen de muziekpers. Er komt ook aandacht van andere media. En het zou kunnen zijn dat de boodschap van de cd verder komt. Ik ben blij dat ik dat heb kunnen doen.

Denk je dat er een overeenkomst is tussen hen die vluchten vanwege economische redenen en zij die dat door oorlog en honger?

Dit gaat vaak samen. In Iran bijvoorbeeld is door het weer al jarenlange droogte. Er is geen oogst, er zijn geen banen. De ellende die hierdoor ontstaat gaan vaak hand in hand met nieuwe machthebbers, oorlog e.d. Zoals ik al zei, je verlaat niet jouw ouderlijk huis en vlucht naar een andere plaats zonder te weten wat jou daar wacht, wat jou onderweg kan gebeuren als je niet ander kan. Deze mensen hebben vaak geen keus. Deze mensen willen overleven, ze willen dat hun kinderen overleven. “Four Years, No Rain” op de cd is een beschrijving hiervan.

Op “Migration Blues”heb je twee covers opgenomen. Bob Dylans “Masters of War” en Woody Guthries “This Land Is Your Land”. Terwijl jouw eigen nummers gaan over de reis of vlucht, is Dylans nummer een aanklacht. Waarom deze keuze?

“Masters Of War” leek mij een logische keuze. Als je ziet wat er nu gebeurt. Mensen verlaten vaak hun thuis vanwege een gewapend conflict. En je hebt geen gewapende conflicten als er niemand is, die wapens produceert voor financieel gewin. Het zou er heel anders uitzien als er nog steeds met pijl en boog zou worden gevochten. Want, eerlijk, er zijn criminelen, die iedereen kent en de hoogste posities in de maatschappij bekleden, die geld verdienen aan de vernietiging van mensen. En dat moet duidelijk worden gemaakt. Dit kunnen we stoppen als we dat zouden willen. We kunnen best kritischer zijn over hen die wapens produceren. Ook regeringen kunnen ervoor zorgen dat dit wordt ingeperkt. Het is toch te gek als je je realiseert dat er niet voldoende voedsel is voor iedereen, maar er zijn wel voldoende wapens zijn om iedereen te doden. Er zijn plaatsen waar ze niet eens kinderen te eten kunnen geven, maar ze hebben daar wel het beste wapentuig.

Op de cd werk je samen met Michael Jerome Browne en Jean-Jacques Milteau. Waarom heb je hen gekozen?

Michael Jerome Browne komt uit Quebec in Canada. Hij is een fantastische muzikant waar ik al veel jaren mee samenwerk. Ik wilde vertellen over migratie, dat dit iets is dat al vele jaren aan de gang is. Het moest iets organisch worden en ik besloot dat een akoestisch album hier het meest geschikt voor zou zijn. Ik had het gevoel dat een grote studioproductie de boodschap zou verzwakken. Als het direct en minimalistisch zou zijn zouden mijn woorden beter overkomen. En Michael was mijn eerste keuze omdat hij een specialist is op diverse akoestisch instrumenten. En Jean-Jacques Milteau is een geweldige harmonicaspeler met wie ik het Lead Belly album heb gemaakt. Ik stelde aan Philippe van Dixiefrog voor om samen te werken met Michael. En hij kwam met het idee om Jean-Jacques er ook bij te betrekken. En dat vond ik een geweldig idee. Er is iets met het treurige geluid van de harmonica dat hier prima past.

Je hebt zelf op diverse plaatsen gewoond. Geboren in New York en verhuisd naar Europa waar je in Frankrijk, Finland en Zweden hebt gewoond.

Dat klopt. Ik ben ik New York geboren en opgegroeid. Al vrij jong ben ik naar Europa verhuisd. Eerst heb ik in Parijs gewoond. Later in Zweden, Engeland en Finland en nu weer in Zweden. Ik ben een hedendaagse hobo.

Is er ondanks al die verhuizingen en reizen een vaste waarde die je overal mee naartoe neemt?

Ja zeker, de muziek. Muziek is de vaste waarde. Muziek bracht me naar Europa en het heeft me geholpen mij met mensen te binden. Mensen die zich door dezelfde rootsmuziek met elkaar verbonden voelen. Dat hielp ook tegen de heimwee. Zo bleef ik verbonden met mijn achtergrond en maakte met muziek ook weer nieuwe vrienden. Mijn migratie is een eigen keuze geweest. Hierdoor kon ik dingen ervaren die er heel anders uit hadden gezien wanneer ik alleen mijn Amerikaanse ervaringen zou hebben gehad. Ik heb natuurlijk een veel gemakkelijkere migratiegeschiedenis dan veel van mijn broeders en zusters uit het Midden-Oosten en Afrika. Ik kwam voor het eerst in Europa toen ik 13 jaar oud was. Mijn 13e verjaardag vierde ik in Kiev. Mijn vader, Leon Bibb, toerde toen door de Sovjet Unie. Ik kwam toen ook in Stockholm en dat beviel me daar toen al. Misschien is dat de reden dat ik daar later nog eens zou komen te wonen.

Heeft het vele reizen en verhuizen invloed gehad op jouw zienswijzen en ideeën?

Absoluut. Weet je, het is een geschenk om andere culturen te ontdekken. Om andere talen te leren. Om te leren hoe men denkt door hun taal te leren spreken. Zoiets is heel mooi. Het leert je om toleranter te zijn , om meer open te staan voor andere culturen, hoe dingen worden gedaan, hoe men kookt, zich kleed. Het is goed geweest om een andere cultuur te leren kennen op een leeftijd dat ik nog gevormd moest worden. Dat heeft mijn kijk op de wereld zeker veranderd. Bijvoorbeeld, toen ik voor het eerst in Parijs kwam werden mijn ervaringen met de mensen uit Afrika veel groter dan wanneer ik in New York zou zijn gebleven. Frankrijk is meer kosmopolitisch, gevarieerder. Ik kom van een intellectuele familie in New York en we kregen veel vrienden over de vloer, ook uit andere landen. Maar het was niet te vergelijken met wat ik in Frankrijk n Europa heb geleerd. En ook later toen ik naar Zweden verhuisde. Er waren daar veel migranten uit Zuid-Amerika en Afrika. Veel muzikanten ook, die ik daar heb leren kennen. Als ik in New York was gebleven had ik zeker een rijk muzikaal leven gehad, maar het zou niet zo verrijkt zijn geweest met smaken van over de hele wereld.

Wat zijn jouw ideeën als een in Europa wonende Amerikaan over de politiek in de VS?

Ik ben verbaasd, angstig verbaasd, dat het zo ver is gekomen dat iemand als hij is gekozen tot leider van de zogenaamde vrije wereld. Ik kan het niet verklaren en het heeft mij geschokt. Ik ben benieuwd waar dit toe zal leiden, want het ziet er niet naar uit dat het een stabiele toestand is. Iedereen houdt de adem in. Het is typisch voor deze tijd. Ik bedoel, als het in een land als de VS, die de wereldpolitiek zo lang hebben gedomineerd, zo onrustig is. Ook in Europa verschijnen scheuren in de ondergrond. We weten niet wat er straks in Frankrijk gebeurt. Mensen worden bang gemaakt. Het zoeken van een zondebok doet mij denken aan wat er in de dertiger jaren in Duitsland gebeurde. Heel angstig. Gelukkig gaf Nederland onlangs het signaal af door niet op de verkeerde kandidaat te stemmen. Maar, net als in Zweden, zijn er nog te veel die niet de juiste keuze hebben gemaakt.

Vanavond treed je op in dit Jazzcafé. Wat kunnen we verwachten?

Ik ben al heel lang niet in Rotterdam geweest, dus heb ik gekozen voor nummers die het publiek zullen aanspreken. Nummers die uit mijn hele repertoire komen en ook wat van de nieuwe cd. Daar vertel ik dan iets over. Ik wil mensen duidelijk maken dat muziek de nieuwe heelmeester is, dat men zich realiseert dat we allemaal een familie zijn en met elkaar verbonden zijn. Dit is het mooie van muziek en world music in het algemeen. Als je muzikanten uit andere delen van de wereld hoort dan begrijp je dat. Muzikanten zijn de voorhoede, die mensen kunnen verbinden. Lang voordat politici daar aan toe komen. En ik ben blij daar een deel van te mogen zijn. Er zullen altijd mensen blijven die bang zijn voor verandering, maar hopelijk zijn er ook die vinden dat het tijd is voor verandering en dit ook zullen omarmen.

Reacties (1)

Door muziekvriend MAKS A. werd ik onlangs opmerkzaam gemaakt op Felipe Cazaux, een bluesrockgitarist uit Brazilië. Ik kreeg zijn cd's toegestuurd, waarvan ik over de meest recente "Never Go Down" onlangs een recensie heb geschreven (zie hier). Ik kreeg de gelegenheid deze man te interviewen en omdat ik ook geïnteresseerd ben in Blues uit andere landen was dit een mooie gelegenheid om wat meer over Felipe Cazaux zelf en de Blues uit Brazilië te weten te komen.

Kun jij ons eerst iets over jezelf vertellen?

Ik ben geboren op 10 mei 1983 in Guararema, een stadje op het platteland net buiten São Paulo. Tegenwoordig is het een rijke stad omdat er olie is gevonden. Mijn ouders zijn beiden geboren in Rio de Janeiro, maar ik groeide op in São Paulo. Ik heb nog een zus. De rest van mijn familie woont nog steeds in Rio de Janeiro. Toen ik veertien jaar was verhuisden wij naar Fortaleza en daar woon ik nog steeds. Op mijn vierentwintigste trouwde ik en wij wonen er samen met onze honden en katten.

 

Wanneer begon je met het maken van muziek? Was de gitaar jouw eerste instrument?

Ik begon met zingen toen ik negen jaar oud was en vanaf mijn twaalfde speel ik gitaar. Mijn eerst zangervaring deed ik op in een kinderkoor, waar populaire Braziliaanse liedjes werden gezongen. Daar leerde ik mijn stem te gebruiken en werden mij zangtechnieken aangeleerd. Toen ik gitaar begon te spelen was ik in eerste instantie geïnspireerd door gitaristen als Slash en Tony Iommi.

 

Wanneer raakte je geïnteresseerd in de blues? Hoe hoorde je voor het eerste keer blues?

De blues kwam bij mij als vanzelf. Mijn vader hield van progressieve rock, maar ook van classic rock, blues, jazz, bossa nova en dergelijke. Dus vanaf mijn geboorte hoor ik deze muziek al. Een van mijn vaders favoriete gitaristen is Eric Clapton en ik leerde blues spelen door naar zijn album "From The Cradle" te luisteren. Hij luisterde ook graag naar B.B. King en een van mijn favoriete albums is "Live At The Apollo". Daarnaast luisterde ik naar Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Muddy Waters, Buddy Guy en al die anderen.

 

Is er een levendige bluesscene in Brazilië? Zijn er bluesclubs en wordt er veel samengewerkt met andere Braziliaanse bluesartiesten? Ik ken zelf Nuno Mindelis en Alamo Leal. Komen Amerikaanse bluesartiesten op tournee door Brazilië?

In onze stad begint de scene nu vaste grond onder de voeten te krijgen. na er veel jaren aan te hebben gewerkt krijgt de blues een eigen plaats op plaatselijke feesten, in bars en zelfs in strandclubs. Dat gaat dus goed. De blues wordt vaak vermengd met classic rock. Maar het belangrijkste voor mij persoonlijk is dat muzikant nieuw materiaal schrijven, gebaseerd op de klassieke blues. En dat vind ik geweldig. In onze stad zijn geen echte bluesclubs, alleen maar rock 'n rollclubs. Maar omdat mensen er naar vragen zoeken die steeds bluesband om er te spelen. In de rest van Brazilië is de toestand over het algemeen anders. Daar zijn wel bluesfestivals en wordt de blues zelden op andere festivals gespeeld; het blijft toch underground. Deze worden door de overheid en particulieren gesponsord en er zijn ook wel Amerikaanse artiesten. Maar nooit de groten, want die zijn te duur. Er zijn veel goede Braziliaanse bluesmuzikanten, zoals Nuno Mindelis, de bekendste gitarist na Celso Blue Boy, die vorig jaar is overleden. Andere goede muzikanten zijn Fernando Noronha, Décio Caetano, Rodrigo Morcego, Lancaster, Big Joe Manfra, Big Gilson, Artur Menezes en natuurlijk Alamo Leal. Met hem heb ik een keer gespeeld toen hij tijdens een van mijn shows in Rio de Janeiro meejamde. Bands als Irmandade do Blues and Blues Etílicos zijn erg beroemd en populaire harmonicablazers - ze zijn hier gek op mondharmonica - zijn Jefferson Gonçalves, Robson Fernandes, Big Chico, Vasco Faé, Flávio Guimarães en vele anderen.

 

Wie zijn jouw grootste invloeden? Heb jij ooit met hen gespeeld?

Mijn grootste invloeden zijn de grootste gitaristen aller tijden, zoals Buddy Guy, Eric Clapton, Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Tony Iommi, David Gilmour, Keith Richards, en bands als Led Zeppelin, de Beatles, Rolling Stones, Black Sabbath en anderen. Ik luister niet alleen naar blues, maar naar zo'n beetje van alles. Van blues tot heavy metal. Ooit heb ik gespeeld met Andreas Kisser van Sepultura, die mijn grootste invloed was toen ik begon te spelen.

Vertel me eens iets over jouw carrière. Jouw albums, optredens, Ben je als soloartiest begonnen of maakte je eerst deel uit van een andere band. Toer je alleen door Brazilië of bezocht je al andere landen?

Ik begon met het spelen in metalbands toen ik zestien jaar oud was; dat wilde ik vanaf het moment dat ik gitaar leerde spelen. Ook de meeste van mijn vrienden waren rockfans. Toen ik achttien jaar oud was belde een vriend, Wagner Andrade, mij op om te vragen of ik in zijn bluesband wilde spelen. Hij speelde harmonica, was goed op zakelijk gebied en wist ons als professionele band te verkopen. Wij bleven als band bijeen tot een aantal leden andere dingen gingen doen, zoals gitarist Rodrigo Gondin, die samen met mij songs schreef en in feite de leider van de band was, en drummer Marcelo Holanda, die nu in een hele goede bluesband, Blues Label, speelt. Ik begon mijzelf wat meer te profileren en de band volgde mij. Toen besloot ik dat ik beter als soloartiest door het leven kon gaan met een band die mij volgde in plaats van onderdeel uit te maken van een band. de harmonicaspeler verliet de band toen wij bezig waren met de opnamen voor "Help The Dog!" (2007) en we gingen door als trio met naast mijzelf Klaus Sena op bas en drummer Netto Krápula. Zij verhuisden toen met mij naar São Paulo, maar dat beviel me niet en ik keerde terug. Zij zijn gebleven en wonen er nog steeds. Toen we in 2009 in São Paulo mijn tweede album "Good Days Have Come" opnamen had ik een andere drummer, Beto Gibbs, voor de meeste songs. Netto speelde mee op drie nummers, waarvan "Bad Dreams" en "Hey Mister" het meest door het publiek worden gevraagd. Toen ik in 2009 weer terug kwam in Fortaleza begon bassist Hamilton de Castro voor mij te spelen en gingen we op zoek naar een nieuwe drummer. Vanaf 2010 speelt nu Ricardo Pinheiro van de band Renegados voor mij. Met dit trio is mijn nieuwste album "Never Go Down" opgenomen, dat weer is geproduceerd door mijn beste vriend, bassist en producent Klaus Sena.

Toen ik "Help The Dog!" in 2007 uitbracht begon ik pas op te vallen. Voorheen was ik slechts de zanger van Double Blues en men verwachtte niet een dergelijk een album van mij, omdat Rodrigo Gondin de beste muzikant van de band was. Nadat het album was uitgebracht traden we op veel festivals op en jaar op jaar werden de optredens steeds beter en professioneler. En dat werken we nu steeds verder uit.

 

Kun je me iets meer vertellen over jouw huidige band?

Mijn band bestaat nu uit Hamilton de Castro, een uitstekende bassist, die ik al ken sinds 2002 toen wij elkaar tegenkwamen bij een bekend Braziliaans Blues & Jazz Festival. Hij speelt al lang als professioneel muzikant en hij is een precieze en creatieve bassist, die altijd goed klinkt. Ook al zijn de omstandigheden niet optimaal. De drummer is Ricardo Pinheiro en ik ken hem al vanaf de tijd dat ik al tiener de rockclubs bezocht. De band Renegados was een van de beste band in de stad en hij had deze band samen met zijn broer opgericht. Hun stijl was typisch voor de bandjes uit de zestiger jaren en zijn drumstijl bevalt mij erg goed. Sinds kort hebben we er een tweede gitarist bij, Capoo Polacco. Een vriend die er plezier in heeft met ons te spelen en ritmegitaar speelt, zoals ik het graag hoor.

 

Wat zijn jouw plannen voor de toekomst?

Ervoor zorgen dat mijn carrière wordt voortgezet. Ik wil nieuwe plaatsen leren kennen waar mensen van blues- en rockmuziek genieten en daar mijn songs spelen. Dat is wel mijn doel: reizen en spelen. Dat zijn toch de twee dingen die ik het mooist vind.

Een DVD opnamen zou ook geweldig zijn. We hebben er plannen voor, maar nu zijn we eerst aan het toeren met "Never Go Down", waarvan ik denk dat het mijn beste album tot nu toe is.

 

Discografie: Help The Dog (2007), Good Days Have Come (2009), Never Go Down (2013)

Website: www.felipecazaux.com.br

 

Reacties (5)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl