barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Al enige tijd maakt de Etta James Experience furore in binnen- en buitenland. Hoogste tijd dus om een gesprek te hebben met de zangeres en leider van de groep, Floor Kraayvanger. Afgesproken werd om elkaar te ontmoeten bij Grand Café Metropole in Arnhem. Het was goed weer die avond en we namen plaats op het terras. Na ons aan elkaar te hebben voorgesteld en er wat koetjes en kalfjes gepasseerd waren, en er koffie op tafel stond, konden we van wal steken.

Ik vraag Floor eerst om iets over zichzelf te vertellen. Zij is geboren in Elden, een dorp dat nu geheel door Arnhem is opgeslokt, en is er op de lagere school gegaan. In klas 6 kwam zij automatisch in het kerkkoor terecht, waar zij al mocht voorzingen. Met  haar familie verhuisde zij naar Frankrijk, waar zij tijdens een groot deel van haar middelbare schooltijd heeft gewoond. In de periode in Frankrijk heeft zij met muziek verder niets gedaan. Op haar zestiende waren zij en haar familie weer terug in Nederland, waar Floor haar Havo-eindexamen heeft gedaan. In de schoolpauzes zong zij al veel en een van haar medeleerlingen zei dat, als hij ooit een band begon, zij de leadzangeres zou worden. Zij geloofde er niet veel van, maar uiteindelijk gebeurde het toch en haar eerste bandje Damn Jones! was een feit.

Tijdens haar studietijd in Nijmegen en Groningen had zij zangles. “Daar heb ik diverse technieken geleerd. Met boeken op het middenrif enzo.” Na Damn Jones volgde nog wat bands en projecten. Grotere bekendheid kreeg Floor met de bluesrockband Superfloor, waar haar vriend Rob van den Broek de basgitaar speelde. Met Superfloor zijn een aantal cd’s opgenomen. De laatste dateert alweer van 2012. “Ik zit nu wel te klagen, maar er waren veel leuke, maar ook mindere  optredens bij. Toch is het langzaam doodgebloed. Een band met eigen werk heeft het nu eenmaal moeilijk. Overigens, op 18 juni treden we weer eens op. Dat is in Tilburg op het Midsummer Bluesfestival.”

In mei 2013 wordt zij door Rob Key gevraagd op wat nummers te zingen bij een optreden van zijn band Brand New Bag. Al snel groeit het idee om samen iets met de nummers van Etta James te gaan doen. Het begint voorzichtig met vier nummers. “En inmiddels hebben we het uitgebreid naar een complete show en een band van elf personen. Het is een hele tour om elf neuzen dezelfde kant op te krijgen en afspraken te maken voor repetities en optredens. Ieder heeft immers zijn eigen leven en carrière.” 

Floor is in het dagelijks leven lerares Engels en Frans op een middelbare school. Ze heeft een gezin met twee kinderen. “Het is een druk bestaan. Mijn gezin, het werk. Als de kinderen naar bed zijn begint het nakijkwerk en de voorbereidingen voor school.” En dan is er ook nog de muziek. “Vroeger, met Superfloor was het nog lastiger, want toen waren Rob en ik tegelijkertijd van huis.” Af en toe heeft ze een schnabbel en dan is er natuurlijk nog de Etta James Experience. “Ik word gezien als de leider van de band, nou ja, ik word door de band een beetje in die richting geduwd. We hebben een soort stuurgroep in de band, die van alles beslist. Ik doe het niet helemaal alleen. Als 20-jarige had ik dat niet gekund, toen was ik liever onderdeel van de band. ik kon toen ook nog niet met veel beleving zingen. Ik denk dat je eerst meer moet meemaken en dat dát dan groeit". Ik vraag haar wat haar drijft om naast haar drukke baan en gezin zich zo op de muziek te storten. “Het is een uitlaatklep voor me. Ik kan er mijn ei in kwijt.  Een ander doet aan sport, jij schrijft stukjes over blues en ik zing. Ik zou me geen raad weten als ik dit niet als hobby zou hebben.”

Als muzikant heb je natuurlijk jouw voorbeelden en op de vraag met wie zijn nog wel eens zou willen optreden of had willen optreden antwoordt Floor: “Etta James natuurlijk. Maar dat gaat niet meer. Of Tina Turner, Otis Redding. Die hebben mij allemaal beïnvloed. Maar ook een rockband als bijvoorbeeld The Hoax vind ik erg goed.” Waar ben je het meest trots op? “Op de waardering die ik krijg. Onlangs hadden we optreden met de Etta James Experience en op een gegeven moment wisten we de hele zaal stil te krijgen. Ik kreeg later van een vrouw een berichtje via Facebook, die er bij was geweest en mij hiermee complimenteerde. Dat vind ik geweldig.”

Als laatste vraag laat ik Floor er een blind kiezen uit een stapeltje vragen, die verder niet met muziek te maken hebben. Deze vraag luidt: Als je een toespraak of een lezing mocht houden voor een groot publiek, wat zou het thema zijn? “Dat is lastig. Ik denk over Etta James. Over wat haar bezielde, haar beleving, hoe je een nummer moet overbrengen.”

Met dit antwoord is het officiële deel van het interview. We praten nog wat na over van alles en nog wat, de koetjes en kalfjes lopen weer langs. Het was een bijzonder mooi gesprek met deze leuke vrouw, een goede zangeres en gedreven artieste.

Kijk voor meer informatie over de Etta James Experience op de website www.ettajamesexperience.com

Dit interview is eerder gepubliceerd op The Blues Alone?

Reacties

Na hun zeer goed ontvangen cd “Big Fish Boogie” begint de Nederlandse bluesband Stackhouse steeds meer bekendheid te genereren. Er wordt met regelmaat opgetreden en dit jaar zal nog een nieuwe cd verschijnen. Het geplande optreden in het Rotterdamse Cretopia (West-Kruiskade 51) op zondag 21 februari a.s. vormt een mooie aanleiding voor een gesprek met zanger/mondharmonicaman Machiel Meijers.

Machiel, die nu in het dagelijks leven leraar natuurkunde is in zijn woonplaats Gorinchem, rommelde met zijn eerste mondharmonica wat aan zonder echt de technieken onder de knie te hebben. Dit veranderde toen hij les nam bij de Schiedammer Carlo Reijs, die hem de fijne kneepjes bijbracht. Inmiddels is hij een mondharmonicablazer van formaat geworden, die een groot deel van het geluid van Stackhouse bepaalt. Hiermee komt het gesprek op de muziekstijl, waar Stackhouse zich in begeeft. “De Chicagoblues uit de jaren veertig en vijftig. Voor mij de mooiste tijd.” Dat is ook duidelijk aan Machiels stijl te horen, die een kruising is van Little Walter en Big Walter. “Na 1959 werd er voor mij weinig mooie muziek meer gemaakt. Misschien de Engelse bands nog en in de tachtiger jaren waren er nog een paar, maar die grepen toch weer terug op de Chicagoblues van de vijftiger jaren.” Binnen deze stijl is voldoende variatie mogelijk om muziek van Stackhouse spannend en interessant te houden.

De band beroemt zich er op een generatiekloof in zich te herbergen. Het oudste lid is 67 jaar oud, terwijl de jongste nu 31 is. De jonkies hebben veel geleerd van de ouderen en inmiddels doet geen van hen in muzikaal opzicht voor elkaar onder. De band wordt door de regelmatige optredens steeds hechter. “Dat is ook duidelijk te horen op de nieuwe cd. Op onze eerste, “Big Fish Boogie”, waren we nog relatief kort bij elkaar en speelden we vrij weinig. Op onze nieuwe cd zal dat al heel anders klinken” Machiel laat mij fragmenten van de nummers horen en duidelijk is de ontwikkeling die de band heeft doorgemaakt. De stijl is meer constant de 50er jaren Chicagoblues, de band is strakker. Het klinkt gewoon erg goed. “De songs zijn eigenlijk zo goed als af. We veranderen hooguit nog wat aan de volgorde waarop ze op de cd komen. Het worden er twaalf of dertien, waarvan vier covers. De rest is eigen werk.”

Naast het uitbrengen van de nieuwe cd staan er diverse optredens op het programma. Voorlopig staat het Bevrijdingsfestival op 5 mei in Wageningen als enige festival op de kalender. Hopelijk komen er nog meer bij. Het eerstvolgende optreden is op 21 februari in Cretopia in Rotterdam. Tijdens dit optreden worden naast het oude werk ook nieuw materiaal gespeeld. Op 20 maart keert Stackhouse terug naar Cretopia met als special guest de Belgische harmonicaman Big Dave. Hou verder de agenda in de gaten via de website.

Stackhouse: Machiel Meijers (zang, harmonica), Emiel van Pelt (gitaar), Willem van Dullemen (gitaar, zang), Bert Post (drums) en Fred van Unen (bas)

Discografie: Big Fish Boogie (2013)

Website: www.stackhouse.nl

Reacties (2)

Op 22 oktober a.s. komt het nieuwe album van AJ Plug uit en dat is een mooie gelegenheid om de zangeres, die sinds enkele jaren furore maakt op de Nederlandse podia, eens te spreken te krijgen. Afgelopen vrijdag toog ik, bewapend met notitieblok en een paar tompouces voor bij de koffie, naar haar Katwijkse woning. Aanwezig bij het gesprek waren ook gitarist Klaas Kuijt, waarmee AJ al zo’n dertig jaar een setje vormt (“ja, ik was heel jong toen ik Klaas leerde kennen”) en de hond, die mij meteen als huisvriend adopteerde. Mijn bezoek duurde ruim anderhalf uur en vanwege het natuurlijke hak-op-de-tak gedrag van alle aanwezigen is het niet mogelijk dit letterlijk weer te geven. Wat volgt is een geordend verslag van het gesprek.

           

Ergens in het gesprek kwam het hoe, wat en wanneer ter sprake. AJ Plug (de voorletters zijn haar initialen, Alexandra Jolanda, roepnaam Sandra) heeft twee oudere broers, waarvan een meer van pop hield en de ander van metal en hardrock. Als klein zusje mocht ze niet aan hun platen komen, maar zodra zij hun hielen hadden gelicht gebeurde dit natuurlijk toch. Uiteraard werd er uitgebreid met een borstel als microfoon voor de spiegel geoefend. Een van haar broers zat in een band en met een vriendengroepje werden regelmatig in plaatselijke cafés optredens bezocht. Klaas was toen al in beeld. Op een zekere dag kreeg AJ de gelegenheid om mee te doen aan een auditie en werd zij, tot grote verbazing van iedereen, aangenomen. “Ik had haar zelfs nooit eerder horen zingen!”, voegt Klaas toe. Het eerste optreden van de band met AJ als zangeres was op een schoolfeest. Iedereen heeft voorbeelden en die van AJ zijn: “Janis Joplin, maar dan voornamelijk vanwege haar vrije gedrag. Ook Stevie Nicks is er een. En de Black Crowes. Echte idolen heb ik niet, maar dat zijn er een paar die ik erg waardeer.”

Later volgden akoestische optredens met Klaas. Totdat ze het op hun heupen kregen, al hun spullen verkochten, een busje aanschaften en naar het buitenland vertrokken. “We hebben zeven jaar in het buitenland gespeeld. ’s Zomers op Kreta en ’s winters in Oostenrijk. Een geweldige ervaring, en heel leerzaam.” AJ en Klaas speelden op Kreta eerst in het Hardrockcafé Crete in Chersonissos en later in de hoofdstad Heraklion. Ze woonden er in een huis in een dorpje en maakten langzamerhand deel uit van de gemeenschap daar. Door een tip en bemiddeling van twee Engelse muzikanten konden zij ook ’s winters in Oostenrijk aan de slag. “Daar bluften we ons ergens in door te beweren dat wij veel beter waren dan de band die er toen speelde. En toen bleek dat we inderdaad beter waren kregen we daar een vaste plek. We kregen ook de kans om een keer een maand lang in een hotel in het Zwitserse Zermatt te spelen. Daar hebben we toen goed verdiend. Dat was inclusief huisvesting en eten. We aten iedere dag pizza en hebben in die maand de hele menukaart afgewerkt. Het was een luxe hotel, waar veel beroemdheden kwamen. Van Jack Nicholson hebben we toen een fooi van 70 gulden gekregen.”

Na een aantal jaren in het buitenland zijn AJ en Klaas naar Nederland teruggekeerd. Langzamerhand werd een band om hen heen verzameld en volgden optredens. Begonnen werd als coverband, maar stukje bij beetje nam het spelen van eigen werk een steeds groter deel van het oeuvre in. De ideeën komen van AJ. Dat kan een melodielijn zijn, een bepaald ritme maar ook tekst. “Dat gaat bij mij de hele dag door. De ideeën komen op de gekste tijden. Als ik thuis ben of op mijn werk. Soms zelfs in bed. Klaas wordt er wel eens gek van, want dan ga ik naar beneden om er aan te werken. Samen met Klaas werk ik het verder uit. En tijdens repetities voegt de band er ook hun ideeën aan toe.” Naast het muzikale deel vindt AJ het belangrijk dat er naar de teksten wordt geluisterd. Die zijn erg belangrijk voor haar. Zij schrijft over dingen die zij ziet of meemaakt en dat geeft de persoonlijke touch.

In 2014 verscheen de eerste cd, “Let Go… Or Be Dragged”, die erg goed werd ontvangen. Nederland was een goede band met een uitstekende zangeres rijker. De nieuwe cd “Chew Chew Chew” staat nu op het punt van uitkomen. Buiten Klaas is de samenstelling van de band helemaal veranderd. De eerste berichten uit de pers zijn lovend. Johan Derksen heeft op de radio al gezegd dat AJ zo goed is dat ze haar begeleiders is ontgroeid. “We zijn erg blij met de band zoals die nu is. Zelf hebben we een bepaald doel voor ogen en de leden van de oude band konden daar om verschillende redenen (gezin, baan e.d.) niet aan voldoen. Iemand als Tenny Tahamata brengt heel veel rust in de band. En Frans van Steijn neemt een schat aan muzikale ervaring mee. Ons eerste optreden met de huidige samenstelling was eind juli tijdens het Brielle Bluesfestival.”

Op 22 oktober a.s. wordt de cd officieel uitgebracht tijdens een optreden in Poppodium Scum in Katwijk. Vanzelfsprekend wordt naar de toekomst gekeken. “Er staat wel het een en ander op stapel, maar dat is nog niet bevestigd, dus daar kunnen we nog geen mededelingen over doen. Wel willen we over de grens kijken. Het buitenland blijft toch trekken. We hebben eens op een festival gestaan in de buurt van Dresden. Dat was geweldig, goede sfeer, een leuk publiek. We hebben genoeg plannen.”

Als laatste vraag ik AJ uit een stapel kaartjes zonder dat ze die kan lezen een vrije vraag te kiezen. Een vraag die niets met muziek heeft of hoeft te hebben. Zij trekt de vraag: Wat stel je steeds maar uit, terwijl je weet dat het belangrijk is om te veranderen? “Dat is een lastige, behalve stoppen met roken dan. Niet opschrijven, hoor!” Er wordt flink nagedacht, ook door Klaas, en de conclusie is: “Nou, volgens mij ben ik juist iemand die nooit iets uitstelt, maar meteen aanpakt. Het leven is te kort en er kan zo maar iets onverwachts gebeuren. Ik heb het maar liever meteen aangepakt.”

Hiermee was een leuk en uitgebreid gesprek met AJ en Klaas (en hond natuurlijk) afgelopen. Onderweg naar huis heb ik meteen maar de nieuwe cd “Chew Chew Chew”, die ik mee heb gekregen, gedraaid en ik kan nu al zeggen dat ik een zeer positieve eerste indruk heb gekregen. Een recensie volgt natuurlijk zeer snel.

Website: www.ajplug.nl


Reacties (1)

Na twee singles en een EP is deze maand het eerste volledige album, genaamd “Against The Grain” van Eva Almagor verschenen. Een mooie gelegenheid voor een gesprek met deze dame. Een afspraak was snel gemaakt en op woensdagmorgen 6 april toog ik naar Café De Blonde Pater in Nijmegen. Eva is een gezellige prater, die met één antwoord drie vragen tegelijk weet te behandelen. Niet dat ik op die manier snel door mijn vragen heen was. Het gesprek duurde toch makkelijk twee koppen cappuccino (voor Eva) en twee kleinere gevuld met espresso (voor mij), wat neerkomt op ruim een uur.

Eva is geboren in Wijchen. Haar vader komt uit Israel, haar moeder uit Limburg. Ze heeft nog een oudere zus. Inmiddels woont zij alweer geruime tijd in Nijmegen. Vanaf haar twaalfde is zij op de middelbare school bezig geweest met podiumkunst. Toen zij een jaar of zestien was werd Norah Jones populair. Deze zangeres is haar eerste grote voorbeeld geweest. Later kwamen daar nog zangeressen als Bonnie Raitt en Susan Tedeschi bij. Zo raakte zij geïnteresseerd in de blues en soul. Na haar middelbare school is zij gaan studeren aan de theaterschool, maar die heeft zij niet afgemaakt.

Eva schrijft haar materiaal zelf of samen met haar band. Als ik haar vraag waar ze haar inspiratie op doet vertelt zij dat de aangelegenheid iedere keer anders is. Soms schrijft ze iets van zichzelf af “Dan heb ik eerst de tekst en volgt de melodie later. Maar het kan net zo goed gebeuren dat ik eerst een bepaalde melodie in mijn hoofd heb en de tekst dan later volgt.” Vaak is ook de rest van de band erbij betrokken. “Wij zijn allemaal muzikanten die uit de Nijmeegse jam-scene komen. Daar heb ik de anderen ook leren kennen.” Eva komt met een tekst of melodie, gitarist Jurrie Spoelstra schaaft het bij en de dan ontstaat het nummer vanzelf. De onderwerpen kunnen van alles zijn. “Soms lijkt het wel therapie en kan ik op deze manier mijn gedachten kanaliseren.” Het nu verschenen album  is in de afgelopen zes jaar op deze manier stukje bij beetje ontstaan.

De titel van het album is “Against The Grain”, wat zoveel betekent als tegendraads zijn, tegen de stroom ingaan. Eva heeft deze titel gekozen omdat het beschrijft wat zij de afgelopen jaren heeft moeten doormaken, waar zij tegen heeft moeten vechten, om dit voor elkaar te krijgen. “Ik ben niet iemand die steeds overal tegen is of alleen maar eigenwijs wil zijn, maar ik weet wat ik wil De afgelopen jaren waren niet altijd makkelijk. Ik heb soms behoorlijk moeten vechten”. Omdat toch de huur betaald moest worden en er ook voor brood op de plank moest worden gezorgd heeft Eva jarenlang in de horeca gewerkt. “Dat werd vaak laat en ik leefde ook in een soort constante jetlag.” Zij werkt nog steeds in de horeca, maar nu in een lunchroom, en dus op schappelijke tijden.

Als ik haar vraag waar zij, nu het album klaar is, het meest trots op is antwoordt Eva: “Dat ik met deze club mensen op mijn leeftijd – ik ben nu 26 – een eigen volwassen sound heb weten te creëren. De samenwerking met de andere musici was uitstekend, de basistracks van het album zijn zoveel mogelijk live opgenomen, wat de spontaniteit ten goede komt.” Het album is nu klaar en uitgebracht. Nu is het een drukke tijd om zichzelf en het album te promoten en te verkopen, waar Eva druk mee bezig is. Maar er zijn ook al plannen voor de toekomst. “Mijn ambitie is het om te kunnen leven van mijn muziek.” Veel spelen met de band, zorgen dat zij zoveel mogelijk beluisterd wordt, aan nieuw materiaal werken en dan een volgende cd.

Als afsluiter laat ik Eva uit een aantal vragen kiezen, die zijn niet kan zien en die niets met muziek te maken. Het staat haar vrij hier op te antwoorden of niet. Zij trekt de vraag: Als je een toespraak of een lezing mocht houden voor een groot publiek, wat zou het thema zijn? “Pff, daar moet ik eens even over nadenken. Ik ben geen wereldverbeteraar, dus zo’n toespraak hoef je niet van me te verwachten. Ik zou mensen willen inspireren, ze prikkelen. Net als het thema van “Against The Grain”. Dus doorzetten, blijf dicht bij wat je wilt en wie je bent. En ga er voor”. Dit antwoord geeft in het kort weer wat voor type mens Eva is. Iemand met eigen ideeën en een eigen wil, die hard werkt om haar doelen te bereiken. 

Meer over Eva staat te lezen op haar website www.evaalmagor.nl


Reacties (1)

Toen ik hoorde over "Het Polderbeest", de voorstelling met Hollandse Blues, waarmee John Buijsman en het Artvark Saxophone Quartet de theaters langsgaan, leek het me interessant om wat meer over de achtergronden van het programma te weten te komen. Een afspraak met John was snel gemaakt. En op 27 februari fietste ik door de stromende regen met een tegenwind van 5 Beaufort naar  het huis van John. Een prima gelegenheid om Het Bluesgevoel bij mij naar boven te brengen.

Toen ik doornat bij zijn huis aankwam stapte hij net naar buiten met een vuilniszak. Met een "Môgge" begroette hij me, terwijl het toch al 2 uur 's middags was. Tja, artiesten hebben kennelijk nu eenmaal een andere dagindeling. Hij ging mij voor het huis in en riep over zijn schouder "Koffie?" Na zo'n koude en natte rit kon ik daarop alleen maar bevestigend antwoorden en snel stond een kopje hete espresso voor mij te dampen.

Na mij te hebben voorgesteld en ook met Johns vrouw Janny kennis te hebben gemaakt namen we plaats in de voorkamer. Het is duidelijk dat John een groot liefhebber is van muziek. Er staan stapels cd's, er liggen boeken over muziek en in de hoek staan een paar prachtige Gibson gitaren. Bill Buijsman, Johns oom, was oprichter van de Kilima Hawaiians en ook zijn vader maakte deel uit van deze band. Een van de gitaren, een Gibson uit 1952, was ooit eigendom van oom Bill en er zijn heel wat gitaristen die er een behoorlijk bedrag voor over hebben.

Maar nu is het de hoogste tijd om aan ons gesprek te beginnen. Denk niet dat het een gesprek wordt waar John rustig aan tafel blijft zitten. Regelmatig springt hij op om op zijn pc een bepaalde song te laten horen of een paar foto's te laten zien. Of om naar de achterkamer te lopen om daar weer een lp uit de kast te trekken die met hoog volume wordt gedraaid.

Als je denkt aan blues dan zie je katoenvelden voor je en mannen op akoestische gitaren. En nu een voorstelling over Blues in de Hollandse Polder. Hoe moeten wij ons dat voorstellen?

De mannen van Artvark hadden het idee een voorstelling te gaan maken waarin de blues het middelpunt is. En zij vroegen of ik er aan mee wilde doen. Amerikaanse blues uit Nederland zou een beetje raar zijn en echte Nederlandse blues bestaat niet. Maar, zo bedachten we, als de blues in Nederland zou zijn ontstaan zou dat waarschijnlijk op het platteland in Drenthe, Brabant of Zeeland zijn gebeurd en we laten muziek horen met teksten zoals het dan geklonken zou kunnen hebben. Dan heb je de muziek, maar dat moet ook nog worden omgezet naar het theater. Dus heb ik ervoor gezorgd dat iedereen gekleed gaat in pakken uit de jaren veertig. En dan proberen we uit te beelden dat de andere vier aan het werk zijn en ik ze verzorg door het zetten van koffie en het koken van een maaltijd.

De onderwerpen zijn typische bluesonderwerpen. Het gaat om het verlaten worden, het verlaten zijn en het zelf verlaten. Zelf ben ik gek op de muziek die door Alan Lomax is opgenomen, zijn field recordings. Die onderwerpen heb ik aangedragen bij Peer Wittenbols, die ik de beste toneelschrijver van Nederland vind, en hij kwam met teksten terug. Vaak heel anders dan ik ze in mijn hoofd had. Er is een bluesklassieker, "John Henry", vertaald als "Dikke Daan Hendriks" en de rest is allemaal zelfgeschreven.

Waar komt jouw liefde voor de blues vandaan?

Die komt eigenlijk uit de jazz. Maar ik ben gek op allerlei soorten muziek. Als het maar ergens over gaat en het goed klinkt. Enkele jaren geleden heb ik een programma gedaan met Chet Baker als onderwerp en muziek loopt eigenlijk altijd al als rode draad door mijn leven. Voor iedere gemoedstoestand is er wel muziek. Maar het raakt me het meest als je er droevig van wordt. En dan kom je toch weer uit bij de blues.

Ben je ook zo iemand die alle platen verzameld, concerten afloopt? Of op vakantie gaat naar de VS om daar de 'heilige plaatsen' te bezoeken?

Ik heb altijd wel muziek om me heen en soms ga ik inderdaad op zoek naar muziek. Nu heb ik bijvoorbeeld een cd besteld van Quincy Jones met de muziek uit de film 'In The Heat Of The Night'. (staat op, loopt naar de computer en laat de betreffende muziek horen) Vorig jaar ben ik inderdaad op vakantie naar Amerika geweest. Er vielen toen wat klussen uit en we hadden er toen de gelegenheid voor. Ik ben bijvoorbeeld blij dat ik nieuwe studio's van Stax heb gezien (staat weer op en laat de foto's zien). En kijk, als je in Memphis bent bezoek je ook Graceland. Mooi in stand gehouden en verzorgd. En een stukje verderop staat er een hek met een bordje 'historical site'. (laat foto's zien) En deze bouwval was ooit het huis van Memphis Slim. Die verschillen zijn er nog steeds.


Is het puur de liefde voor de muziek, de klanken, het ritme of het verhaal erachter wat jou in de muziek zo aantrekt? Het leed, de discriminatie, de lelijkheid?

Ik vind muziek sowieso de mooiste kunstvorm die er is. Eigenlijk wilde ik muzikant worden. Een leven zonder muziek kan ik mij niet voorstellen, maar het moet mij wel raken en iets zeggen.

Om even terug te komen op het programma. Waar komt de naam Polderbeest vandaan?

Ach, dat heb ik zo maar verzonnen. Ik vond het wel een mooie naam. Pakkend, maar het heeft geen enkele betekenis.

Hoe is het contact met Artvark tot stand gekomen?

Enkele van hen ken ik al vrij lang. Wij hebben samen wel eens iets gedaan voor het tv-programma Opium en bij nog een paar gelegenheden, zoals North Sea Around Town en mijn programma over Chet Baker. En toen zij met het idee kwamen om iets met blues te gaan doen was het idee al snel geboren.

De teksten zijn geschreven door Peer Wittenbols. Wat is zijn relatie tot de blues?

Dit heeft hij eigenlijk helemaal niet. Hij houdt meer van countrymuziek en dan het liefst de meest obscure vormen ervan. Met blues heeft hij vrij weinig. Misschien dat zijn teksten er daarom wel wat anders uitkwamen dan ik bedoelde.

Wat kunnen wij leren van de blues? Probeer jij ook een boodschap mee te geven met deze voorstelling? En zo ja, welke is dat?

Pff, die is lastig. Wat ik vaak probeer te laten zien zijn mensen met onvermogen. Ik hoop dat het publiek kijkt met mededogen en dat zij dit mededogen ook mee de straat opnemen.

Met deze opmerking is het gesprek ten einde gekomen. Ik bedank John voor zijn tijd en neem afscheid. Het regent niet meer en met de wind in mijn rug fiets ik weer naar huis. Vanavond zal ik aanwezig zijn bij 'Het Polderbeest' in het Wennekerpand in Schiedam. Het verslag ervan is hier te lezen.

Reacties

Enkele weken geleden ontving ik een e-mail van PennyLeen Krebbers, waarin zij mij vertelde over haar plannen om door middel van een crowdfundingscampagne voldoende geld bijeen te krijgen voor haar nieuwe cd. Daar wilde ik vanzelfsprekend wel meer over weten. Een afspraak voor een gesprek was snel gemaakt en op woensdagmiddag  6 april zaten PennyLeen en ik in Grand Café Metropole in Arnhem.

Vanzelfsprekend wilde ik eerst meer over haar weten. Haar ouders zijn grote fans van de Beatles, de naam PennyLeen is hiermee snel verklaard. “Mijn moeder heet Leentje, ik PennyLeen en als ik een dochter had gehad dan was Leen of Leentje in haar naam verwerkt. Maar het is een zoon geworden, Jimi, op die manier geschreven, dus vernoemd naar Jimi Hendrix. Mijn partner heeft nog een zoon, Axel, meegebracht in onze relatie.” PennyLeen is naast zangeres ook muziekdocent. “Zeg maar rustig een gepassioneerd docent. Vooral als mijn leerlingen trots zijn op hetgeen ze hebben bereikt, kan het mij erg blij maken. En ook muziek maak ik met evenveel passie. De combinatie van deze twee maakt mij zo gelukkig.”

PennyLeen schrijft haar nummers zelf en haalt haar inspiratie uit het leven en de liefde “Een onuitputtelijke bron. Ik schrijf heel autobiografisch, maar dat wil niet zeggen dat ik alles zelf heb meegemaakt. Het kan ook zijn dat ik ervaringen van anderen vertolk. Ik verwerk er wel mijn eigen gevoelens in.” Ze neemt geen covers van anderen op, ze heeft voldoende eigen materiaal. “Wel is ooit een van mijn nummers door een ander vertolkt. Dat is dan wel weer leuk.”

In 2012 verscheen haar eerste album “No Hesitation”. Vanwaar deze titel? Zat er een speciale bedoeling achter? “Ik had toen 12 of dertien nummers klaar en “No Hesitation” was er een van. Ik vond het een krachtige titel; geen twijfel hebben.” Van het nieuwe album, waarvoor nu het geld bijeen wordt verzameld, is de titel al bekend: “Still Waters/Savage Waves”. Geen van de nummers heeft deze titel, wat is het verhaal hierachter? “Het was eigenlijk mijn bedoeling om een dubbel-cd uit te geven met op elk deel tien dezelfde nummers. Op de ene cd in een rustige uitvoering en op de ander rockend en stevig. Uiteindelijk heb ik toch voor een ander concept gekozen. Still Waters/Savage Waves slaat een beetje op mijn karakter. Ik kan rustig zijn, maar ook erg expressief.” Ze vult aan dat ze niet aan borderline leidt, maar dat ze gewoon zo is.

Ze is trots op de muziek, die ze maakt, maar vooral op het feit dat ze met de nieuwe cd voor het eerst een groot aandeel heeft in de teksten, de melodieën en de koorpartijen. Voor de cd is alles al klaar: de nummers, de muzikanten, de studio en producer (Gabriël Peters) zijn bekend. Mede dankzij de adviezen van Jan Willem Roy. Alles is in feite klaar; alleen ontbreekt het geld nog. Om dit bijeen te krijgen is PennyLeen op 2 april een crowdfundingscampagne gestart. Door bijdragen van geldgevers moet binnen 40 dagen een bedrag van 15.000 euro bijeen worden gebracht. Dit heeft zij nodig om het album te kunnen opnemen. Details voor deze campagne staan onder dit artikel.

Als afsluiter laat ik PennyLeen uit een aantal vragen kiezen, die zijn niet kan zien en die niets met muziek te maken. Het staat haar vrij hier op te antwoorden of niet. Zij trekt de vraag: Wat zijn de drie belangrijkste waarden in jouw leven? “Daar moet ik even over nadenken. Liefde is er een en dan…. Wacht, ik weet het. Liefde geven, liefde krijgen en liefde delen.”

Zoals hierboven al vermeld is PennyLeen Krebbers een crowdfundingscampagne begonnen om geld bijeen te krijgen voor het opnemen van haar volgende album. Omdat ik dit soort initiatieven graag steun heb ik, naast het schrijven van dit artikel, ook een financiële bijdrage geleverd. Ik zou ieder willen oproepen dit ook te doen en deze leuke en sympathieke zangeres te helpen bij het vervullen van haar droom. Details van de campagne zijn te lezen via haar website www.pennyleen.nl.


Reacties (1)

Op 23 september jl. is de nieuwste cd van de Ruben Hoeke Band, Sonic Revolver uitgekomen. Dat vond ik een mooie gelegenheid om met Ruben in gesprek te gaan. Een afspraak was snel gemaakt en op donderdag 22 september toog ik naar de gezellige woning van de familie Hoeke in het Noord-Hollandse Wormer. Gezeten aan de eettafel met een grote pot thee voor ons en af en toe onderbroken door zonen David en Boaz en hond Freek hebben we ruim een uur zitten praten. Lees hier het verslag van dit gesprek.

De cd krijgt nu al lovende recensies in de pers. Op mijn vraag of hij dit had verwacht krijg ik het eerlijk antwoord: “Ja, eigenlijk wel. Nou ja, laten we zeggen dat ik het had gehoopt. Zelf zijn we er erg tevreden over. Er zit voor iedereen wel wat in en je kunt, ook al hou je niet van die muziek, horen dat het gewoon goed is. De mix hebben we laten doen door Pieter Bas Borger, een echte professional, en dat hoor je. Die man verstaat zijn vak.” Voor deze cd zijn achttien nummers geschreven, waarvan er vijf al in een vroeg stadium zijn gesneuveld. De overige dertien nummers zijn verder ontwikkeld en uiteindelijk ook op het album terecht gekomen. Ik vraag naar de betekenis van de titel Sonic Revolver en dat wordt verklaard dat dit niets te maken heeft met wapens, maar meer met het werkwoord to revolve, wat onder meer doordraaien of doorgaan betekent. Iets waar hij en zijn band steeds meer bezig zijn, een doorgaande ontwikkeling. Bovendien heette het vorige album Loaded, dus is de nieuwe titel een logisch vervolg.

De band bestaat uit bassist Paul Brandsen, die er al langer bij is, drummer en broer EricHoeke, waar Ruben in het verleden al vaker mee heeft gespeeld, en als zanger de 25-jarige Lucas Pruim. “Ik ben erg blij met de band, vooral Lucas is een verrassing. Toen onze vorige zanger Frank van Pardo de band verliet heb ik een lijst gemaakt met zangers die ik geschikt achtte. Dat was nog een heel gepuzzel en mede door het maken van een puntenlijst en wat andere selecties kwam uiteindelijk Lucas als meest geschikte kandidaat naar voren.” Begin 2015 belde Ruben hem met de vraag of hij in maart van dat jaar op vier verschillende data iets te doen had. Op het ontkennende antwoord kreeg hij de nummers die hij moest zingen toegestuurd. Toen al bleek de gedrevenheid van Lucas, want al bij de eerste repetitie kende hij de nummers uit zijn hoofd. Niet alleen de teksten, maar ook de correcte wendingen en intonaties. Tien dagen erna stond hij met de band op het podium.

Van de dertien nummers op Sonic Revolver zijn er twaalf geschreven door Ruben en Lucas. De enige cover is ooit nog gespeeld door Rubens vader, blues- en boogiewoogie pionier Rob Hoeke. Ik ben benieuwd hoe deze nummers tot stand zijn gekomen. “Eerst ontstaat de muziek en Lucas schrijft dan de teksten.” Ruben lachend: “Heb jij de teksten gelezen? Begrijp jij ze?” Ik moet toegeven dat ik er soms geen snars van begrijp. Lucas schrijft vaak in metaforen, die voor velerlei uitleg vatbaar zijn. Pet The Fat Cat (Milk Her Sugar) is er zo'n voorbeeld van. “Dat vergaat mij net zo. Je moet het hem zelf maar eens vragen.” Hij gaat verder: “Ik ben erg blij met de samenwerking. Zelf vind ik alle nummers even goed, maar een die er naar mijn gevoel boven uitsteekt is Selling To Sell. Ik was even een tijdje vergeten hoe leuk het kan zijn om in een band te spelen. Met deze jongens om me heen heb ik het plezier weer helemaal terug. Ik zie het er zo van komen dat we volgend jaar opnieuw een cd gaan uitbrengen. De spirit is bij iedereen aanwezig.’’

In juni kreeg Ruben het aanbod om gitarist te worden in de band van Beth Hart. “Dat klopt. De vaste gitarist was om de een of andere reden uitgeschakeld. Het zou in eerste instantie gaan voor het Europese gedeelte van haar tournee. Maar toen bleek al snel dat het de bedoeling was dat ik er tijdens het Amerikaanse deel ook bij zou moeten zijn en uiteindelijk ging het om een langjarige samenwerking. Dat was natuurlijk een aantrekkelijk aanbod en ik heb er serieus over nagedacht. Het had zijn voordelen, je reist over de hele wereld, je speelt in de grootste zalen, je leert andere mensen kennen. Maar aan de andere kant, mijn cd zou bijna uitkomen, ik moest mijn eigen optredens afzeggen, je band zit zonder werk. Daarbij komt ook nog dat ik getrouwd ben en twee jonge zoontjes heb. Ik heb er wel heel goed over nagedacht en ben achteraf blij dat ik hiervoor gekozen heb. Misschien over een paar jaar, mar nu nog niet. Op mijn website heb ik er ook een uitgebreide column over geschreven.” http://www.rubenhoeke.com/columns

Goed, een samenwerking met Beth Hart gaat (voorlopig) niet door. De cd komt nu uit, er zijn optredens gepland. Wat zijn de toekomstplannen van Ruben Hoeke? “Eigenlijk zo veel mogelijk spelen. Het uitbrengen van de cd en het feit dat er over geschreven wordt helpt ook bij het organiseren van optredens. Verder doe ik gitaarworkshops en organiseer ik optredens en festivals. In december organiseer en doe ik mee aan de jubileumtournee van Jan Akkerman, die dan zeventig jaar oud wordt. Daar komen onder meer Eelco Gelling, de gebroeders LaPorte, Benjamin Herman en Bert Heerink. Er is genoeg te doen dus.”

Het is dit jaar 24 jaar geleden dat Ruben voor het eerst op een podium stond. Waar is hij terugkijkend op zijn carrière, het meest trots op. “Het meest trots, dat is lastig. Misschien ben ik nog het meest trots dat ik nog steeds van mijn eigen muziek kan leven. Veel van mijn collega's werken als studiomuzikant, maar daar ben ik niet geschikt voor. Ik kan sowieso al geen muziek lezen. Ooit ben ik begonnen met werken bij Albert Heijn, later bij platenzaak Concerto in Amsterdam. Toen kreeg ik een aanbod van The Lau en heb voor de muziek gekozen. Ja, ik denk dat ik het meest trots ben dat ik van mijn passie mijn beroep heb kunnen maken en dit nog steeds kan blijven uitoefenen.”

Met de vernieuwde band, het nieuwe album, de goede internationale ontvangst ervan zou 2016 best eens een sleuteljaar kunnen zijn in de carrière van Ruben Hoeke. De sterren staan in ieder geval gunstig.

Reacties (1)

Jeff Jensen is een muzikant uit Memphis, die al ruim tien jaar bezig is naam te maken in de VS en Canada. Onlangs is zijn vierde cd “Morose Elephant” verschenen en binnenkort komt hij voor een tournee voor het eerst naar Europa. Naar aanleiding van deze tournee had ik een telefonisch interview met hem vanuit Memphis TN.

Vanzelfsprekend begint het gesprek over Jeffs aanstaande bezoek aan Europa. “Het is de allereerste keer dat ik Europa bezoek en ik vind het enorm spannend. Natuurlijk vanwege het Europese publiek. Europese toeristen die ons in mijn stad Memphis zien spelen zijn leuk publiek. Ik vind het mooi om ook in jullie eigen land te spelen. Maar eveneens vanwege de cultuur en geschiedenis ben ik opgewonden over onze komst naar Europa. De achtergrond en oorsprong van de Amerikanen ligt in Europa en het lijkt me geweldig om dit allemaal eens zelf te zien. Ik ben ook blij dat ik mijn eigen band kan meenemen. Veel artiesten maken gebruik van lokale bands en dat vind ik oké. Maar met bassist Bill Ruffino deel ik al twaalf jaar lief en leed ‘on the road’. En sinds twee jaar hoort Robinson Bridgeforth, een jonge drummer uit Memphis, er ook bij.”

Jeff is geboren in Californië, heeft over de hele VS gewoond en is een aantal jaar geleden vanuit Portland, Oregon verhuisd naar Memphis, Tennessee. Van hieruit werkt hij als muzikant, songwriter en producer. Naast zijn eigen band werkt hij veelvuldig samen met mensen als Mick Kolassa, harmonicaspeler Brandon Santini en pianist Victor Wainwright. Met “Morose Elephant” is onlangs zijn vierde cd verschenen, waarop een flink aantal bevriende muzikanten een gastrol vervullen. Jeff wist toen hij acht jaar oud was al dat hij professioneel muzikant wilde worden. “Mijn ouders kochten toen een gitaar voor me, maar die was veel te groot. Ik kon met mijn kleine armen niet eens over de kast heenkomen. Toen ik een jaar of tien was ging dat steeds beter. Ik had veel schik in gitaar spelen en had mijn zinnen gezet op een elektrische gitaar. Mijn ouders hadden er het geld niet voor en zeiden dat ik het zelf maar bij elkaar moest zien te sparen. Dat heb ik gedaan door allerlei baantjes aan te nemen. Paardenstallen schoonmaken, andere klussen, en zo spaarde ik mijn gitaar bij elkaar. Sindsdien ben ik niet meer opgehouden met spelen. Ik luisterde veel naar de muziek van de Rolling Stones, Led Zeppelin, Eric Clapton, de Britse bluesbands, en door hen raakte ik in de blues geïnteresseerd en ben me daar verder ik gaan verdiepen. Vanaf 2002 was ik semi-profesioneel en sinds 2004 heb ik mijn eigen Jeff Jensen Band.”

De Jeff Jensen Band staat erom bekend een hardwerkende band te zijn, die jaarlijks meer dan 200 keer optreedt. Omdat zij in diverse gelegenheden optreden, zoals bars, zalen en op festivals, ben ik benieuwd waar Jeffs voorkeur naar uitgaat. “Het belangrijkst voor mij is de kwaliteit van het publiek. Het maakt dan niet uit of het een intiem optreden is voor 30 personen of een festival met een publiek van meer dan 5.000. Als wij een goede respons krijgen dan reageren wij daar op en doen nog beter ons best. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit.” Jeff is aan de slag als muzikant, songwriter en producent. Ik vraag hem hoe hij over vijftig jaar wil worden herinnerd. “Dat is een goede vraag. Ik denk dan voornamelijk als een goede tekstschrijver. Ik schrijf altijd teksten over dingen die ik zelf heb beleefd, dingen die ik zelf voel. Ook als ik iemand anders als onderwerp neem dan nog moet ik het zelf voelen. En als het mij raakt dan denk ik dat het de luisteraar ook raakt. Dat doe ik liever dan maar een verhaaltje verzinnen. Herinnerd worden als een goede gitarist is ook niet slecht, maar er zijn al zo veel goede gitaristen. Ik wil mensen ontroeren met mijn teksten en schrijf meestal autobiografisch. Mijn vorige cd “Road Worn And Ragged” is ontstaan na een moeilijke periode in mijn leven. Ik had op een gegeven ogenblik helemaal niets meer en ben toen van Portland verhuisd naar Memphis. De cd is een weergave van mijn leven in die tijd. Nu ben ik enkele jaren verder en heeft mijn leven een andere en positieve wending genomen. De herinneringen aan die minder goede tijd van toen zijn er nog steeds en dat alles heb ik verwerkt op mijn laatste cd “Morose Elephant”.

            

Deze cd heeft een interessante titel: chagrijnige olifant. Geen van de songs heeft deze titel en dit begrip komt ook nergens in de teksten voor. “Leuk dat je er naar vraagt. Het is een concepttitel, dat wil zeggen dat het de lading van de cd dekt. ‘Morose’ betekent chagrijnig, boos, negatief. De olifant daarentegen is spiritueel gezien het zinnebeeld van goedheid, van zorg en kracht. Ieder kent wel een periode in zijn leven dat het wat minder goed gaat en dat je wat depressief en chagrijnig bent, terwijl je eigenlijk best wel goedhartig bent. De goedheid en kracht van de olifant, die in een narrige bui is heb ik omschreven met het beeld van de 'Morose Elephant'.” Jeff werkt vaak in de legendarische Ardent Studio’s in Memphis, waar ook artiesten als de Allman Brothers Band, Led Zeppelin, de Staple Singers en Bob Dylan opnamen hebben gemaakt. Als ik vraag of hij er graag komt vanwege de sfeer, de ‘vibe’ die er hangt door de muziek die er is gemaakt – vergelijk het met Abbey Road - of omdat het gewoon een goede studio is, antwoordt hij: “Beide”. Kort en krachtig. Jeff gaat verder: “Dat maakt de studio juist zo goed. Oorspronkelijk werd het in de zestiger jaren gebruikt als een soort “overflow studio” van Stax. Die liep toen zo goed en werd zo vaak gebruikt dat men er dan niet terecht kon. Er waren een aantal studio’s in Memphis, waarnaar men kon uitwijken en Ardent was er een van. Daarnaast is het gewoon erg goede studio. Er staat nog veel ouderwetse opnameapparatuur, maar de studio is wel volledig up-to-date. Ik geef een voorbeeld. Eén week nadat wij in Studio C opnamen hadden gemaakt voor “Morose Elephant” was Stevie Wonder er aan het werk.”

Als laatste wil ik van Jeff weten welk van de songs van zijn laatste cd hij het beste vindt of waar hij het meest trots op is. Het is even stil “Een moeilijke vraag. Het is alsof je moet vertellen wie van jouw kinderen het leukst is. Op iedere cd zet ik altijd wel een paar covers als eerbetoon aan de oudere muzikanten. Maar om nu te zeggen welke van mijn eigen songs mij het beste bevallen is erg moeilijk. Het instrumentale “Elephant Blue” is 100% live in een keer in de studio opgenomen. In “Paper Walls”  heb ik een dubbele gitaarpartij verwerkt, van “Fall Apart” betekent de tekst erg veel voor mij en “Ash And Bone” is mooi geworden door de zang van Reba Russell en de fiddle van de grandioze Anne Harris. En “Empty Bottles”, de laatste song, heb ik pas geschreven toen het album al bijna klaar was. Ik was toen op bezoek bij mijn familie in Californië en speelde dit nummer voor hen. Daarop wisten zij mij over te halen deze alsnog op te nemen. Ik heb toen in Los Angeles een studio geboekt, waar het met mijn vriend Gary Allegretto is opgenomen. Vlak voordat “Morose Elephant” werd afgemixt heb ik het er stiekem nog even tussen gedaan. Vandaar dat het als bonustrack op de cd staat.”

In april komt de Jeff Jensen Band naar Europa waar hij Zwitserland, Duitsland, Frankrijk, België en Nederland bezoekt. Met de belofte naar een van zijn Nederlandse optredens te komen kijken en dan nog even een praatje te maken besluiten we dit lange en geanimeerde gesprek.

Optredens in Nederland: 25 april 2015 in Cafe de Weegbrug, Roermond en op 26 april 2015 bij Keeping The Blues Alive, Deurne

Website: www.jeffjensenband.com


Reacties (1)

In de maanden april en mei maakten Jeffrey Halford en zijn begeleiders een tournee door Duitsland en Nederland. Zijn begeleiders zijn bassist Bill MacBeath and toetsenspeler/drummer Adam Rossi. Laatstgenoemde is in staat om zittend op een basdrum, tegelijk de snaredrum, hi-hat en piano te spelen. “Ik leer nog”, zo vertelt hij mij later, "it’s a work in progress”. Op 6 mei streken zij neer in Warmond voor een optreden in De Oude School. Een mooie gelegenheid om deze sympathieke Amerikaan eens wat vragen te stellen. Voor Jeffrey was dit het eerste bezoek aan Europa en het bevalt hem uitstekend. Het verschil tussen Duits en Nederlands publiek is hem wel opgevallen. De Nederlanders zijn enthousiaster en de Duitser hebben een meer afwachtende houding voordat ze, waarschijnlijk geholpen door het genuttigde bier, los komen. Naast muziek maken willen de drie heren zoveel mogelijk zien. Vooral van Rotterdam was hij onder de indruk. “Ik heb architectuur gestudeerd en Rotterdam is geweldig. Oud en nieuw naast elkaar. Prachtig.” 

Jeffrey is geboren in Dallas, TX en verhuisde als jong ventje met zijn ouders en vijf jaar oudere broer naar Californië. Hij stamt niet uit een muzikale familie. Zijn ouders hadden veel platen, waar vaak naar werd geluisterd en hij hoorde veel muziek op de radio. Zijn vroegste invloed kwam voort uit de muziek die hij daar op hoorde en zijn eerste helden waren de Engelse band als de Rolling Stones. Maar toen hij door had dat zij dit weer hadden geleerd van Amerikanen ging hij dit verder onderzoeken. Zo kwam hij terecht bij Eddie Cochran, Chuck Berry en Bo Diddley. Willie Dixon is, net als Neil Young, voor wat betreft het componeren een groot voorbeeld geweest. “Just listen to Willie Dixon’s songs. They’re great” Door Jorma Kaukonen (Jefferson Airplane, Hot Tuna) werd hij zich bewust van de fingerpicking stijl van mensen als Rev. Gary Davis.

Hij is getrouwd en woont met zijn vrouw en kinderen in San Francisco. Als ik hem vraag hoe hij zijn werk als reizend muzikant combineert met zijn gezinsleven, zegt hij lachend: “Delicately. Very delicately.” Hij gaat verder: “Mijn vrouw is gelukkig heel tolerant, maar het moet niet te gek worden.”

Bij het beluisteren van zijn nummers is duidelijk dat Jeffrey een verteller is, die zijn verhalen van een muzikaal jasje voorziet. Op de vraag waar hij zijn inspiratie vandaan haalt, antwoordt hij:”Ik ben een groot lezer. Fictie en non-fictie. Veel inspiratie haal ik uit boeken van bijvoorbeeld John Steinbeck, ken je die?” Natuurlijk ken ik hem, The Grapes Of Wrath is een van mijn favoriete boeken. “En wat dacht je van East Of Eden? Door mijn reizen kom ik ook veel door de indianenreservaten en verwerk hun verhalen in mijn nummers. Een nummer als “Rainmaker” lijkt te gaan over de droogte in Californië. Maar het is ook een metafoor. We hebben allemaal een Rainmaker nodig om dingen gedaan te krijgen, om ons te helpen. “Mexico” is geïnspireerd op schilderijen die ik ooit in Mexico heb gekocht en ik probeer de sfeer ervan weer te geven in dit nummer. Maar, en schrijf dat maar op, I write a lot of shit too”. Hij schrijft alle nummers zelf. Ik vraag hem of hij ook voor anderen schrijft of dat anderen nummers van hem opnemen. “Nee, eigenlijk wil ik dat niet. Ik heb het wel eens geprobeerd. Dan wordt zo’n nummer beluisterd en wordt gezegd dat het een goed nummer is en de betreffende artiest het wil gebruiken, maar dan zal hier iets veranderd worden en dat moet anders, enzovoort. Dat wil ik dan weer niet. Vergelijk het maar met een klomp klei. Ik vorm het, zet het neer en dan moet niemand er meer iets aan veranderen. Dat is van mij Wat ik wel doe is schrijven voor soundtracks en commercials.”

Als kind is Jeffrey vaak met zijn ouders verhuisd. Het kreeg bij wijze van spreken geen gelegenheid om op school te wennen, want hij ging al snel weer naar een andere school in een andere stad. “Door het reizen en nieuwe dingen leren kennen heeft mijn talent als schrijver zich ontwikkeld en ben ik een beter schrijver geworden. Ik kreeg niet de tijd om ergens te wennen, maar het is wat dat betreft zeer leerzame periode geweest. Bovendien lazen mijn ouders weg veel. Veel lezen en veel drinken. Zodra ze even tijd hadden zaten ze met hun neus in een boek. En aan de drank. Door mijn moeder heb ik de gedichten van Dylan Thomas leren kennen.”

We zijn bijna aan het eind van het interview aangekomen  en dan is het vanzelfsprekend dat er wordt gevraagd naar de toekomst en of er al plannen zijn voor een nieuw album. “We hebben al een aantal nummers opgenomen. Ik ben van plan het nieuwe album ook op vinyl uit te brengen en dit in Nederland te laten maken.” (Drop the needle, play some vinyl zong hij al op “Rainmaker”).

Als laatste volgt dan nog een bonusvraag, die uit hij uit een stapeltje van twaalf vragen blind mag trekken. Die luidt: Als je jezelf vergelijkt met wie je tien jaar geleden was, wat is er dan veranderd? “Tjonge, wat een vraag, even denken. Tja, je zou kunnen zeggen dat ik gerijpt ben als een goede wijn. Als mens ben ik gegroeid, maar zeker ook als artiest. Ik leg de focus meer op de Kunst, ben een beter schrijver geworden, een betere gitarist.”

Het verslag van het optreden volgt

Reacties (2)

Voorafgaand aan het optreden van Jo Harman en haar band op 1 november 2013 in De Boerderij in Zoetermeer had ik de gelegenheid voor een kort interview. Toen ik arriveerde waren Jo en haar entourage net klaar met eten. We namen plaats aan een tafeltje in het podiumcafé. Ik had voor haar een doosje bonbons meegenomen (als heer weet ik de dames te paaien) en na de bekende wat zwakke protesten over dat het niet goed was voor haar lijn werd dit toch in dank aangenomen.

Ik begin met de opmerking dat het mij is opgevallen dat zij sinds het uitbrengen van haar cd "Dirt On My Tongue" eigenlijk constant met optredens bezig is. Is zij niet in Groot-Brittannië aan de slag dan toch wel in Nederland of België voor enkele shows en weer snel terug naar haar eigen land om binnen enkele weken weer op het vasteland onderweg te zijn. Heeft ze geen zin om eens iets wat anders te gaan doen? Of een tijdje gewoon lekker helemaal niets? Jo Harman antwoordt dat de batterij toch wel een beetje aan het leeg raken is. Er is wat optredens betreft niet echt een vaste lijn of een geplande tournee, maar er wordt heel wat heen en weer gereisd om de cd en zichzelf onder de aandacht te brengen. Maar ze is van plan om in november enkele weken vrij te nemen. Dan is het tijd om uit te rusten, nieuwe songs te schrijven en taarten te bakken. Vooral veel taarten te bakken.

Voordat dit album verscheen  is er al een live-cd en live-dvd uitgebracht. Dat is een ongewone volgorde en ik vraag haar wat daar de reden van is. Zij antwoordt dat dit is gedaan om het publiek na een optreden een herinnering mee te geven. De cd en dvd zijn bij een klein independent label uitgegeven en in eigen beheer verkocht. Bovendien wilde zij rustig aan eigen songs werken voor de studio-cd en er is flink wat tijd genomen om dit zo goed mogelijk te doen.

Vanavond staat Jo met haar band in een wat kleinere zaal. Maar zij speelt ook op grote festivals met veel publiek. Ik vraag haar waar haar voorkeur naar uitgaat. Zij vertelt dat zij festivals erg leuk vindt omdat ze dan in een keer een groot publiek kan bereiken, maar haar voorkeur gaat toch uit naar de wat kleinere zalen. Het is intiemer en de interactie met het publiek is groter. Jo zegt dat ze nogal graag kletst en dat doet ze tijdens optredens ook. Dan gaat ze ook met plezier in op de reacties die ze dan uit het publiek krijgt.

Op mijn vraag hoe een kleine meisje uit Devon zo beïnvloed is geraakt door blues, soul en gospel antwoordt zij zonder nadenken omdat ze Aretha Franklin zo'n fantastische zangeres vond. En andere soulzangeressen als Mavis Staples en Gladys Knight. Bovendien luisterde ze veel naar de platen van haar vader, die zowel muziek van de Beatles, de Rolling Stones en dergelijk had, maar ook veel folkmuziek. En dat van vooral onbekendere folkartiesten.

Het is mij opgevallen dat haast iedere keer dat ik haar zie optreden zij met andere muzikanten werkt. Als gitaristen heb ik bijvoorbeeld al Mike Davies en Scott McKeon gezien, terwijl vanavond Terry Lewis deel van haar band uitmaakt. Ik vraag haar of zij zo moeilijk is om mee samen te werken. Jo schiet in de lach en zegt gekscherend dat zij inderdaad en onmogelijk type is en behoorlijk lastig kan zijn. Maar dan vertelt zij dat zij samenwerkt met muzikanten, die ook elk hun eigen werk en carrière hebben. Zij is in de gelukkige omstandigheid dat zij kan putten uit een behoorlijk grote poel van goede muzikanten, zodat het altijd wel mogelijk is een band samen te stellen.

Ik ben benieuwd waar Jo haar inspiratie vandaan haalt. Het zijn gebeurtenissen uit haar leven die haar inspireren, vertelt ze. Het kan het einde van een relatie zijn, maar ook het overlijden van haar vader in 2006 en de problemen die haar broer ermee heeft gehad. Door de laatstgenoemde gebeurtenis is haar eigen compositie "Sweet Man Moses" ontstaan. Door dit antwoord en de herinnering aan haar vader raakt Jo zichtbaar geëmotioneerd. Het is duidelijk een gebeurtenis die haar diep heeft geraakt.

Nu het eerste album in de winkels ligt en Jo druk bezig is met optredens vraag ik haar of ze plannen heeft voor de toekomst. En of ze al nieuwe songs heeft voor een tweede album? Ze vertelt dat ze tot haar schande moet bekennen dat ze nog geen concrete nummers klaar heeft liggen, omdat ze daar door de huidige drukte niet echt tijd voor heeft gehad. Maar tijdens haar vakantie deze maand wil ze zich daar toch serieus mee bezig houden. Gitarist Mike Davies heeft een grote bijdrage gehad aan "Dirt On My Tongue" en ze kan zich een dergelijke samenwerking opnieuw voorstellen. Zij wil het liefst aan de slag met nieuw eigen materiaal.

Op mijn vraag of zij niet bang is voor het zogenaamde "second album syndrome" reageert zij dat zij er als de dood voor is. Na een goed eerste album zullen de verwachtingen hooggespannen zijn en Jo wil zeker weten dat haar nieuwe cd minimaal net zo goed, maar liever nog beter is het eerste.

Na deze vraag was de tijd voor het interview voorbij. Wij nemen afscheid van elkaar en ik bedank haar voor het prettige en openhartige gesprek. Met het doosje bonbons in haar handen vertrekt Jo om zich voor te bereiden op het optreden.

Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl