barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens

Sinds het verschijnen van haar debuut-cd “Wildfire” deze zomer heeft de uit het Engelse Bristol afkomstige Elles Bailey het drukker dan ooit. Promoties, optredens en plannen voor een opvolger houden haar van de straat. De komende dagen treedt zij drie keer in Nederland op. Een mooie gelegenheid om haar wat vragen te stellen.

Wat meteen opvalt is haar hese en wat rauwe stemgeluid. Het lijkt erop dat zij avond aan avond whiskey drinkend in rokerige bars doorbrengt. Dat is echter niet de oorzaak van haar stemgeluid. Toen zij drie jaar oud was kreeg zij een zware longontsteking. Gelukkig herstelde ze ervan en zij hield er deze stem aan over. Voordat ik mijn vragen aan haar stelde heb ik haar beloofd, omdat iedereen er al naar vraagt, het er niet over te hebben. Maar ik maak wel de opmerking dat haar stem goed bij haar muziek past. “Het past bij de bluesachtige stijl, waarin ik zing. Iets dat vrij uniek is en mijn verhaal er achter definieert mij als artiest.”

De cd “Wildfire” is volledig in de VS opgenomen. “Ik kreeg de gelegenheid om de opnames in Nashville te maken. Een kans die ik niet kon laten gaan. Het team, waar ik mee werkte was fantastisch. Maar ik heb ook thuis in Engeland veel werk gedaan in de Modern World Studios in Tetbury in de Cotswolds. Ook daar had ik een geweldig team. Het geeft het album een trans-Atlantisch tintje, vind ik.”

Je schrijft jouw eigen nummers. Waar haal je inspiratie vandaan? Komt dat uit jouw persoonlijke ervaringen? “Ja, ik schrijf graag en ik word door zoveel verschillende dingen geïnspireerd. En zeker komt dat door persoonlijke ervaringen. Maar op “Wildfire” staan drie nummers, waarin ik een eerbetoon breng aan artiesten en verhalen die mij gedurende vele jaren hebben beïnvloed. Als voorbeeld: “Girl Who Owned The Blues” is een ode aan Janis Joplin. “Perfect Storm” schreef ik over Muscle Shoals en de ‘kleurenblinde’ muziek die zij maakten en die tot op vandaag nog steeds artiesten inspireert.”

Mijn favoriete nummers zijn “Shackless Of Love” en “Let Me Hear You Scream”. Kun je me daar iets over vertellen? “Let Me Hear You Scream” gaat over mijn reis in de muziekindustrie en hoe het zakelijke deel ervan mijn soms deprimeert. Gelukkig helpen het publiek, dat ik onderweg zie, en mijn geweldige fans mij er weer bovenop. “Shackles Of Love” heb ik samen met Bobby Wood en Roger Cook geschreven. Het gaat over het gevangen zitten in een liefdeloze relatie en de inspanningen die het vergt om uiteindelijk weg te vliegen”.

Ook nam je twee nummers op als eerbetoon aan Howlin’ Wolf en de al genoemde Janis Joplin. Welke fascinatie heb je met beiden? “Janis Joplin brak mijn hart. Ik hield altijd al van haar muziek, maar toen ik in haar geschiedenis dook werd de pijn en ellende duidelijk, die zij in haar muziek stak. Dat inspireerde mij tot het schrijven van “Girl Who Owned The Blues”. En “Howlin’ Wolf” gaat over Chess Records en al die fantastische artiesten die zovelen hebben geïnspireerd en dat nog steeds doen. Ik reisde met mijn vader en een oude gitaar door het Verre Oosten en wij luisterden uitsluitend naar oude rock ’n roll en blues. Zittend op een steiger in Thailand heb ik dit nummer geschreven.”

Wat wilde jij vroeger worden. Wat waren jouw dromen als kind? “Als kind al wilde ik zangeres worden. Ik denk dat ik acht jaar oud was toen ik zei net zo beroemd te willen worden als…. Baby Spice! (Je ziet nu hoe oud ik ongeveer ben!!)”

En welke dromen heb je nu? “In staat zijn om muziek te maken, op te treden, gelukkig zijn en een gezin stichten. Ik hou van mijn leven, zoals het nu is!

Met wie zou je nog wel eens willen samenwerken? “Met Chris Stapleton (Amerikaanse singer-songwriter, red) zou ik willen samenwerken. Ik luister nu naar zijn nieuwste cd. Een fantastische schrijver en artiest.”

Wat zijn jouw plannen voor de toekomst? Een nieuwe cd? “In januari ga ik de studio weer in. En volgend jaar natuurlijk optreden en op tournee gaan. Ik kom dan nog een paar keer naar Nederland, daar verheug ik mij alvast op.

Jouw eerste album “Wildfire” is overal goed ontvangen. Ben je niet bang voor het zogenaamde “second album”-syndroom, omdat verwacht wordt dat de opvolger minstens zo goed wordt. “Ja, doodsbang ben ik daarvoor!  “Wildfire” is inderdaad heel goed ontvangen…. So, no pressure, right. Maar ik heb al veel nummers klaar liggen en ik ben klaar om het volgende deel van mijn verhaal te vertellen.”

Mijn laatste twee vragen hebben niets met muziek te maken, maar kunnen iets meer vertellen over Elles Bailey zelf. Stel je voor dat je een vriend hebt die in alles hetzelfde is als jij. Aan welke karaktereigenschappen zou jij je uiteindelijk gaan ergeren? “Die vraag geef ik liever door aan mijn broer, mijn man en de band… antwoorden te over!” Waarom is het fijn om jou als vriend te hebben? “Ik denk omdat ik zorgzaam ben en iedereen gelukkig wil maken. En ik hou ook van een geintje!”

Elles Bailey treedt het komende weekend op in Nederland. Zij is op de volgende plaatsen te zien:

15 december: Iduna, Drachten ; 16 december: Willem Twee, ’s-Hertogenbosch ; 17 december: Q-Factory, Amsterdam

Meer informatie is te vinden op www.ellesbailey.com

Reacties (2)

Op 31 maart verschijnt de nieuwe cd van Eric Bibb, “Migration Blues”. Op deze cd zingt hij over mensen die noodgedwongen hun land moeten verlaten, hetzij door oorlog, honger of uit economische redenen. Vooruitlopend op het uitkomen hiervan maakt hij een korte tournee door ons land. Op 23 maart trad hij op in Jazzcafé Bird in Rotterdam, waar ik de gelegenheid kreeg hem te interviewen. Eric Bibb blijkt een prettige en vriendelijke gesprekspartner te zijn, die zijn antwoorden weloverwogen kiest en alle tijd neemt voor het gesprek.

Eric, hartelijk dank voor dit interview. Volgende week komt jouw cd “Migration Blues”uit. Deze gaat over migratie, mensen die hun land ontvluchten vanwege oorlog of honger. Hoe ben je op dit onderwerp gekomen?

Het idee kwam van Philippe Langlois van Dixiefrog Records. Hij zei: “Eric, jij hebt altijd een mening over maatschappelijke gebeurtenissen en misschien is het concept van vluchtelingen iets dat jou kan inspireren”. Zo kwam ik op het idee dat wij allemaal immigranten zijn. We hebben allemaal wel iemand in onze familie die ooit van de ene plaats naar de andere zijn verhuisd. Daar is niets nieuw aan. Ik begrijp de hysterie niet. Mensen die aan oorlogen proberen te ontkomen. Ook dat is niets nieuws. Ontsnappen aan oorlog en terreur of weggaan om economische redenen. Anders laat je jouw eigen huis en haard niet achter. Ik begon te denken aan de immigratie uit mijn eigen familie. Met mijn Afrikaans-Amerikaanse achtergrond was dat al een heftige gedwongen migratie. Ik denk ook aan hen die het landelijke zuiden van de VS verlieten en naar het noorden gingen. Niet alleen vanwege de betere banen, maar ook om te ontsnappen aan angst en lynchpartijen. Het onderwerp is mij dus heel na en het is een verhaal dat door de blues kan worden verteld. Ik zag daarbij overeenkomsten met wat er nu gebeurt en wat er in de jaren 20 gebeurde toen mensen van het zuiden naar het noorden trokken. En zo kreeg ik voldoende ideeën voor nieuwe nummers, die dit verhaal kunnen vertellen. Ik ben blij dat Philippe met het idee kwam en dat ik het zo kon uitwerken. We moeten ons realiseren dat het niet nieuw is, maar van alle tijden.

Denk je dat deze cd helpt dat mensen zich bewust worden van het probleem?

Ik hoop van wel. Het lijkt erop dat deze cd verder reikt dan alleen de muziekpers. Er komt ook aandacht van andere media. En het zou kunnen zijn dat de boodschap van de cd verder komt. Ik ben blij dat ik dat heb kunnen doen.

Denk je dat er een overeenkomst is tussen hen die vluchten vanwege economische redenen en zij die dat door oorlog en honger?

Dit gaat vaak samen. In Iran bijvoorbeeld is door het weer al jarenlange droogte. Er is geen oogst, er zijn geen banen. De ellende die hierdoor ontstaat gaan vaak hand in hand met nieuwe machthebbers, oorlog e.d. Zoals ik al zei, je verlaat niet jouw ouderlijk huis en vlucht naar een andere plaats zonder te weten wat jou daar wacht, wat jou onderweg kan gebeuren als je niet ander kan. Deze mensen hebben vaak geen keus. Deze mensen willen overleven, ze willen dat hun kinderen overleven. “Four Years, No Rain” op de cd is een beschrijving hiervan.

Op “Migration Blues”heb je twee covers opgenomen. Bob Dylans “Masters of War” en Woody Guthries “This Land Is Your Land”. Terwijl jouw eigen nummers gaan over de reis of vlucht, is Dylans nummer een aanklacht. Waarom deze keuze?

“Masters Of War” leek mij een logische keuze. Als je ziet wat er nu gebeurt. Mensen verlaten vaak hun thuis vanwege een gewapend conflict. En je hebt geen gewapende conflicten als er niemand is, die wapens produceert voor financieel gewin. Het zou er heel anders uitzien als er nog steeds met pijl en boog zou worden gevochten. Want, eerlijk, er zijn criminelen, die iedereen kent en de hoogste posities in de maatschappij bekleden, die geld verdienen aan de vernietiging van mensen. En dat moet duidelijk worden gemaakt. Dit kunnen we stoppen als we dat zouden willen. We kunnen best kritischer zijn over hen die wapens produceren. Ook regeringen kunnen ervoor zorgen dat dit wordt ingeperkt. Het is toch te gek als je je realiseert dat er niet voldoende voedsel is voor iedereen, maar er zijn wel voldoende wapens zijn om iedereen te doden. Er zijn plaatsen waar ze niet eens kinderen te eten kunnen geven, maar ze hebben daar wel het beste wapentuig.

Op de cd werk je samen met Michael Jerome Browne en Jean-Jacques Milteau. Waarom heb je hen gekozen?

Michael Jerome Browne komt uit Quebec in Canada. Hij is een fantastische muzikant waar ik al veel jaren mee samenwerk. Ik wilde vertellen over migratie, dat dit iets is dat al vele jaren aan de gang is. Het moest iets organisch worden en ik besloot dat een akoestisch album hier het meest geschikt voor zou zijn. Ik had het gevoel dat een grote studioproductie de boodschap zou verzwakken. Als het direct en minimalistisch zou zijn zouden mijn woorden beter overkomen. En Michael was mijn eerste keuze omdat hij een specialist is op diverse akoestisch instrumenten. En Jean-Jacques Milteau is een geweldige harmonicaspeler met wie ik het Lead Belly album heb gemaakt. Ik stelde aan Philippe van Dixiefrog voor om samen te werken met Michael. En hij kwam met het idee om Jean-Jacques er ook bij te betrekken. En dat vond ik een geweldig idee. Er is iets met het treurige geluid van de harmonica dat hier prima past.

Je hebt zelf op diverse plaatsen gewoond. Geboren in New York en verhuisd naar Europa waar je in Frankrijk, Finland en Zweden hebt gewoond.

Dat klopt. Ik ben ik New York geboren en opgegroeid. Al vrij jong ben ik naar Europa verhuisd. Eerst heb ik in Parijs gewoond. Later in Zweden, Engeland en Finland en nu weer in Zweden. Ik ben een hedendaagse hobo.

Is er ondanks al die verhuizingen en reizen een vaste waarde die je overal mee naartoe neemt?

Ja zeker, de muziek. Muziek is de vaste waarde. Muziek bracht me naar Europa en het heeft me geholpen mij met mensen te binden. Mensen die zich door dezelfde rootsmuziek met elkaar verbonden voelen. Dat hielp ook tegen de heimwee. Zo bleef ik verbonden met mijn achtergrond en maakte met muziek ook weer nieuwe vrienden. Mijn migratie is een eigen keuze geweest. Hierdoor kon ik dingen ervaren die er heel anders uit hadden gezien wanneer ik alleen mijn Amerikaanse ervaringen zou hebben gehad. Ik heb natuurlijk een veel gemakkelijkere migratiegeschiedenis dan veel van mijn broeders en zusters uit het Midden-Oosten en Afrika. Ik kwam voor het eerst in Europa toen ik 13 jaar oud was. Mijn 13e verjaardag vierde ik in Kiev. Mijn vader, Leon Bibb, toerde toen door de Sovjet Unie. Ik kwam toen ook in Stockholm en dat beviel me daar toen al. Misschien is dat de reden dat ik daar later nog eens zou komen te wonen.

Heeft het vele reizen en verhuizen invloed gehad op jouw zienswijzen en ideeën?

Absoluut. Weet je, het is een geschenk om andere culturen te ontdekken. Om andere talen te leren. Om te leren hoe men denkt door hun taal te leren spreken. Zoiets is heel mooi. Het leert je om toleranter te zijn , om meer open te staan voor andere culturen, hoe dingen worden gedaan, hoe men kookt, zich kleed. Het is goed geweest om een andere cultuur te leren kennen op een leeftijd dat ik nog gevormd moest worden. Dat heeft mijn kijk op de wereld zeker veranderd. Bijvoorbeeld, toen ik voor het eerst in Parijs kwam werden mijn ervaringen met de mensen uit Afrika veel groter dan wanneer ik in New York zou zijn gebleven. Frankrijk is meer kosmopolitisch, gevarieerder. Ik kom van een intellectuele familie in New York en we kregen veel vrienden over de vloer, ook uit andere landen. Maar het was niet te vergelijken met wat ik in Frankrijk n Europa heb geleerd. En ook later toen ik naar Zweden verhuisde. Er waren daar veel migranten uit Zuid-Amerika en Afrika. Veel muzikanten ook, die ik daar heb leren kennen. Als ik in New York was gebleven had ik zeker een rijk muzikaal leven gehad, maar het zou niet zo verrijkt zijn geweest met smaken van over de hele wereld.

Wat zijn jouw ideeën als een in Europa wonende Amerikaan over de politiek in de VS?

Ik ben verbaasd, angstig verbaasd, dat het zo ver is gekomen dat iemand als hij is gekozen tot leider van de zogenaamde vrije wereld. Ik kan het niet verklaren en het heeft mij geschokt. Ik ben benieuwd waar dit toe zal leiden, want het ziet er niet naar uit dat het een stabiele toestand is. Iedereen houdt de adem in. Het is typisch voor deze tijd. Ik bedoel, als het in een land als de VS, die de wereldpolitiek zo lang hebben gedomineerd, zo onrustig is. Ook in Europa verschijnen scheuren in de ondergrond. We weten niet wat er straks in Frankrijk gebeurt. Mensen worden bang gemaakt. Het zoeken van een zondebok doet mij denken aan wat er in de dertiger jaren in Duitsland gebeurde. Heel angstig. Gelukkig gaf Nederland onlangs het signaal af door niet op de verkeerde kandidaat te stemmen. Maar, net als in Zweden, zijn er nog te veel die niet de juiste keuze hebben gemaakt.

Vanavond treed je op in dit Jazzcafé. Wat kunnen we verwachten?

Ik ben al heel lang niet in Rotterdam geweest, dus heb ik gekozen voor nummers die het publiek zullen aanspreken. Nummers die uit mijn hele repertoire komen en ook wat van de nieuwe cd. Daar vertel ik dan iets over. Ik wil mensen duidelijk maken dat muziek de nieuwe heelmeester is, dat men zich realiseert dat we allemaal een familie zijn en met elkaar verbonden zijn. Dit is het mooie van muziek en world music in het algemeen. Als je muzikanten uit andere delen van de wereld hoort dan begrijp je dat. Muzikanten zijn de voorhoede, die mensen kunnen verbinden. Lang voordat politici daar aan toe komen. En ik ben blij daar een deel van te mogen zijn. Er zullen altijd mensen blijven die bang zijn voor verandering, maar hopelijk zijn er ook die vinden dat het tijd is voor verandering en dit ook zullen omarmen.

Reacties (1)

Door muziekvriend MAKS A. werd ik onlangs opmerkzaam gemaakt op Felipe Cazaux, een bluesrockgitarist uit Brazilië. Ik kreeg zijn cd's toegestuurd, waarvan ik over de meest recente "Never Go Down" onlangs een recensie heb geschreven (zie hier). Ik kreeg de gelegenheid deze man te interviewen en omdat ik ook geïnteresseerd ben in Blues uit andere landen was dit een mooie gelegenheid om wat meer over Felipe Cazaux zelf en de Blues uit Brazilië te weten te komen.

Kun jij ons eerst iets over jezelf vertellen?

Ik ben geboren op 10 mei 1983 in Guararema, een stadje op het platteland net buiten São Paulo. Tegenwoordig is het een rijke stad omdat er olie is gevonden. Mijn ouders zijn beiden geboren in Rio de Janeiro, maar ik groeide op in São Paulo. Ik heb nog een zus. De rest van mijn familie woont nog steeds in Rio de Janeiro. Toen ik veertien jaar was verhuisden wij naar Fortaleza en daar woon ik nog steeds. Op mijn vierentwintigste trouwde ik en wij wonen er samen met onze honden en katten.

 

Wanneer begon je met het maken van muziek? Was de gitaar jouw eerste instrument?

Ik begon met zingen toen ik negen jaar oud was en vanaf mijn twaalfde speel ik gitaar. Mijn eerst zangervaring deed ik op in een kinderkoor, waar populaire Braziliaanse liedjes werden gezongen. Daar leerde ik mijn stem te gebruiken en werden mij zangtechnieken aangeleerd. Toen ik gitaar begon te spelen was ik in eerste instantie geïnspireerd door gitaristen als Slash en Tony Iommi.

 

Wanneer raakte je geïnteresseerd in de blues? Hoe hoorde je voor het eerste keer blues?

De blues kwam bij mij als vanzelf. Mijn vader hield van progressieve rock, maar ook van classic rock, blues, jazz, bossa nova en dergelijke. Dus vanaf mijn geboorte hoor ik deze muziek al. Een van mijn vaders favoriete gitaristen is Eric Clapton en ik leerde blues spelen door naar zijn album "From The Cradle" te luisteren. Hij luisterde ook graag naar B.B. King en een van mijn favoriete albums is "Live At The Apollo". Daarnaast luisterde ik naar Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Muddy Waters, Buddy Guy en al die anderen.

 

Is er een levendige bluesscene in Brazilië? Zijn er bluesclubs en wordt er veel samengewerkt met andere Braziliaanse bluesartiesten? Ik ken zelf Nuno Mindelis en Alamo Leal. Komen Amerikaanse bluesartiesten op tournee door Brazilië?

In onze stad begint de scene nu vaste grond onder de voeten te krijgen. na er veel jaren aan te hebben gewerkt krijgt de blues een eigen plaats op plaatselijke feesten, in bars en zelfs in strandclubs. Dat gaat dus goed. De blues wordt vaak vermengd met classic rock. Maar het belangrijkste voor mij persoonlijk is dat muzikant nieuw materiaal schrijven, gebaseerd op de klassieke blues. En dat vind ik geweldig. In onze stad zijn geen echte bluesclubs, alleen maar rock 'n rollclubs. Maar omdat mensen er naar vragen zoeken die steeds bluesband om er te spelen. In de rest van Brazilië is de toestand over het algemeen anders. Daar zijn wel bluesfestivals en wordt de blues zelden op andere festivals gespeeld; het blijft toch underground. Deze worden door de overheid en particulieren gesponsord en er zijn ook wel Amerikaanse artiesten. Maar nooit de groten, want die zijn te duur. Er zijn veel goede Braziliaanse bluesmuzikanten, zoals Nuno Mindelis, de bekendste gitarist na Celso Blue Boy, die vorig jaar is overleden. Andere goede muzikanten zijn Fernando Noronha, Décio Caetano, Rodrigo Morcego, Lancaster, Big Joe Manfra, Big Gilson, Artur Menezes en natuurlijk Alamo Leal. Met hem heb ik een keer gespeeld toen hij tijdens een van mijn shows in Rio de Janeiro meejamde. Bands als Irmandade do Blues and Blues Etílicos zijn erg beroemd en populaire harmonicablazers - ze zijn hier gek op mondharmonica - zijn Jefferson Gonçalves, Robson Fernandes, Big Chico, Vasco Faé, Flávio Guimarães en vele anderen.

 

Wie zijn jouw grootste invloeden? Heb jij ooit met hen gespeeld?

Mijn grootste invloeden zijn de grootste gitaristen aller tijden, zoals Buddy Guy, Eric Clapton, Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Tony Iommi, David Gilmour, Keith Richards, en bands als Led Zeppelin, de Beatles, Rolling Stones, Black Sabbath en anderen. Ik luister niet alleen naar blues, maar naar zo'n beetje van alles. Van blues tot heavy metal. Ooit heb ik gespeeld met Andreas Kisser van Sepultura, die mijn grootste invloed was toen ik begon te spelen.

Vertel me eens iets over jouw carrière. Jouw albums, optredens, Ben je als soloartiest begonnen of maakte je eerst deel uit van een andere band. Toer je alleen door Brazilië of bezocht je al andere landen?

Ik begon met het spelen in metalbands toen ik zestien jaar oud was; dat wilde ik vanaf het moment dat ik gitaar leerde spelen. Ook de meeste van mijn vrienden waren rockfans. Toen ik achttien jaar oud was belde een vriend, Wagner Andrade, mij op om te vragen of ik in zijn bluesband wilde spelen. Hij speelde harmonica, was goed op zakelijk gebied en wist ons als professionele band te verkopen. Wij bleven als band bijeen tot een aantal leden andere dingen gingen doen, zoals gitarist Rodrigo Gondin, die samen met mij songs schreef en in feite de leider van de band was, en drummer Marcelo Holanda, die nu in een hele goede bluesband, Blues Label, speelt. Ik begon mijzelf wat meer te profileren en de band volgde mij. Toen besloot ik dat ik beter als soloartiest door het leven kon gaan met een band die mij volgde in plaats van onderdeel uit te maken van een band. de harmonicaspeler verliet de band toen wij bezig waren met de opnamen voor "Help The Dog!" (2007) en we gingen door als trio met naast mijzelf Klaus Sena op bas en drummer Netto Krápula. Zij verhuisden toen met mij naar São Paulo, maar dat beviel me niet en ik keerde terug. Zij zijn gebleven en wonen er nog steeds. Toen we in 2009 in São Paulo mijn tweede album "Good Days Have Come" opnamen had ik een andere drummer, Beto Gibbs, voor de meeste songs. Netto speelde mee op drie nummers, waarvan "Bad Dreams" en "Hey Mister" het meest door het publiek worden gevraagd. Toen ik in 2009 weer terug kwam in Fortaleza begon bassist Hamilton de Castro voor mij te spelen en gingen we op zoek naar een nieuwe drummer. Vanaf 2010 speelt nu Ricardo Pinheiro van de band Renegados voor mij. Met dit trio is mijn nieuwste album "Never Go Down" opgenomen, dat weer is geproduceerd door mijn beste vriend, bassist en producent Klaus Sena.

Toen ik "Help The Dog!" in 2007 uitbracht begon ik pas op te vallen. Voorheen was ik slechts de zanger van Double Blues en men verwachtte niet een dergelijk een album van mij, omdat Rodrigo Gondin de beste muzikant van de band was. Nadat het album was uitgebracht traden we op veel festivals op en jaar op jaar werden de optredens steeds beter en professioneler. En dat werken we nu steeds verder uit.

 

Kun je me iets meer vertellen over jouw huidige band?

Mijn band bestaat nu uit Hamilton de Castro, een uitstekende bassist, die ik al ken sinds 2002 toen wij elkaar tegenkwamen bij een bekend Braziliaans Blues & Jazz Festival. Hij speelt al lang als professioneel muzikant en hij is een precieze en creatieve bassist, die altijd goed klinkt. Ook al zijn de omstandigheden niet optimaal. De drummer is Ricardo Pinheiro en ik ken hem al vanaf de tijd dat ik al tiener de rockclubs bezocht. De band Renegados was een van de beste band in de stad en hij had deze band samen met zijn broer opgericht. Hun stijl was typisch voor de bandjes uit de zestiger jaren en zijn drumstijl bevalt mij erg goed. Sinds kort hebben we er een tweede gitarist bij, Capoo Polacco. Een vriend die er plezier in heeft met ons te spelen en ritmegitaar speelt, zoals ik het graag hoor.

 

Wat zijn jouw plannen voor de toekomst?

Ervoor zorgen dat mijn carrière wordt voortgezet. Ik wil nieuwe plaatsen leren kennen waar mensen van blues- en rockmuziek genieten en daar mijn songs spelen. Dat is wel mijn doel: reizen en spelen. Dat zijn toch de twee dingen die ik het mooist vind.

Een DVD opnamen zou ook geweldig zijn. We hebben er plannen voor, maar nu zijn we eerst aan het toeren met "Never Go Down", waarvan ik denk dat het mijn beste album tot nu toe is.

 

Discografie: Help The Dog (2007), Good Days Have Come (2009), Never Go Down (2013)

Website: www.felipecazaux.com.br

 

Reacties (5)

Al enige tijd maakt de Etta James Experience furore in binnen- en buitenland. Hoogste tijd dus om een gesprek te hebben met de zangeres en leider van de groep, Floor Kraayvanger. Afgesproken werd om elkaar te ontmoeten bij Grand Café Metropole in Arnhem. Het was goed weer die avond en we namen plaats op het terras. Na ons aan elkaar te hebben voorgesteld en er wat koetjes en kalfjes gepasseerd waren, en er koffie op tafel stond, konden we van wal steken.

Ik vraag Floor eerst om iets over zichzelf te vertellen. Zij is geboren in Elden, een dorp dat nu geheel door Arnhem is opgeslokt, en is er op de lagere school gegaan. In klas 6 kwam zij automatisch in het kerkkoor terecht, waar zij al mocht voorzingen. Met  haar familie verhuisde zij naar Frankrijk, waar zij tijdens een groot deel van haar middelbare schooltijd heeft gewoond. In de periode in Frankrijk heeft zij met muziek verder niets gedaan. Op haar zestiende waren zij en haar familie weer terug in Nederland, waar Floor haar Havo-eindexamen heeft gedaan. In de schoolpauzes zong zij al veel en een van haar medeleerlingen zei dat, als hij ooit een band begon, zij de leadzangeres zou worden. Zij geloofde er niet veel van, maar uiteindelijk gebeurde het toch en haar eerste bandje Damn Jones! was een feit.

Tijdens haar studietijd in Nijmegen en Groningen had zij zangles. “Daar heb ik diverse technieken geleerd. Met boeken op het middenrif enzo.” Na Damn Jones volgde nog wat bands en projecten. Grotere bekendheid kreeg Floor met de bluesrockband Superfloor, waar haar vriend Rob van den Broek de basgitaar speelde. Met Superfloor zijn een aantal cd’s opgenomen. De laatste dateert alweer van 2012. “Ik zit nu wel te klagen, maar er waren veel leuke, maar ook mindere  optredens bij. Toch is het langzaam doodgebloed. Een band met eigen werk heeft het nu eenmaal moeilijk. Overigens, op 18 juni treden we weer eens op. Dat is in Tilburg op het Midsummer Bluesfestival.”

In mei 2013 wordt zij door Rob Key gevraagd op wat nummers te zingen bij een optreden van zijn band Brand New Bag. Al snel groeit het idee om samen iets met de nummers van Etta James te gaan doen. Het begint voorzichtig met vier nummers. “En inmiddels hebben we het uitgebreid naar een complete show en een band van elf personen. Het is een hele tour om elf neuzen dezelfde kant op te krijgen en afspraken te maken voor repetities en optredens. Ieder heeft immers zijn eigen leven en carrière.” 

Floor is in het dagelijks leven lerares Engels en Frans op een middelbare school. Ze heeft een gezin met twee kinderen. “Het is een druk bestaan. Mijn gezin, het werk. Als de kinderen naar bed zijn begint het nakijkwerk en de voorbereidingen voor school.” En dan is er ook nog de muziek. “Vroeger, met Superfloor was het nog lastiger, want toen waren Rob en ik tegelijkertijd van huis.” Af en toe heeft ze een schnabbel en dan is er natuurlijk nog de Etta James Experience. “Ik word gezien als de leider van de band, nou ja, ik word door de band een beetje in die richting geduwd. We hebben een soort stuurgroep in de band, die van alles beslist. Ik doe het niet helemaal alleen. Als 20-jarige had ik dat niet gekund, toen was ik liever onderdeel van de band. ik kon toen ook nog niet met veel beleving zingen. Ik denk dat je eerst meer moet meemaken en dat dát dan groeit". Ik vraag haar wat haar drijft om naast haar drukke baan en gezin zich zo op de muziek te storten. “Het is een uitlaatklep voor me. Ik kan er mijn ei in kwijt.  Een ander doet aan sport, jij schrijft stukjes over blues en ik zing. Ik zou me geen raad weten als ik dit niet als hobby zou hebben.”

Als muzikant heb je natuurlijk jouw voorbeelden en op de vraag met wie zijn nog wel eens zou willen optreden of had willen optreden antwoordt Floor: “Etta James natuurlijk. Maar dat gaat niet meer. Of Tina Turner, Otis Redding. Die hebben mij allemaal beïnvloed. Maar ook een rockband als bijvoorbeeld The Hoax vind ik erg goed.” Waar ben je het meest trots op? “Op de waardering die ik krijg. Onlangs hadden we optreden met de Etta James Experience en op een gegeven moment wisten we de hele zaal stil te krijgen. Ik kreeg later van een vrouw een berichtje via Facebook, die er bij was geweest en mij hiermee complimenteerde. Dat vind ik geweldig.”

Als laatste vraag laat ik Floor er een blind kiezen uit een stapeltje vragen, die verder niet met muziek te maken hebben. Deze vraag luidt: Als je een toespraak of een lezing mocht houden voor een groot publiek, wat zou het thema zijn? “Dat is lastig. Ik denk over Etta James. Over wat haar bezielde, haar beleving, hoe je een nummer moet overbrengen.”

Met dit antwoord is het officiële deel van het interview. We praten nog wat na over van alles en nog wat, de koetjes en kalfjes lopen weer langs. Het was een bijzonder mooi gesprek met deze leuke vrouw, een goede zangeres en gedreven artieste.

Kijk voor meer informatie over de Etta James Experience op de website www.ettajamesexperience.com

Dit interview is eerder gepubliceerd op The Blues Alone?

Reacties

Na hun zeer goed ontvangen cd “Big Fish Boogie” begint de Nederlandse bluesband Stackhouse steeds meer bekendheid te genereren. Er wordt met regelmaat opgetreden en dit jaar zal nog een nieuwe cd verschijnen. Het geplande optreden in het Rotterdamse Cretopia (West-Kruiskade 51) op zondag 21 februari a.s. vormt een mooie aanleiding voor een gesprek met zanger/mondharmonicaman Machiel Meijers.

Machiel, die nu in het dagelijks leven leraar natuurkunde is in zijn woonplaats Gorinchem, rommelde met zijn eerste mondharmonica wat aan zonder echt de technieken onder de knie te hebben. Dit veranderde toen hij les nam bij de Schiedammer Carlo Reijs, die hem de fijne kneepjes bijbracht. Inmiddels is hij een mondharmonicablazer van formaat geworden, die een groot deel van het geluid van Stackhouse bepaalt. Hiermee komt het gesprek op de muziekstijl, waar Stackhouse zich in begeeft. “De Chicagoblues uit de jaren veertig en vijftig. Voor mij de mooiste tijd.” Dat is ook duidelijk aan Machiels stijl te horen, die een kruising is van Little Walter en Big Walter. “Na 1959 werd er voor mij weinig mooie muziek meer gemaakt. Misschien de Engelse bands nog en in de tachtiger jaren waren er nog een paar, maar die grepen toch weer terug op de Chicagoblues van de vijftiger jaren.” Binnen deze stijl is voldoende variatie mogelijk om muziek van Stackhouse spannend en interessant te houden.

De band beroemt zich er op een generatiekloof in zich te herbergen. Het oudste lid is 67 jaar oud, terwijl de jongste nu 31 is. De jonkies hebben veel geleerd van de ouderen en inmiddels doet geen van hen in muzikaal opzicht voor elkaar onder. De band wordt door de regelmatige optredens steeds hechter. “Dat is ook duidelijk te horen op de nieuwe cd. Op onze eerste, “Big Fish Boogie”, waren we nog relatief kort bij elkaar en speelden we vrij weinig. Op onze nieuwe cd zal dat al heel anders klinken” Machiel laat mij fragmenten van de nummers horen en duidelijk is de ontwikkeling die de band heeft doorgemaakt. De stijl is meer constant de 50er jaren Chicagoblues, de band is strakker. Het klinkt gewoon erg goed. “De songs zijn eigenlijk zo goed als af. We veranderen hooguit nog wat aan de volgorde waarop ze op de cd komen. Het worden er twaalf of dertien, waarvan vier covers. De rest is eigen werk.”

Naast het uitbrengen van de nieuwe cd staan er diverse optredens op het programma. Voorlopig staat het Bevrijdingsfestival op 5 mei in Wageningen als enige festival op de kalender. Hopelijk komen er nog meer bij. Het eerstvolgende optreden is op 21 februari in Cretopia in Rotterdam. Tijdens dit optreden worden naast het oude werk ook nieuw materiaal gespeeld. Op 20 maart keert Stackhouse terug naar Cretopia met als special guest de Belgische harmonicaman Big Dave. Hou verder de agenda in de gaten via de website.

Stackhouse: Machiel Meijers (zang, harmonica), Emiel van Pelt (gitaar), Willem van Dullemen (gitaar, zang), Bert Post (drums) en Fred van Unen (bas)

Discografie: Big Fish Boogie (2013)

Website: www.stackhouse.nl

Reacties (2)

Het is te danken aan de onvermoeibare inzet van Gerard Kolenbrander, de man van de rock- en bluesuitzending op Dinxperfm, de plaatselijke zender van Dinxperlo, dat op 28 oktober jl. de Duitse bluesgitarist Gregor Hilden kwam optreden. Als kers op de taart was de Nederlandse gitarist Jeremy Aussems van de Detonics uitgenodigd om mee te spelen. Het optreden vond plaats in het gezellige eetcafé Old Dutch, waar ik een gesprek met beide gitaristen had.

Het eerst is Gregor Hilden aan de beurt. Hij is afkomstig uit Münster en speelt al ruim twintig jaar een prominente rol binnen de Duitse blueswereld. Op zijn twaalfde begon hij met gitaar spelen en vanaf een jaar of zestien raakte hij geïnteresseerd in de blues en verlegde hij steeds meer zijn focus in die richting. “Ik hoorde eerst Mike Bloomfield en Peter Green. Gaandeweg heb ik mij verdiept in hun voorbeelden en van daaruit heb ik mijzelf ontwikkeld. Ook hield ik van jazzgitaristen als Wes Montgomery en Kenny Burrell en luisterde ik veel naar soul. Uit die combinatie van blues, vooral de frasering van Peter Green, en jazz heb ik mijn eigen stijl weten te ontwikkelen. Zelf zingen zie ik niet zo zitten, (lachend) eigenlijk kan ik dat niet. Ik speel gewoon gitaar.” Gregor vertelt dat hij Peter Green helaas niet live heeft gezien toen hij op de top van zijn kunnen was. “In de negentiger jaren heb ik hem een keer zien spelen, maar dat was een schaduw van zijn beste tijd.”. Hij besloot pas relatief laat om professioneel muzikant te worden. “Eigenlijk pas rond mijn dertigste. Mijn eerste cd was uitgekomen en ik kon veel optreden met eigen band en als begeleider van anderen. Daarnaast heb ik een tijd gitaarles gegeven, maar daar ben ik mee gestopt. Ik heb nog wel een online handel in gitaren. Dat geeft mij de gelegenheid de hele dag met gitaar spelen bezig te zijn.” Het gesprek komt op de redelijk vaak gehoorde opmerking dat de blues dood is. “Nee, dat vind ik niet. Gelukkig zijn er steeds nieuwe, jonge muzikanten die blues spelen. Kijk maar naar Jeremy, die vanavond meespeelt. Iemand als Joe Bonamassa bijvoorbeeld werkt keihard en heeft de blues naar de grote zalen en festivals terug weten te brengen.” Naast gitarist en handelaar in gitaren is Gregor ook een verzamelaar van vintage gitaren. Zijn favoriete gitaar, voornamelijk vanwege de sound, is een Les Paul uit 1968, die hij heeft meegenomen voor het optreden van deze avond. Op de vraag of hij zich meer als gitarist of als bluesgitarist ziet antwoordt hij: “Absoluut als bluesgitarist. (lachend) Maar wel een die open staat voor andere stijlen.” Voor het optreden van vanavond is de Detonics-gitarist Jeremy Aussems uitgenodigd. Hoe is het contact ontstaan? “Dat heeft Gerard Kolenbrander geregeld. Ik kende hem niet en we hebben ook niet geoefend. We zien wel wat er vanavond gebeurd.”  Vanzelfsprekend komt de toekomst ter sprake. “Er komt in ieder geval een nieuwe cd. Een beetje in dezelfde trant als mijn vorige soloalbum “In Phase”, dus volledig instrumentaal. En verder gewoon doorgaan met waarmee ik nu bezig ben.”

Hiermee is het eerste interview afgelopen. Gregor Hilden is een vriendelijke, rustige gesprekspartner, die een haast verlegen indruk maakt. Iemand die daar geen last van heeft is Jeremy Aussems, die nu aanschuift. Jeremy is gitarist bij Jeremy and the Groovebreakers en the Choax en hij valt de laatste paar jaar vooral op door zijn spel in de Detonics, een band die hoge ogen gooit binnen de Nederlandse blueswereld. Ik vraag hoe het komt zo’n jonge vent  gekozen heeft om zo’n oude-mannen-muziek als de blues te gaan spelen. “Dat is helemaal hun schuld”, hij wijst op zijn ouders Jennifer en Fons, die hem vanavond vergezellen. “Thuis hoorde ik constant hardrock en blues. Toen ik vier was zag ik voor het eerst een video met Stevie Ray Vaughan en toen was ik al verkocht. Op mijn zesde kreeg ik mijn eerste gitaar en zo is het gekomen”. Ondanks zijn aspiraties als gitarist heeft hij al jong besloten om een ander beroep te kiezen. Hij is namelijk barbier en werkt samen met zijn vriendin in hun eigen zaak VIP Hair by Sam in Kaatsheuvel. “Ja, daar heb ik voor gekozen, omdat ik geen zin heb om ieder weekend van huis te zijn en pas midden in de nacht weer thuis te komen. Het moet leuk blijven. Zodra muziek maken op werken gaat lijken is er geen lol meer aan. Ook de andere jongen van de band hebben allemaal een vaste baan. De muziek komt er gewoon bij.” Gregor Hilden vertelde mij al dat hij en Jeremy elkaar nooit eerder hebben ontmoet. “Dat klopt, maar ik kende hem natuurlijk wel. Gerard heeft ons samengebracht. Fantastische toch, om met zo’n gitarist op het podium te staan?” Ik vraag ook Jeremy naar zijn toekomstplannen wat muziek betreft. “Omdat het met de Detonics zo goed gaat staat het werk met de Groovebreakers en the Choax op een laag pitje. We zijn al aan het denken aan een studio-cd met de Detonics en hebben nog andere plannen.” Hij vertelt mij wat ideeën die zij hebben, maar belooft mij hierover nog niets te schrijven. En ik kan bevestigen dat het veelbelovend klinkt. Het is goed dat er nog jonge muzikanten als Jeremy Aussems zijn, die zorgen dat de handgemaakte muziek blijft bestaan.

              

Hierna was het de hoogste tijd voor het optreden. Even na 9 uur trapten Gregor Hilden en zijn band (bas, gitaar, orgel) af met “Mr. Magic” van Hildens cd “In Phase”. Er was helaas relatief weinig publiek op het concert afgekomen; ik telde er zo’n kleine veertig. Jammer, want een artiest als Gregor Hilden verdient meer. De band had er duidelijk zin in en al snel was er sprake van een chemie tussen hen en het publiek. Organist Wolfgang Roggenkamp stal met regelmaat de show met zijn solo’s en Gregor tovert met een lachend gezicht de ene na de andere gitaarsolo uit zijn snaren. Na drie nummers werd Jeremy Aussems gevraagd op het podium te komen, waarna beide gitaristen voor vuurwerk zorgden. Na een korte pauze ging de Gregor Hilden Band weer verder. En voor de laatste nummers werd Jeremy weer op het podium gevraagd. Gregor vertelde dat hij hem niet alleen waardeerde maar tijdens het samenspelen een fan van Jeremy Aussems was geworden. Na een toegift, die voor deze gelegenheid eigenlijk niet gepland was, trok de band nog eens alle registers open, was het tegen kwart voor twaalf echt afgelopen. Een prima optreden, dat mogelijk is gemaakt door Gerard Kolenbrander, die twee fantastische gitaristen heeft samen weten te brengen. Ik hoorde hem na het optreden tegen Gregor zeggen, dat hij  volgend jaar weer iets met Gregor Hilden wil organiseren. Ik zorg er in ieder geval voor, dat ik er weer bij ben.

      

Reacties (3)

Op 22 oktober a.s. komt het nieuwe album van AJ Plug uit en dat is een mooie gelegenheid om de zangeres, die sinds enkele jaren furore maakt op de Nederlandse podia, eens te spreken te krijgen. Afgelopen vrijdag toog ik, bewapend met notitieblok en een paar tompouces voor bij de koffie, naar haar Katwijkse woning. Aanwezig bij het gesprek waren ook gitarist Klaas Kuijt, waarmee AJ al zo’n dertig jaar een setje vormt (“ja, ik was heel jong toen ik Klaas leerde kennen”) en de hond, die mij meteen als huisvriend adopteerde. Mijn bezoek duurde ruim anderhalf uur en vanwege het natuurlijke hak-op-de-tak gedrag van alle aanwezigen is het niet mogelijk dit letterlijk weer te geven. Wat volgt is een geordend verslag van het gesprek.

           

Ergens in het gesprek kwam het hoe, wat en wanneer ter sprake. AJ Plug (de voorletters zijn haar initialen, Alexandra Jolanda, roepnaam Sandra) heeft twee oudere broers, waarvan een meer van pop hield en de ander van metal en hardrock. Als klein zusje mocht ze niet aan hun platen komen, maar zodra zij hun hielen hadden gelicht gebeurde dit natuurlijk toch. Uiteraard werd er uitgebreid met een borstel als microfoon voor de spiegel geoefend. Een van haar broers zat in een band en met een vriendengroepje werden regelmatig in plaatselijke cafés optredens bezocht. Klaas was toen al in beeld. Op een zekere dag kreeg AJ de gelegenheid om mee te doen aan een auditie en werd zij, tot grote verbazing van iedereen, aangenomen. “Ik had haar zelfs nooit eerder horen zingen!”, voegt Klaas toe. Het eerste optreden van de band met AJ als zangeres was op een schoolfeest. Iedereen heeft voorbeelden en die van AJ zijn: “Janis Joplin, maar dan voornamelijk vanwege haar vrije gedrag. Ook Stevie Nicks is er een. En de Black Crowes. Echte idolen heb ik niet, maar dat zijn er een paar die ik erg waardeer.”

Later volgden akoestische optredens met Klaas. Totdat ze het op hun heupen kregen, al hun spullen verkochten, een busje aanschaften en naar het buitenland vertrokken. “We hebben zeven jaar in het buitenland gespeeld. ’s Zomers op Kreta en ’s winters in Oostenrijk. Een geweldige ervaring, en heel leerzaam.” AJ en Klaas speelden op Kreta eerst in het Hardrockcafé Crete in Chersonissos en later in de hoofdstad Heraklion. Ze woonden er in een huis in een dorpje en maakten langzamerhand deel uit van de gemeenschap daar. Door een tip en bemiddeling van twee Engelse muzikanten konden zij ook ’s winters in Oostenrijk aan de slag. “Daar bluften we ons ergens in door te beweren dat wij veel beter waren dan de band die er toen speelde. En toen bleek dat we inderdaad beter waren kregen we daar een vaste plek. We kregen ook de kans om een keer een maand lang in een hotel in het Zwitserse Zermatt te spelen. Daar hebben we toen goed verdiend. Dat was inclusief huisvesting en eten. We aten iedere dag pizza en hebben in die maand de hele menukaart afgewerkt. Het was een luxe hotel, waar veel beroemdheden kwamen. Van Jack Nicholson hebben we toen een fooi van 70 gulden gekregen.”

Na een aantal jaren in het buitenland zijn AJ en Klaas naar Nederland teruggekeerd. Langzamerhand werd een band om hen heen verzameld en volgden optredens. Begonnen werd als coverband, maar stukje bij beetje nam het spelen van eigen werk een steeds groter deel van het oeuvre in. De ideeën komen van AJ. Dat kan een melodielijn zijn, een bepaald ritme maar ook tekst. “Dat gaat bij mij de hele dag door. De ideeën komen op de gekste tijden. Als ik thuis ben of op mijn werk. Soms zelfs in bed. Klaas wordt er wel eens gek van, want dan ga ik naar beneden om er aan te werken. Samen met Klaas werk ik het verder uit. En tijdens repetities voegt de band er ook hun ideeën aan toe.” Naast het muzikale deel vindt AJ het belangrijk dat er naar de teksten wordt geluisterd. Die zijn erg belangrijk voor haar. Zij schrijft over dingen die zij ziet of meemaakt en dat geeft de persoonlijke touch.

In 2014 verscheen de eerste cd, “Let Go… Or Be Dragged”, die erg goed werd ontvangen. Nederland was een goede band met een uitstekende zangeres rijker. De nieuwe cd “Chew Chew Chew” staat nu op het punt van uitkomen. Buiten Klaas is de samenstelling van de band helemaal veranderd. De eerste berichten uit de pers zijn lovend. Johan Derksen heeft op de radio al gezegd dat AJ zo goed is dat ze haar begeleiders is ontgroeid. “We zijn erg blij met de band zoals die nu is. Zelf hebben we een bepaald doel voor ogen en de leden van de oude band konden daar om verschillende redenen (gezin, baan e.d.) niet aan voldoen. Iemand als Tenny Tahamata brengt heel veel rust in de band. En Frans van Steijn neemt een schat aan muzikale ervaring mee. Ons eerste optreden met de huidige samenstelling was eind juli tijdens het Brielle Bluesfestival.”

Op 22 oktober a.s. wordt de cd officieel uitgebracht tijdens een optreden in Poppodium Scum in Katwijk. Vanzelfsprekend wordt naar de toekomst gekeken. “Er staat wel het een en ander op stapel, maar dat is nog niet bevestigd, dus daar kunnen we nog geen mededelingen over doen. Wel willen we over de grens kijken. Het buitenland blijft toch trekken. We hebben eens op een festival gestaan in de buurt van Dresden. Dat was geweldig, goede sfeer, een leuk publiek. We hebben genoeg plannen.”

Als laatste vraag ik AJ uit een stapel kaartjes zonder dat ze die kan lezen een vrije vraag te kiezen. Een vraag die niets met muziek heeft of hoeft te hebben. Zij trekt de vraag: Wat stel je steeds maar uit, terwijl je weet dat het belangrijk is om te veranderen? “Dat is een lastige, behalve stoppen met roken dan. Niet opschrijven, hoor!” Er wordt flink nagedacht, ook door Klaas, en de conclusie is: “Nou, volgens mij ben ik juist iemand die nooit iets uitstelt, maar meteen aanpakt. Het leven is te kort en er kan zo maar iets onverwachts gebeuren. Ik heb het maar liever meteen aangepakt.”

Hiermee was een leuk en uitgebreid gesprek met AJ en Klaas (en hond natuurlijk) afgelopen. Onderweg naar huis heb ik meteen maar de nieuwe cd “Chew Chew Chew”, die ik mee heb gekregen, gedraaid en ik kan nu al zeggen dat ik een zeer positieve eerste indruk heb gekregen. Een recensie volgt natuurlijk zeer snel.

Website: www.ajplug.nl


Reacties (1)

Met het naderende uitkomen van de nieuwe cd van Big Bo, genaamd “Preaching The Blues” leek het mij een goed idee om eens een gesprek te hebben met de goede man. Wat is zijn achtergrond, wat zijn zijn drijfveren? Een afspraak was snel gemaakt en op dinsdag 6 februari jl. toog ik naar de mooie stad Deventer, waar Bo Brocken en zijn vriendin Vera sinds een jaartje wonen. Met iets voor bij de koffie en een flesje Schiedams medicijn onder de arm werd ik in het gezellige huis door Bo en hond Pablo hartelijk ontvangen.

Ik vraag Bo wanneer hij het eerst door het bluesvirus werd geïnfecteerd. “Dat was toen ik een jaar of twaalf was. Thuis was altijd veel muziek te horen. Mijn vader draaide graag boogie woogie. Ook Fats Domino en dan zit je al tegen de blues aan. Op een Belgische zender was het programma Boom Boom te horen, waar twee uur lang blues werd gedraaid. Heel leuk en toen ik het nummer “Mad Man Blues” van John Lee Hooker gebeurde er iets met me. Ik weet niet wat, maar het raakte me van binnen. Vanaf dat moment ben ik beter naar blues gaan luisteren. Ik ging gitaar spelen en verdiepte me er nog meer in. Eerst speelde ik in allerlei rockbandjes, maar later ging de blues toch weer de boventoon voeren.” Op school had hij meer interesse in muziek dan in leren. “Ik zat op HAVO/VWO niveau, maar uiteindelijk ben ik met een MAVO-diploma van school gegaan.” Echt ambitie voor een normale baan had hij niet. “Ik was meer met muziek bezig. Wel heb ik allerlei baantjes gehad. Zo heb ik nog een tijd gewerkt bij Elpee, een platenzaak in Den Bosch. Je ziet het, ik was toch ook weer met muziek bezig. Ik heb het geluk dat ik met Vera ben, die een vast salaris heeft. Daardoor kan ik mij de hele dag met muziek bezig houden. En met de achtergronden ervan.”

Bo heeft het tot zijn missie gemaakt deze achtergronden te vertellen. Bij het uitbrengen van de nieuwe cd volgt ook een tournee waarmee Bo het verhaal en de ontstaansgeschiedenis van de blues vertelt. Mensen weten wel wat blues is en in grote lijnen ook waar het vandaan komt. Maar er gaat zoveel verloren. “Het is zo’n mooi verhaal. Blues is heel klein in de huidige muziekwereld, maar alles wat nu wordt gespeeld komt er vandaan. En dan de geschiedenis. De slavernij, een zwarte bladzijde uit de geschiedenis, waar ook de Nederlanders mede schuldig aan zijn. Onlangs heb ik op YouTube naar de documentaire “The Origins of the Sambo, the Coon & Mammy” zitten kijken. Ik ben er altijd mee bezig.” Waar komt die gedrevenheid vandaag om dit verhaal te willen vertellen? “Ik denk dat je een goed inlevingsvermogen moet hebben. Het leven was voor mij niet altijd even vriendelijk. Je leert dan vanzelf anders naar dingen en mensen kijken.”

Bo is zelf al diverse keren naar de VS geweest en naast Memphis bekeken te hebben, waar hij heeft opgetreden tijdens de International Blues Challenge, is hij verder gereisd en heeft hij de Mississippi Delta verkend. “Ik ben er al eerder geweest en ben toen van Chicago tot aan New Orleans gereisd. Vier jaar later was ik in Memphis vanwege de IBC en ben toen de Delta in gegaan. En daar waan je je af en toe in Ethiopië. Er valt ook helemaal niets meer te halen. Het is of daar de tijd vanaf de veertiger jaren heeft stil gestaan. En dat terwijl het ooit de rijkste staat van de VS is geweest door de katoenproductie. Een stadje als Indianola bijvoorbeeld. B.B. King is er geboren. Daar loopt een spoorlijn doorheen. Aan de ene kant is het mooi. Mooie huizen, parken. Maar aan de andere kant, letterlijk ‘the other side of the track’, woont de zwarte bevolking en loop je door de krottenwijk. Als je dan zo’n bar binnen gaat met een gitaarkoffer wordt eerst gevraagd wat je in je koffer hebt. Het kan immers zomaar een wapen zijn. Als het een gitaar blijkt te zijn en je muziek begint te maken dan is het ijs gebroken. Het duurt even en dan komen de verhalen ook. Het mooiste compliment kwam toen ik zat te zingen en een van de mannen, die in de bar zaten, steeds dichter bij kwam en riep ‘He’s a black man!’. “

De cd is nu klaar en komt bijna uit. Met de voorstelling “Preaching The Blues” gaat Bo op tournee. Heeft hij al plannen voor de toekomst? “O ja, dit programma blijft bestaan. Ik wil het verhaal van de Blues zoveel mogelijk vertellen. Daar zal in de loop van de tijd wel eens iets aan veranderen, maar de basis blijft bestaan. Verder werk ik al enkele jaren aan een nieuw album met zelfgeschreven nummer. De muziek is klaar, maar ik moet de zang nog opnemen.” Bo laat een paar tracks gedeeltelijk horen. “Verder heb ik ideeën voor een nieuwe voorstelling, maar daar wil ik nog niet te veel over kwijt. Je moet je blijven vernieuwen. Het blijft blues, maar dan met een ander thema.”

Als afsluiter laat ik Bo uit een aantal vragen kiezen, die hij niet kan zien en die niets met muziek te maken. Het staat hem vrij hier op te antwoorden of niet. Hij trekt de vraag: Welke belangrijke keuze heb je onlangs gemaakt? “Dat zijn er eigenlijk twee. Mag dat ook? De eerste is dat ik gestopt ben met roken en daar ben ik erg blij mee. Goed voor de gezondheid en mijn stem is er ook beter door geworden. En de tweede keuze is dat ik mij nu full time aan de muziek kan wijden. Vera heeft een vast inkomen en bovendien doet zij de zakelijke kant. Ik kan me verder met de muziek bezig houden.

De presentatie van de cd en de première van de voorstelling zal plaatsvinden op 16 februari a.s. in het Rietveld Theater in Delft. Meer informatie is te vinden op de website www.bobrocken.nl

Reacties (2)

Enkele maanden gelden verscheen Eamonn McCormacks dubbelalbum “Like There’s No Tomorrow”. Momenteel toert hij door België, Nederland en Duitsland. Voorafgaand aan zijn optreden in Gebr. De Nobel in Leiden had ik de gelegenheid voor een gesprek met deze sympathieke Ierse gitarist. Het gesprek voerden we onder het genot van een cappuccino voor Eamonn en een kop thee voor ondergetekende in Café van de Leur in Leiden.

Eamonn heeft de hoogtepunten, maar ook de dieptepunten van het muzikantenleven meegemaakt. Hij is er zelfs enkele jaren helemaal mee gestopt. Na een kleine twintig jaar als Samuel Eddy rondgetoerd te hebben stapte hij in 2002 een tijd uit de spotlights. “Dat klopt. Ik had me kapot gewerkt en had een pauze nodig. Zelf dacht ik aan een maand of zes, maar dat werden acht jaar. Het is niet zo, dat ik niets heb gedaan. Ik was veel op de achtergrond bezig, heb jonge bands geholpen. Het was een goede tijd voor me, Verfrissend. In plaats van avond aan avond dezelfde dingen te spelen en vast te roesten had ik nu de gelegenheid om naar anderen te luisteren. Dit is zeker van invloed geweest op mijn spel.”

Eamonn heeft nooit iets anders willen doen dan muziek maken. Aan een ‘normale’ baan heeft hij nooit gedacht. “Ik speel al sinds mijn twaalfde gitaar. De eerste keer dat ik onder de indruk was van muziek was op mijn zevende. Op school speelde een jongetje uit een lagere klas gitaar. Klassiek gitaar. En toen wist ik al dat ik dat ook wilde gaan doen. Dat jongetje ben ik later nog eens tegengekomen. Dat is Gerry Leonard, die veel met David Bowie heeft gewerkt en nu met Suzanne Vega. Zelf luisterde ik eerst veel naar akoestisch werk, zoals Bob Dylan, Crosby Stills Nash & Neil Young. Mij zus had een elektrische gitaar en toen kwam de interesse voor Eric Clapton, Taste en Gallagher. Op school begon ik in een garage band. Ik ontmoette Rory Gallagher toen ik zeventien was en vanaf mijn eenentwintigste heb ik vier jaar in de VS gewoond. Leuk verhaal, in San Francisco speelde ik in een band, waar ik een gitarist met de naam Walter had vervangen. Jaren later kwam ik deze Walter tegen toen hij in de band van John Mayall speelde. Het was Walter Trout. Diens roadie wist zich nog te herinneren dat ik de gitarist was die hem in San Francisco had vervangen.“

Eamonn schrijft veel nummers zelf. Hij heeft ook al wat namen genoemd van muzikanten die hem inspireren. Hoe komen zijn nummers tot stand? “Meestal rommel ik wat op de gitaar en ontstaat er een melodielijn of een bepaald ritme. Gaandeweg komt er een lijn in en dan past dit gewoon bij een onderwerp; een gebeurtenis, iets wat ik gezien heb of gewoon bedacht heb. En zo ontstaat bij mij een nummer. Dit proces kan tien minuten duren, maar net zo makkelijk tien jaar. Naast de invloeden van de oude meesters kijk ik ook graag naar optredens van nieuwe bands, waardoor ik nieuwe inspiratie opdoe.”

Eamonns recente album is een dubbelaar, die bestaat uit een elektrisch bluesrock cd en een akoestische cd. Hoe is dit tot stand gekomen en wat is de filosofie achter de titel “Like There’s No Tomorrow? “Ik sprak eens met mijn agent in Duitsland en vertelde hem dat ik van plan was om twee cd’s uit te brengen, een elektrische en een akoestische. Toen kwam hij met het idee om dit te combineren in een dubbel-cd. Er zijn twee redenen waarom ik voor deze titel heb gekozen. In 1990 speelde ik in Erfurt, dat was toen nog de DDR. In 2007 was ik er weer en toen sprak iemand mij aan die mij zeventien jaar eerder had zien optreden. Hij zei toen, dat ik speelde ‘like there’s no tomorrow’. Deze uitspraak is ergens blijven hangen. De tweede reden is de huidige toestand in de wereld. Er hoeft maar iemand op de verkeerde knop te drukken…. Er kan van alles gebeuren. Dus leef nu ‘like there’s no tomorrow’. “

        

In het boekje bij de cd is een citaat van William Shakespeare geplaatst. Wat is daar de reden van? “Op school moesten wij de werken van Shakespeare leren. MacBeth enzo. Ik had nog ruimte over op het boekje en zat te bedenken hoe ik dat kon opvullen. En toen schoot dit citaat uit ‘The Merchant of Venice’ mij binnen. Het leek mij wel passend om dit te plaatsen “The man that hath no music in himself, Nor is not moved with concord of sweet sounds, Is fit for treasons, stratagems, and spoils; The motions of his spirit are dull as night, And his affections dark as Erebus. Let no such man be trusted. Mark the music.”

Het gesprek komt op het onderwerp dat de blues dood is. Althans, dat wordt beweert. “Dat vind ik niet. Er is altijd een op- en neergaande lijn. Dit werd al gezegd toen de disco opkwam. Die is nu praktisch verdwenen, maar de blues kwam terug. En ik geloof ook dat de blues nu weer aan populariteit aan het winnen is. Kijk maar eens naar Joe Bonamassa, die volle zalen trekt. Er zijn genoeg jonge muzikanten die deze muziek oppakken en zelfgemaakte muziek maken. Ik kan zelf van iedere muziek genieten. Ook van klassiek, van Frank Sinatra. Maar voor mij houdt het op als computers het gaan overnemen, bijvoorbeeld als je hoort dat stemmen gemanipuleerd worden.”

Eamonn is een muzikant die veel werkt, vaak van huis is. Wat doet hij als hij niet met muziek bezig is. “Ik heb een jong gezin. (lachend) Ik ben laat begonnen. We hebben een dochtertje dat bijna vijf jaar oud is en een zoontje van zeven maanden. En verder zorg ik dat ik gezond en fit blijf. Ik lust best een biertje als ik niets meer hoef te doen, maar vroeger kwam de eerste al bij de soundcheck. Dat doe ik niet meer”.

Ik vraag hem naar zijn plannen voor de toekomst. “Ik noemde net al mijn Duitse agent. Een hele goede. Die is bezig met een plan waar ik nog niet al te veel over mag vertellen. Ik licht wel een tipje van de sluier op. Denk aan de G3 Tour van Joe Satriani, maar dan in de vorm van bluesrock.” Eamonn liet mij beloven het hierbij te laten. Bij deze dus. Ik kan zeggen dat de plannen interessant klinken. Wordt gegarandeerd vervolgd.

Met dit antwoord zijn we aan het eind van het interview gekomen. Ik stel Eamonn nog een vraag, die niets met hem of met muziek te maken heeft. Wat stel je steeds maar uit, terwijl je wet dat het belangrijk is om te veranderen? Zonder te aarzelen zegt hij: “Leren om goed piano te spelen. Ik rommel wel wat, maar ik zou het eens goed willen leren. Zoals bijvoorbeeld Neil Young, die tijdens een rockconcert achter de piano gaat zitten en in zijn eentje het publiek stil weet te krijgen. Dat ben ik al jaren van plan, maar ik stel het steeds uit. Ik moet er toch echt eens aan gaan beginnen.”

Die avond speelt Eamonn solo in het voorprogramma van Tommy Castro. De eerste twee nummers met alleen elektrische gitaar. Een speeltje dat voor bas- en drumbegeleiding zorgt geeft hem bij de volgende nummers de ruimte om zich meer te concentreren op zang en solowerk. Ondanks het feit dat het publiek bestond uit minder dan twintig personen gaf hij een prima show. In het voorjaar keert hij terug met zijn eigen band.

Meer info: www.eamonnmccormack.net


Reacties (2)

Na twee singles en een EP is deze maand het eerste volledige album, genaamd “Against The Grain” van Eva Almagor verschenen. Een mooie gelegenheid voor een gesprek met deze dame. Een afspraak was snel gemaakt en op woensdagmorgen 6 april toog ik naar Café De Blonde Pater in Nijmegen. Eva is een gezellige prater, die met één antwoord drie vragen tegelijk weet te behandelen. Niet dat ik op die manier snel door mijn vragen heen was. Het gesprek duurde toch makkelijk twee koppen cappuccino (voor Eva) en twee kleinere gevuld met espresso (voor mij), wat neerkomt op ruim een uur.

Eva is geboren in Wijchen. Haar vader komt uit Israel, haar moeder uit Limburg. Ze heeft nog een oudere zus. Inmiddels woont zij alweer geruime tijd in Nijmegen. Vanaf haar twaalfde is zij op de middelbare school bezig geweest met podiumkunst. Toen zij een jaar of zestien was werd Norah Jones populair. Deze zangeres is haar eerste grote voorbeeld geweest. Later kwamen daar nog zangeressen als Bonnie Raitt en Susan Tedeschi bij. Zo raakte zij geïnteresseerd in de blues en soul. Na haar middelbare school is zij gaan studeren aan de theaterschool, maar die heeft zij niet afgemaakt.

Eva schrijft haar materiaal zelf of samen met haar band. Als ik haar vraag waar ze haar inspiratie op doet vertelt zij dat de aangelegenheid iedere keer anders is. Soms schrijft ze iets van zichzelf af “Dan heb ik eerst de tekst en volgt de melodie later. Maar het kan net zo goed gebeuren dat ik eerst een bepaalde melodie in mijn hoofd heb en de tekst dan later volgt.” Vaak is ook de rest van de band erbij betrokken. “Wij zijn allemaal muzikanten die uit de Nijmeegse jam-scene komen. Daar heb ik de anderen ook leren kennen.” Eva komt met een tekst of melodie, gitarist Jurrie Spoelstra schaaft het bij en de dan ontstaat het nummer vanzelf. De onderwerpen kunnen van alles zijn. “Soms lijkt het wel therapie en kan ik op deze manier mijn gedachten kanaliseren.” Het nu verschenen album  is in de afgelopen zes jaar op deze manier stukje bij beetje ontstaan.

De titel van het album is “Against The Grain”, wat zoveel betekent als tegendraads zijn, tegen de stroom ingaan. Eva heeft deze titel gekozen omdat het beschrijft wat zij de afgelopen jaren heeft moeten doormaken, waar zij tegen heeft moeten vechten, om dit voor elkaar te krijgen. “Ik ben niet iemand die steeds overal tegen is of alleen maar eigenwijs wil zijn, maar ik weet wat ik wil De afgelopen jaren waren niet altijd makkelijk. Ik heb soms behoorlijk moeten vechten”. Omdat toch de huur betaald moest worden en er ook voor brood op de plank moest worden gezorgd heeft Eva jarenlang in de horeca gewerkt. “Dat werd vaak laat en ik leefde ook in een soort constante jetlag.” Zij werkt nog steeds in de horeca, maar nu in een lunchroom, en dus op schappelijke tijden.

Als ik haar vraag waar zij, nu het album klaar is, het meest trots op is antwoordt Eva: “Dat ik met deze club mensen op mijn leeftijd – ik ben nu 26 – een eigen volwassen sound heb weten te creëren. De samenwerking met de andere musici was uitstekend, de basistracks van het album zijn zoveel mogelijk live opgenomen, wat de spontaniteit ten goede komt.” Het album is nu klaar en uitgebracht. Nu is het een drukke tijd om zichzelf en het album te promoten en te verkopen, waar Eva druk mee bezig is. Maar er zijn ook al plannen voor de toekomst. “Mijn ambitie is het om te kunnen leven van mijn muziek.” Veel spelen met de band, zorgen dat zij zoveel mogelijk beluisterd wordt, aan nieuw materiaal werken en dan een volgende cd.

Als afsluiter laat ik Eva uit een aantal vragen kiezen, die zijn niet kan zien en die niets met muziek te maken. Het staat haar vrij hier op te antwoorden of niet. Zij trekt de vraag: Als je een toespraak of een lezing mocht houden voor een groot publiek, wat zou het thema zijn? “Pff, daar moet ik eens even over nadenken. Ik ben geen wereldverbeteraar, dus zo’n toespraak hoef je niet van me te verwachten. Ik zou mensen willen inspireren, ze prikkelen. Net als het thema van “Against The Grain”. Dus doorzetten, blijf dicht bij wat je wilt en wie je bent. En ga er voor”. Dit antwoord geeft in het kort weer wat voor type mens Eva is. Iemand met eigen ideeën en een eigen wil, die hard werkt om haar doelen te bereiken. 

Meer over Eva staat te lezen op haar website www.evaalmagor.nl


Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl