barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Buddy Guy
“Toen ik voor het eerst het geluid van de elektrische gitaar hoorde, dacht ik, dat iemand mij in de maling nam”, zegt Buddy Guy. “Wij leefden zo ver op het platteland dat ik amper wist wat een akoestische gitaar was, totdat mijn moeder van die postordercatalogussen ontving.” Inmiddels kun je wel stellen dat hij de King van de Chicagoblues, zoals eerder zijn idool en mentor Muddy Waters dat was. Toch is het nog niet eens zo lang gelden dat Buddy Guy niet eens een fatsoenlijk platencontract kon krijgen. Maar sinds zijn drie albums voor Silvertone aan het begin van de negentiger jaren allemaal een Grammy hebben gehaald en Eric Clapton hem zijn favoriete gitarist noemt behoort hij tot de absolute top.
George Guy werd op 30 juli 1936 geboren in Lettsworth, Louisiana, waar zijn ouders sharecroppers waren. In zijn jeugd knutselde hij zelf van draad, hout en blikken zijn instrumenten in elkaar, maar nadat hij Lightnin' Slim op een elektrische gitaar had zien spelen liet hij zijn ambitie om honkballer te worden varen en weidde hij zich alleen nog maar aan de muziek. Hij kocht een oude akoestische gitaar en toen hij zichzelf goed genoeg vond verhuisde hij naar Baton Rouge om professioneel muzikant te worden. Eerst in de band van “Big Poppa” John Tilley en later bij harmonicaspeler Raful Neal. Roem vergaren en geld verdienen kon eigenlijk alleen maar in Chicago en vol goede moed verhuisde Guy in 1957 naar de Windy City. In het begin viel het zwaar tegen en totaal verhongerd en zonder werk trof Muddy Waters hem op een avond aan en nam de jonge gitarist onder zijn hoede. Door zijn nieuwe mentor werd Guy al snel in Chicago's blueswereld geïntroduceerd en kon hij samenspelen met Freddie King, Otis Rush en Magic Sam. Door bemiddeling van de laatste kon hij al in 1958 voor Cobra zijn eerste singles uitbrengen.
Toen Cobra failliet ging was hij zo slim om Otis Rush te volgen naar Chess, waar hij in 1960 “First Time I Met The Blues” en “Broken Hearted Blues” opnam. Hier zijn al duidelijk het felle gitaarwerk en de hoge falsetstem te horen die zijn handelsmerk zouden worden. Bij Chess bracht hij tot 1967 een volledig catalogus met songs uit, waaronder "Let Me Love You Baby", "Ten Years Ago", "Stone Crazy", "My Time After Awhile", "Leave My Girl Alone" en "No Lie". Daarnaast werkte hij bij hen als sessiegitarist en is hij op diverse opnamen te horen van Muddy Waters, Howlin' Wolf, Little Walter, Sonny Boy Williamson en bij Koko Taylor op haar megahit “Wang Dang Doodle”. 
Ook voor andere platenmaatschappijen deed hij sessiewerk, veelal onder een schuilnaam om zijn baantje bij Chess niet in gevaar te brengen. Zo was Guitar Buddy op “Fleetwood Mac In Chicago” en Friendly Chap op Junior Wells' eerste lp “Hoodoo Man Blues”.
In 1967 verruilde hij Chess voor Vanguard en al snel kwam zijn eerst lp uit voor dit label: “A Man And The Blues”, gevolgd door “This Is Buddy Guy” en “Hold That Plane!”. Met harmonicaspeler Junior Wells had Guy al vaker samengespeeld, maar hun eerste echte samenwerking kwam in 1969 op de lp “Buddy And The Juniors” (met pianist Junior Mance als de tweede junior) en in 1970 op “Buddy Guy & Junior Wells Play The Blues”. Het duo werd gevraagd het voorprogramma te verzorgen voor de wereldtoernee van de Rolling Stones in 1970.
De samenwerking tussen Guy en Wells duurde tot in de tachtiger jaren, maar ook later speelden de heren regelmatig met elkaar.
              
Buddy Guy's reputatie onder gitaristen als Eric Clapton, Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan was enorm, maar toch was hij in de tachtiger jaren niet in staat een platendeal te krijgen. Dat veranderde toen hij met hulp van Stevie Ray Vaughan bij Silvertone onder contract kwam en “Damn Right, I've Got The Blues” uitbracht, waarmee Buddy Guy een Grammy Award in de wacht sleepte.
Vanaf dat moment kreeg zijn carrière een kick, begon hij stadions te vullen, kreeg tv-optredens en reisde hij weer de hele wereld over. De opvolger “Feels Like Rain” was, ondanks een paar juweeltjes, artistiek gezien een tegenvaller, maar met het in 1994 uitgebracht “Slippin' In” had Guy de juiste weg weer gevonden.
Kort voor diens dood nam hij met zijn oude partner Junior Wells in zijn eigen bluesclub Legends de live-cd “Last Time Around: Live At Legends” op.
In 2001 vertrok Buddy Guy naar Mississippi om voor Fat Possum het akoestische “Sweet Tea” op te nemen. Een volledig uit de toon vallend countryblues album, maar ongetwijfeld een van de beste die hij ooit heeft gemaakt. En kennelijk had hij er nog niet genoeg van, want twee jaar later volgde het prachtige akoestische “Blues Singer”, waarvoor Guy ook een Grammy won.
Maar op het in 2005 uitgebracht “Bring 'Em In” was Guy weer te horen, zoals we hem allemaal kennen: fel, luid en elektrisch. En hetzelfde geldt voor de opvolgers “Skin Deep” (2008) en “Snakebite” (2009).
 
Naast het om de paar jaar uitbrengen van een nieuwe cd treedt de inmiddels 69-jarige Buddy Guy nog steeds over de hele wereld op. Daarnaast heeft hij ook zijn eigen bluesclub Legends in Chicago. Je kunt inmiddels stellen dat hij de ongekroonde koning van de Windy City is.
 
 





Reacties

dezwanenburger op 03-08-2010 21:23
toen ik in chicago was, ben ik zn bluesclub op gaan zoeken, en verdomd, ik heb hem gevonden. heb helaas geen sessies meegemaakt daar, maar wat me het meest opviel was een poster van pinkpop met stevie ray vaughn erop.
 
ben er trouwens wel gratis dronken geworden
Frenk op 04-08-2010 07:01
Die is geweldig, ik heb hem al een paar keer zien optreden. Fantastisch!
 
Greetz
Frenk
Frenk op 06-08-2010 11:45
Top
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl