barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Chris Bell - The Devil, My Guitar & Me
De in Washington D.C. geboren Chris Bell draait alweer enige jaren mee in de blueswereld en hij heeft inmiddels al een drietal cd's op zijn naam staan. Aan de University of Massachusetts heeft hij kunst en muziek gestudeerd en hij nam ook deel aan workshops van jazzgrootheid Archie Shepp. In 1990 verhuisde Chris naar Los Angeles om zijn carrière serieus op te pakken. Als je de hoes van zijn nieuwe cd “The Devil, My Guitar & Me” pakt zie je iemand die qua 'looks' zo uit de school van Stevie Ray Vaughan en Eric Sardinas weggelopen kan zijn. Laten we de cd maar eens opzetten en horen of dat muzikaal ook het geval is.
 
Het eerste nummer, “Sweet Josephine” begint wat dat betreft veelbelovend: een downhome boogie, rauwe stem, scheurende gitaar. Mooi, dat heeft meteen de toon gezet. De titelsong “The Devil, My Guitar & Me” is een vlotte blues, waarin Bell – zoals de titel al doet vermoeden – een verhaal vertelt a la “Crossroads”. Dit wordt gevolgd door de oude Allman-song “It's Not My Cross To Bear”, prachtig gespeeld en haast net zo dreigend gezongen als Gregg Allman in het origineel. Over “My Jimi Hendrix Stuff” hoef ik niet te vertellen hoe het klinkt. Over een vaste, bekende Hendrix-lick zingt en speelt hij delen uit of verwijst hij naar diverse Hendrix-songs. Een mooie ode aan het grote voorbeeld voor iedere gitarist.
In “Long Train Ride” begeleid hij zichzelf op akoestische gitaar en wordt het een en ander verlucht met mondharmonica en electrische slidegitaar. “Something To Blame” is onvervalste bluesrock met een strakke begeleiding en venijnig gitaarwerk. “I Don't Like To Brag” is een heerlijke slowblues, een humoristische tekst en opwindende gitaarwerk. Met de boogie “Working Man” gaat het tempo weer een tandje hoger. In “Why My Baby So Cold” vraagt Bell zich af, waarom zijn liefje zo afwijzend blijft doen, ondanks al zijn geschenken. En dat verpakt hij dan weer een lekkere shuffle. En in de slowblues “More Things Change” heeft hij het zo te horen helemaal gehad met haar. Nog meer teleurstellingen waar zelfs zijn gitaar van moet huilen.
“Testify” is een vrolijke jumpblues, waarop het moeilijk is stil te blijven zitten. Dan is “The Water” weer van een heel ander kaliber. Akoestische gitaren en pianogetingel maken er een vrolijk deuntje van. En behoorlijk in tegenstelling tot de tekst, dat gaat over de stad New Orleans, dat nu onder water ligt. Eens vreemde eend in de bijt op deze cd, maar ik het maar als een rustpuntje tussen al het eerder te beluisteren geweld. “John Lee Hooker” is, zoals te verwachten is, een onvervalste talking boogie, zoals we die ook kennen van de al eerder genoemde Sardinas of onze eigen Julian Sas. In de afsluiter “Don't Wake Me Up” laat Chris Bell horen dat hij ook de soulzang machtig is. Een opwindend nummer met blazers, tempowisselingen en de soulvolle zang maken dit een waardige afsluiter van deze cd.
 
Bo Diddley heeft al eens gezongen “Don't Judge A Book By Its Cover”, maar in dit geval dekt de cover van de cd toch ook helemaal de lading. Het is ruig en down-to-earth wat Chris Bell laat horen en hij toont duidelijk dat hij is beïnvloed door bluesmannen als Albert King, Albert Collins en Jimi Hendrix. Op zich is het allemaal niet bijster origineel; we hebben het allemaal wel vaker gehoord. Maar ik vind dat niet erg. Chris Bell is een goede en opwindende gitarist en hij heeft hier een album van hoge kwaliteit afgeleverd.
 

Reacties

Henk op 07-12-2010 06:53
Lekkere, smeuïge blues. Fijne dag!
 
Henk
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl