barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
John Lee Hooker (1917 - 2001)
John Lee Hooker was geliefd en bekend als de koning van de boogie, maar in zijn meer dan vijftig jaar durende carrière heeft hij ook andere stijlen gespeeld. Maar vooral zijn boogie is wereldberoemd geworden en hij heeft generaties musici geïnspireerd en beïnvloed met het van hem zo markante hypnotiserende geluid. Zijn pure Mississippi-stijl bleef hij trouw; ook in de periode waarin tijdgenoten experimenteerden met andere muzikale invloeden.
John Lee Hooker werd op 22 augustus 1917 geboren in de buurt van Clarksdale, MS. Hij kreeg zijn instrument van de plaatselijke zanger Tony Hollins, maar kreeg het muziekvirus pas echt te pakken door zijn stiefvader, Will Moore, toen hij een tiener was. Voor die tijd zong hij al spirituals in de kerk, maar eenmaal besmet met de blues gaf hij daar toch de voorkeur aan. En het bezoek van muzikanten als Blind Lemon Jefferson, Charley Patton en Blind Blake deed de rest.
Moore kwam uit Louisiana en zijn speelstijl week nogal af van die van zijn collega's in Mississippi. Het specifieke ritme werd door stiefzoon John Lee opgepikt en 'boogie' genoemd. In zijn tienerjaren probeerde Hooker zijn geluk in Memphis, maar daar krijg hij geen voet aan de grond. Hij verhuisde voor zeven jaar naar Cincinnati voordat hij zich in 1943 in Detroit vestigde. Hij realiseerde niet ooit van de muziek te kunnen leven en had daardoor verschillende normale banen. Naast deze banen speelde hij in de plaatselijke clubs en vooral het drukke clubleven op Hastings Street vergrootte zijn kansen zich overal te laten horen.
 
Met behulp van ondernemer Bernie Besman nam hij in 1948 zijn eerste songs op, de single “Sally Mae”/”Boogie Chillen”. Dit was de meest primitieve blues, die je je maar kunt voorstellen. Hookers donkere stem, die alleen werd begeleid door zijn elektrisch versterkte gitaar en constant stampende voet. Deze poging werd onmiddellijk verzilverd toen het in Los Angeles gevestigde Modern Records deze single overnam en “Boogie Chillen” naar de top van de R&B-lijsten sprong. Het daaropvolgende jaar volgden “Hobo Blues”, “Hoogie Boogie” en “Crawling King Snake Blues”, in 1951 gevolgd door de topper “I'm In The Mood”, waarbij Hookers stem drie maal werd overgedubd.
Een goedlopend contract en een aantal hits weerhield Hooker er toch niet van ook voor andere labels opnamen te maken. Dit 'labelhopping' maakt het moeilijk om een complete discografie samen te stellen en het feit dat hij dit onder verschillende schuilnamen deed maakt het er ook niet makkelijker op. Naast opnamen voor Modern deed hij hetzelfde als Texas Slim voor King, als Delta John voor Regent, als Birmingham Sam & His Magic Guitar voor Savoy en was hij Little Pork Chops voor Danceland, Johnny Williams voor Staff en John Lee Booker bij Gotham, Regal, Swing Time, Federal en Gone, The Boogie Man bij Chess en Acorn en Johnny Lee bij Chance en DeLuxe. In 1955 sloot hij zich onder zijn eigen naam aan bij Vee-Jay.
Eenmaal bij Vee-Jay werd de rauwe sound vertolkt door een band, die hij de Boogie Ramblers noemde. Naast solo- en duowerk had Hooker al eerder met bands opnamen gemaakt, maar nooit met een band die zo goed klonk als nu. Gitarist Eddie Taylor en harmonicaman Jimmy Reed begeleidden hem op zijn eerste opnamen voor het label, t.w. “Time Is Marching” en “Mambo Chillun”. Taylor deed ook nog mee op een sessie in 1956, die o.m. de klassiekers “Baby Lee” en “Dimples” opleverde.
               
Met Vee-Jay kon Hooker zich op verschillende manieren presenteren. “No Shoes” werd een behoorlijke hit in 1960 en de jagende ritmes van “Boom Boom” deden hem zelfs in de poplijsten belanden. Daarnaast bracht hij ook akoestische nummers uit, die meer gericht waren op het groeiende publiek in de folkblues-scene. Ook zijn optredens op het Newport Jazz Festival en Newport Blues Festival brachten hem nog meer onder de aandacht van het publiek.
Engelse bluesbands als de Animals en de Yardbirds waren grote fans van Hooker. De versie van de Animals van “Boom Boom” verkocht in Amerika zelfs beter dan het origineel. John Lee Hooker bezocht Europa in 1962 in het kader van het American Folk Blues Festival en tijdens zijn bezoek nam hij “Let's Make It” en “Shake It Baby” op. 
 
Thuis in Amerika bleef Hooker juweeltjes maken, waarvan “Big Legs, Tight Skirt” één van zijn beste was. Halverwege de zestiger jaren verviel hij weer in zijn oude gewoonte van 'label-hopping'. Alleen al in 1965 en 1966 maakte hij opnamen voor Verve-Folkways, Impulse, Chess en Blues Way. Eén van de beste lp's uit die tijd was het met de band van Muddy Waters opgenomen “Live At Café Au Go-Go”. Zijn naamsbekendheid onder de blanke rockbands groeide nu alleen nog maar. Vooral nadat hij in 1970 samen met Canned Heat “Hooker 'n' Heat” had opgenomen.
Toch verviel hij door zijn eindeloze boogie in een stilstand. Het meeste werk werd gedaan door de bands die hem begeleidden, maar Hooker werd hierdoor gemakzuchtig. Een kort optreden in de immens populaire film Blues Brothers haalde hem weer even voor het voetlicht, maar dit had voor hem weinig impact.
Pas aan het eind van de tachtiger jaren, toen de blues weer een kleine opleving geniette, kreeg ook John Lee Hooker de kans van zich te laten horen. Met hulp van slidegitarist Roy Rogers en gastmuzikanten als Carlos Santana, Bonnie Raitt en Robert Cray werd de megaseller “The Healer” opgenomen, die hem weer terugbracht in de belangstelling van het grote publiek. Ook het volgende album, “Mr. Lucky”, werd volgende hetzelfde procedé opgenomen. Nu waren het o.m. Albert Collins, John Hammond, Van Morrison en Keith Richards die hem begeleidden.
 
Door dit succes kon Hooker in de negentiger jaren van een goede oude dag genieten. Hij bracht de meeste tijd door in een van huizen in Californië en, als het aanbod goed was, wilde hij nog wel eens wat doen. Zo'n aanbod kwam bv. van Pepsi Cola voor een reclamespot. Daarnaast bleef hij cd's opnemen, zoals de succesvolle “Chill Out” (1995) en “Don't Look Back” (1997).
Door dit alles kon hij zijn status als levende legende ophouden en van deze status zou hij tot aan zijn dood op 21 juni 2001 blijven genieten.
 

Reacties

Johnny op 16-12-2010 19:09
Yessss, the boogie man. Bedankt voor deze mooie en uitgebreide biografie.
 
ps: sinds kort ben ik hier actief: http://oudeblues.punt.nl/
Frenk op 17-12-2010 10:54
Geweldig, de boogie man. Een echt icoon!!
 
Greetz
Frenk
hemelsewolf op 17-12-2010 13:57
Kerstmis

Het feest van wachten
Op het Licht in de duisternis
Het feest van verwachten
Wat er nog steeds niet is

Verlangen naar de vrede
Hopen op een veilig jaar
Kerstmis brengt gevoelens
Van respect voor elkaar

Verlangen naar de tijd
Dat woorden bemoedigen
Met warmte uitgesproken
En zo het leven verrijken

Verlangen dat wordt geboren
In het hart van ieder mens
Het is kwetsbaar krachtig
Net als het Kerstfeest zelf.
 
wens je eenfijne weekend en een heele fijne kerstdagen toe
gr bill
KoR op 19-12-2010 11:58
Hier raak je bij mij toch wel een een gevoelige snaar met de clip van John Lee en Bonnie samen.
Hooker was één van de eerste bluesmakkers die ik leerde kennen, heerlijk die eenvoudige stompende blues. Later kwam ik Riatt tegen, wat een geweldige slide gitariste en ook zo stevig in de blues. In deze clip komt het allemaal samen, helemaal TOP!
 
Mijn zondag kan niet meer stuk.
 
Ik wens je een heel gezellige en muzikale week.
KoR
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl