barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Big Walter Horton
Big Walter Horton, ook bekend als 'Shakey' Horton, kan worden beschouwd als een van de meest invloedrijke harmonicaspelers aller tijden en een pionier op het gebied van de elektrisch versterkte harmonica. Hij is minder bekend als zijn collega's Little Walter en de tweede Sonny Boy Williamson. Maar dat lag aan het feit dat hij een stille en verlegen persoon was, die weinig zin had in het leiden van een eigen band. Maar hij had een zeer eigen stijl, waarbij hij zijn versterkte harmonica liet klinken als een hoorn, zoals te horen is op opnamen die hij maakte met Muddy Waters, Jimmy Rogers, Otis Rush, Johnny Shines en Tampa Red om er maar een paar te noemen.
Big Walter Horton, ook bekend als 'Shakey' Horton, kan worden beschouwd als een van de meest invloedrijke harmonicaspelers aller tijden en een pionier op het gebied van de elektrisch versterkte harmonica. Hij is minder bekend als zijn collega's Little Walter en de tweede Sonny Boy Williamson. Maar dat lag aan het feit dat hij een stille en verlegen persoon was, die weinig zin had in het leiden van een eigen band. Maar hij had een zeer eigen stijl, waarbij hij zijn versterkte harmonica liet klinken als een hoorn, zoals te horen is op opnamen die hij maakte met Muddy Waters, Jimmy Rogers, Otis Rush, Johnny Shines en Tampa Red om er maar een paar te noemen.
 
Walter werd geboren op 16 april 1918 in Horn Lake, MS niet ver van Memphis. Kort nadat hij met zijn moeder naar Memphis was verhuisd, kreeg hij toen hij vijf jaar oud was van zijn vader een mondharmonica, waarop hij zichzelf leerde spelen. Niet lang daarna verhuisde hij met zijn moeder naar Memphis, waar hij voor geld speelde in het bekende Handy Park, vlakbij het niet minder bekende Beale Street. Nog voor hij tien jaar oud was speelde hij in de twintiger jaren met de Memphis Jug Band, waarmee hij toen al waarschijnlijk – onder de naam Shakey Walter – ook een aantal opnamen heeft gemaakt. Rond deze tijd leerde hij zijn harmonicaspel verder ontwikkelen door Will Shade, van de Memphis Jug Band, en Hammie Nixon. Enkele blueshistorici beweren ook dat hij te horen is op “Kansas City Blues” van de Memphis Jug Band. Tijdens de depressie speelde Horton overal waar hij maar kon, op danspartijen, feestjes, in jukejoints en op straathoeken en hij werkte met o.m. Robert Johnson, Johnny Shines, Homesick James en David 'Honeyboy' Edwards. Daarnaast speelde hij ook in de begeleidingsbands van Ma Rainey, Floyd Jones en Big Joe Williams.
Hij verbleef in 1938 al enige tijd in Chicago. In 1939 begeleidde Horton de gitarist Charlie 'Little Buddy' Doyle op enkele opnamesessies voor Columbia Records. Rond deze tijd begon hij naar eigen zeggen al te experimenteren met het elektrisch versterken van zijn harmonica. Hij zou dan de eerste zijn geweest.
Vanwege zijn slechte gezondheid was hij in 1940 gestopt met de muziek. In die tijd had hij allerlei baantjes om het hoofd boven water te houden, zoals taxichauffeur, kok in het Peabody Hotel en grafdelver. Pas in 1948 pakte hij de muzikale draad weer op en speelde hij regelmatig met de jonge B.B. King en was hij vaak te horen op het radiostation WDIA. Een jaar later voegde hij zich bij Eddie Taylor en in 1951 maakte hij voor Sam Phillips onder het pseudoniem Mumbles enkele opnamen, die door Modern/RPM werden uitgebracht. Het volgende jaar werden wat opnamen gemaakt met zijn oude vriend Johnny Shines en werd hij door Eddie Taylor uitgenodigd zich permanent in Chicago te vestigen en in de band van Jimmy Reed te komen spelen.
              
Begin 1953, kort nadat hij in Chicago was aangekomen, nodigde Muddy Waters hem uit mee te werken aan opnamen en mee te gaan op tournee, omdat diens vaste mondharmonicaman Junior Wells opgeroepen was voor militaire dienstplicht. Hij werkte mee aan de opnamen van “Flood”, “My Life Is Ruined”, “She's Alright” en “Sad Sad Day”. Maar aan het eind van het jaar werd hij alweer ontslagen, hetzij door zijn excessieve drinkgewoontes of vanwege het feit dat hij er verschillende 'bijbaantjes' op nahield. Daarover doen verschillende verhalen de ronde.
 
Inmiddels had Horton een naam opgebouwd als sessiemuzikant bij Chess Records. In 1953 was hij nog even teruggekeerd naar Memphis om samen met gitarist Jimmy DeBerry wat opnamen te maken voor het Sun-label. Hun single “Easy” werd één van de meest toonaangevende mondharmonicaplaten aller tijden en is hét herkenningsnummer van Walter Horton geworden. Teruggekeerd in Chicago werkte hij verder voor Chess en begeleidde weer Muddy Waters, maar nam onder leiding van Willie Dixon ook zijn eigen singles op. Naast Chess werkte hij ook voor labels als Cobra, States en Jewel en is hij te horen op bluesklassiekers als “Walking By Myself” van Jimmy Rogers, “I Can't Quit You baby” van Otis Rush en “Evening Sun” van Johnny Shines.
In 1964 verscheen Hortons eerste lp, “The Soul Of Blues Harmonica”, voor de Chess-dochter Argo. De plaats was geproduceerd door Willie Dixon en Horton werd o.m. begeleid door Buddy Guy. Helaas kwam hier nog niet helemaal tot uiting tot wat Horton in staat was. Twee jaar later droeg hij een aantal nummers bij aan de verzamelaar “Chicago/The Blues/Today! Vol. 3”, waarmee hij pas echt, en vooral bij het blanke publiek, zijn naam wist te vestigen. Op deze nummers deed zijn beschermeling Charlie Musselwhite mee.
Naast eigen opnamen werkte hij in zestiger jaren nog vaak mee in de band van Jimmy Rogers en trad hij zowel op het podium als in de studio op met Johnny Shines, J.B. Hutto, Johnny Young, Big Mama Thornton, Koko Taylor, Robert Nighthawk, Sunnyland Slim en is hij ook te horen op het legendarische in Chicago opgenomen album van Fleetwood Mac. Aan het eind van de zestiger jaren had hij wat meer harmonicaspeler onder zijn hoede genomen, waaronder Peter “Madcat” Ruth en Carey Bell. Met de laatste nam hij in 1973 voor Alligator de prachtige lp “Big Walter Horton with Carey Bell” op. Ook maakte hij regelmatig deel uit van Willie Dixon's Blues All Stars, waarmee hij door Amerika en Europa toerde.
 
Na zijn lp met Carey Bell werd hij een vaste gast in het festivalcircuit en was hij vaak te vinden op Maxwell Street in Chicago, waar hij met andere bluesartiesten speelde. In 1977 voegde hij zich bij Muddy Waters toen deze met Johnny Winter het album “I'm Ready” opnam. Horton is op zes nummers te horen. Deze lp bracht hem ook weer samen met zijn oude vriend Jimmy Rogers.
In deze periode maakte hij diverse opnamen voor Blind Pig, die later verschenen op de lp's “Fine Cuts” en “Can't Keep Lovin' You”. Ook maakte hij met Ronnie Earl nog de lp “Little Boy Blue”, die in 1980 verscheen. Hij is nog kort te zien in de film “Blues Brothers”, waar hij John Lee Hooker begeleidde op Maxwell Street.
 
Big Walter Horton overleed op 8 december 1981 aan de gevolgen van een hartaanval. Een jaar later werd hij opgenomen in de Blues Hall of Fame.
Ondanks zijn reputatie onder collega's werd Horton eigenlijk nooit de platenster die hij verdiende te zijn. Reden hiervoor is dat hij niet in staat was om zelf een band te leiden en door zijn verlegenheid was hij gelukkiger als begeleider. Dit, samen met een alcoholprobleem, zorgden ervoor dat hij een chronisch geldgebrek had en bij iedereen meespeelde als hij werd gevraagd.
 

Reacties

Frenk op 17-01-2011 16:29
Een gouwe ouwe; iemand aan wie veel te weinig aandacht wordt besteed. Bedankt voor het mooie verhaal
 
 
Greetz
Frenk
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl