barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Robert Johnson (1911 - 1938)
Deze maand precies honderd geleden werd in de Amerikaanse staat Mississippi een jongetje geboren. Een arm, zwart jongetje, dat op zou groeien, de blues leerde zingen en spelen, veel te jong zou komen te overlijden en in de decennia na zijn dood bekend zou worden als de Koning van de Deltablueszangers. Zijn muziek zou wereldwijd verspreid worden en zijn invloed zou via Muddy Waters, Robert Jr Lockwood via de Rolling Stones, Eric Clapton, de Allman Brothers Band ook nu nog – honderd jaar na zijn geboorte – overal voelbaar zijn.
Dit jongetje heet Robert Johnson, een rondreizende blueszanger en -gitarist, die leefde van 1911 tot 1938. Hij nam in 1936 en 1937 in totaal 29 nummers op voor de American Record Corporation, die via hun Vocalion-label twaalf 78-toerenplaten uitbracht, waarvan een postuum. De meeste van deze nummers hebben een klassieke status verworven, zoals “Cross Road Blues”, “Love In Vain”, “Hellhound On My Trail”, “I Believe I'll Dust My Broom”, “Walking Blues” en “Sweet Home Chicago.”
Net als veel van zijn collega's uit die tijd leerde Johnson zijn vak door te spelen op straathoeken en in kroegen, altijd rondtrekkend en altijd eenzaam. En Johnson deed dat met zo'n ongeëvenaarde intensiteit, zijn expressieve vocalen combinerend met gitaarvirtuositeit, dat zijn muziek lang na de hoogtijd van de countryblues nog steeds springlevend is.
De kracht van zijn muziek is over de jaren versterkt door het simpele feit dat er zo weinig bekend is over hem en het weinige dat nu bekend is heeft zich over een periode van vele jaren geopenbaard. Mythen vormden zich rond zijn persoon: hij was een boerenjongen die vele vrouwen heeft gehad, hij verkreeg zijn virtuositeit op de gitaar nadat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht enz. Zelf de tragedie van zijn dood nam mythische proporties aan: hij is vergiftigd door een jaloerse echtgenoot van een aanbidster en zou drie dagen hebben gecrepeerd voordat hij stierf.
 
Robert Leroy Johnson is geboren op 8 mei 1911 in Hazlehurst, Mississippi als kind van Julia Major Dodds en Noah Johnson. Julia was getrouwd met Charles Dodds, een redelijk welvarende boer en meubelmaker, en zij was moeder van tien kinderen. Dodds werd vanwege een dispuut met blanke landeigenaren door een lynchmob gedwongen te verhuizen. Julia vertrok met Robert, die toen nog een baby was, maar na een paar jaar stuurde hem naar Dodds, die zichzelf inmiddels Charles Spencer was gaan noemen. Rond 1919 trekt de kleine Robert weer bij zijn moeder in, die met haar nieuwe man Dusty Willis rond Tunica en Robinsonville woont. Robert wordt dan Little Robert Dusty genoemd, hoewel hij bij de Indian Creek School in Tunica staat ingeschreven als Robert Spencer. Ook bij de volkstelling van 1920 staat hij als Robert Spencer vermeld. Hij ging daar naar school in 1924 en 1927 en een oude schoolvriend, Willie Coffee, vertelde dat hij toen mondharmonica speelde. Hij herinnert zich ook dat Robert lange tijd afwezig was en men neemt aan dat hij in Memphis naar school ging.
Na zijn schooltijd neemt Robert de naam aan van zijn biologische vader en als hij in februari 1929 op zeventienjarige leeftijd trouwt tekent hij het trouwcertificaat als Robert Johnson. Zijn zestienjarige bruid, Virginia Travis, overlijdt kort na de geboorte van hun kind.
Rond die tijd verhuist de bekende bluesmuzikant Son House naar Robinsonville; zijn muzikale partner Willie Brown woont daar al. Vele jaren later herinnert House zich aan Robert Johnson als een kleine jongen, die vrij goed mondharmonica speelde, maar een abominabel slecht gitarist was. Kort daarop vertrekt Johnson naar Martinsville, in de buurt van zijn geboorteplaats Hazlehurst. Men vermoedt dat hij op zoek ging naar zijn biologische vader. In deze periode perfectioneert hij de gitaarstijl, die hij van Son House had opgepikt en leert hij andere stijlen van de broers Ike en Herman Zinnerman. Rond Ike doet zich het gerucht de ronde dat hij op bovennatuurlijke wijze gitaar had leren spelen door middernacht begraafplaatsen te bezoeken. Wanneer Johnson terugkeert naar Robinsonville blijkt hij over een fabelachtige gitaartechniek te beschikken. Volgens de legende is hem verteld dat hij op middernacht naar een kruising moet gaan in de buurt van de Dockery Plantation. Daar zou een grote zwarte man naar hem toe gekomen zijn (de duivel), die Roberts gitaar pakt, stemt en een paar nummers speelt. Na Robert de gitaar teruggeven hebben gaf hij hem daarmee ook de beheersing van het instrument.
Toen hij in Martinsville woonde verwekte Johnson een kind bij Vergie Mae Smith. In mei 1931 trouwt hij met Caletta Craft en een jaar later verhuist het stel naar Clarksdale. Hier wordt Caletta ziek en Johnson verlaat haar om op pad te gaan als rondtrekkende muzikant.
                    
Van 1932 tot aan zijn dood in 1938 reist zoveel rond dat het haast onmogelijk is deze periode te beschrijven. Hij trekt van Memphis naar Helena, Arkansas en de kleinere plaatsen in de Mississippi Delta en omgeving. Maar hij komt ook nog verder. Collega bluesmuzikant Johnny Shines vergezelt hem o.m. op reizen naar Chicago, Texas, Kentucky, Indiana, New York en zelf Canada. David 'Honeyboy' Edwards speelt met hem in St. Louis. In veel plaatsen logeert hij bij leden van zijn uitgebreide familie of bij vriendinnetjes.
Trouwen doet hij niet meer, maar hij heeft nog wel langere relaties met vrouwen waar hij van tijd tot tijd terugkeert. Een van hen is Estella Coleman, de moeder van bluesmuzikant Robert Jr. Lockwood.
Wanneer Johnson in een stad arriveert speelt hij voor fooien op straathoeken of voor kapperszaken of restaurants. Ooggetuigen zeggen dat hij vaak niet zijn eigen composities speelde, maar bekende popdeuntjes. Hij gaf het publiek gewoon waar zij om vroegen.
 
In 1936 gaat Johnson op bezoek bij H.C. Speir, een winkeleigenaar en talentscout voor platenmaatschappijen. Speir brengt Johnson in contact met Ernie Oertle, die hem aanbiedt opnamen te maken. Deze sessie neemt op 23 november 1936 plaats in kamer 414 van het Gunter Hotel in San Antonio, Texas. Brunswick Records had hier een tijdelijke studio opgebouwd en volgens de verhalen zat Johnson met zijn gezicht naar de muur. Dit wordt verteld als bewijs dat hij een verlegen persoon was, maar anderen, onder wie Ry Cooder, vermoeden dat hij dat heeft gedaan om het geluid van de gitaar te versterken door gebruik te maken van het terugkaatsende geluid. Tijdens die drie dagen durende sessie neemt Robert Johnson zijn eerste zestien nummers op plus 'alternate takes' voor de meeste ervan. Onder deze nummers zijn o.m. “Come On In My Kitchen”, “Kind Hearted Woman Blues”, “I'll Believe I'll Dust My Broom”en "Cross Road Blues". De eerste platen die uitkomen zijn "Terraplane Blues"en "Last Fair Deal Gone Down", waar van “Terraplane Blues" ongeveer 5.000 exemplaren worden verkocht en deze een kleine hit wordt.
 In 1937 reist Johnson naar Dallas, Texas for een tweede opnamesessie. Van deze opnamen worden het volgende jaar elf platen uitgebracht. Omdat ook van deze sessie een aantal 'alternate takes' worden gemaakt en omdat deze bewaard zijn gebleven bestaat het totale oeuvre van Robert Johnson uit 41 opnamen. 
 
In de zomer van 1938 speelt Johnson enkele weken in de omgeving van Greenwood, Mississippi. Wat er precies op de avond van de 13e augustus is voorgevallen is niet helemaal zeker. Zoals ook met meer dingen in zijn leven is dat duister en bepaalde geruchten zijn een eigen leven gaan leiden. Robert Johnson schijnt te hebben staan flirten met een vrouw tijdens het feestje waar hij optrad. Of de vrouw een relatie had met de eigenaar van de bar is niet zeker, maar hij schijnt uit een fles whiskey te hebben gedronken, die was vergiftigd met strychnine. Een andere latere blueslegende was aanwezig en waarschuwde hem ervoor nooit uit een geopende fles te drinken, maar Johnson sloeg diens advies in de wind. Na het drinken uit de fles begon hij zich ziek te voelen en men heeft hem naar zijn bed geholpen.
De komende drie dagen ging het steeds slechter met hem en getuigen verklaarden later dat hij lag te stuiptrekken van de pijn. Een symptoom dat typisch is voor stychninevergiftiging. Op 16 augustus 1938 overlijdt Robert Johnson, 27 jaar oud, aan de gevolgen van deze vergiftiging.
Ook na zijn dood wordt Robert Johnson achtervolgt door mysteries. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk waar hij is begraven. Er zijn inmiddels drie plaatsen, die als zijn graf in aanmerking komen. Dat zijn bij de Mount Zion Missionary Baptist Church bij Morgan City, MS, de Payne Chapel bij Quito, MS en de Little Zion Church ten noorden van Greenwood. Ook wordt beweerd dat Johnson in verband met gebrek aan geld en vervoersmogelijkheden in een armengraf is begraven in de buurt waar hij is omgebracht.
Enkele maanden na zijn dood is platenproducent John Hammond op zoek naar Johnson om hem uit te nodigen voor het “From Spirituals To Swing”-concert in de New Yorkse Carnegie Hall. Big Bill Broonzy neemt de plaats van Johnson in.
 
Robert Johnson heeft een enorm stempel geplaatst op de muziek en de muzikanten die na hem kwamen. Zijn invloed is niet zo bijzonder groot op zijn tijdgenoten. Dat komt voornamelijk omdat hij voornamelijk rondtrek en nergens lang bleef. Ook werden zijn opnamen niet echte grote hits. De ommekeer kwam in 1961 toen een compilatie van zijn werk werd uitgebracht door Columbia Records onder de naam “King of the Delta Blues Singers”. Deze lp bereikte een veel groter publiek en de tijd was rijp om de waarde van zijn werk te erkennen. Nummers als “Sweet Home Chicago”, “Cross Road Blues” en “Love In Vain” werden door een jong en voornamelijk blank publiek opgepikt en uitgevoerd. Artiesten en bands als de Yardbirds, Animals, Rolling Stones, John Mayall e.v.a. Maakten Robert Johnson beroemd.
In 1990 verscheen een dubbel-cd met bijna het complete werk, t.w. 29 songs met 12 alternate takes. Deze dubbel-cd werd een topseller en won een Grammy Award als 'Best Historical Album'.
 
 
 
Aanvulling 8.6.2011
Op http://www.elijahwald.com/johnsonspeed.html  is de bewering te lezen dat de nummers van Robert Johnson eigenlijk te snel worden afgespeeld.
 
Aanvulling 18.6.2011
 

Reacties

Johnny op 20-05-2011 22:45
Een mooie samenvatting van zo'n beetje alles wat over Robert Johnson bekend is.
 
Enkele jaren geleden circuleerden er berichten op internet over een geheimzinnige derde foto die van hem zou bestaan. Ik heb er zelf echter nooit een bevestiging over gevonden. Ik heb zelfs twee keer van dit soort berichten gelezen.

Ook heb ik een website zitten lezen die beweerden dat er bewegende beelden van hem gemaakt zouden zijn. Je ziet daarop een zwarte gitarist die op straat (voor een bioscoop geloof ik) staat te spelen. Ook die mythe is niet waar. Een bekende delta blues legende heeft bevestigd dat het NIET Robert Johnson is op die beelden. Bovendien is op die beelden reclame voor een film te zien die pas NA Robert's dood uit kwam.

Mooi al die verhalen rondom deze fascinerende jongeman.
Johnny op 20-05-2011 22:48
Hier zijn die bewegende beelden: http://youtu.be/ZSV69BO2Uak
Frenk op 23-05-2011 09:30
Robert Johnson is een belangrijk man geweest voor de blues en verdere hedendaagse muziek. Hij mag op geen enkele bluessite ontbreken
 
Zie ik je zaterdag nog bij het Schiedam Bluesfestival?
 
Greetz
Frenk
 
barnowlblues op 23-05-2011 22:52
@ Johnny - Bedankt voor de aanvullingen. Het verhaal van het filmpje was me
bekend. Velen hebben toen een vermogen voor deze beelden geboden
@ Frenk - Ik zal er dit jaar niet bij zijn. Mijn vriendin is nl. jarig en we hebben
dan de hele dag door visite.
 
Groeten
Eric
barnowlblues op 08-06-2011 08:38
Aanvulling 8.6.2011
 
Op http://www.elijahwald.com/johnsonspeed.html is de bewering te lezen dat de nummers van Robert Johnson eigenlijk te snel worden afgespeeld.
barnowlblues op 18-06-2011 11:32
Aanvulling 18.6.2011
 
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl