barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Johnny Otis
Voor al meer dan vijftig jaar werkt Johnny Otis in diverse hoedanigheden als bandleider, platenproducent, talentscout, eigenaar van een platenlabel, impresario van een nachtclub, diskjockey, onderwerp van zijn eigen TV-show, schrijver, pionier van R&B en rock 'n roll-ster. Door zijn eigen muziek en door de ondersteuning van anderen heeft hij een behoorlijk groot stempel gezet op de muzikale traditie van de VS.
Ioannis Veliotis wordt op 28 december 1921 in Vallejo, Californië geboren als zoon van Alex J. en Irene Veliotis, Griekse immigranten die een groentewinkel hebben. Zijn broer Nicholas wordt ambassadeur in Jordanië en Egypte.
In zijn tienerjaren wijzigt hij zijn naam naar “Johnny Otis”, omdat dit 'zwarter' klinkt. Hij begint als drummer en speelt in diverse bands, waaronder die van Count Otis Matthews, voordat hij zich halverwege de veertiger jaren in Los Angeles vestigt. Hij wordt onderdeel van Harlan Leonard's Rockets, die de huisband zijn in Club Alabam.
 
Het duurt niet lang voordat hij door de eigenaar van Club Alabam wordt gevraagd een eigen orkest samen te stellen. Hiermee neemt hij in 1945 een debuutsingle op voor het Excelsior-label. Op deze single, een treurige versie van “Harlem Nocturne”, produceert hij het big bandgeluid, dat toen populair was. De single verkoopt vrij goed. Diezelfde dag zorgt hij met zijn orkest voor de begeleiding van bluesshouter Jimmy Rushing. De reputatie van Otis als drummer groeit gestaag en hetzelfde jaar begeleidt hij Wynonie Harris en Charles Brown.
Het orkest van Otis blijft ook in 1947 nog opnamen maken voor Excelsior, waarvan één dag met saxofonist Big Jay McNeely met wie hij “Barrelhouse Stomp” opneemt. Samen met zijn partner Bardu Ali opent Otis de Barrelhouse Club in Watts, gelegen in het zuidelijke deel van Los Angeles. Hij stopt met het werken met de big band, begint met kleine combo's en merkt dat dit door de beginnende interesse in R&B aanslaat. Otis geeft jonge muzikanten een kans en hij kan als ontdekker worden beschouwd van o.m. de Robins (die later naam maken als de Coasters), de zangers Mel Walker en Little Esther Phillips en gitarist Pete Lewis. Met deze muzikanten reist hij door Amerika onder de naam California Rhythm And Blues Caravan.
 
In 1949 tekent bij het in Newark, New Jersey gevestigde Savoy en de R&B-hits volgen elkaar op: "Double Crossing Blues", "Mistrustin' Blues" en "Cupid's Boogie" behalen dat jaar allemaal de eerste plaats in de hitparade. "Gee Baby", "Mambo Boogie" en "All Nite Long" volgen in 1951 en and "Sunset to Dawn" doet het jaar later nog eens hetzelfde. Zang wordt verzorgd door Little Esther, Mel Walker en andere leden van de band. Otis is inmiddels van drums overgestapt naar de vibrafoon.
Otis verhuist naar het Mercury-label, maar behalve een door Walker gezongen “Call Operator 210” gebeurt er niets bijzonders. Ook een contract met het Peacock-label van Don Robey van 1953 tot en met 1955 verandert daar niets aan. Hij maakt wel wat mooie nummers, maar geen van allen worden hits. De band van Otis verzorgt in die tijd wel de begeleiding op de mega-hit “Hound Dog” van Big Mama Thornton en zij begeleiden een nog zeer jonge Little Richard. Naast orkestleider is Otis een goede talentscout en hij ontdekt Jackie Wilson, Little Willie John en Etta James.
                     
In 1955 neemt Johnny Otis zelf het initiatief door zelf een platenlabel op te richten, Dig Records, en hierop zijn eigen werk als dat van zijn ontdekkingen als Arthur Lee Maye & the Crowns, Tony Allen en Mel Williams uit te brengen. Rock & roll beleeft in 1957 zijn hoogtepunt als hij zijn werk laat verspreiden door Capitol Records onder de naam The Johnny Otis Show. Met “Willie & the Hand Jive” scoort hij in 1958 een gigantische hit. Met deze hit ontstaat de dans, de “hand jive”, die zittend kan worden uitgevoerd en waarbij alleen armen en handen worden bewogen. Eind vijftiger jaren heeft Otis zijn eigen show op tv in Los Angeles en treedt hij op in de film “Juke Box Rhythm” in 1958.
Na tot 1959 enkele uitstekende opnamen te hebben gemaakt voor Capitol wisselt hij in 1961 en 1962 naar King Records. Hij blijft optreden en platen uitbrengen, begeleidt met zijn band andere artiesten (bv. Johnny 'Guitar' Watson) en hij wisselt eind zestiger naar Kent Records. Naast het uitbrengen van eigen muziek schrijft hij ook voor anderen. Zijn “Every Beat Of My Heart” wordt al in 1952 een hit met de Royals, maar zal in de zeventiger jaren een megahit worden als Gladys Knight & the Pips deze uitbrengen.
In 1969 brengt Johnny Otis een album met een nogal sexueel geladen inhoud uit onder de naam Snatch And The Poontags en in 1970 treedt hij met Little Esther Phillips en Eddie 'Cleanhead' Vinson op het Monterey Jazz Festival op. Otis begeleidt daarnaast zijn zoon Shuggie Otis, die een zeer gewaardeerd bluesgitarist wordt. Johnny en Shuggie nemen in 1982 het album “The New Johnny Otis Show” voor het Alligator-label op.
 
Naast muziek heeft Otis zich door diverse andere interesses lange periodes gekend dat hij geen muziek maakte. In de zestiger jaren was hij korte tijd journalist en stelde hij zich kandidaat voor een zetel in de Senaat van Californië. Later werd hij stafchef voor congreslid Mervyn M. Dymally van de Democraten. Hij was ook dominee in de Landmark Community Church. In de negentiger jaren koopt Otis een boerderij in de buurt van Sebastopol, Californië. Hij leidt een tijd een koffiebar/groentewinkel/bluesclub en richt een nieuwe kerk op waar hij voorganger wordt, de Landmark Community Gospel Church.
Vanwege zijn leeftijd en zijn gezondheidstoestand treedt Johnny Otis in de laatste jaren niet meer op; zijn laatste show dateert van 2006. In 1994 werd hij opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame voor zijn werk als componist en producent.
 
 
Update 21-1-2012
Op 17 januari jl. is de bluespionier Johnny Otis op 90-jarige leeftijd overleden.
 
Otis, zoon van Griekse immigranten, groeide in een overwegend zwarte omgeving in Californië op. Hij had niet alleen een eigen carrière in de muziek met zijn grootste hit "Willie And The Hand Jive"in 1958, maar was ook de ontdekker van grote sterren als Etta James en Little Richard. In 1955 zorgde hij met "The Wallflower" voor de eerste grote hit van James. Andere bekende nummers van zijn hand zijn "So Fine" en "All Nite Long".

Reacties

Frenk op 12-06-2011 10:18
Dat is inderdaad een ouwetje. Grote hit geweest. Toch ook van Bo Diddley en Eric Clapton?
 
Fijne zondag!
Greetz
 
Frenk
barnowlblues op 21-01-2012 09:15
Update 21-1-2012
Op 17 januari jl. is de bluespionier Johnny Otis op 90-jarige leeftijd overleden.
 
Otis, zoon van Griekse immigranten, groeide in een overwegend zwarte omgeving in Californië op. Hij had niet alleen een eigen carrière in de muziek met zijn grootste hit "Willie And The Hand Jive"in 1958, maar was ook de ontdekker van grote sterren als Etta James en Little Richard. In 1955 zorgde hij met "The Wallflower" voor de eerste grote hit van James. Andere bekende nummers van zijn hand zijn "So Fine" en "All Nite Long".
Frenk op 22-01-2012 11:18
Mooie bio. En, nu ik het weer opnieuw lees, kan ik concluderen dat hij een mooi vervuld leven heeft gehad
 
Greetz
Frenk
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl