barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
David 'Honeyboy' Edwards (1915-2011)
De oude blueshelden werden vaak gemeten aan het feit of zij Robert Johnson nu wel of niet hadden meegemaakt. En iedere keer als een van hen overleed werd dat weer in herinnering geroepen. Maar ik denk dat we met het overlijden van David 'Honeyboy' Edwards op 29 augustus jl. rustig kunnen zeggen dat hij de laatste is geweest van de groep mensen die Johnson hebben gezien en zelfs met hem hebben gespeeld. Ook bij zijn optredens werd steeds vermeld dat hij de laatste nog levende link was met Robert Johnson, maar ik vind dat we hem daarmee te kort doen.
David Edwards wordt op 28 juni 1915 geboren in Shaw, Mississippi in een familie, die een stukje land pacht, zgn. 'sharecroppers'. Door zijn oudere zus wordt hij Honeyboy genoemd en dat is een bijnaam die zijn leven lang aan hem zal blijven kleven. Op twaalfjarige leeftijd leert hij van zijn vader Henry Edwards gitaar spelen. Hij ziet Tommy McClennan, Robert Petway en Charley Patton optreden. Maar het echte gitaarspel leert hij door te kijken naar Tommy Johnson. Al vanaf zijn veertiende is hij weg van huis en samen met Big Joe Williams, die hem onder zijn hoede neemt, reist hij meestal als hobo, dat wil zeggen dat hij op rijdende treinen sprong om mee te liften naar een volgende plaats. Deze reizen brengen Honeyboy ver buiten zijn regio en hij speelt zelfs in St. Louis en Chicago.
Hij gokt graag en goed en verdient vaak met het gitaar spelen en zingen eerst wat geld om later bij het gokken in te zetten. In de jaren 1937 en 1938 trekt hij veel met de al eerder genoemde Robert Johnson op. Honeyboy is zelfs aanwezig bij het laatste optreden van Johnson op de avond dat deze vergiftigd zou zijn. Andere muzikanten waarmee hij in die jaren in Mississippi, Arkansas en Memphis op heeft getreden zijn de Memphis Jug Band, Big Walter Horton, Sonny Boy Williamson (Rice Miller), Tommy McClennan and Little Walter Jacobs.
 
Honeyboy maakt in 1942 vijftien opnamen voor Alan Lomax, die werkt voor het Library of Congress. Voor deze instelling legt Lomax de muzikale cultuur van de VS vast. Deze beschrijft Edwards uitgebreid in zijn boek “The Land Where The Blues Began”. Tijdens deze sessies worden o.m. “Wind Howlin' Blues” en “The Army Blues” opgenomen.
Pas in 1951 maakt hij commerciële opnamen. Dat zijn “Who May Your Regulator Be” voor Arc Records en “Build A Cave”, dat hij onder het pseudoniem Mr Honey op voor Artist Records opneemt. Vier nummers, die hij in 1953 voor Chess opneemt verschijnen pas in 1970 op het album “Drop Down Mama”. Hij is inmiddels gewisseld naar de elektrische gitaar. In 1956 vertrekt hij met zijn vrouw permanent Chicago, waar hij zowel solo als in bands speelt. Ondanks zijn verhuizing naar de stad blijft hij wel met zijn voeten diep in de Mississippi-klei staan. In zijn nieuwe woonplaats speelt hij op straathoeken, de befaamde Maxwell Street Market en in kleine clubs met Floyd Jones, Johnny Temple en Kansas City Red.
Honeyboy Edwards is een van de bluesmuzikanten die te horen is op de dubbel-lp “Fleetwood Mac In Chicago”, dat in 1969 in de studio's van Chess is opgenomen. In de vijftiger en zestiger jaren neemt hij tijdens zeven sessies in totaal slechts negen nummers op. Dit verandert als hij de jonge harmonicaspeler Michael Frank ontmoet. Met hem vormt hij in 1976 de Honeyboy Edwards Blues Band. Zij werken daarnaast ook samen als duo. Wanneer Frank zijn Earwig platenlabel opricht is het Honeyboy, die samen met zijn maten Sunnyland Slim, Big Walter Horton, Floyd Jones en Kansas City Red, het album “Old Friends” uitbrengt als tweede uitgave van het label. In 1977 verschijnt “I've Been Around” op het Trix-label met opnamen uit 1974 tot 1976.
In 1992 verschijnt op dit label een verzameling van niet eerder uitgebrachte Library of Congress-opnamen en recent werk onder de naam “Delta Bluesman”. In 1997 verschijnt zijn autobiografie “The World Don't Owe Me Nothin'”, waarin Honeyboy vertelt over zijn jeugd, zijn reizen door het zuiden van de VS en zijn komst naar Chicago. Voor zijn album “Last Of The Mississippi Blues Men” ontvangt hij dat jaar een Grammy.
Zijn laatste album, “Roamin' And Ramblin'” verschijnt in 2007 op Earwig. Het bestaat uit nieuwe versies van oude nummers met ondersteuning van Bobby Rush, Billy Branch en Johnny 'Rad Dog' Jones. Tevens staan er nooit eerder uitgebracht opnamen op van Edwards met Big Walter Horton uit 1975 en live-opnamen uit 1976, zowel solo als met Sugar Blue. Daarnaast vertellen Bobby Rush en Edwards korte bluesverhalen. In 2009 ontvangt Honeyboy een Lifetime Achievement Award.
Honeyboy Edwards was ondanks zijn leeftijd – 96 jaar – tot kort geleden nog aktief. Zijn laatste optredens waren op 16 en 17 april in Clarksdale. En er waren zelfs plannen voor optredens in Europa.  
 
David 'Honeyboy' Edwards hart stopt op 29 augustus 2011 's morgens om 3 uur met kloppen waardoor hij vredig in zijn eigen huis overlijdt.
Hiermee is de laatste artiest overleden wiens carrière nog in de twintiger jaren van de vorige eeuw begon. Hij was al sinds zijn veertiende als muzikant op reis, wat betekent dat hij meer dan tachtig jaar muziek heeft gemaakt. Honeyboy was een artiest die de ontwikkeling van de blues vanaf het begin heeft meegemaakt. Gelukkig heeft hij voldoende mensen beïnvloed, zodat zijn toorts verder blijft branden.
 
  

Reacties

barnowlblues op 06-09-2011 09:36
Onbekende fout? Is verholpen.
Frenk op 07-09-2011 09:21
Een mooie bio, Eric. Ik hem hem een jaar of vier gelden nog zien optreden in Esprit in Rotterdam. Toen had ik al iets van 'daar moet ik wezen, want het kan de laatste keer wel eens zijn'. Een unieke artiest.
 
Greetz
Frenk
 
 
Crazy Martin op 15-10-2012 08:32
Weer een mooie biografie van een man die zo'n beetje alles en iedereen heeft gezien en meegemaakt in de blues.
 
Groeten
Martin
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl