barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Roy Buchanan (1939 - 1988)
“A guitarist's guitarist” werd hij wel genoemd, dé gitarist onder gitaristen. Toch heeft deze status er niet voor gezorgd, dat Roy Buchanan bij het grote publiek bekend is geworden. Onder collega-muzikanten en een klein deel van het publiek stond hij daarentegen bekend als een uniek gitarist, met een heel eigen toon en een fabuleuze, zeg maar rustig virtuoze, beheersing van zijn instrument.
Roy (eigenlijk Leroy) Buchanan wordt op 23 september 1939 geboren in het landelijke plaatsje Ozark in Arkansas. Vader Bill had een stukje land gepacht in Arkansas, het zgn. sharecropping, en samen met zijn vrouw Minnie Bell Reed kreeg hij vier kinderen: J.D. (1926), Betty (1933), Leroy (1939) en Linda Joan (1944). Als Roy twee jaar oud is verhuist de familie naar Pixley, Californië, waar vader Bill als boerenknecht aan de slag gaat. Buchanan vertelde in interviews dat zijn vader tevens prediker was, maar dit wordt door zijn oudere broer J.D. tegengesproken. De eerste muzikale herinneringen doet hij op tijdens kerkdiensten, die openstaan voor mensen van allerlei ras en afkomst. Door de gospel komt hij voor het eerst in aanraking met zwarte muziek. In het begin speelt de kleine Roy steelguitar. Hij krijgt als zevenjarige les van een plaatselijke gitaarlerares, Mrs. Presher, en al na enkele weken weet hij liedjes uit de hitparade na te spelen. Noten lezen heeft hij nooit geleerd, maar hij weet alle liedjes op gehoor te kopieren.
Als twaalfjarige wordt hij door Marvin en Paul Kirkland gevraagd lapsteelgitaar te spelen in hun band, de Waw Keen Valley Boys. Begin vijftiger jaren gaat hij over op de gewone gitaar. Zijn eerste Fender Telecaster koopt hij als hij dertien jaar oud is voor het enorme bedrag van $ 120,-. Op school vormt hij met een paar vrienden een band, genaamd de Dusty Valley Boys. Als hij vijftien jaar oud is begint zijn professionele carrière in de Johnny Otis Rhythm & Blues Revue. In 1958 is hij voor het eerst op de plaat te horen als hij Dale Hawkins begeleid op diens opname “My Babe”, waarbij hij ook de solo voor zijn rekening neemt. Twee jaar later verlaat hij de band van Dale tijdens een tournee in Canada en gaat voor diens neef, Ronnie Hawkins spelen, waar hij Fred Carter Jr. vervangt. In diens band is hij min of meer de mentor van Robbie Robertson. Op de hit “Who Do You Love?” speelt Robertson gitaar en Buchanan de bas.
Maar al snel keert hij weer terug naar de VS, terwijl de band later grote roem verwerft onder de naam 'The Band'. Roy speelt samen met diverse artiesten en bands. Tijdens een tournee in Virginia trouwt Roy even snel tussen de bedrijven door met zijn vriendin Judy Owens.
 
Op een single uit 1962, genaamd “Potato Peeler”, die hij met drummer Bobby Gregg opneemt, is al de typische Buchanan-stijl hoorbaar. Halverwege de zestiger sluit hij zich aan bij de British Walkers, een band die probeert mee te draaien met de Britse muziekinvasie. Buchanan verhuist naar de omgeving van Washington DC en speelt er een aantal jaar voor de band van Danny Denver en met zijn eigen band, The Snakestretchers. In die tijd bouwt hij een reputatie op als een van de beste rockgitaristen uit de omgeving. Zelfs Jimi Hendrix durfde het destijds niet tegen hem op te nemen. Tijdens een optreden van Hendrix in 1968 zag Buchanan dat deze zijn stijl had overgenomen door het gebruik van allerlei hulpmiddelen, zoals het wahwah-pedaal, terwijl hij deze geluiden met zijn vingers kon produceren. Desondanks wordt hij later een grote fan van Hendrix.
 
Eind zestiger jaren verlaat Buchanan voor een korte tijd de muziekindustrie om geld te verdienen voor zijn steeds groter wordend gezin. Hij gaat een vak leren en wordt opgeleid als kapper. Volgens geruchten wordt hij in juli 1969 gepolst om de vrijgekomen plaats van Brian Jones bij de Rolling Stones in te nemen. Hij slaat dit aanbod af. De eerlijkheid gebiedt mij te benadrukken dat dit alleen maar geruchten zijn en dat het waarschijnlijk helemaal niet waar is.
                   
Uiteindelijk kruipt het bloed waar het niet gaan kan en in 1970 neemt hij de gitaar weer op. Een jaar later verandert Buchanans leven dramatisch. Een artikel over hem in de Washington Post trekt de aandacht van een televisieproducent. Deze maakt een televisiedocumentaire over hem wordt onder de naam “Introducing Roy Buchanan” met subtitel “The Best Unknown Guitarist In The World”. Dit resulteert in een platencontract met Polydor. De eerste lp, "Roy Buchanan" wordt in juli 1972 opgenomen en al een maand later uitgebracht. In oktober wordt "Second Album" opgenomen, dat begin 1973 verschijnt en meteen goud oplevert. Na een tournee door Engeland gaat hij eind 1973 de studio in voor " That's What I'm Here For". John Lennon wilde graag meespelen en ook bood hij Roy aan op zijn eigen volgende album mee te spelen, maar dit aanbod werd door Buchanan afgewezen.
Zijn band bestaat dan uit zanger Billy Price, bassist John Harrison, drummer Byrd Foster en organist Malcolm Lukens. Met hen neemt hij op 27 november 1974 een optreden in de Town Hall, New York opgenomen, dat in 1975 verschijnt als "Live Stock". In totaal maakt hij vijf albums voor Polydor voordat hij een contract tekent bij Atlantic. Daar verschijnt als eerste "A Street Called Straight", wat een afspiegeling is van zijn leven en zijn strijd tegen overmatig drankgebruik. Voor het volgende album "Loading Zone" wordt jazzbassist Stanley Clarke ingehuurd als producer. Deze heeft nogal eigen ideeën, die niet helemaal overeenkomen met die van Buchanan. De aanvankelijk vreugde een duet met Steve Cropper van Booker T & the MGs te spelen op diens "Green Onions" resulteert in een teleurstelling als blijkt dat Clarke het tempo zodanig heeft opgeschroefd, dat het eerder een duel is dan een duet. Het album "You're Not Alone" volgt nog en ondanks de redelijke verkoop is deze muzikaal gezien het minste van de drie. Er volgt nog een sterke live-lp "Live In Japan" met opnamen uit 1977.
 
Begin januari 1981 wordt Roy in het ziekenhuis opgenomen met raadselachtige verwondingen. Hij en zijn vrouw beweren dat hij is mishandeld door de politie toen deze hem wilde arresteren. Een andere versie is dat hij deze heeft opgelopen bij een mislukte zelfmoordpoging in een politiecel op oudejaarsavond 1980. In 1981 stopt hij met opnames en zweert pas weer een studio te betreden als hij zijn eigen gang mag gaan.
 
Rond die tijd is het sowieso tobben met zijn carriere. Hij heeft geen vaste band, speelt met gelegenheidsformaties en het feit dat zijn vrouw Judy, die geen enkele ervaring in de muziekbusiness heeft, de optredens boekt zal ook niet geholpen hebben. Daarnaast is hij nu ook verslaafd geraakt aan cocaine.
De zon breekt weer door als Bruce Iglauer van Alligator Records hem eind 1984 in Toronto en enkele maanden later in Chicago ziet optreden. Met de belofte van artistieke vrijheid keert hij weer terug naar de studio. Dit resulteert in “When A Guitar Plays The Blues” in 1985, dat een Grammy nominatie krijgt. Dit succes leidt tot succesvolle tournees door de VS, Europa, Australie en Japan. Een jaar later verschijnt “Dancing On The Edge” en zijn twaalfde album “Hot Wires” volgt in 1987.
 
Het nieuwe succes resulteert ook in nieuwe problemen op het persoonlijke vlak. Roy Buchanan heeft opnieuw problemen van drank en drugs af te blijven. Na een flinke ruzie thuis wordt hij in dronken toestand gearresteerd en meegenomen naar de cel van het politiebureau in Fairfax County, Virginia, om een nacht af te koelen. Daar wordt hij op de ochtend van 14 augustus 1988 dood aangetroffen. Hij heeft zich van het leven beroofd door zich aan zijn shirt op te hangen. De officiële doodsoorzaak luidt dan ook zelfmoord, maar dit wordt door vrienden en familie betwist. Marc Fisher, een van zijn vrienden, zag wonden op het voorhoofd van Roy Buchanan.
Roy Buchanan laat een vrouw, zes kinderen en kleinkinderen na. Hij ligt begraven op het Columbia Gardens Cemetery in Arlington, Virginia.
 
Wat zich in de nacht precies heeft voorgedaan zal wel nooit helemaal duidelijk worden. Feit is wel dat de wereld is beroofd van een uitzonderlijk goede gitarist, die door zijn virtuositeit veel anderen heeft beïnvloed. Hieronder kunnen onder meer Gary Moore, Danny Gatton en Jeff Beck worden genoemd. Eric Clapton zag hem een keer spelen en noemde hem “...the best in the world” en Jerry Garcia van de Grateful Dead roemde zijn “amazing chops”.
Roy Buchanan was iemand die de mogelijkheden van de elektrische gitaar op onnavolgbaar wijze heeft vergroot. En dit alles door er stoïcijns en onbewogen bij te staan, terwijl hij de mooiste tonen aan zijn instrument ontlokte. Een unieke gitarist.
 
 
 
Klik hier voor meer muziek van Roy Buchanan
 
 
Aanvulling 27 juli 2012
Recensie cd/dvd: Live At Austin Tx (klik hier)

Reacties

Frenk op 15-05-2012 09:53
Een prachtig verhaal en een terecht eerbetoon aan een grandiose gitarist. Mooi beschreven.
 
Greetz
Frenk
Zizy-Marlene op 16-05-2012 11:47
Steengoed .. inclusief filmpje !
 
Liefs Wil/zizy
Han de Tekort op 17-05-2012 08:30
Mooi verhaal. Een treurig figuur, maar wat een mooie muziek!
 
 
Gr Han
Hans de Waard op 19-05-2012 08:25
Dat is een mooi verhaal geworden. Buiten zijn muziek wist ik niet veel van hem. Bedankt voor de uitgebreide informatie. Zo gaat de muziek ook meer leven.
 
Groeten
Hans
barnowlblues op 27-07-2012 23:17
Zie recensie Live at Austin Tx (KLIK HIER)
Crazy Martin op 23-08-2012 09:42
Een ware gigant op de gitaar. Hoewel ik me soms wel eens erger aan al die kunststukjes, die hij naar mijn mening teveel uithaalde. Maar al met al, als er iemand een gitaarvirtuoos was dan was het Roy Buchanan wel.
 
Groet
Martin
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl