barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Arthur ‘Big Boy’ Crudup (1905 – 1974)
Het is toch droevig als je de grootste rocker aller tijden aan zijn eerste hit hebt geholpen, maar dan hebt moeten zeuren om de betaling van royalty's. De eerste hit van Elvis Presley, over die heb ik het, was Crudups “That’s Alright Mama”, maar ook nummers als “My Baby Left Me” en “So Glad You’re Mine” heeft hij opgenomen en worden door tientallen anderen gespeeld. En toch heeft hij altijd een gewone baan moeten aanhouden, omdat hij met zijn muziek niet genoeg kon verdienen om zijn gezin te onderhouden. Hij werd soms wel ‘The Father Of Rock ’n Roll’ genoemd, een titel die hem verwarde en alleen maar cynisch maakte.

Arthur Crudup wordt op 24 augustus 1905 geboren in het plaatsje Forest, Mississippi. Een aantal jaar leeft hij als rondreizende arbeider door het Zuiden en Midwesten van de VS. Met zijn familie keert hij in 1926 terug naar Mississippi. Hij zingt dan gospel in kerkkoren en pas rond zijn dertigste begint hij met gitaar spelen en gaat verder als blueszanger in en rond Clarksdale. Als lid van de zanggroep Harmonizing Four brengt Crudup in 1939 een bezoek aan Chicago. Terwijl de rest van de groep doorreist besluit hij te blijven en zijn geluk als soloartiest te beproeven. Maar als straatzanger weet hij maar nauwelijks het hoofd boven water te houden. Hij woont in een verpakkingskist onder de door de stad lopende verhoogde treinrails.
Platenproducent Lester Melrose ziet hem spelen, ziet ook waar hij woont en brengt hem onder bij Tampa Red, die meer bluesartiesten bij hem thuis opvangt. Hij leert daar o.m. Big Bill Broonzy, Lonnie Johnson en Lil Green kennen en als hij op een feestje in Tampa's huis optreedt zijn die zo onder de indruk van hem dat ze bij Melrose aandringen met Crudup opnamen te maken. Hij brengt hem onder bij het Bluebird label van RCA Victor.
Hier maakt hij halverwege de veertiger jaren opnamen als "Rock Me Mama", "Who's Been Foolin' You", "Keep Your Arms Around Me", "So Glad You're Mine" and "Ethel Mae”, waarmee hij de hoogste regionen van de R&B-lijsten bereikt. Met zijn vaste begeleiders Ransom Knowlin op bas en Judge Riley op drums neemt hij in 1946 het origineel van “That’s All Right” op, dat op dat moment geen hit wordt.
 
Bij RCA maakt hij eind veertiger jaren opnamen en begin vijftiger jaren doet hij dat bij Ace, Checker en Trumpet. Hij toert het hele land door, maar speelt vooral in ‘zwarte’ kroegen en andere gelegenheden in het zuiden van de VS. Rond 1948 is hij regelmatig samen met Sonny Boy Williamson II en Elmore James te zien. Naast zijn eigen naam gebruikt hij ook de namen Elmer James en Percy Lee Crudup, dit om problemen met het werken voor diverse platenmaatschappijen te voorkomen. In het zuiden is hij populair door hits als “Mean Old ‘Frisco Blues”, “Who’s Been Foolin’ You” en “That’s All Right”.
Al deze tijd heeft hij een gewone baan om de geringe inkomsten, die hij met zijn muziek heeft, op te vangen. Zijn laatste opnamen in Chicago vinden plaats in 1951. Opnamen voor het Victor label worden van 1952 tot 1954 gemaakt bij het radiostation WGST in Atlanta, Georgia. In verband met zijn constante strijd over royalty's stopt hij in de vijftiger jaren met het maken van opnamen. Hij keert terug naar Mississippi, waar hij als bootlegger zijn geld verdient. Later verhuist hij naar Virginia, waar hij als arbeider werkt om zijn geringe inkomen als muzikant aan te vullen.
Pas in 1961 keert hij weer terug naar de studio waar hij opnamen maakt voor Fire Records. Als Bob Koester een tip krijgt van Big Joe Williams gaat hij op zoek naar Crudup, die weer als boerenknecht werkt. Hij neemt hem onder contract bij zijn Delmark-label en hij begint ook weer met toeren. Eindelijk begint hij met muziek wat geld te verdienen.
                  
Arthur Crudup woont dan met zijn vrouw, drie zoons en nog wat andere familieleden in relatieve armoede in Virginia. In het begin van de zeventiger jaren proberen twee activisten, Celia Santiago en Margaret Carter hem te helpen bij het alsnog binnenhalen van de royalty's, waarop hij dacht recht te hebben. Helaas hebben zij hier weinig succes mee.
 
In 1969 toert hij door Engeland, waar hij “Roebuck Man” opneemt met wat locale muzikanten. En in 1972 doet hij een toernee door Australië en in 1973 verschijnt een film, een documentaire gewijd aan zijn leven, “Out Of The Black, Into The Blue”. Zijn laatste professionele optreden was tijdens een tournee met Bonnie Raitt enkele maanden voor zijn dood.
Op 28 maart 1974 komt Arthur ‘Big Boy’ Crudup in het Nassawadox ziekenhuis in Northampton County te overlijden aan de gevolgen van een hartinfarct.
 
Arthur 'Big Boy' Crudup beperkte zich niet tot één stijl; hij speelde R&B, akoestische Deltablues en elektrische Deltablues en durfde verder nog wel eens een ander uitstapje te maken. Onder zijn nummers waren een aantal klassiekers, die door artiesten als B.B. King, Big Mama Thornton, Bobby Bland en, niet te vergeten, Elvis Presley. Daarom is het zo sneu dat hij nooit de waardering in zowel financiële als bewonderende vorm voor heeft gekregen.

 
 
 
 
 
 
My Baby Left Me

Reacties

Crazy Martin op 03-10-2012 10:36
Inderdaad sneu voor die man dat hij niet de profijten heeft gekregen die hij verdiende. Mooie bio weer, zoals gewoonlijk.
 
Groeten
Martin
Johnny op 03-10-2012 18:38
Ik vind het zo jammer voor hem. Hij had een van de rijkste bluesmannen kunnen (moeten) zijn.
Frenk op 04-10-2012 11:27
Een sneu figuur dus. Heel jammer, anderen hebben heel veel geld aan hem verdiend.
 
Greetz
Frenk
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl