barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Elmore James (1918 - 1963)

Het is onmogelijk om vast te stellen wie de beste gitarist, slidegitarist of wat dan ook is. Wat slidegitaar betreft gooit Elmore James in ieder geval hoge ogen. Maar wat in ieder geval wel zeker is is dat hij het meest bekende gitaarloopje heeft verzonnen, twee maten muziek die zijn handelsmerk zijn geworden en waarmee iedere slidegitarist nog steeds de show probeert te stelen.

Elmore James wordt als Elmore Brooks op 27 januari 1918 geboren in Holmes Country, Mississippi. Hij is de onwettige zoon van de 15-jarige Leola Brooks. Hij neemt de achternaam aan van zijn stiefvader  Joe Willie ‘Frost’ James, die bij Leola gaat wonen. Er gaan geruchten dat deze ook de echte vader van James is. Later wordt nog een weeskind, Robert Holston, door Joe en Leola geadopteerd.

Op twaalfjarige leeftijd begint Elmore met het maken van muziek. Eerst door het bespelen van een zogenaamde diddley-bow (ook jitterbug genaamd). Daarbij wordt een stuk ijzerdraad aan de muur van het huis bevestigd en met een steen bespeeld. Hierbij fungeert het huis als klankkast. Later schakelt hij over op de gitaar. Vanaf zijn veertiende speelt hij al in de weekenden op lokale feesten en partijen. Hij gaat dan onder de schuilnaam Cleanhead of Joe Willie James. Hij blijft rond zijn woonplaats hangen en krijgt de gelegenheid te spelen met rondreizende muzikanten als Robert Johnson, Howlin’ Wolf en Sonny Boy Williamson (Rice Miller) en wat mindere goeden als Arthur ‘Big Boy’ Crudup, Johnny Temple en Luther Huff. In de late dertiger jaren woont hij in Greenville, MS en heeft hij een band om zich heen gevormd en hij werkt veel met de genoemde Sonny Boy Williamson.

Hij trouwt voor de eerste keer in 1942 met Minnie Mae en, hoewel hij daarna nog twee keer trouwt, schijnt hij nog van haar gescheiden te zijn. Als ook voor de VS de oorlog uitbarst gaat hij in militaire dienst en is hij drie jaar gelegerd in Guam. Hij neemt deel aan de herovering van de eilanden in de Grote Oceaan op de Japanners.  Na de oorlog en zijn ontslag uit het leger keert James terug naar Mississippi, waar hij samen met zijn geadopteerde broer Robert gaat wonen in het plaatsje Canton. In 1947 trouwt hij met Georgianna Crump. Robert heeft een winkel in elektrische artikelen en Elmore werkt voor hem in deze winkel, waar hij o.m. radio’s repareert. Hier heeft hij de kans om te experimenteren met zijn gitaargeluid. Hij verkrijgt zijn unieke geluid door het plaatsen van twee d’Armond pick-ups op een ongebruikelijke plaats op zijn gitaar. Muzikaal pikt hij de draad ook weer op en hij speelt vaak met zijn neef Homesick James en Eddie Taylor in de clubs in Memphis. Hij is een van de eerste gasten bijde King Biscuit Time radioshow in Arkansas en is op de radio te horen in Yazoo City en West-Memphis. 

Hij maakte zijn eerst opnamen in januari 1951 voor Trumpet Records als begeleider van Sonny Boy Williamson (no. 2) en hun gemeenschappelijke vriend Willie Love. En hij zal ongetwijfeld te horen zijn op opnamen van anderen. In augustus van dat jaar is hij zelf aan de beurt. Zelf is hij onzeker over zijn vaardigheid en Lilian Murray van Trumpet laat onopgemerkt door James de bandrecorder draaien als hij aan het einde van een sessie voor Sonny Boy een eigen song speelt. Het resultaat is meteen zijn bekendste song “Dust My Broom”. Murray zet een nummer van een plaatelijke zanger, Bobo ‘Slim’ Thomas op de b-kant en brengt de single uit, die meteen in de Top 10 belandt en van James een ster maakt.Na enkele maanden verbreekt hij zijn contract met Trumpet en wisselt door bemiddeling van hun scout Ike Turner ingelijfd bij de gebroeders Bihari. Tijdens de vijftiger jaren maakt hij zowel opnamen voor hun labels Flair, Meteor en Modern als het Chess label en Chief. Zijn begeleidingsband heet, naar de grote hit, de Broomdusters en bestaat in het begin uit pianist Johnny Jones, saxofonist J.T. Brown en Elmores neef Homesick James Williams op tweede gitaar. De bezetting van de band zal regelmatig wijzigen, maar Homesick James blijft een min of meer vast lid van de band. Net als vele andere muzikanten is James sterk beïnvloed door Robert Johnson, maar zeker ook door Kokomo Arnold en Tampa Red. Van deze laatste neemt hij diverse nummers op in zijn repertoire en hij neemt zelfs twee leden van diens band over, nl. pianist Little Johnny Jones en drummer Odie Payne.

               

Er is nog steeds een discussie gaande over wie het origineel van Elmore James’ bekendste nummer “Dust My Broom” heeft geschreven. Was het Robert Johnson of had Elmore het zelf al in zijn repertoire? De openingsriff is een van de bekendste  melodieën uit de blues en het nummer is een bluesklassieker. Opvallend is dat de openingsriff ook door Robert Johnson wordt gespeeld, maar bij Elmore James is deze elektrisch versterkt. In 1954 trouwt hij met een vrouw genaamd Janice. Er schijnt ooit een gerucht geweest te zijn dat hij nog een keer is getrouwd, maar dat bleek achteraf een ander met de naam Elmore James te zijn geweest. Rond deze tijd hoort hij dat hij lijdt aan hart- en vaatziekte. Elmore maakt in 1959 opnamen voor Fire Records van Bobby Robinson. Hier neemt hij “The Sky Is Crying” op met de verkeerde naamsvermelding Elmo James and His Broomdusters. Andere opnamen voor dit label zijn "My Bleeding Heart", "Stranger Blues", "Look on Yonder Wall", "Done Somebody Wrong" en "Shake Your Moneymaker", die allen tot zijn bekendste opnamen horen. James heeft geheel eigen stijl en hoewel er overeenkomsten zijn met de muziek van mensen als Muddy Waters, Howlin’ Wolf en ook B.B. King is hij uniek te noemen. Over het algemeen speelt hij slidegitaar, hoewel hij op een aantal ook zonder slide te horen is.

Elmore James staat bekend als een moeilijk man. Hij drinkt tijdens optredens, betaalt zijn begeleiders niet of hij ontslaat hen. Hij krijgt ook ruzie met de vakbond in Chicago, waardoor zijn lidmaatschap wordt opgezegd en hij er niet meer mag spelen. In 1963 zijn de problemen met de platenmaatschappen opgelost en hij krijgt de gelegenheid weer naar Chicago terug te keren. Buiten zijn plaatopnamen zijn er geen andere opnamen bekend van hem. Er zijn geen filmopnamen van optredens en het enige dat we van hem hebben dat lijkt op een live-optreden lijkt is zijn laatste opgenomen sessie door Bobby Robinson in New York in 1963. Dit is kort voor zijn dood gemaakt. Op deze sessie zijn diverse pogingen te horen om “Hand In Hand” op te nemen. Dit wordt steeds onderbroken, waarop Elmore James uiteindelijk een live-set speelt.

Op 24 mei 1963 overlijdt Elmore James in Chicago aan de gevolgen van een derde hartinfarct. Hij is dan 45 jaar oud. De wake in Chicago wordt bijgewoond door vierhonderd bluesartiesten voordat zijn lichaam wordt vervoerd naar Mississippi. Het is kort voor zijn geplande vertrek naar Europa waar hij dat jaar zou gaan toeren met het American Folk Blues Festival. Elmore James ligt begraven op de Newport Baptist Church Cemetery in Ebenezer, Mississippi.

Veel slidegitaristen noemen Elmore James hun grote invloed. Voorbeelden hiervan zijn Homesick James, neef van Elmore en lid van diens Broomdusters, John Littlejohn en Hound Dog Taylor. Maar ook onder de blanke bluesmuzikanten heeft hij grote invloed gehad. Brian Jones van de Rolling Stones noemde zich ooit Elmo Lewis en Jeremy Spencer van Fleetwood Mac beheerste de bekende gitaarlick van James tot in de puntjes.

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl