barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Bobby Rush

Tweeëntachtig jaar oud, een carrière van 65 jaar. Bobby Rush is momenteel de oudste nog levende actieve bluesmuzikant en hij heeft voorlopig nog geen zin om ermee te stoppen. Met zijn opwindende shows met sexy geklede dames en een mix van blues, soul en funk, die hij zelf ‘folk funk’ heeft genoemd, weet hij nog steeds de zalen tot koken te brengen.

                

Op 10 november 1933 wordt hij op een boerderij in de buurt van Homer, Louisiana geboren als Emmit Ellis Jr. Zijn ouders zijn Emmit Sr en Mattie Ellis. Vader Emmit is voorganger in de kerk in zowel Homer als in Pine Bluff, Arkansas. Op de eerste zondag van de maand preekt hij in Homer en op de derde zondag in Pine Bluff. Diens gitaar- en harmonicaspel vormen de eerste muzikale invloed op zoonlief. Als kind experimenteert deze al door met het ijzerdraad van een bezem en een siroopemmer een zogenaamde diddley bow te maken. Verder luistert hij veel naar de radio, voornamelijk stations die Country & Western speelden, zoals Roy Acuff en muziek uit de Grand Ole Opry. Samen met de gospel die hij in de kerk hoorde vormen deze zijn muzikale voorkeuren.

Rond 1946 verhuist hij met zijn familie naar Pine Bluff, Arkansas. Hier wordt hij vrienden met Elmore James, Boyd Gilmore en Moose John Walker met wie hij een band vormt. Hij is nog een tiener en plakt hij vaak een valse snor op om ouder te lijken, zodat hij met de band in de plaatselijke juke joints kan spelen. In Pine Bluff ziet hij voor het eerst optredens van bluesartiesten. De eerste is Big Joe Turner, daarna volgen onder meer Jimmy Reed, Muddy Waters en Howlin’ Wolf.  In 1953 verhuist de familie weer, nu naar Chicago. Hij woont naast Muddy Waters, met wie hij bevriend raakt. Rond deze tijd gaat hij zichzelf Bobby Rush noemen. Hij vond dat hij een naam nodig had, die snel en flitsend klonk. En omdat hij altijd haast had bleek ‘Bobby Rush’ een goede naam te zijn. Hij geeft er nu nog steeds de voorkeur aan dat mensen hem als zodanig aanspreken, niet Mr. Rush of Bobby, maar ‘Bobby Rush’. Hij werkt in de clubs in Chicago en omstreken samen met zijn vriend Muddy en met Jimmy Reed, Earl Hooker en anderen en verdient daarmee net genoeg om er niet in een fabriek bij te hoeven werken.

Rond 1960 treden hij, Earl Hooker en Ike & Tina Turner regelmatig op in de Bagerbar in Rock Island, Illinois. Bobby Rush raakt hij bevriend met de eigenaar van de club, die hem vraagt de huisband te worden en er ieder weekend op te treden. Clubs maken in die tijd vaak gebruik van een ceremoniemeester of komiek om het publiek te vermaken als de band pauze heeft. Als de gecontracteerde komiek het een keer laat afweten neemt Bobby Rush deze taak op zich. Hij verkleedt zich in een overall die hij voor weinig geld bij een tweedehandswinkel heeft gekocht, zet een pruik en snor op en vermaakt als ‘The Tramp’ de toeschouwers  tijdens zijn eigen pauze. Zowel publiek als clubeigenaar heeft niets door en op deze manier weet hij op deze avonden een dubbel inkomen te verdienen. Het duurt vijf maanden voordat de eigenaar hier achter komt, maar omdat het extra publiek trekt laat hij hem voorlopig zijn gang gaan.

                             

Begin zestiger jaren treden in zijn bands nog jonge mensen op als Luther Allison, Bobby King, Luther Johnson en Freddie King. Langzamerhand liet hij de pure Chicagoblues achter zich om zich te gaan richten op het chitlin circuit, waar het publiek meer open stond voor zijn uitdagende shows met sexy danseressen. Zijn muziek verandert ook en Bobby Rush richt zich meer op soul en funk met de blues nog steeds als basis. Zijn shows zijn uitdagend en opwindend en grijpen terug op de vaudevilleshows van de jaren twintig en dertig. Het geheel is opgebouwd rond de danseressen en staat bol van humor, die tegen het vulgaire aan zit, en opzwepende muziek. Begin zeventiger jaren staat hij met het door hem geschreven “Chicken Heads” in de Billboard R&B-lijst. Dit wordt zijn eerste gouden plaat. Dertig jaar later duikt het als gevolg van de film ‘Black Snake Moan’ opnieuw in de hitlijsten op.

In al die jaren heeft hij voor een aantal platenlabels, zoals Checker, ABC, Salem en Jewel, een flinke serie singles uitgebracht. In 1979 verschijnt zijn eerste volwaardige album, “Rush Hour”, dat wordt uitgebracht op het Philadelphia International label. Deze is geproduceerd door Kenny Gamble en Leon Huff. Aan het begin van de tachtiger jaren verhuist Bobby naar Jackson, Mississippi. Daar ligt nog een stuk familiegeschiedenis. Zijn overgrootmoeder aan moeders kant is er als slaaf geboren. Door haar blanke halfbroer is zij met haar broers en zusters stiekem van haar vader/plantage-eigenaar weggevoerd naar Eudora, Arkansas, waar zij in vrijheid konden leven.  De moeder van Bobby Rush liet hem beloven nooit naar deze plaats terug te gaan. Maar blijkbaar is bloed dikker dan water. In Jackson maakt hij opnamen voor het LaJam label. De stijl keert zich nog verder af van de echte blues en draait meer naar de funk. Met het eerste album dat hierop verschijnt, “Sue” in 1981, verdient hij een gouden plaat. Tot en met 1990 brengt Bobby Rush regelmatig albums en singles uit. In 1991 wisselt hij naar het Urgent label, waar hij datzelfde jaar met “I Ain’t Studdin’ You” opnieuw een gouden plaat binnenhaalt. Halverwege de negentiger jaren tekent Rush bij Waldoxy. Rond deze tijd keert hij weer wat meer terug naar de blues.

Samen met Greg Preston begint hij in 2003 zijn eigen label, Deep Rush. Naast zijn eigen albums verschijnen hier ook albums op van anderen, waaronder die van Dexter Allen. Met “FolkFunk” keert Bobby Rush in 2004 terug naar de ouderwetse blues. Op dit label zullen met enige regelmaat albums van Bobby Rush verschijnen.

In de ruim 65 jaar die zijn muziekcarrière nu al beslaat heeft Bobby Rush overal op de wereld opgetreden. Zo is hij in 2007 de eerste bluesartiest die in China optreedt, wat hem de titel ‘International Dean of the Blues’ oplevert. Hij wordt benoemd als Friendship Ambassador of the Great Wall wanneer hij daar het grootste concert ooit houdt. Zijn prijzenkast puilt uit met nominaties en prijzen, waaronder die als Best Male Soul Blues Artist, Best Acoustic Artist en Best Acoustic Album (voor de cd “Raw”) en een Grammy nominatie. In 2006 wordt hij opgenomen in de Blues Hall of Fame.

 

Zoals ik dit artikel begon, hij is 82 jaar oud en heeft een carrière van 65 jaar om op terug te kijken. Nog heeft Bobby Rush geen zin om achter de geraniums te gaan zitten. Hij treedt nog steeds op. Het zijn weliswaar niet meer de jaarlijkse 200+ optredens die hij enkele jaren geleden nog wist op te brengen, maar met regelmaat brengt hij nog steeds dezelfde opwindende shows. Ook het maken van opnamen gaat nog steeds door. In september 2016 zal het nieuwe album “Porcupine Meat” verschijnen. Met een citaat uit een interview, dat ik op 1 juni 2016 met hem had toont Bobby Rush zijn drijfveren: “Ik ben weliswaar 82 jaar oud, maar ik ben nog steeds aan het leren en studeren. Ik ben nog steeds enthousiast, wil mensen ontmoeten, anderen stimuleren. Met mijn 82 jaar ben ik, geloof ik, de oudste nog levende actieve bluesartiest. Samen met mijn goede vriend Buddy Guy, die net een paar jaar jonger is, laat ik zien dat je op onze leeftijd nog steeds actief kunt zijn en jezelf kunt ontwikkelen.”

Website: www.bobbyrushbluesman.com

Reacties

Han de Tekort op 12-08-2016 06:22

Mooi artikel

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl