barnowlblues.punt.nl
by Eric Campfens
Laatste artikelen

De Jay Kipps Band komt uit de Canadese provincie Ontaria, uit de plaats Orangeville om precies te zijn. De band bestaat uit naamgever Jay Kipps (zang, harmonica, gitaar), Chad Burford (leadgitaar), Chris Lubker (bas) en Corey Bruyea (drums). Muzikaal betreden zij het al vaak betreden pad van de americana, blues en roots. Niets nieuws onder de zon, zou je denken. Maar deze heren zijn toch in staat gebleken om met hun debuutalbum “How To Polish Your Longhorns” een fris geluid te laten horen.

Dat valt meteen op bij de opener “Colt 45” met een ouderwets c&w klank dat zo in een spaghettiwestern zou passen. Op de bluestoer gaat het verder met “Rotten Apple Bues”, een heerlijke door harmonica en gitaar gedomineerde shuffle. De Jay Kipps Band bewandelt het eerder genoemde pad in al haar breedte. Country, blues, rootsrock, een hint psychedelica, wat funk. Het zit er allemaal in. Dynamisch in “Big Old Engine” en bedachtzaam in “Everyone But Me”. In nummers als dit en “The Only Reason” bewijzen de heren ook dat het ook met het schrijven van teksten wel goed zit. Een indrukwekkend debuut.

Website: www.jaykippsband.com

Reacties

Sugar Brown is de artiestennaam van Ken Chester Kawashima. Hij is in 1971 geboren in Bowling Greene, Ohio en woont momenteel in Toronto. De Chicago bluesman Taildragger zei: “You ain’t black…..and you sure ain’t white….You’re Sugar Brown”. En zo is het gebleven. Tijdens zijn studietijd in Chicago leerde hij in de avonduren de blues spelen van de al genoemde Taildragger, alsmede van Dave Myers en Willie ‘Big Eyes’ Smith. Na zijn studie mag hij zich Dr. Ken Kawashima PhD noemen. Wij houden het hier op Sugar Brown. Na zijn goed ontvangen eerste twee cd’s “Sugar Brown’s Sad Day” (2014) and “Poor Lazarus” (2015) is nu nummer drie “It’s A Blues World (Calling All Blues)” uitgekomen.

Het beluisteren ervan is een echte sprong terug in de tijd. Doe je ogen dicht en je waant jezelf in de Chess studio’s in de eind 40er/begin 50er jaren. Acht van de vijftien nummers zijn van eigen hand. De rest zijn, op een bewerking van een Velvet Underground-song, bluesklassiekers. Brown wordt begeleid door Barath Rajakumar (harmonica, gitaar, maracas), Ben Caissie (drums, contrabass) en op drie nummers horen we Zak Izbinsky op gitaar. De nummers zijn zonder enige poespas op een monorecorder opgenomen, wat het gevoel van de vijftiger jaren nog eens versterkt. Nummers die een bijzondere vermelding verdienen zijn “What I Know”, die zo door Muddy Waters gemaakt had kunnen zijn, en “Tide Blues” met gitaarwerk dat doet denken aan Lonnie Johnson. Een ouderwets goede plaat.

Website: www.sugarbrownmusic.com 

Reacties

Een ongeluk bij de Amerikaanse spoorwegen, waar hij destijds in dienst was, zorgde in 2009 dat Willie Jackson daar niet meer kon werken. Omdat hij zijn leven lang al muziek maakte, in koren zong en liedjes schreef was de keuze voor een andere carrière al snel gemaakt. Het zingen heeft Jackson, jongste van zes kinderen, geleerd in de kerk waar zijn vader dominee was. Hij is woonachtig in Savannah, Georgia.

Onlangs verscheen de EP “Chosen By The Blues” met zes zelfgeschreven nummers. Op de cd wordt hij bijgestaan door Jon Willies (bas), Dillon Young (gitaar), Paxton Eugene (drums) en Ace Anderson (harmonica). Het schijfje is gevuld met goede ouderwetse downhome blues, gedomineerd door gitaar, harmonica en het volle stemgeluid van Willie Jackson. Zijn stem grenst zo’n beetje tegen het typisch geluid van een bluesshouter aan, een techniek dat ongetwijfeld voortkomt uit zijn jarenlange zangervaring in de kerk. Mijn favoriete nummer is het swingende en dubbelzinnige “Diggin’ My Shovel”. Een prima kennismaking.

Website: www.williejacksonblues.com

Reacties (1)

De uit het Britse Royston afkomstige bluesrockgitarist Danny Bryant (1980) heeft sinds zijn debuut-cd uit 2002 een behoorlijke reputatie opgebouwd. Ook in Nederland is hij een graag geziene gast. Hij begon met zijn Red Eye Band, waar zijn vader Ken als bassist deel van uitmaakte. Na diens pensioen in 2013 heeft Bryant de naam van de band laten vallen.

Met “Revelation” is nu Danny Bryants twaalfde album verschenen; ik reken hier de twee livealbums voor het gemak mee. Het overlijden van achtereenvolgens een goede vriend en vader Ken was de oorzaak om wat van zijn verdriet en frustraties van zich af te schrijven. Dit wordt vertolkt zeven van de negen nummers op deze plaat. Opvallend zijn weer de overeenkomsten met Walter Trout: de stem, de muziekstijl en ook de kunst om verhalen uit het eigen leven om te zetten in muziek. Bryant wordt begeleid door Alex Phillips (bas), Dave Raeburn (drums) en Richard Hammerton (toetsen), die ook de productie in handen had en aan enkele nummers heeft meegeschreven. Daarnaast horen we op enkele nummers een blazerssectie. Die had wat mij betreft wel wat meer op de voorgrond gemogen; ze worden door zang en gitaar te veel naar achteren gedrukt. Het is duidelijk een zeer emotionele cd geworden. Bryant schreeuwt de frustraties van zich af. Zijn zang past goed bij zijn muziek. Helaas hoor je in een ballad als “The Rains Will Fall”, een cover van John Mellencamp, dat hij in dergelijke nummer toch wat te beperkt is als zanger. Mijn persoonlijke favorieten zijn de andere cover, Howlin’ Wolfs “May I Have A Talk With You” en de bluesballad “Shouting At The Moon”.

Op de paar puntjes van kritiek na is dit over het geheel genomen een prima album, zeer persoonlijk en emotioneel. Goed gelukt.

Website: www.dannybryant.com 

Reacties (2)

De in Mississippi geboren zangeres Keeshea Pratt is iemand die blues en soul op een uitstekende wijze weet te vermengen. Vanaf haar zesde al heeft zij het podium gedeeld met mensen als Bobby Rush, Eddie Cotton en Reverend James Moore. Inmiddels woont zij in Houston, Texas. Met haar band won zij dit jaar de International Blues Challenge in Memphis en met “Believe” is nu de debuut-cd verschenen. De 8-koppige band zou zo uit de studio’s van Motown weggelopen kunnen zijn en wordt geleid door bassist Shawn Allen, die ook alle nummers van de cd heeft (mee)geschreven.

Op de cd vinden we twaalf nummers, die zich allemaal binnen het stramien van de bluesachtige soul (of andersom) vinden. Nummers als “Make It Good” en “Out Of My Mind” zijn onvervalste soul. Lekker dansbaar zijn de funky “In The Mood” en “Believe”. De blues komt aan de beurt in “Have A Good Time Y’all” en “Shake Off These Blues” en in “Home To Mississippi” horen we onvervalste countryblues. Een zeer overtuigende debuut-cd. Zo horen we het graag.

Website: www.keesheapratt.com

Reacties (4)

De oorspronkelijk uit Portland, Oregon afkomstige Jeff Jensen heeft, sinds hij zich in Memphis vestigde, er behoorlijk zijn draai gevonden. Inmiddels is hij de spil geworden binnen een groep niet onbeduidende muzikanten. Naast zijn eigen werk is hij te horen op cd’s van mensen als Mick Kolassa, Eric Hughes, Victor Wainwright en anderen, hetzij als muzikant of als producer. Nadat hij enkele jaren voor het eerst Europa heeft bezocht hebben we hem al diverse keren mogen begroeten in ons kleine landje.

Met “Wisdom & Decay” is onlangs de zesde cd van Jeff Jensen uitgekomen met daarop tien nummers, waarvan zeven originals. De drie covers zijn bekend van Little Milton, Tom Waits en Bob Dylan. Hij wordt begeleid door zijn vaste band, bestaande uit bassist Bill Ruffino en drummer David Green, aangevuld met een groep bevriende muzikanten. Opvallend bij het beluisteren naar “Wisdom & Decay” is het feit dat hij zich van de rockende blues wat meer naar de soul heeft gewend. De opener, het van Little Milton bekende “I’m Living Off The Love You Give” maakt dat door het Stax-geluid meteen duidelijk. Van Dylans “Tonight I’ll Be Staying Here With You“ maakt Jensen een funky bluesnummer. Dat hij niet afhankelijk is van covers heeft hij op zijn eerdere albums al bewezen en ook hier vinden we weer veel moois, zoals in het jazzy “2000 Days” en de gospel “Luck Is Gonna Change”. En dat hij nog steeds kan rocken laat hij horen op het laatste nummer “The Water Jam”. Wederom een zeer gelukte cd van deze sympathieke bluesman.

Website: www.jeffjensenband.com 

Reacties (3)

Rootsmuziek of Americana, hoe je het ook wilt noemen, hebben altijd de interesse gehad van Dieter van der Westen. Maar een nummer één hit had hij in Marokko met de Noord-Afrikaanse groep Kasba, waarmee hij achttien jaar door Europa, Afrika en Zuid-Amerika toerde. Voorheen verscheen al het album “Save My Memories”, dat niet echt opviel. Twee jaar geleden kwam “Old Oak Tree” uit, dat nu is opgevolgd door “Me And You”.

Op “Me And You” staan tien nummers, waarvan negen door Van der Westen zelfgeschreven, autobiografische stukken zijn. In tegenstelling tot de voorganger wordt van der Westen hier begeleid door een complete band, bestaande uit Eric van der Westen (bas), Joost Abbel (banjo, dobro), Aron Raams (electrische gitaren) en Gijs Anders van Straalen (drums, percussie). Als gast horen we Mirte de Graaff op viool. Binnen het spectrum van de Americana weet Van der Westen een goede mix aan stijlen naar voren te brengen. Bedachtzame luisterliedjes, en ook country, zoals in de cover “Jesse James”, een neiging naar southern rock in “Heart Of Mine, of funk in “Take Me Higher” maken hiervan een goed gevarieerd album. De teksten zijn het absoluut waard om goed te worden beluisterd, muzikaal zit het allemaal goed in elkaar. Prima album.

Website: www.dietervanderwesten.com 

Reacties (1)

En weer iets fraais van onze zuiderburen. Nog maar enkele jaren geleden toerde hij de Benelux en omstreken rond met Fried Bourbon. Hiervan gingen de leden ieder huns weegs, zowel letterlijk als figuurlijk. Mondharmonicaman Steven Troch pakte de Chicagoblues op en Tim Ielegems koos meer voor de rock ’n roll en rhythm ‘n blues. Laatstgenoemde heeft nu met zijn Rhythm Revue zijn tweede cd uitgebracht. De band bestaat naast zanger/gitarist Tim uit Dennis Tubs (drums), Boss (bas) en Bart Stone (saxofoon). Daarnaast zijn James Harman (harmonica, producer), pianist Gene Taylor en zangeres Kathleen Vandenhoudt aanwezig.

Zoals gezegd, de r&b en r&r is leidend en dat is meteen duidelijk met de opener “Drop You Like A Bad Habit”. En zo swingen we door de twaalf nummers. Het door Harman geschreven “Icepick’s Shakedown Th’owdown” en Tims eigen “I Wanna See You Bab y”. Een speciale vermelding verdienen het lome “The Way It’s Gonna Be” en de Pee Wee Crayton cover “Blues After Hours”. Een prima album.

Website: www.shakedowntime.be

Reacties (3)

De Braziliaan Artur Menezes is een actief baasje, zowel in zijn thuisland als in de VS. In Brazilië is hij een van de oprichters van Casa do Blues, is al jarenlang de hoofdact op diverse festivals, heeft hij gesproken op TEDTalks. Hij heeft een aantal jaar in Chicago gewoond, waar hij het podium deelde met Buddy Guy, John Primer, Phil Guy om er maar een paar te noemen. Inmiddels woont hij al weer twee jaar in Los Angeles en is winnaar van de Gibson/Albert King Award en werd hij derde tijdens de 2018 IBC.

Met “Keep Pushing” is onlangs zijn vierde cd verschenen met daarop tien zelfgeschreven nummers. Menezes is een, zoals ze in het Engels zo treffende weten uit te drukken, zogenaamde ‘high octane guitar slinger’. Dat komt dan neer op stevige, doch melodieuze blues. Stevig en hard rockend in onder meer het titelnummer “Keep Pushing” en dan weer rustig in een slowblues als “Any Day, Any Time” en de ballad “Can’t Get You Out Of My Mind”. Flink rockend en met verrassende tempowisseling wordt de cd afgesloten met “Til The Day I Die”. Voor mij is deze cd een eerste kennismaking met Artur Menezes; een zeer positieve kennismaking.

Website: www.arturmenezes.com


Reacties (3)

Weer een Canadese muzikant met een indrukwekkende muzikale carrière. Steve Dawson is een prijzen vergarende muzikant en producer, die aan meer dan tachtig albums heeft gewerkt, hetzij als begeleidend muzikant, producer of als eigen project. “Lucky Hand” is zijn achtste solowerk met uitsluitend instrumentaal werk.

De tien nummers op het album zijn samen met zijn  oude makker Jesse Zubot geschreven, die ook de strijkers op vijf van de nummers heeft gearrangeerd. Dawson wordt begeleid door Peggy Lee (cello), Jesse en diens broer Josh Zubot (viool) en John Kastle (altviool). Daarnaast Charlie McCoy (harmonica) en John Reischman (mandoline) te horen. Het resultaat is een album vol opwindende melodieën, die putten uit een rijk muzikaal verleden. Invloeden van countryblues, folk en countrymuziek zijn duidelijk hoorbaar. Denk aan het werk van een Leo Kottke of een Chet Atkins. Erg mooi is “Little Harpeth”, waarbij Dawsons gitaar en de mandoline van Reischman elkaar aanvullen.

Website: www.stevedawson.ca

Reacties (3)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl